Hoe wordt de prijs van mobiele data eigenlijk bepaald?

De prijs van een gigabyte lijkt volledig willekeurig.
18.8.16

Het is een bekende marketingtruc dat dingen goedkoper lijken te worden naarmate je er meer van neemt. Het tweede product voor de halve prijs; de grotere hoeveelheid die per eenheid goedkoper is dan de kleine hoeveelheid – je ziet het bij fastfood, supermarktproducten, kleding, en ook bij mobiel internet. Bij een niet nader te noemen mobiele provider krijg je voor zes en een halve euro een schamele gigabyte aan data, en voor acht euro drie keer zoveel. Als je 20 GB neemt, betaal je nog maar minder dan een euro per GB. De provider wil het overduidelijk zo aantrekkelijk mogelijk maken om veel data te nemen, want dat brengt hen het meest op. Deze regel geldt alleen niet voor ongelimiteerde data. Voor een oneindige hoeveelheid data betaal je namelijk opeens negentig (!) euro per maand. Bijzonder onaantrekkelijk vergeleken met die 19 euro voor 20 GB. Dit lijkt heel onlogisch. Wil de provider dan niet dat mensen nóg meer geld per maand betalen? Het is ten slotte onwaarschijnlijk dat iemand veel meer dan 20 GB per maand kan verbruiken. (Hoewel ik misschien niet de aangewezen persoon ben om dat te beoordelen, met mijn 500 MB per maand). Waarom is ongelimiteerde data zo duur? Hoe wordt de prijs van data eigenlijk bepaald?

De verklaring die vanuit de internationale telecomindustrie in het verleden weleens is gegeven voor de stijgende prijzen voor – of zelfs afschaffing van – de onbeperkte abonnementen is een aanstaande 'spectrum crunch': er is geen oneindige hoeveelheid data beschikbaar en de vraag ernaar dreigt het aanbod te overstijgen, waardoor verbindingen traag worden. Om chronische overbelasting van het netwerk te voorkomen, hebben veel providers ongelimiteerde abonnementen afgeschaft, en wordt het afgestraft als je de databundel van je abonnement overschrijdt.

Professor Gerrit-Jan Zwenne, hoogleraar Recht en de Informatiemaatschappij aan de Universiteit van Leiden en advocaat in Amsterdam, kan begrip opbrengen voor deze verklaring. "Op dit moment is het inderdaad nog maar de vraag of mobiele telecomnetwerken voldoende capaciteit hebben om alle abonnees onbeperkt datagebruik te bieden. In de nabije toekomst kan dat misschien veranderen. Er moeten dan meer radiofrequentiebanden worden vrijgemaakt voor mobiele netwerken," zei hij via de telefoon.

Advertentie

Radiobanden zijn frequenties in het elektromagnetisch spectrum waarop communicatie kan plaatsvinden, bijvoorbeeld in de vorm van draadloos of mobiel internet. Deze banden bestaan uit elektromagnetische straling, net als uv-straling en warmtestraling, en zijn dus onuitputtelijk: ze gaan nooit 'op'. Maar niet alle radiofrequentiebanden zijn geschikt voor mobiele netwerken – en niet alle banden die geschikt zijn, zijn er op dit moment voor beschikbaar. Om deze reden zijn er door nationale en internationale wetgevers regels opgesteld voor het gebruik van de frequentiebanden. Sommige banden zijn onder bepaalde voorwaarden door iedereen te gebruiken, zoals de wifi-banden (2,4 en 5,0 GHz). Andere banden zijn alleen bestemd voor bijvoorbeeld de politie en brandweer. En voor weer andere banden worden gebruiksvergunningen geveild. Zo kunnen telecomaanbieders voor miljarden euro's voor 15 tot 20 jaar het alleenrecht kopen om een bepaalde frequentieband te gebruiken voor het aanbieden van hun mobiele netwerk.

De capaciteit van een netwerk is niet alleen afhankelijk van de hoeveelheid ruimte die een provider heeft op het elektromagnetische spectrum. Ook de kwaliteit van de hardware van het netwerk speelt een rol – de zendmasten, netwerkcentrales en kabels die samen de infrastructuur vormen die jouw WhatsApp-bericht naar de telefoon van je vriend(in) brengen.

