Drugs

Parijs heeft een probleem met crack en het loopt enorm uit de hand

Eerst zaten de verslaafden geconcentreerd in één buurt, maar sinds de ‘Colline du crack’ is ontruimd dwalen ze door stadsparken over de hele stad.
4.6.21
Drugs in Parijs
Crackgebruikers op het Place de la Bataille-de-Stalingrad, bijgenaamd ‘Stalincrack’. Foto: Joel Saget/AFP via Getty Images.

“Hij zit in het vuil te wroeten, omdat hij denkt dat hij daar een tijdje geleden nog wat crack heeft begraven,” zegt Sarah Vinet van liefdadigheidsinstelling Charonne, terwijl ze naar een man gebaart die door de bosjes zoekt. “Maar er is niets. Het is gewoon een gewoonte. Het wordt ook wel het ‘kippensyndroom’ genoemd.”

Advertentie

We zijn in de Jardins d’Éole in het noordoosten van Parijs, een dun strookje park waar elke dag honderden crackgebruikers samenkomen. Ze proberen er goedkope drugs te kopen, vrienden te zien of gewoon de dag door te komen. Het park grenst aan het treinspoor en ligt op slechts een paar minuten lopen van Gare du Nord en het Canal Saint-Martin.

“Het is net een openluchtgevangenis,” zegt Vinet. Haar team bezoekt regelmatig de crack-hotspots in de Franse hoofdstad. Dat zijn vooral de achttiende en negentiende arrondissementen, waar veel immigranten wonen. Tijdens hun bezoekjes verzorgt het team van alles – van schone pijpjes tot adviezen over tijdelijke huisvesting. “We proberen de risico’s die ze lopen te verkleinen en het leven wat makkelijker te maken. Maar het is niet makkelijk.”

Parijs heeft namelijk een enorm crackprobleem. In mei 2019 ging er een driejarig programma van 9 miljoen euro van start om er wat aan te doen, maar dat heeft tot nu toe nog niet veel vruchten afgeworpen. Crackgebruikers roken caillou, de lokale bijnaam voor de extreem verslavende drug, gewoon op klaarlichte dag langs drukke verkeersaders.

Voor de extreem verslaafden duren de plezierige effecten maar heel even, waarna ze snel plaatsmaken voor paranoia, angsten en een vreselijk leeg gevoel. Sommigen schreeuwen het uit van de pijn, anderen liggen roerloos op de grond. Aan veel mensen kun je zien dat ze aan de crack zitten: ze hebben gebarsten, verbrande lippen, afgesleten tanden en holle wangen. Veel van hen lopen tientallen kilometers per dag om geld te zoeken voor een nieuwe dosis.

Advertentie

“Als je crack gebruikt, kun je best een tijdje als een normaal mens leven,” zegt Joseph, een 34-jarige gebruiker die vaak in de Jardins dÉole te vinden is. “Maar je bent altijd aan het worstelen om je hoofd boven water te houden, en uiteindelijk haalt de drug je in. Niets in je leven is ertegen bestand. Toen mijn vader overleed, heb ik het geld van de erfenis – 150.000 euro – in negen maanden uitgegeven. Nu heb ik niets meer.”

Veel mensen geven het “rampzalige” drugsbeleid van de overheid de schuld van de huidige stand van zaken. Volgens actievoerders was het een verkeerde keuze om de beruchte Colline du crack (letterlijk: crackheuvel) te ontruimen, een sloppenwijk in het noorden van Parijs waar honderden verslaafden woonden, zonder de onderliggende structurele problemen aan te pakken. Het probleem zou nog even groot zijn, alleen hebben de crackgebruikers zich nu over de hele stad verspreid.

“Ze zitten nu in een precairdere situatie dan eerst,” zegt Elisabeth Avril, directeur-generaal van de Parijs liefdadigheidsinstelling Gaia, die zich inzet voor schadebeperking. “De Colline was bijlange na niet perfect, maar alles bevond zich in ieder geval op één plek. Nu de gebruikers verspreid zijn is het voor ons veel moeilijker om ze te helpen.”

In januari werd er een vernietigend rapport gepubliceerd door het Franse Observatorium voor Drugs en Drugsverslaving (OFDT) en het Nationale Instituut voor Gezondheid en Medisch Onderzoek (INSERM). “Het voortbestaan van de crackmarkt in de afgelopen dertig jaar en het groeiende aanbod” uit achtergestelde voorsteden staat voor het “mislukte overheidsbeleid, dat vaak op ad hoc-reacties is gebaseerd,” was de conclusie van het rapport.

