wonen

Krakers vertellen waarom ze ondanks alle tegenstand blijven kraken

"Mensen denken vaak dat we in panden trekken, die helemaal uitleven en dan weer verder gaan. Maar we doen juist het tegenovergestelde."
16.8.21
Untitled_Artwork
Beeld door Djanlissa Pringels
Untitled_Artwork 99
In de serie Broertje Dood aan Woningnood gaan we op zoek naar de beste manieren om je door de voortwoekerende wooncrisis heen te slaan.

Wat te doen als je nergens woonruimte kunt vinden, ondanks beloftes van de overheid? “Dan pak je de ruimte die je denkt te kunnen creëren, daar waar leegstand is,” zegt oud-kraker Jack in de documentaire De stad was van ons (1996). Zo was kraken jarenlang een praktische methode om directe woningnood te verhelpen en tegelijkertijd politieke druk uit te oefenen. Vanaf de jaren zestig kreeg de kraakbeweging op die manier van alles voor elkaar: ze zorgden met de hulp van een breekijzer en een paar strategisch geplaatste meubels voor gratis woonruimte en democratische inspraak. 

Advertentie

De woningnood is weer ontzettend hoog, en ook nu zijn er nog altijd gebouwen die jarenlang leeg staan. Toch lijkt er vooralsnog niet veel te worden gekraakt, en dat is niet zonder reden. Sinds het in 2010 bij wet verboden werd, is kraken veel lastiger geworden – in veel gevallen worden gekraakte panden binnen een paar maanden ontruimd, waardoor bewoners nauwelijks tijd hebben om er iets op te bouwen. Vorig jaar kondigde burgemeester Femke Halsema aan dat de politie in Amsterdam sneller gaat ingrijpen als er een kraakactie plaatsvindt. Daarbij kan je als kraker nog altijd te maken krijgen met furieuze pandeigenaren die er geen been in zien om hun eigen bezit te vernielen, zoals onlangs te zien was dit filmpje van een kale man die op een ijzingwekkend kalme manier zijn eigen ruiten intikt met een stoeptegel omdat hij krakers uit zijn leegstaande gebouw wil verjagen. 

Er is kortom een heleboel aan gedaan om het leven van een kraker zo onprettig mogelijk te maken. Is het kraken tegenwoordig nog een beetje te doen? Hoe houden de huidige krakers het vol, ondanks alle beperkingen? En is kraken nog altijd een effectief protest tegen woningnood?

Voor een antwoord op die vragen ging ik halverwege juli langs bij Teun* en Alex* (omdat kraken verboden is zijn dit niet hun echte namen), twee krakers van 26 jaar. Ze wonen sinds een aantal weken in een gekraakt pand in de omgeving van Utrecht, met een groep van ongeveer tien mensen (“er blijven wel eens gasten slapen, dus dat aantal wisselt een beetje”). Ook zij hebben daar te maken gehad met een intimidatiepoging. “Een paar nachten geleden stond de eigenaar hier met een knokploeg voor de deur,” zegt Teun terwijl hij me het gebouw laat zien. Sommige ruimtes zien er donker en grimmig uit, maar met vloerkleedjes en kamerplanten is het er toch een beetje gezellig gemaakt. In de geïmproviseerde keuken ruikt het naar koffie en rijpe bananen. Op de salontafel staat nog een bordje havermoutpap. 

Ondanks het kraakverbod is kraken nog altijd mogelijk. Als je niet op heterdaad betrapt wordt en aan de politie kan laten zien dat je er al een tijdje woont, kan je huisrecht krijgen. Dat betekent dat iemand niet zomaar zonder toestemming naar binnen mag komen. “Toen de eigenaar hier langs kwam met een stalen pijp in zijn hand, riep-ie dat hij de politie zou bellen. Prima, zei ik toen. Bel de politie maar, want wij staan in ons recht,” zegt Teun. 

Advertentie

Alex: “Het is niet zo dat de politie aan onze kant staat, maar ze willen er vooral voor zorgen dat het rustig blijft in de wijk. Die hebben ook geen zin in een eigenaar die dingen stuk komt slaan of voor eigen rechter gaat spelen.”