Dit proces werkt ongeveer als volgt: telefoons hebben een ingebouwde antenne die via radiogolven digitale informatie (data) naar de dichtstbijzijnde zendmast verstuurt, die de informatie weer doorstuurt naar het internet. Een andere telefoon kan vervolgens via dezelfde weg weer data ontvangen. Hoe hoger de kwaliteit van de infrastructuur die dit proces ondersteunt, hoe sneller de data-uitwisseling verloopt en hoe meer mensen het netwerk kunnen gebruiken.

Advertentie

Hoewel de bestaande mobiele netwerken momenteel niet goed genoeg zijn om door iedereen onbeperkt gebruikt te worden, zijn ze wel degelijk goed genoeg om de huidige vraag gemakkelijk aan te kunnen, zegt een woordvoerder van telecomprovider Vodafone. De prijs van ongelimiteerde abonnementen heeft volgens hem dan ook niet zozeer te maken met de beperkte capaciteit van de hardware van het netwerk of een tekort aan radiofrequentiebanden, als met de wet van vraag en aanbod. Dit betekent dat naarmate de vraag naar mobiel internet stijgt, het minder aantrekkelijk wordt om heel voordelige ongelimiteerde abonnementen aan te bieden.

Bron: NOS

"Vroeger wilden maar weinig mensen ongelimiteerd internet, omdat ze helemaal niet zo veel gebruik maakten van mobiel internet," zei de woordvoerder via de telefoon. "Nu is het precies omgekeerd, dus is het niet aantrekkelijk meer om zo'n abonnement aan te bieden."

Bij de specifieke bepaling van de prijs van een abonnement spelen volgens de woordvoerder van Vodafone drie factoren een rol, om te beginnen de kosten die door de telecomprovider gemaakt worden. Hieronder vallen standaardbedrijfskosten als lonen, panden en advertenties, de kosten van het netwerk, en de kosten voor de radiobanden. Bij de laatste spectrumveiling die plaatsvond, voor de frequenties waarop nu het 4G-netwerk zit, is door de Nederlandse providers gezamenlijk zo'n 4 miljard euro betaald. Deze kosten worden uiteindelijk teruggevoerd wordt naar de consument, net als alle andere investeringen die gemaakt worden in de kwaliteit van het data-aanbod.

Advertentie

De tweede factor die een rol speelt bij de prijsbepaling van mobiel internet zijn overheidsregulaties. Er bestaat sinds 2015 geen maximumtarief voor data-roaming meer, maar vanuit de EU is recentelijk wel bepaald dat er geen verschil meer mag zijn tussen de tarieven in verschillende Europese landen, wat betekent dat het een consument niet meer mag kosten om in bijvoorbeeld België te roamen dan in Nederland. Europese providers konden voorheen veel verdienen aan roaming in het buitenland, dus het zou kunnen dat dit gevolgen zal hebben voor de prijzen van abonnementen.

Abonnementen hebben de prijs die ze hebben, omdat wij bereid zijn die prijs te betalen

De laatste factor die een rol speelt bij het bepalen van de prijs is de wet van vraag en aanbod. Dit komt erop neer dat de providers de prijs vragen die ze denken dat mensen ervoor over hebben, en die daarnaast ook kan concurreren met die van andere aanbieders. Vroeger was de consument vooral bereid om voor bellen en sms'en te betalen – dat is wat men toen het meeste deed. Tegenwoordig bellen en sms'en mensen steeds minder, maar wil men wel heel graag overal een goede internetverbinding hebben, dus dat is waar mensen bereid voor zijn om in te investeren.

Oftewel: abonnementen hebben de prijs die ze hebben, omdat wij bereid zijn die prijs te betalen. Dat een ongelimiteerd data-abonnement negentig euro kost, betekent dat er genoeg mensen zijn die bereid zijn om die prijs te betalen, maar niet zoveel dat de prijs niet optimaal winstgevend is voor de providers.

