dwang
Gwen van der Zwan
gezondheid

We spraken mensen met agressieve en seksuele dwanggedachten

“Ik zie weleens voor me hoe ik een baby tegen de muur kapotgooi.”
25.3.19

Dwanggedachten zijn gedachten of beelden die je onrustig maken en die steeds weer terug komen. Vaak gaan ze over iets dat ongepast of een taboe is, zoals seksuele gedachten met betrekking tot familieleden of dieren, het verwonden of vermoorden van een geliefde of godslastering.

Ik heb inmiddels al een jaar of tien seksuele en agressieve dwanggedachten. Ze ontstonden in de tijd dat ik als bijbaantje op kleine kinderen paste, waaronder een baby. Tijdens deze oppasdagen had ik voortdurend intrusies over het wurgen, doodtrappen of van het balkon gooien van een van de kinderen.

Advertentie

Mijn seksuele dwanggedachten ontstonden in dezelfde tijd en gingen vooral over mijn ouders. Als ik een gesprek met mijn vader voerde, bleef mijn geest maar voorstellingen creëren waarin ik hem bij zijn geslachtsdeel pakte, en bij mijn moeder flitste voortdurend het idee door mijn hoofd om haar intens te gaan tongzoenen. Ik werd hier – zoals de meeste mensen met dwanggedachten – behoorlijk bang van. Ik vroeg me af of er iets ernstig mis met me was, en of ik misschien echt zulke dingen wilde doen.

Nadat ik een aantal sessies bij een psycholoog had gehad en een paar interessante boeken over dwanggedachten had gelezen (White Bears and Other Unwanted Thoughts van Daniel Wegner is bijvoorbeeld een echte aanrader) namen mijn angsten af en had ik er minder last van. Ik leerde dat bijna iedereen weleens vreemde dingen denkt, en we onze gedachten nou eenmaal niet altijd onder controle hebben.

De meeste mensen maken zich daar alleen niet zo druk om, waardoor die gedachten zo weer vervliegen. Maar sommige mensen – zoals ik dus – schrikken er zo erg van dat ze die gedachten scherp in de gaten gaan houden, en ze daarmee juist belangrijk maken. Daardoor kom je in een vicieuze cirkel terecht: je wilt je gedachten onderdrukken, en juist daardoor blijf je er onbewust mee bezig, en worden ze sterker.

Dwanggedachten zijn niet hetzelfde als dwanghandelingen, zoals smetvrees, of de neiging om eindeloos te dubbelchecken of je het gas wel echt hebt dichtgedraaid. Het kan wel met elkaar gepaard gaan, maar dat hoeft niet – bij mijzelf was dat bijvoorbeeld niet het geval. Beide vallen onder de obsessieve-compulsieve stoornis (OCS), waar in Nederland naar schatting zo’n 200.000 mensen last van hebben.

Advertentie

Ik sprak een aantal mensen die ook agressieve en seksuele dwanggedachten hebben, en vroeg ze hoe deze zijn ontstaan en hoe ze ermee omgaan.

Bert*, 21

Tonic: Hoi Bert*, wat voor dwanggedachten heb jij vooral?
Mijn dwanggedachten gaan meestal over iets heel naars doen bij een heel lief iemand. Het flitst bijvoorbeeld altijd door mijn hoofd om mijn vriendin voor de trein te duwen, als de mogelijkheid zich aandient. Dan staan we op het perron en zie ik voor me hoe ik haar een zetje geef wanneer er een trein langsrijdt. Ook heb ik regelmatig gedachten dat ik haar neersteek. Een ander persoon waar mijn dwanggedachten altijd bij getriggerd worden, is een oud vrouwtje waar mijn familie bevriend mee is. Ik voel vaak een soort neiging om haar met een scherp voorwerp in het achterhoofd te steken.

"Maar ook als een schattig klein kind me bijvoorbeeld trots een tekening laat zien, schiet het door mijn hoofd om heel hard te gaan schreeuwen."

Dat zijn best specifieke dingen.
Ja, in mijn dwanggedachten maak ik vaak iemand dood. Bij mensen die heel netjes en strak georganiseerd zijn heb ik ook vaak dat ik ze wil uitschelden. Er zit bij college bijvoorbeeld vaak een meisje naast me dat aantekeningen maakt in een net schrift, waarin ze zinnen markeert en lijntjes onder bepaalde woorden zet. Dan krijg ik de ongepaste neiging om dingen te gaan roepen als: “KUTHOER, KRIJG DE TERING!” Maar ook als een schattig klein kind me bijvoorbeeld trots een tekening laat zien, schiet het door mijn hoofd om heel hard te gaan schreeuwen.