Advertentie

Marie Jauffret-Roustide, coauteur van het rapport en onderzoeker bij het INSERM, doet al sinds de jaren negentig onderzoek naar crack. Wat haar betreft zijn er meerdere redenen dat Parijs is uitgegroeid tot crackhoofdstad: de lage prijzen, de smokkelroutes die van en naar andere grote Europese steden door de stad lopen, en feit dat het de enige plek is in Frankrijk waar crack op grote schaal kant-en-klaar te koop is. Maar ze wijst ook op de sleutelrol die het “conflicterende” drugsbeleid heeft gespeeld, waardoor gebruikers worden gecriminaliseerd.

“De Franse politieke reactie op crackgebruik is te veel gericht op de criminalisering en uitzetting van gebruikers,” zegt Jauffret-Roustide. “Er is een gebrek aan overheidsfinanciering voor sociale programma’s voor bijvoorbeeld huisvesting. Het is paradoxaal, want Frankrijk is een van de weinige landen die veel heeft geïnvesteerd in drugsgerelateerde gezondheidszorg, maar tegelijkertijd het drugsgebruik op zo’n manier criminaliseert dat de toegang tot die zorg belemmerd wordt.”

Dat heeft er volgens het rapport toe geleid dat er nu ongeveer 13.000 crackgebruikers in Parijs en zijn voorsteden zijn. In 2015 waren dat er nog 10.000 en volgens Jauffret-Roustide is het zelfs een vervijfvoudiging ten opzichte van het aantal geschatte gebruikers in de jaren negentig. Ter vergelijking: Londen heeft naar schatting zo’n 36.000 crackgebruikers, maar ook een inwonersaantal dat bijna vijf keer zo groot is. Dat betekent dus dat het crackgebruik in Parijs veel geconcentreerder en zichtbaarder is.

Advertentie

“Crackgebruik is niets nieuws in Parijs,” zegt Jauffret-Roustide. “Maar mensen gebruiken er nu veel meer van en het is veel zichtbaarder geworden in de stad, vooral nu het noorden steeds meer gegentrificeerd raakt. Daardoor kom je nu veel sneller in aanraking met mensen die drugs gebruiken.”

IMG_4886.JPG

Crackgebruikers in de Jardins d’Éole in het noordoosten van Parijs. Foto: Peter Yeung.

Dat de aanpak niet werkt is duidelijk zichtbaar in de Jardins d’Éole. Aan de ene kant zie je regelmatig politieagenten arriveren om de crackgebruikers weg te jagen, die enkele minuten daarna gewoon weer terugkomen. En aan de andere kant zie je er ook het gehavende busje staan van de liefdadigheidsinstelling Charonne, dat meerdere keren per week schone crackpijpen, gaasjes en andere hygiënische artikelen uitdeelt.

Het liefdadigheidsteam noteert altijd de voornaam en het geboortejaar van de mensen aan wie ze hulp verlenen: Karim 1970, Giles 1991, Pascal 1978, Nody 1983, Raphael 1997, Aissa 1971. Sommigen zijn gehuld in wollen mutsen, truien en sjaals, anderen hebben een chique uitstraling. Een vrouw heeft een bruin leren jack en een rode hartvormige zonnebril, en rookt een sigaret.

Op dagen dat het vriest, haasten ze zich – vaak met een beleefd ‘dankjewel’ of een brutale grijns. Maar op zonovergoten lentedagen blijven ze vaak hangen om een praatje te maken.

“Ik heb echt een hekel aan crack,” zegt de 27-jarige Jonathan uit Straatsburg. “Aan het einde van de dag voel je je pas weer normaal, of nou ja, in het beste geval dan. In het slechtste geval sta je doodsangsten uit. En het probleem is dat altijd meer wilt, je hebt nooit genoeg. Ik heb een keertje in twee dagen 150 kristallen gerookt, gewoon omdat ik dat had.”

1H9A6950.JPG

Jonathan, een crackgebruiker met een masterdiploma filosofie. Foto: Peter Yeung.

Jonathan belandde in 2015 wegens drugsgerelateerde overtredingen voor twee jaar in de gevangenis, waar hij filosofie ging studeren. Toen hij vrijkwam, zette hij zijn studie voort en behaalde hij zijn master aan de Université Paris-VIII. Hij specialiseerde zich in moderne slavernij. “Het is niet wat de meeste mensen voor zich zien als ze aan een crackgebruiker denken,” zegt hij. “Maar het kan iedereen overkomen.” Hij gebruikte voor het eerst crack op een feestje van een vriend. “Je leven wordt heel snel op z’n kop gezet, zonder dat je er controle over hebt.”

Crackgebruik is niet zo nauw verbonden met dakloosheid als je misschien denkt. Uit een enquête van OFDT bleek dat slechts een op de vier crackgebruikers in Parijs dakloos was of in een provisorisch onderkomen woonde. Gebruikers als Jonathan zijn niet van andere mensen op straat te onderscheiden. En in de Jardins d’Éole ziet men zelfs tienermeisjes en zwangere vrouwen roken.

