Tech by VICE

​Wij leven in het tijdperk van de verstrengeling

Is het wel goed dat we onze smartphones gebruiken als uitbreiding van ons verstand?

door Sakia Nagel
06 oktober 2016, 1:29pm

Zoals het leven zelf, evolueert technologie ook: we noemen het techno-evolutie. De telefoon wordt een smartphone - van een simpel apparaat om mee te bellen evolueert het tot een portaal naar de internet supersnelweg.

Die krachtige apparaten zijn in het afgelopen tiental jaren aan onze handen vastgegroeid. We zijn intiem geworden met een apparaat. Sommige mensen zijn bang dat we binnenkort computerchips fysiek in ons brein pluggen, maar de nabijheid van de technologie is niet belangrijk. De echte kwestie is dat onze apparaten nu al in door naadloze interactie in het verlengde staan van ons brein. Zowel onze oppervlakkige als diepere cognitie is een hybride vorm van technologie en biologie.

Om dat te illustreren: stel dat je uit bent met een groep vrienden en jullie hebben het over een film en iemand vraagt zich hardop af wie die film ook weer geregisseerd heeft. Als er geen filmnerd in jullie midden is, volgt er vast wel iemand met: "Ik Google het wel even". Het gekke aan zo'n situatie is eigenlijk dat het nu al onopmerkelijk en normaal is. Onze apparatuur is zó diep verstrikt in ons dagelijks leven dat we altijd denken verbonden te zijn met de totale kennis van het internet.

Dat samenvloeien van onze geest met apparatuur dwingt ons om na te denken over wie we willen zijn. Het recht om autonome beslissingen te maken is een van de kostbaarste eigenschappen die ons mens maken. Wij zijn zeer gehecht aan de gedachte dat wij onszelf besturen. In de afgelopen driehonderd jaar hebben mensen die persoonlijke vrijheid ten koste van instituties weten te veroveren. Maar nu ligt die vrijheid weer onder druk.

De eerste echte bedreiging van onze autonomie kwam in 1957 toen James Vicary, een Amerikaanse marketinggoeroe stelde dat hij in bioscopen meer eten en drinken kon verkopen door subliminale berichten tussen de filmbeelden te stoppen. Daar bleek uiteindelijk niets van te kloppen, maar The New Yorker meldde dat er "stilletjes ingebroken en binnengedrongen" werd in de hoofden van de toeschouwers. Tegenwoordig zien we vaak berichten over neuromarketing, een verzamelnaam voor de slinkse manieren die marketers verzinnen om de 'koopknop' in ons brein te vinden. Geen van die plannetjes om ons te manipuleren is nog succesvol gebleken.

Maar ondanks dat echte resultaten uitblijven, ligt onze autonomie wel degelijk onder vuur.

Je wordt continu onderworpen aan de laatste beinvloedingstechnologie. De nette varianten proberen je nog te helpen een juiste keuze te maken, maar een grote overvloed aan methodes worden te berde gebracht om onze aandacht weg te trekken van onze geliefden, ons werk of lievelings bezigheden, en naar de online-winkel te trekken.

Wat we niet wisten was dat wij degene waren die gingen veranderen.

Het is wel lastig om niet cynisch te worden als Facebook experimenten uitvoert met meer dan 680.000 van hun loyale gebruikers. Of wanneer 20 procent van onbesliste stemmen kan worden beïnvloed door iets simpels als een aangepaste volgorde van zoekresultaten. Er is natuurlijk niets nieuws aan deze sturingsdrift, maar de sluikse manier waarop dat nu gebeurt wel. En daar is een simpele reden voor: we hebben toegang tot onze breinen overgegeven aan (sociale) ingenieurs.

En daarmee komen we bij het onderwerp privacy in denken. Samen met zijn partner Samuel Warren publiceerde Louis Brandeis, een advocaat uit Boston de essay 'The Right to Privacy' (1980). Zij legden uit dat wetten oorspronkelijk zijn opgesteld in een tijd dat er vooral aandacht was voor geschillen van fysieke aard - het recht op bezit, onroerend goed of regels die landverdeling betrof.

Pas veel later kwamen er wetten die het auteursrecht of handelsmerken regelden - dingen van een geestelijke aard. Toen zij hun essay schreven was de paparazzi een groot probleem.

De zorgen in 2016 zijn vergelijkbaar met die van 1980, alleen heeft de frontlinie van potentiële privacyschending zich verlegt tot het apparaat in je zak. Het druist tegen ons gevoel van privacy in als externe instanties zomaar toegang tot onze apparaten kunnen verkrijgen.

93 procent van alle volwassenen zegt het belangrijk te vinden om controle te hebben over hun data. Ons brein en de buitenwereld versmelten tot een geheel door de technologie de we gebruiken. Sinds Snowden, de Amerikaanse NSA-medewerker, uit de school klapte is bekend dat de schendingen van onze digitale privacy zo ver gaat dat we nodig opnieuw een grens moeten stellen om een onderscheid te maken tussen algemene privacy en de privacy van onze gedachten.

Niet alleen vanuit ethische overwegingen. De keuzes die wij op dit gebied maken zullen bepalen hoe wij het menszijn in de toekomst zullen omschrijven. Andy Clark, een filosoof die het idee van het 'verlengde verstand' introduceerde zegt dat mensen tegenwoordig geboren worden als 'cyborgs' - mensen met computerdelen. Als hij gelijk heeft, als wij in onze dagelijks leven nu al zo veel externe apparaten gebruiken om te herinneren en te 'denken', dan hebben wij tot nu toe misschien wel te veel nadruk gelegd op de zogenaamde exceptionalisme van de menselijke geest.

In dit licht zijn de nieuwe technologieën misschien niet zozeer dingen om bang voor te zijn, maar dingen die ons moeten opvallen om ze de juiste richting in te sturen.

Vanaf de Verlichting gingen we onszelf zien als robuuste individuen die de wereld trotseren met ons eigen verstand alleen. Deze culturele trend lijkt de laatste tien jaar langzaam te veranderen in iets nieuws. Een holistische beeld van onze technologie en van de menselijkheid ontstaat doordat wij onze apparaten dagelijks gebruiken.

De Amerikaanse ingenieur en uitvinder Danny Hills noemt deze tijd daarom de 'Tijd van Verstrengeling." We zijn technologisch geïntegreerde wezens, omgeven en beïnvloed door moderne middelen.In 2007 kondigde Steve Jobs de iPhone aan met de woorden: 'Dit verandert alles'. Wat we niet wisten was dat wij degene waren die gingen veranderen.