Heb je zoiets echt een keer gedaan?
Nee. Het lijkt me verschrikkelijk en heel erg ongepast en ik ben erg bang voor die gedachten. Mijn grootste angst is juist dat mijn geliefden iets overkomt. Vaak probeer ik dit soort gedachten daarom te compenseren door bijvoorbeeld mijn vriendin kusjes te geven of een reep chocolade.

Advertentie

Weten mensen in je omgeving dat je dit soort gedachten hebt?
Een paar mensen weten het, waaronder mijn vriendin. Ik spreek het niet altijd uit als ik er last van heb, maar ik benoem het wel regelmatig. Soms maak ik er ook gewoon een grapje van, en zeg ik iets van: “Hé, zal ik je voor de trein duwen?”

En wat zegt je vriendin dan?
Mijn vriendin vindt het bizar, maar is nooit bang dat ik haar echt iets aandoe. Ze vindt het ergens ook wel grappig als ik weer eens iets absurds bedenk. De meeste mensen aan wie ik het vertel vinden het wel heel raar. Maar als ik dan uitleg dat ik het nooit echt zou doen, begrijpen ze het beter.

Riena, 35

Hoi Riena, wat voor dwanggedachten heb je?
Ik heb HOCD, dat staat voor homoseksuele obsessieve-compulsieve stoornis. Dat houdt in dat ik heel erg bang ben dat ik lesbisch ben en hier daarom seksuele dwanggedachten over heb. Van die seksuele dwanggedachten word ik angstig. Ik word dan zo bang om vrouwen tegen te komen dat ik hele periodes niet meer naar buiten ga en niet kan functioneren. Ik slik nu sinds een jaar voor de tweede keer Seroxat, een antidepressivum. Daardoor gaat het nu weer iets beter.

Waardoor denk je dat deze gedachten zijn ontstaan?
Bij mijn hbo-studie maatschappelijke dienstverlening zat ook een stukje psychologie, waardoor ik geconfronteerd werd met onverwerkte trauma’s. Ik kreeg last van angstaanvallen, depressies, huilbuien, angst voor vrouwen en dwanggedachten. Dat dit vooral seksuele dwanggedachten over lesbische seks waren, komt denk ik doordat ik in de horeca werkte en een paar keer lastig ben gevallen door lesbiennes. Dat was voor mij heel heftig. Daarnaast ben ik als kind geestelijk en lichamelijk mishandeld door mijn pleegvader, waardoor ik een enorm seksueel trauma heb.

"Ik ben erachter gekomen dat als je probeert je dwanggedachten te onderdrukken, ze tien keer harder terugkomen."

Kan je je nog herinneren dat je voor het eerst dwanggedachten had?
Ja. Ik had een minderwaardigheidscomplex omdat ik wat stevig was, en een meisje uit ons dorp was heel slank. Ik vond haar mooi. Doordat ik haar mooi vond, vroeg ik me opeens af of ik dan ook seks met haar wilde. Ik kreeg daar een vies gevoel van en begon helemaal te trillen. Ik ben toen gaan googelen op homoseksualiteit en heb allerlei testjes gedaan. Toen werd ik enorm bang om lesbisch te zijn en kreeg ik seksuele dwanggedachten.

Ben je in therapie geweest om hiermee om te leren gaan?
Ja, en daardoor ben ik erachter gekomen dat als je probeert je dwanggedachten te onderdrukken, ze tien keer harder terugkomen. Ik heb daarom het advies gekregen om ze juist op te zoeken. Als ik last heb van dwanggedachten, probeer ik ze tegenwoordig toe te laten. Ook ga ik expres naar lesbische kennissen toe. Daardoor neemt de angst iets af en durf ik de laatste tijd bijvoorbeeld weer antwoord te geven als vreemde vrouwen me op straat de weg vragen. De OCD-facebookgroep heeft me ook geholpen. Praten met lotgenoten doet me goed.

Advertentie

Michiel, 40

Hoi Michiel, wat voor dwanggedachten heb jij?
Ik zie mijn dwanggedachten als een soort Barbapapa: ze zijn veranderlijk. Als je denkt ze onder controle te hebben, veranderen ze in een ander thema waardoor je toch weer angst voelt. Ik heb zowel godslasterlijke, seksuele als agressieve dwanggedachten gehad. Echt alles is voorbijgekomen.

Wanneer is het begonnen?
Als kind had ik smetvrees. Ik was extreem bang om anderen ergens mee te besmetten en waste compulsief mijn handen. Eerst met zeep, later met schuurmiddel, chloor en spiritus. Ik heb mijn handen zelfs in de fik gestoken boven het gasfornuis. Toen ik ouder werd, heb ik een periode een extreme angst gehad om met hiv besmet te raken en er vervolgens iemand anders mee te besmetten.

"Ik durfde geen scherpe voorwerpen in de buurt van mijn vriendin of andere mensen te hebben."

