Food by VICE

Deze wetenschappers zochten uit hoe goor doubledippen en de 5-seconderegel zijn

Keiharde feiten over onze goorste gewoontes.

door Lauren Rothman
18 oktober 2018, 1:09pm

Foto: Getty Images Creativ Studio Heinemann

Er is een beroemde aflevering van Seinfeld die kijkers van de serie ongetwijfeld is bijgebleven. De aflevering, genaamd ‘The Implant,’ draait om de vraag of de vriendin van Jerry (gespeeld door Teri Hatcher, bekend van Desperate Housewives) nepborsten heeft of niet. Het hele borstenspektakel deed mij niet zoveel: als gigantische fan van George Costanza had ik meer interesse in de subplot waarin George naar Detroit afreist om de begrafenis van de tante van zijn vriendin bij te wonen. Het duurt niet lang voordat de sociaal nogal ongemakkelijke George in de problemen raakt bij de snacktafel als de broer van zijn vriendin hem aanvliegt omdat hij een chipje dubbeldipt. “Het is alsof je je hele mond in de dipsaus stopt!” schreeuwt hij.

Er komen wel vaker personages met smetvrees voor in de serie, bijvoorbeeld in de aflevering ‘The Apology,’ waarin Kramer vanuit zijn bad een hele maaltijd bereidt voor anderen. Ikzelf heb totaal geen angst voor bacteriën en vind het nooit een probleem om een drankje met iemand te delen, samen aan een ijsje te likken of met z’n allen onze snacks te dubbeldippen. Toch denk ik dat het misschien tijd is om die gewoonten te veranderen. Ik sprak namelijk met voedselwetenschapper Paul Dawson, die samen met Brian Sheldon het nieuwe boek Did You Just Eat That? Two Scientists Explore Double-Dipping, the Five-Second Rule, and other Food Myths in the Lab schreef.

Dawson en Sheldon, die respectievelijk aan de Clemson University en de North Carolina State University werken, trokken met flink wat voedselmythes het laboratorium in. Daar zochten ze uit of bacteriën inderdaad pas na vijf seconden van de vloer op je eten springen en of het balletje tijdens beerpong daadwerkelijk wordt gedesinfecteerd door de alcohol.

Het zal je misschien niet verrassen, maar deze eetgewoonten (die Constanza ongetwijfeld zou omarmen) zijn een stuk viezer dan we onszelf voorhouden. Ze kunnen een behoorlijke hoeveelheid bacteriën overdragen en zelfs verschillende nare ziektes verspreiden.

Dawson vertelt MUNCHIES dat het idee voor het nieuwe boek al een hele tijd terug ontstond, toen voedselwetenschapper en New York Times-columnist Harold McGee in 2007 een artikel schreef over het onderzoek dat Dawson naar de ‘vijfsecondenregel’ deed. In zijn onderzoek aan de Clemson University werden stukjes brood en ham vijf seconden aan een oppervlak met salmonella blootgesteld. Wat bleek: zelfs in deze korte tijd kwamen er meetbare hoeveelheden bacteriën op het eten terecht, en deze aantallen namen rap toe als het contact een minuut duurde. Het artikel kreeg veel aandacht, waarna Dawson en Sheldon besloten om hun onderzoek uit te breiden met andere weinig onderzochte eetgewoonten.

We spraken met Dawson over de dagelijkse dingen die een stuk ranziger zijn dan je ooit had gedacht.

MUNCHIES: Hoi Paul. Laten we beginnen met dubbeldippen: waarom is dat zo’n probleem?Paul Dawson: Het belangrijkste dat we zagen is dat er bacteriën worden uitgewisseld als mensen dubbeldippen. Het is moeilijk te zeggen hoeveel mensen er daadwerkelijk ziek door zijn geworden, maar ik durf te wedden dat het absoluut gebeurt. Als je op een feestje bent waar een ziek iemand is en jij bent later ineens ook ziek, dan snap je denk ik wel wat er waarschijnlijk gebeurd is.

En de vijfsecondenregel dan? Is een kortere tijd op de grond wel acceptabel, of springen de bacteriën meteen over?
Vrijwel meteen. Bacteriën hoeven niet te springen, ze maken simpelweg contact met het oppervlak. Er zijn hier talloze onderzoeken naar gedaan en sommige hiervan zeggen: “Nou, als je het binnen 30 seconden opeet, maakt het niet uit.” Het klopt inderdaad dat het aantal bacteriën toeneemt naarmate de tijd verstrijkt. Maar ook al zitten er verschillen tussen 5 en 60 seconden, er toch vindt nog steeds een onmiddellijke overdracht plaats.

