reportage

Ik ging een middag miljonairs spotten in Baarle-Nassau

Waarom schieten de miljonairs als paddenstoelen uit de grond in Baarle? Ik ging er langs en vond er de elite, een verdachte caravan en werd klemgereden door een zwaarbewapende boswachter.

door Tim Fraanje; foto's door Chris Pugmire
20 september 2018, 11:44am

Met Connie op de miljonairsbank, foto door Chris Pugmire

Vorige week publiceerde het CBS hun lijstje van het aantal miljonairs per woonplaats en de media doken daar traditiegetrouw massaal bovenop. Je zou zeggen dat dit soort lijstjes minder boeiend zijn, nu het zowat de norm is dat mensen zelf een media-event maken van hun pasverkregen miljonairschap. Maar ze zijn er nog steeds: die stiekeme rijken van wie je het nooit verwacht had. Het opvallendste CBS-gegeven was de enorme stijging in het aantal miljonairs in Baarle-Nassau, een rustig grensplaatsje bij België tussen de bossen en de weilanden.

Waarom is juist dit dorpje opeens zo aantrekkelijk? Wie zijn deze miljonairs en waarom zijn ze het? Hoe is het eigenlijk voor de lokale bewoners dat hun dorp overspoeld wordt door rijken? Ik daalde af naar het diepe zuiden om antwoord te krijgen op deze vragen. Samen met fotograaf Chris Pugmire zocht ik miljonairs op plekken waar ze logischerwijs zouden moeten zitten – maar dat ging niet altijd zoals gepland.

Hier smokkel ik cash geld de grens over

Den Engel
De kaart van Baarle-Nassau ziet eruit als een vergiet. Er zijn tientallen Belgische enclaves op Nederlands grondgebied, waardoor sommige huizen zelfs half in het ene en half in het andere land staan. De vele grenzen zijn volgens de lokale VVV het unique sellingpoint van het dorp, en dus staan ze op straat aangegeven met kruisjes. De grens die dwars over de markt loopt vormt de belangrijkste toeristische attractie. Chris en ik beginnen onze zoektocht vlak naast die selfiegrens, op het terras van een brasserie die naar verluidt druk bezocht wordt door de Boalse (Baarlese) elite: Den Engel.

Hier zit ik op het terras

Om ons heen zitten oudere echtparen in pastelkleurige polo’s witte wijn weg te hakken. Ze staren elkaar gezellig aan vanachter hun grote zonnebrillen. De meest miljonairige mensen op het terras zijn twee forse mannen met achterover gekamd haar en grote klokken om hun pols. Maar als Chris een foto van ze wil maken, zwaaien ze waarschuwend met hun vingertje. Ik durf ze niet lastig te vallen met de vraag waar al die miljonairs ineens vandaan komen.

Ik vraag aan een oudere vrouw of zij iets gemerkt heeft van de enorme toestroom aan miljonairs. De vrouw blijkt net als wij een toerist, maar weet me toch het één en ander te vertellen. “Er kwamen altijd veel rijke Nederlanders naar de Belgische grens, voor belastingvoordelen. Maar die voordelen zijn er nu bijna niet meer. Miljonairs moet je vooral zoeken in het buitengebied, verderop is een villawijk. Ga maar eens langs, en vraag hoe je ook zo rijk kan worden. Vinden ze vast leuk.” Dan valt er een schaduw over haar gezicht: “Tussen jou en mij, het zal wel iets met drugs te maken hebben…”

Het is op zich niet heel gek dat de pensionada dit denkt. Meestal komt Baarle namelijk niet in het nieuws vanwege de miljonairs, maar vanwege opgerolde drugslaboratoria of vondsten van amfetamine-afval. De lokale commissaris van de koningin omschreef het Brabantse platteland zelfs als een “luilekkerland voor criminelen”. Eén en één is twee, zou je denken, maar hier in het zonnetje op het terras is de onderwereld ver weg en lijken de miljonairs hoogstens wat cameraschuw. Misschien zijn ze in de vertrouwde omgeving van hun eigen villa’s wat meer benaderbaar.