Advertentie

Maar ’s nachts gaat het park dicht en moeten de gebruikers zich verplaatsen. Meestal gaan ze naar het Place de la Bataille-de-Stalingrad, een plek waar van oudsher al veel drugs werd gebruikt en die nu door de omwonenden ‘Stalincrack’ wordt genoemd. Het plein bevindt zich op een paar honderd meter van een gegentrificeerde buurt, vol bioscopen, hippe cafés en gelikte fietsenwinkels.

Daardoor komen de drugsgebruikers steeds vaker in contact met de veryuppende inwoners van de buurt, wat leidt tot diefstal, prostitutie en geweldsincidenten.

“Het is een permanent kat-en-muisspel,” zegt Florence Adam, de politiecommissaris van het negentiende arrondissement, die binnen zijn gebied de leiding heeft over de inspanningen om de crackproblematiek aan te pakken. “We blijven druk zetten met controles, onderzoeken en grote inbeslagnames, maar het zal nog jaren duren voordat we deze plaag indammen.”

Voor Jean-Raphaël Bourge, de voorzitter van bewonersvereniging Action Barbès, is de situatie “angstaanjagend” geworden. En dat komt volgens hem door een gebrekkige politieke besluitvorming. “De Colline du crack was een smerige, verschrikkelijke hel voor de bewoners en gebruikers,” zegt hij. “Maar toen de autoriteiten het gebied ontruimden, hadden ze nog niet nagedacht over een plan voor wat er daarna moest gebeuren.”

Bourge zegt dat de bewoners last hebben van constant lawaai, vervuiling, agressief gedrag en een “onveilig gevoel” als ze over straat lopen. “De verslaafden gebruiken de openbare ruimte op zo’n manier dat het publiek in wezen nergens meer heen kan. En de politie zal dit probleem niet oplossen. We moeten deze mensen niet verder wegduwen, we moeten dit probleem oplossen. We moeten ze een ruimte bieden waar ze veilig kunnen gebruiken.”

Advertentie

Andere bewoners zijn niet zo beleefd en noemen de gebruikers zelfs “zombies”. Er is zelfs een anoniem twitteraccount waarop filmpjes worden gedeeld die vanachter hun ramen zijn opgenomen. Daarin is te zien hoe de crackgebruikers vechten, in auto’s inbreken of op straat poepen. “Dat is niet onze aanpak,” zegt Bourge. “Wij praten liever met de autoriteiten om verandering teweeg te brengen.”

Critici brengen daartegenin dat verandering moeilijk te bewerkstelligen is en dat er veel te weinig wordt gedaan – terwijl het probleem zich alleen maar uitbreidt. Ze vinden het niet goed dat de gebruikers gecriminaliseerd worden en zeggen dat er veel te weinig politieke wil is om dingen op te zetten  waarvan bewezen is dat ze werken. Als voorbeeld noemen ze ruimtes waar mensen legaal en veilig kunnen gebruiken.

“In Parijs is daar maar eentje van, maar in landen als Duitsland, Nederland en Zwitserland zijn er veel meer faciliteiten per hoofd van de bevolking,” zegt Elisabeth Avril van Gaia. “In Zürich zijn bijvoorbeeld vier van zulke ruimtes, terwijl de bevolking veel kleiner is. Maar niemand wil er meer openen in Parijs. Politici steunen het gewoonweg niet.”

Het Parijse stadhuis wilde niet uitgebreid reageren, maar zei wel dat veel van het geld dat voor het anti-crack-programma bestemd is, geïnvesteerd is in het opschroeven van politiepatrouilles en het onderbrengen van gebruikers in opvangcentra, waarvan de capaciteit is verhoogd van 60 naar 420. In zulke opvangcentra kunnen gebruikers hulp krijgen van medische professionals en maatschappelijk werkers.

Toch blijft François Dagnaud, burgemeester van het negentiende arrondissement, erbij dat het programma baanbrekend is en dat het beleid op lange termijn zal werken. “Dit is de eerste keer dat al deze publieke machten erkennen dat dit een enorm probleem is,” zegt hij. “Heeft dat het probleem doen verdwijnen? Overduidelijk niet. Er bestaat geen wondermiddel. Om het probleem op lange termijn te verhelpen, hebben we een dubbele aanpak nodig: zowel vanuit de politie om de handel te stoppen als vanuit de medisch-sociale hoek.”

Voorlopig blijven gebruikers als Jonathan lijden onder de huidige aanpak. “Liefdadigheidsinstellingen doen echt geweldig werk; ze doen wat ze kunnen,” zegt hij. “Maar de repressie vanuit de politie is echt helemaal shit. Ik weet dat het moeilijk is om de dealers aan te pakken, maar ze zouden daarom nog niet achter gebruikers aan moeten gaan. Wij zijn hier net zo goed het slachtoffer van.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij VICE World News.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.