De vraag is dus vooral of dat nu echt zo’n groot probleem is. In dat geval zou ik zeggen: niet echt. De meeste oppervlakken bevatten namelijk helemaal geen ziekmakende bacteriën. Aan de andere kant moet je je er wel bewust van zijn dat áls ze er zijn, ze worden overgedragen. Je moet het een beetje vergelijken met de keuze of je een gordel draagt of niet. Misschien heb je nog nooit in je leven een gordel gedragen, maar heb je ook nog nooit een ongeluk gehad. Maar als je wel een keer in een ongeluk terechtkomt, had je beter wel een gordel kunnen dragen. Hetzelfde geldt voor de keuze om geen dingen te eten dat op de grond is gevallen.

Hoe zit het met beerpong? Kunnen we dit spel voortaan beter vermijden op feestjes?
Om daarachter te komen, gingen we op bezoek bij jongeren die het spel speelden. Het was niet zo lastig om ze te vinden, aangezien het de introductieweek was op de Clemson University. We vonden grote hoeveelheden bacteriën op een aantal pingpongballen, maar het probleem met zulke steekproeven is natuurlijk dat de objecten willekeurig worden uitgekozen. Daarom keken we zowel naar de minimale als de maximale hoeveelheid bacteriën. Op één pingpongbal vonden we op een gegeven moment wel 3 miljoen bacteriën. Die bal werd gebruikt bij een potje beerpong dat buiten werd gespeeld.

Als je tijdens beerpong verliest, moet je bier drinken. Van al dat bier moet je plassen, maar misschien was je je handen daarna niet. Vervolgens ga je weer terug naar de pingpongtafel en speel je nog een potje. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel van bacteriën die van de bal naar het bier gaan, vervolgens naar iemands handen, en uiteindelijk weer terugkomen in het bier.

De studenten noemen dit de Pong Flu, oftewel de pongverkoudheid. Na wat beerpongwedstrijden worden er namelijk altijd mensen ziek. Ze weten alleen niet of dat nu komt door de hoeveelheid alcohol of de berg bacteriën die daar in zat.

beer pong
Photo: Getty Images/Inuk Studio

Stuitten jullie tijdens het onderzoek op verrassende resultaten? Bijvoorbeeld bij dingen waarvan je dacht dat het geen kwaad kon, maar die toch behoorlijk vies bleken te zijn?
Ja, het uitblazen van verjaardagskaarsjes bijvoorbeeld. In een aantal gevallen vonden we behoorlijk wat bacteriën. Ik kwam er toen ik eerder onderzoek las achter dat deze bacteriën zelfs bij een normaal gesprek al uit monden vliegen. Zo zijn er enkele onderzoeken gedaan waarbij mensen met tuberculose of griep in een bepaalde ruimte komen en als ze hoesten of alleen al ademen, neemt het aantal besmettelijke deeltjes in de lucht toe.

Dus dit is allemaal hartstikke slecht voor ons? Ik dacht dat het binnenkrijgen van bacteriën je immuunsysteem op peil houdt.
In die ‘hygiënehypothese’ zit zeker een kern van waarheid. In de VS en veel andere ontwikkelde landen zien we een afname van infectieziekten, maar een toename van auto-immuunziekten en allergieën. Er is een theorie die stelt dat het hier zo schoon is (wat dus betekent dat we amper worden blootgesteld aan bacteriën) dat het lichaam het verschil niet leert tussen schadelijke stoffen en stoffen die dat niet zijn. Hierdoor ontstaan er allerlei auto-immuunziekten in onze lichamen.

Het is zonder twijfel goed om op jonge leeftijd af en toe in aanraking te komen met bacteriën, doordat het je op een bepaald niveau helpt om een sterk immuunsysteem te ontwikkelen. Toch reageer ik als mensen dat zeggen vaak met “Ja, maar…” We weten namelijk ook dat bacteriën problemen als astma kunnen verergeren en andere gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken. Beide kanten hebben een goed punt, maar om aan de veilige kant te blijven denk ik dat het goed is om dingen te vermijden die je immuunsysteem kunnen overbelasten. Ik weet namelijk niet of die dingen het risico echt waard zijn.

Dank je, Paul!

Volg MUNCHIES op Facebook, Instagram en Flipboard.