Wat mobiel internet in Nederland betreft, lijkt de kans in ieder geval klein dat het aanbod van data de vraag niet zal kunnen bijhouden

Ondanks de geclaimde kwaliteit van de huidige netwerken, is het niet ondenkbaar dat er daadwerkelijk ooit een 'spectrum crunch' zal plaatsvinden, en het aanbod van data inderdaad chronisch zal achterblijven op de vraag. Nu al hebben aanbieders van internetdiensten soms problemen met het verwerken van een piekaanvraag van data – streaming services vliegen er om deze reden soms uit, en draadloos internet kan trager worden. In de Verenigde Staten hebben meteorologen problemen ondervonden bij het voorspellen van een orkaan omdat een telecomprovider wiens radioband overlapt met die van meteorologen teveel ruimte verbruikte. Het door velen gedroomde 'internet of things', waarbij alles dat (op een nuttige manier) met het internet verbonden kan worden een internetverbinding heeft, is dan ook nog ver weg: het is technologisch gezien eenvoudigweg nog niet mogelijk om zoveel mobiele communicatie te faciliteren. Wat mobiel internet in Nederland betreft, lijkt de kans in ieder geval klein dat het aanbod van data de vraag niet zal kunnen bijhouden. Professor Zwenne denkt dat het technologisch gezien zeker mogelijk is om een 'spectrum crunch' te voorkomen. "Het gaat om het inzetten van frequentie-efficiënte technologie, en om schuiven met de toepassingen van frequenties – wie heeft wat nodig?" Alle radiobanden zijn momenteel wel zo'n beetje verdeeld, maar ze worden niet allemaal optimaal gebruikt. Sommige frequenties die nu bijvoorbeeld voor defensie gereserveerd zijn, zouden in de toekomst voor mobiel internet gebruikt kunnen worden.

Maar om het mobiele internet goed genoeg te maken om ook applicaties als online 3D-games te kunnen aanbieden, zal er meer nodig zijn dan het herverdelen van de functies van bepaalde frequenties: de netwerktechnologie zal ook verbeterd moeten worden. Dit staat al in de planning, in de vorm van zogenaamde 'vijfde generatie netwerktechnologieën', die de Europese Unie in 2020 beschikbaar hoopt te maken. De infrastructuur van het 5G-netwerk zal zorgen voor mobiel internet dat nog sneller is dan het 4G-netwerk en nog meer apparaten met het internet zal kunnen verbinden, tegen een lager energieverbruik. In het rapport van de 5G-onderzoeksgroep van de Europese Commissie wordt voorspeld dat het nieuwe netwerk van cruciaal belang zal zijn bij de voltrekking van de "vierde industriële revolutie" – die van de robots, energiezuinige technologie en door met internet verbonden dingen.

Het 5G-netwerk zal gebruik maken van de 700MHZ-frequenties, die op het moment voornamelijk gebruikt worden voor draadloze microfoon-communicatie. Deze frequenties hebben als kenmerk dat ze minder snel zijn dan de hogere frequenties, maar wel beter doordringen in gebouwen en op het platteland. Dit lijkt misschien in strijd met de voorspelde snelheid van het 5G-netwerk, maar in de praktijk is dit niet zo omdat verschillende frequenties elkaar aan kunnen vullen. De frequentie die beter in gebouwen doordringt zorgt er dus voor dat je ook binnenshuis kunt profiteren van de snellere frequentie. Om deze reden kopen providers gebruiksrechten op allerlei verschillende frequenties. Naast betere netwerktechnologieën zijn er ook nog andere manieren om efficiënter gebruik te maken van het elektromagnetische spectrum. Zo kunnen door verbeterde compressietechnieken bestanden kleiner gemaakt worden om data-uitwisseling te versnellen, en kunnen apparaten verbeterd worden door er meer antennes in te plaatsen.

Zolang technologie nog verbeterd kan worden, lijkt het erop dat de mensheid zich geen zorgen hoeft te maken om een tekort aan mobiele data. Elektromagnetische straling is oneindig; hoe overheden en telecomproviders het precies benutten bepaald waar en hoeveel internet jij als mobiele gebruiker hebt, en hoeveel je daarvoor betaalt. Maar de grootste invloed op de prijs zijn wijzelf, wat betekent dat zolang we zoveel van data blijven houden als we nu doen, de ongelimiteerd data-abonnementen in ieder geval niet goedkoper gaan worden.