Of een pand geschikt is om gekraakt te worden, hangt dan ook af van hoeveel geld en moeite het de politie zou kosten om meteen te ontruimen, leggen ze uit. Daarbij is het ook verstandig om plekken in het centrum van de stad of monumentale panden te vermijden. “Daar staat de politie binnen tien minuten op de stoep,” aldus Alex.

Potentiële kraakpanden bevinden zich vaak aan de randen van het stedelijk gebied, op plekken waar verloedering op de loer ligt. “Als je ergens houten planken voor de ramen ziet, denk je: leuk!” zegt Teun. “Hoe rotter hoe beter, want des te groter is de kans dat je er kan wonen,” zegt Alex. Een kraak wordt zorgvuldig voorbereid, vertellen ze. Er wordt uitgezocht wat de geschiedenis van een gebouw is, waarom en hoe lang het al leeg staat en wie de eigenaar is. “Het liefst kraak je iets van een groot bedrijf of een vastgoedspeculant,” aldus Teun.

Afgelopen april is een behoorlijk omstreden wetsvoorstel van kamerleden Van Toorenburg (CDA) en Koerhuis (VVD) aangenomen, dat mogelijk zou moeten maken dat kraakpanden voortaan al na drie dagen ontruimd kunnen worden (nu neemt zo’n ontruimingsprocedure vaak nog zes tot acht weken in beslag, en kunnen krakers die tijd in het pand afwachten). Vooralsnog hebben Teun en Alex daar weinig van gemerkt, zeggen ze. Teun: “Bij acties die plaatsvonden in de laatste twee, drie maanden zijn er wel een aantal nieuwe dingen geprobeerd. De politie zei bijvoorbeeld: jullie krijgen wel huisrecht, maar dan moeten jullie je wel allemaal identificeren, anders wordt je opgepakt. Dat was nieuw, normaal hoef je in je eigen huis niet je ID-kaart te laten zien. Maar we weten niet zeker of dat met die nieuwe wet te maken heeft. Bij dit pand is in ieder geval alles volgens de gewone procedure gegaan.” 

Het is een vreemde wet, vinden ze allebei. “Een wijkagent vertelde me dat de politie er helemaal niet blij mee is, want zij moeten al het papierwerk ineens in drie dagen rond zien te krijgen,” zegt Alex. “Er zijn misschien vijftig kraakzaken per jaar, dat stelt helemaal niets voor. Het is raar dat er zo hard wordt gehandhaafd op iets wat al zo in de marge zit.” Teun zegt dat er in zijn ogen een racistisch tintje aan de wet zit, omdat het vooral gericht lijkt op de Wij zijn hier-groep, een collectief van migranten zonder verblijfsvergunning die in Amsterdam diverse gebouwen kraakten om daar tijdelijk onderdak te vinden. “Zij werden er meestal meteen uitgekickt, maar dan konden ze nog een gerechtelijke procedure starten, die zes tot acht weken kan duren. Nu willen ze er dus voor zorgen dat ook dat niet meer mogelijk is.” 

Het kraakverbod heeft het kraken niet alleen moeilijker gemaakt, het heeft er ook voor gezorgd dat krakers in een ander daglicht zijn komen staan, volgens Alex. “Vroeger werd kraken gezien als een toereikend middel om een slechte situatie op de woningmarkt op te lossen, maar inmiddels is het gecriminaliseerd. Dat is echt heel succesvol gedaan, de shit die je nu als kraker soms over je heen krijgt…” Het kost ze vaak aardig wat werk om de buurt achter zich krijgen, vertelt ze, ook omdat veel mensen niet meer lijken te weten wat kraken precies is. “Ze denken standaard dat het antikraak is. Daar moet je dan eerst een mini-betoog over houden,” aldus Alex. 

Teun voegt toe dat de kraakbeweging ook al voor het kraakverbod aan zichtbaarheid verloor. “Al in de jaren negentig werden er veel kraakpanden ontruimd. De binnenstad is verkocht, daar zie je bijna geen kraakpanden meer. En doordat mensen het niet zien, vergeten ze dat het een optie is.” Daarnaast is het tegenwoordig simpelweg lastiger om dingen te doen zonder dat je daarbij wordt opgemerkt.  “Vroeger kon er nog wel eens een verfbom gegooid worden zonder dat de politie wist wie dat had gedaan. Nu wordt er dan meteen een dossier over je opgebouwd. De politie kan veel meer,” zegt Teun. 