Krasloten
Om bij de villawijk te komen moet je door een winkelstraat met vooral vuurwerkwinkels en tabakszaken. Voor eentje ervan staat een reclamebord van de loterij dat miljoenenprijzen belooft, en ik bedenk me dat er hier misschien gewoon veel geluk in de lucht hangt. Ik koop een kraslot om het uit te proberen. Ik vraag de verkoper hoe het nou precies zit met al die rijken hier. De verkoper moet lachen, en is er erg blasé over. “Je bent al snel miljonair hè? Bij het CBS kijken ze naar vermogen, dus als je een huis hebt van een halve ton, een dure auto en een appartementje, dan ben je er al.”

Niks gewonnen
Interessant winkelconcept: Vuurwerk en Thaise massages

Een semi-discrete villawijk
In de nieuwbouw-villawijk zijn de huizen exorbitant op een bescheiden manier: klein, vrijstaand, strak, Tesla voor de deur. Ik vraag een oudere heer in een overhemd van McGregor wat er aan de hand is hier. Het blijkt dat ook hij het nieuws heeft gevolgd: “Baarle-Nassau is van plaats 133 naar plaats 33 gegaan op de ranglijst van de meeste miljonairs. Maar waar ze wonen… ik zou het niet weten,” bekent hij.

Een duur huis in de villawijk

Kringloopwinkel vol miljonairsspullen
Middenin de villawijk is een kringloopwinkel. Als er hier veel nieuwe miljonairs zijn komen wonen, zullen er in de kringloopwinkel vast allerlei designmeubelen staan die toch niet helemaal goed bij de nieuwe gordijnen pasten.

We worden welkom geheten door Connie. Ze draagt een groen shirt met bijpassende bril (met Chanel-logo). “Ja, we hebben hier een heleboel spullen van miljonairs,” zegt ze. “Deze tafel bijvoorbeeld, dit kristallen glaasje en die bank daar, die stond in de hal bij een miljonair. Maar ze komen hier ook om spullen te kopen hoor, want miljonairs houden van snuffelen.” Ze laat haar stem zakken naar fluistervolume. “Miljonairs dingen vaak het hardste af.” Nadat ze ons uitgebreid heeft rondgeleid door de winkel gaat Connie wat andere klanten helpen.

Connie bij de miljonairsglazen

Ik vraag aan een klant wie de bekendste miljonair is van Boal. “Jan* natuurlijk. Hij heeft drie horecazaken aan de Singel, in het centrum. Er wordt in het dorp al gegrapt dat ze die straat maar moeten omdopen tot zijn naam. Hij zal vanavond wel in de rookruimte van Den Engel zitten.”

De naam Jan hebben we tijdens onze omzwervingen door Baarle-Nassau vaker gehoord. Eerder hoorden we van een passant dat hij “niet helemaal netjes aan zijn centen is gekomen,” maar dat kunnen ook jaloerse dorpsroddels zijn. We besluiten vanavond terug te gaan naar Den Engel om de mysterieuze horecahertog van Baarle te ontmoeten.

Voor nu zoeken we nog even verder naar miljonairs in de nieuwbouw-villawijk. Een blonde moeder die rondloopt met verfblikken is geen miljonair (“anders zou ik toch niet zelf gaan sauzen?”). Ze verwijst ons door naar de Nassaulaan en fluistert ons wat namen van Quote-genoteerden toe. “Maar niet zeggen dat je het van mij hebt!”

Een minder bescheiden huis aan de Nassaulaan.
Snuffelen is echt een ding in omgeving Baarle.

Een geheimzinnige caravan
Even later scheuren we met de auto over de Nassaulaan, een lange straat die Baarle-Nassau met het Belgische zusterdorp Baarle-Hertog verbindt. Daar zien we inderdaad exorbitante villa’s, maar het ziet er niet uit alsof we welkom zijn. Er staan grote hekken omheen, en de miljonairs hebben waakhonden.

We stoppen op een willekeurige plek bij het bos omdat Chris moet plassen. “Let ook even op of je nog wat drugsafval ziet liggen!” grap ik tegen hem. Maar als hij terugkomt heeft hij iets gevonden, want diep in het bos is een caravan verstopt. Iedereen die weleens een aflevering Breaking Bad heeft gekeken weet wat dat betekent: mobiele drugslabs. En mobiele drugslabs betekent natuurlijk een stijging van het aantal miljonairs.

Ik klim voorzichtig over de boomwortels tot ik bij de caravan ben. Met kloppend hart morrel ik aan het deurtje. Je weet nooit of er op dit moment een miljonair meth staat te brouwen op een Campingaz-pit.

