FYI.

This story is over 5 years old.

Ben je arm en ziek? Medicijnonderzoekers geven geen fock

Een nieuw onderzoek werpt licht op de groeiende kloof tussen onderzoek in de arme en rijke landen.
Beeld: World Malaria Day, Kenya/US Army

Zelfs zonder wetenschappelijk onderzoek weet je dit al: bedrijven die medicijnen ontwikkelen, maken en verkopen, richten zich op rijkere markten. En ik kan ze dat nauwlijks kwalijk nemen, het zijn tenslotte bedrijven die hun winsten moeten maximaliseren. Wie hier wél fout zit, zijn overheden die medisch onderzoek niet genoeg financieren of geen wetten aannemen die het ontwikkelen van minder lucratieve medicijnen stimuleren. Dat is volgens mij niet teveel gevraagd - farmaceutische bedrijven zullen alsnog bakken met geld verdienen.

Maar ondertussen zullen bedrijven blijven doen wat bedrijven nou eenmaal doen, namelijk geld proberen te halen uit plekken waar geld zit. Een onderzoek van de Universiteit van Chicago, dat deze week gepubliceerd werd, laat zien hoe deze ongelijkheid zich over de wereld manifesteert. Een paar voorbeelden zijn overduidelijk zichtbaar in het dagelijkse leven: pillen tegen erectiestoornissen die op televisie geadverteerd worden, samen met andere medicijnen voor oude mensen.

Advertentie

Medicijnen ontwikkelen voor een oudere populatie is in feite hetzelfde als het ontwikkelen van medicijnen voor ontwikkelde landen, waar mensen langer leven en langzaam doodgaan aan dingen zoals kanker, longziektes of hartaandoeningen. In ontwikkelende landen overlijden mensen jonger, vooral aan infectieziekten als cholera, hepatitis en malaria (of recenter, het Ebola-virus). Na het bestuderen van zo'n vier miljoen verschillende medicijnonderzoeken, vonden de onderzoekers dat voor elke $10 miljard aan rijkdom die verloren gaat door ziekte - een getal dat gevonden wordt door de "local disease burden" te vermenigvuldigen met de rijkdom van een land - de hoeveelheid gepubliceerde artikelen over die ziekte met 3 tot 5 procent toeneemt. In andere woorden: als een ziekte vaker voorkomt, worden er meer onderzoeken naar gedaan. Wederom niet bepaald verrassend.

Wat wel opzienbarend is, is dat het veel erger wordt. Onderzoek is niet alleen geconcentreerd rond hogere inkomens, maar ook rond waar de onderzoekers zich bevinden. "Gezondheidsonderzoekers zijn gevoelig voor problemen die ze zelf behandelen, problemen die om hun heen voorkomen, de problemen van hun oma," schreef hoofdonderzoeker James Evans in een persbericht. "Landen willen onderzoek financieren die hun eigen problemen ten goede komt. Dit leidt ertoe dat de ongelijkheid in gezondheidskennis toeneemt, omdat rijkere landen veel, veel meer onderzoek voortbrengen." En dat is een effect wat veel verder gaat dan de giganten van de farmaceutische industrie. Ook universiteiten en gezondheidsinstellingen doen hieraan mee.

Waar dit op neerkomt is dat ontwikkelende landen met minder onderzoekers dubbel lijden aan de groeiende onderzoekskloof. Het team uit Chicago noemt de situatie in ontwikkelingslanden een "double jeopardy," omdat ze het meest lijden aan ziekten die het minst worden onderzocht.

Het meest sprekende resultaat uit het onderzoek is misschien wel dat er een omgekeerde relatie bestaat tussen de wereldwijde "health burden" van een bepaalde ziekte en de hoeveelheid onderzoeken die er naar die ziekte worden gedaan. Nogmaals, in andere woorden: de ziekten die overal op aarde de meeste schade toebrengen aan de mensheid worden het minst onderzocht.

De noodzaak om veel meer geld uit te geven aan onderzoek in ontwikkelingslanden is duidelijk, maar het onderzoek voegt daar nog iets minder vanzelfsprekends aan toe. Er moet meer geld in die landen zelf  worden uitgegeven aan onderzoek. Het is niet genoeg om een ziekte uit een ontwikkelingsland in ontwikkelde labs te onderzoeken. Om de meeste impact te hebben, moet geld voor onderzoek geëxporteerd worden.

"Het wordt vaak beweerd dat we alles weten wat we moeten weten - alles wat we mogelijk zouden kunnen weten - over veel ziekten in ontwikkelingslanden," zei Evans. "Maar biomedische wetenschappers ontdekken steeds vaker dat deze 'kennis' zich niet altijd vertaalt naar effectieve behandeling voor patiënten op plekken met beperkte faciliteiten. Samengevat: we moeten meer weten."