Advertentie

Als ik vraag naar de toekomst van het kraken, geven ze allebei toe dat ze er gemengde gevoelens over hebben. Aan de ene kant is het een manier van leven waar ze met volle overtuiging voor hebben gekozen. “Ik wil graag een politiek leven leiden, en door te wonen in een kraakpand kan dat,” zegt Teun. “De mensen hier begrijpen me, ze weten wat ik nodig heb. De uitdaging is zo groot dat je als gemeenschap heel dicht bij elkaar komt. De stress brengt ons ook samen. Die politieke community is mij heel veel waard.” 

Alex: “Ja, welke vriendengroep wordt er nou samen ontruimd, meegesleurd, opgepakt, in de cel gezet en weer vrijgelaten? En dat je het daarna weer allemaal weer opnieuw doet?”

Teun: “Dat heeft wel wat, je strijdt echt ergens voor.”

Alex: “Dat is ook eigenlijk de reden dat ik ooit ben gaan kraken. Mijn huisgenoten voelen als een familie en dat zoiets moois, een familie die je zelf kiest en waar je mee woont en alles mee samen doet. Dat is iets waar ik veel energie en kracht uithaal.”

Aan de andere kant is de constante dreiging van ontruiming en het vele verhuizen ze niet helemaal in de koude kleren gaan zitten. Een pand kraken kan nog altijd een oplossing zijn als je ergens wil wonen, maar je moet er veel voor over hebben. “In het begin stortte ik me overal vol enthousiasme op en organiseerde ik er van alles omheen. Maar je moet wel accepteren dat je daar nooit stabiliteit voor terugkrijgt. Dat pure enthousiasme dat ik aan het begin had is daardoor wel een beetje weg. Ik loop daar wel steeds meer tegenaan. Maar ik blijf gemotiveerd door de mensen,” zegt Alex. 

“Als we elke drie maanden worden ontruimd is het ook moeilijk, dan ben je alleen maar bezig met verhuizen. We hebben zoveel ideeën en dingen die we willen organiseren: een kraakspreekuur, een politieke avond, een eetcafe, een feministische festival, filmvertoningen. Maar dat lukt dan niet, dan brand je helemaal af,” zegt Teun. Het is een negatieve spiraal, legt hij uit. Hoe kleiner een beweging is, des te makkelijker die wordt tegengewerkt. “Maar als die cycle weer eens een keer de goede kant uitgaat, dan zou het beter gaan, dan komen er vanzelf meer mensen bij. Ik weet niet hoe groot die kans is, maar we doen ons best.” Het kraken van lege stukken grond zou wellicht een mogelijkheid zijn, denkt Teun. “Veel mensen willen graag in een busje wonen, maar kunnen die nergens kwijt. Dan kan het kraken van een veld aantrekkelijk zijn. Dat lijkt voor veel mensen ook minder heftig dan het kraken van een gebouw.” 

Voorlopig hopen ze een tijdje in dit pand te kunnen blijven. Ze zijn van plan het flink op te knappen. “Mensen denken vaak dat we in panden trekken, die dan helemaal uitleven en dan weer verder gaan. Maar we doen juist het tegenovergestelde,” zegt Teun. “We pakken relatief onbewoonbare panden, zonder verwarming, met schimmel en lekkages, en die maken we dan leefbaar.”

Advertentie

Alex: “Het is soms behelpen, we zijn natuurlijk geen allround-experts die alles kunnen fixen, maar we proberen het altijd beter achter te laten dan het was.” 

Teun: “En we leren daar ook veel van.” 

En zelfs aan ontberingen kan een positief kantje zitten. Alex: “Sinds ik kraak, kan ik van sommige dingen echt zo genieten. Toen ik erachter kwam dat er in dit pand stroom is en ik hier m’n telefoon kan opladen dacht ik: oh my god, ik hoef niet meer met een powerbankje naar mijn werk. Ik hoef geen spullen meer bij vrienden of bij mijn moeder in de koelkast te zetten. Dat is dan zo’n luxe.”