Het deurtje gaat open…

Er is niemand in de caravan, zelfs de spinnenwebben zijn verlaten. Er staat wel een zak met brokkelig wit poeder. Geen cocaïne, eerder gips. Een beetje vreemd wel, maar het mysterie van de Baarlese miljonairs blijft vooralsnog onopgelost. Misschien zijn ze wel allemaal op de golfbaan.

Golfbaan
Eén van de dichtstbijzijnde golfbanen ligt in het buitengebied van Goirle. Het is overduidelijk dat dit niet zomaar een plebsbaantje is – het is luxe. Volgens de uitbaatster die ons tegemoetkomt in de gang, zijn er geen nieuwe miljonairs uit Baarle-Nassau op de club gekomen. Ze wekt de indruk dat ze het ook niet zou vertellen als het wel het geval zou zijn. Ze stuurt ons weg. “Ik wil hier helemaal niks mee te maken hebben.”

Ook op de baan zelf vinden we niemand die ons te woord wil staan. We gaan maar weer eens. Als we ontgoocheld van de parkeerplaats afdraaien worden we klemgereden door een grote terreinwagen. Er springt een spierbonk met een camouflage-shirt aan uit de jeep. Aan zijn riem bungelen een portofoon en een pistool. Busted.

“Politie,” zegt de militaire boswachter. “Wij zitten al de hele dag achter iemand aan. Mag ik jullie legitimatiebewijzen?” Ik begin ineens te twijfelen aan de legaliteit van alles wat we gedaan hebben vandaag. Miljonairs zoeken, onbevoegd rondlopen op een golfbaan, inbreken in caravans. Misschien zijn de straffen hier strenger om de miljonairs te beschermen tegen paupers zoals wij, bedenk ik me.

Er is nu ook een agente in uniform bij komen staan. “Zoeken jullie journalisten?” vraag ik haar. “Wij zoeken geen journalisten, we zoeken verdachte personen die hier niet thuishoren,” zegt ze nors. Aan dat signalement voldoen we zeker, en terwijl ze de foto’s die Chris heeft gemaakt inspecteert, denk ik opeens aan de geinige kiekjes die we hebben gemaakt bij de vermeende drugscaravan in het bos. Dit kan nog wel eens een moeilijk verhaal worden.

In handen van de politie is deze foto minder grappig

Gelukkig moet ze eerst door alle andere vrolijke, niet-verdachte foto’s heen scrollen. “Waarom zijn jullie in de kringloopwinkel naar miljonairs gaan zoeken?” zucht ze met weggedraaide ogen, meer omdat ze ons druiloren vindt dan een serieuze bedreiging. Ze geeft ons de camera terug. “Mag ik nog even in de kofferbak kijken?” De agente is teleurgesteld: ze weet dat ze haar tijd heeft lopen verdoen. De stoere ranger lijkt eerder opgelucht dat hij niet in een heftig vuurgevecht verzeild geraakt is.

Een stiekem gemaakte foto van de ranger en de agente die onze identiteitsbewijzen controleren

Het politie-oponthoud duurt langer dan we hadden gedacht, omdat we er na het wegrijden achterkomen dat we onze identiteitsbewijzen niet hebben teruggekregen. De medewerkers van de golfbaan zijn nu wel behulpzaam, en bellen de politie. De agenten komen terug samen met een paar andere agenten, maar hebben geen flauw idee waar onze id's heen zijn. "Ze zullen wel van het dak van de auto afgegleden zijn."

Terwijl de politie naar criminelen moet zoeken, en wij naar miljonairs, staan we nu dus met zijn allen de struiken uit te kammen op zoek naar de kwijtgeraakte identiteitsbewijzen. We vinden ze uiteindelijk niet, en doen aangifte tegen de politie bij de andere agenten die ter plaatste zijn gekomen.

Het lijkt allemaal een beetje knullig, en dat is het ook. Maar de angstige reactie van de uitbaatster van de golfbaan en het gestreste enthousiasme waarmee de gemilitariseerde boswachter bovenop ons dook, zegt wel wat over de staat van paraatheid hier in de grensstreek. Ik werd nooit eerder bijna gearresteerd voor het stellen van wat domme vragen (en dat zegt wat, want het is mijn werk).

