FYI.

This story is over 5 years old.

Techhouse is niet per se saai, je luistert alleen naar de verkeerde dj's

19 maart 2015, 1:50pm

Altijd zingt er wel zo'n thema rond dat klakkeloos door alle zichzelf respecterende webmags en bloggers wordt overgenomen – zo een politiek correcte nieuwe visie op een populair fenomeen, die vaak net na de populariteitspiek spontaan ontstaat. Vaak is het een heel muzikaal subgenre dat het moet ontgelden, dat is namelijk lekker makkelijk: het onderwerp is duidelijk afgebakend zodat we precies weten waar we onze negatieve energie op moeten richten.

Een aantal jaar geleden werd er en masse gemekkerd over minimaltechno, en in 2013 werd ik een paar keer gebeld met de vraag of ik een bijdrage wilde leveren aan die irritante 'don't call it deephouse'-discussie (antwoord: nee!). En ook het zich eindeloos voortslepende 'analoog versus digitaal'-verhaal wordt nog regelmatig aangehaald.

In 2014 keerde iedereen zich plots tegen inwisselbare techhouse, een trend die eind 2013 werd ingezet door dit slappe artikel op Mixmag, dat vooral opviel doordat de hoogbejaarde auteur geen namen en rugnummers durfde te noemen. Een fotootje van een opgepompte sportschooljongen met een net iets te laag uitgesneden herendecolleté vonden ze bij Mixmag blijkbaar genoeg zeggen. Het gezeur culmineerde uiteindelijk in een fraai stukje overacteerwerk van bunkerbewoner Legowelt, die ten overstaan van een gewillige cameracrew net deed alsof hij niet wist wie Marco Carola was, om hem vervolgens keihard te dissen.

En dan was er nog deze vrolijk bedoelde, maar nogal makkelijke bijdrage van de collega's van Wunderground, die liever verf zien drogen dan dat ze een avond aan techhouse blootgesteld worden.

Een paar maanden geleden was ik er opeens klaar mee. Dat kwam door een post van een facebookvriend uit Detroit die ook een begenadigd producer is van de tweede generatie. Hij postte een youtubefilmpje van een twee uur durende set van Adam Beyer, ergens op een megafestival in Mexico, en schreef daar iets bij als: "Man, that techhouse shit is boring as hell! Really don't see why this guy is so popular." Nou heb ik de Zweedse mannetjesputter ook wel eens beter horen draaien dan op dat bewuste filmpje, maar ik kreeg toch de indruk dat er meer aan de hand was.

Helemaal toen er door een van de vele mede-haters een soundcloudlink in de comments werd gedeeld van een Carl Craig-set, met de tekst: "Kijk, zo moet het wel." Opvallend hieraan is dat in die mix van C2 niet alleen drie dezelfde tracks zaten als in de gewraakte Beyer-set, maar ook qua karakter op behoorlijk wat punten overeenkwam. Natuurlijk zijn er ook genoeg verschillen tussen de twee: Carl Craig gaat met zijn sets voor een broeierig soort dynamiek, Beyer draait een stuk hoekiger en strakker. En daar moet je maar net van houden, maar met zijn mixskills is weinig mis. Wat Adam Beyer vooral heeft, is de schijn tegen.

Zelf ben ik ook geen enorme fan van Marco Carola, maar Adam Beyer verdient het niet om zo klakkeloos afgeserveerd te worden. De man die ruim twintig jaar geleden eigenhandig de Zweedse van-dik-hout-zaagt-men-planken-techno op de kaart zette met zijn Drumcode-label, is anno 2015 relevanter en veelzijdiger dan ooit – en dat is juist niet iets om hem te verwijten. Als de omstandigheden daarom vragen – denk aan een zonovergoten strandfestival op zondagmiddag – draait hij lekkere house, terwijl hij met hetzelfde gemak de Berghain afbreekt met een diepdonkere sound. Neem het gemiddelde en je komt uit op, inderdaad, techhouse.

Die term techhouse is overigens niet nieuw, maar werd ergens halverwege de jaren negentig uitgevonden om het geluid te omschrijven dat destijds vooral Engelse dansvloeren in zijn greep hield. Mr C. en Layo (van Bushwacka!) waren de belangrijkste vlaggendragers van het genre met hun avonden in The End en het bijbehorende label. Inmiddels wordt de term nog altijd gebruikt om het hellende vlak tussen techno en house aan te duiden, en laat er de afgelopen jaren nou juist op dat gebied een hoop interessants gebeuren. En laten we wel wezen: als je techhouse definieert als 'het grensgebied tussen house en techno', dan valt Carl Craig daar ook gewoon onder. En Kevin Saunderson, Sven Väth en Laurent Garnier ook. En de bazen van Pan-Pot. Om nog maar te zwijgen van onze Dimitri en Benny Rodrigues.

Nou ben ik de laatste om te ontkennen dat er elke dag een stortvloed aan generieke, bloedeloze techhouse uitkomt, maar over demente deephouse, matige minimal, tandeloze techno en inwisselbare elektronica kun je hetzelfde zeggen. Het overgrote deel van alles wat er uitkomt is vooral zonde van de schijfruimte, en niet iedereen verstaat de kunst van het parelduiken. Dat is in alle genres zo.

Toch zijn er genoeg goeie platen te vinden die onder de noemer 'techhouse' zouden kunnen vallen. Ikzelf hou bijvoorbeeld van warmbloedige deephouse met zwaar vervormde basdrums en een dreigende industriële ondertoon, en van duistere Detroit-derivaten met wellustig sissende hihats en hartverscheurende vocalen.

Geen twijfel over mogelijk: als je van mening bent dat alle techhouse geestdodend saai is, dan is de kans groot dat je jarenlang naar de verkeerde dj's hebt staan luisteren.

Rogier Oostlander was hoofdredacteur van 'Bassic Groove Magazine' en oprichter van Funky Harlem Records. Nu werkt hij als copywriter en runt het Engelstalige webmag House Cult.