En wanneer ontstonden de dwanggedachten?
Op een dag vertelde ik een collega dat ik een vriendin had. Hij zei toen: "Goh, ik dacht dat je homo was." Dat was het begin van de dwanggedachten over homoseksualiteit. Als ik naar mannen keek, was ik alleen maar bezig om mijn lichaam te controleren, om te kijken of ik opgewonden raakte, en maakte ik allerlei voorstellingen over homoseksuele seks. In dezelfde tijd ontstonden er ook agressieve dwanggedachten over messen. Daarom durfde ik geen scherpe voorwerpen in de buurt van mijn vriendin of andere mensen te hebben.

Waarom heb je deze dwanggedachten, denk je?
Uiteindelijk zijn al deze dwanggedachten terug te leiden naar dezelfde angst: ik ben bang om alleen achter te blijven. Als ik anderen besmet met een ziekte en zij daardoor overlijden, raak ik ze kwijt. Als ik homoseksueel blijk te zijn, raak ik mijn vrouw kwijt. Als ik een geliefde neersteek idem dito.

Advertentie

Dus juist omdat je dit soort dingen niet wilt denken, denk je ze?
Ja, zoals het effect van de roze olifant. Probeer maar eens niet aan een roze olifant te denken – dan zie je er juist meteen een voor je. Gelukkig voel ik me tegenwoordig wel minder angstig.

Hoe komt dat, denk je?
Wat belangrijk is, is dat ik tegenwoordig op een positieve manier bezig ben met mijn dwangstoornis. Ik ben directeur van een stichting die Out of the Box TV heet, en als doel heeft om psychische kwetsbaarheid uit de taboesfeer te halen. Hierdoor spreek ik ook zelf veel mensen met soortgelijke problemen en voel ik me beter. Een beetje alsof je bij de AA loopt. Zolang je omgaat met mensen die dezelfde problemen hebben, zit je in een veilige haven. Je zit niet meer in je eentje midden in de storm. Maar de allerbelangrijkste reden dat ik niet meer angstig ben, is uiteindelijk dat ik mijn gedachten niet meer wegdruk.

Hoe pak je dat aan in de praktijk, je gedachten niet wegdrukken?
Als er een dwanggedachte door mijn hoofd schiet, maak ik de gedachte tegenwoordig af in plaats van hem af te breken. Ik zoek het juist op. Ik schrijf de gedachte die me bang maakt tien keer op en lees hem honderd keer voor aan mezelf. Zo kijk je je angst in de ogen en ontstaat er gewenning. Daarnaast slik ik ook antidepressiva die mij is voorgeschreven, Lexapro en Wellbutrin. Doordat ik nu om kan gaan met mijn dwanggedachten en medicatie gebruik, heb ik een mooi leven.

Advertentie

Kees*, 26

"Ik weet echt wel dat ik niet zomaar een baby zou vermoorden."

Wat voor dwanggedachten heb jij zoal?
Ik zie weleens voor me hoe ik een baby tegen de muur kapotgooi en hoe mensen daarop zouden reageren. Mijn dwanggedachten gaan altijd over de reacties van mensen, nadat ik iets schokkends doe. Zoals dat ik een baby uit een kinderwagen pak en ermee weg ren, opeens iemand in zijn gezicht stomp of neersteek. Als ik bij mijn vriendin aan het eten ben en haar oma er ook is, vraag ik me af hoe mensen zouden reageren als ik mijn middelvinger opeens naar die oma zou opsteken. Dat soort dingen.

Heb je elke dag dwanggedachten?
Nee, niet elke dag. Alhoewel, als ik met de auto naar huis rijd, fantaseer ik wel altijd even hoe het zou zijn om iemand te scheppen.

Word je er weleens bang van?
Nee, dat valt mee. Ik heb ook geen hulp gezocht. De psycholoog van mijn zus heeft wel gezegd dat het echt dwanggedachten zijn. Ik kan me goed voorstellen dat mensen dit soort gedachten eng vinden, omdat ze bang zijn dat het iets zegt over henzelf. Maar ik weet echt wel dat ik niet zomaar een baby zou vermoorden.

Hoe zijn de gedachten ontstaan?
Ik heb geen idee, want ik heb ze al zolang ik me kan herinneren. Van kleins af aan.


Je zus en haar psycholoog weten er dus van. Ben je er open over naar je directe omgeving?
Ja, zij weten ook dat ik zoiets niet echt zou doen. Het is wel zo dat sommige vrienden van me, die kinderen hebben, liever niet hebben dat ik op kom passen. Ze zijn dol op mij en mijn vreemde kijk op de wereld, maar willen me liever niet alleen laten met hun kinderen. Niet omdat ze denken dat ik hun kinderen echt zal vermoorden, maar omdat ze liever een oppas hebben die iets normaler is. Maar dat vind ik niet zo erg, want ik houd toch niet van kinderen.