Een duur huis in aanbouw

Op audiëntie bij de Horeca-hertog van Baarle-Nassau
We zitten inmiddels weer in Den Engel, want we hebben honger en hier zou Jan zijn. Vanaf ons tafeltje kunnen we de rookruimte in de gaten houden. Er zitten vier grote, dominant bewegende schimmen verscholen achter blauwe nevel. Dat moet de mannentafel van de miljonair zijn. De serveerster die onze mosselen komt brengen herkent ons nog van vanmiddag, en vraagt of we nog miljonairs hebben gevonden. “Nee, nog niet. Maar ken je toevallig… Jan?” vraag ik casual. Vanbinnen ben ik bloednerveus.

“Ja hoor, die zit daar. Ik wist niet eens dat hij miljonair was!” Ze wijst naar de glazen deuren van de rookruimte, die net open gaan. Het rookgordijn trekt op. Daar zit hij.

Het is dezelfde man die vanmiddag met zijn vingertje wees toen Chris een foto wilde maken.

“Jan?” zegt de man die Jan zou moeten zijn. “Die is net weg, hij zit veel in Zwitserland de laatste tijd.” Wat? Zit hij nu glashard te ontkennen dat hij zichzelf is? “Hoe vinden jullie het dat er zoveel nieuwe miljonairs bij zijn gekomen?” probeer ik. Die vraag wordt doorgespeeld aan zijn vrienden. Een man met een snor zit alleen maar hysterisch te lachen en een andere man met een baard zegt streng: “Je komt hier wel middenin onze vergadering vallen, hoor.”

Ik voel me een kitten die door tieners als een voetbal wordt overgespeeld, maar de realiteit is dat ik op dit moment een matige journalist ben die met zich laat sollen door wat mannen in een kroeg. “Jan?!?!” smeek ik nog. “Je bént toch miljonair?” Jan, of wie hij dan ook is, deelt de genadeschop uit: “Ik spreek alleen in het bijzijn van mijn advocaat.” We druipen af.

Een duur huis met een heel groot hek ervoor. Typisch

Afzakkertje bij Disco Nel
Onze laatste hoop om iemand te vinden die met ons wil praten is de bekendste kroeg van Baarle-Nassau: Nova. De kroeg wordt al decennia gerund door de negentigjarige Disco Nel. Als er iemand is die antwoorden heeft, dan is zij het wel. “Hey Disco Nel! Hebt u gemerkt dat er hier ineens veel nieuwe miljonairs zijn komen wonen?” roep ik bij binnenkomst (ik begin een beetje ongeduldig te worden, ja). De vijf biljartende stamgasten kijken verstoord op. “Ik kan niet in iemands portemonnee kijken hè?” zegt Nel bars. En nee, ze verkoopt niet ineens veel meer champagne. Eén van de biljarters oppert dat ik misschien maar eens in Japan naar miljonairs moet gaan zoeken, omdat de yen laag staat. De collega-barman van Nel wordt ook een beetje kribbig. “Andermans geld, daar moet je je niet mee bemoeien. Misschien dat jullie dat in het noorden wel doen. Maar hier doen we dat niet.”

Het is me eindelijk duidelijk waarom miljonairs hun toevlucht hier zoeken. Niet per se voor de belastingvoordelen, of voor de Belgische enclaves. Ze komen vooral voor de manier waarop hier juist níet over geld wordt gepraat. Veel lokale bewoners lijken totaal ongevoelig voor de rijkdom van de buren, of ze zijn er in ieder geval discreet over. Vragen over geld zijn hier nog ouderwets lastige vragen. Ik schaam me zelfs een beetje dat ik ze de hele dag heb lopen stellen en daarmee een grove inbreuk heb gemaakt op de lokale cultuur.

De typische grensstreek-miljonair houdt niet van pottenkijkers zoals ik, en is blij dat toeristen alleen maar selfies op de grens komen maken en daarna weer ophoepelen. En hoewel dat geheimzinnige gedoe van de rijken natuurlijk juist nieuwsgierigheid wekt in deze transparante tijd, is blijkbaar alleen de lokale politie alert. Ikzelf houd het voorlopig ook even bij instascrollen door de profielen van miljonairs, lekker thuis in bed. Het was allemaal veel te spannend vandaag.

*De achternaam van Jan is om privacyredenen achtergehouden en bekend bij de redactie.