Noa Pothoven is klaar met het leven, maar weet toch anderen te inspireren

Ze schreef een indringend boek over haar seksuele mishandeling, anorexia en suïcidepogingen, dat zelfs tot Kamervragen heeft geleid.

|
21 maart 2019, 2:03pm

Noa Pothoven

Update op 5 juni 2019: Noa Pothoven is op zondag 2 juni overleden. Op haar social media schreef ze: "Na jaren strijden en vechten is het op. Ik ben nu een tijdje gestopt met eten en drinken, en na veel gesprekken en beoordelingen is er besloten dat ik word losgelaten omdat mijn lijden ondragelijk is." Noa werd 17 jaar.

Denk jij aan zelfdoding? Of ken jij iemand die aan zelfdoding denkt? Neem contact op met 113 Online of bel 0900-0113.

Op elfjarige en twaalfjarige leeftijd werd Noa Pothoven (17) uit Arnhem aangerand, en op haar veertiende werd ze verkracht. Als gevolg daarvan ontwikkelde ze een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en anorexia, kreeg ze last van zware depressies en deed ze aan zelfbeschadiging. Ze is 21 keer opgenomen, meerdere keren omdat ze een poging had gedaan zichzelf van het leven te beroven, of in een psychose was beland. Op dit moment woont Noa weer thuis, bij haar ouders, zusje en broertje.

Afgelopen november publiceerde ze haar biografie Winnen of leren, die veel aandacht kreeg en recent zelfs tot Kamervragen over de jeugdhulpverlening leidde. Voor dat boek werd ze ook genomineerd voor zowel de vakjuryprijs als de publieksprijs van uitgeverij Boekscout, waarvan morgen de uitreiking is.

Ik sprak Noa thuis over hoe haar boek tot stand is gekomen, misstanden in de jeugdzorg en wat alle aandacht met haar heeft gedaan. Zittend op haar bed in haar slaapkamer vertelt ze, soms moeizaam, haar verhaal.

Tonic: Hey Noa, wat wilde je bereiken door dit boek te schrijven?

Noa Pothoven: Het begon als dagboek, want ik vind het makkelijker om te schrijven over mijn gevoelens dan erover te praten. Iedere dag schreef ik op hoe het met mij ging. Over mijn trucjes om onder maaltijden uit te komen, of hoe vreselijk ik me voelde als ik in de spiegel keek. Ik beschreef de lange nachten in de isoleercel, de eenzaamheid, pijn, wanhoop. Mijn suïcidepogingen. En die ene gebeurtenis, waarmee dit alles begon. Toen mijn eerste therapeut het las, zei ze dat het haar hielp om te begrijpen waarom ik doe wat ik doe en waarom ik mij voel zoals ik mij voel.

Terwijl ik opgenomen was, herschreef ik mijn verhaal met de bedoeling het uit te geven. Soms zat ik op gesloten afdelingen waar ik geen laptop mocht hebben. Dan schreef ik in boekjes, om dat later uit te typen. Op internet ging ik op zoek naar een uitgeverij en toen medewerkers van Boekscout mijn boek lazen, kreeg ik direct positieve reacties. Dat had ik echt niet verwacht. Ik was bang dat ik nare reacties zou krijgen, bijvoorbeeld van mensen die me een aandachtzoeker zouden vinden. Maar dat is gelukkig niet gebeurd.

Waar hoopte je wel op na de publicatie van het boek?

Ik vind het belangrijk om stigma’s te doorbreken, zeker bij mensen die de hulpverlening in willen. Mensen denken bijvoorbeeld vaak dat je graatmager bent als je anorexia hebt. Dat is niet zo, want anorexia zit in je hoofd. Ook gaat het niet ineens beter met je als je aangekomen bent. Ik heb een jaar lang sondevoeding gehad, en ik ben in coma gebracht om aan te komen. Sinds een tijdje is mijn gewicht oké, maar ik vind het heel moeilijk om dit gewicht te hebben. Mijn artsen betwijfelen of ik ooit kan genezen van de anorexia. Want welk gewicht ik ook heb, ik blijf mezelf te dik vinden. En dat is al jaren zo.

Welke impact heeft je boek tot nu toe gehad?

Door mijn boek worden er opnieuw vragen gesteld over de manier waarop de jeugdhulpverlening is ingericht. Binnenkort ga ik bijvoorbeeld praten met een kinderrechter die mijn boek heeft gelezen; als je gedwongen opgenomen dreigt te worden, beslist de kinderrechter daar namelijk over. Als jongere heb je dan ook een advocaat, die jouw belangen behartigt. De zittingen in de rechtszaal hebben enorm veel indruk op mij gemaakt. Ik zat daar alsof ik een crimineel was, terwijl ik nog nooit een snoepje heb gestolen. Wat mij betreft horen depressieve jongeren niet in een rechtszaal te komen.

Een paar weken geleden is Tweede Kamerlid Lisa Westerveld bij mij thuis geweest om mijn verhaal te horen. Ik heb wel twee tot drie uur met haar gepraat, zij is echt een lieve vrouw. Ze heeft mijn verhaal gebruikt om Kamervragen te stellen, omdat depressieve jongeren vaak lang moeten wachten op hulp. Maar of dat iets gaat veranderen, weet ik niet. Er is al zoveel gepraat over de jeugdhulpverlening en iedereen vindt dat er iets moet gebeuren. Maar er gebeurt niets.

Wat heeft dit allemaal vervolgens met jou gedaan?

Dat mijn boek zo goed is ontvangen, vind ik nog steeds bizar. Uitgeverij Boekscout heeft mijn boek zelfs uitgeroepen tot de beste biografie die zij in het afgelopen jaar hebben uitgegeven. Het bedrijf bestaat twaalf jaar en in al die jaren is het maar één keer eerder voorgekomen dat een auteur kans maakte op zowel de publieksprijs als de vakjuryprijs. Op 22 maart wordt bekend wie de winnaar is. Maar ik kan alsnog niet zeggen dat ikzelf blij ben met het resultaat, ik ben nooit blij met iets van mezelf.

Je boek bevat veel heftige passages. Welk gedeelte vond je het moeilijkst om op te schrijven?

Het allermoeilijkst was om te schrijven over de dag dat ik verkracht ben. Telkens zag ik de beelden weer voor me en beleefde ik het opnieuw. Die beelden spoken iedere dag en iedere nacht door mijn hoofd, die gaan niet meer weg. Ook vond ik het lastig om te schrijven over de isoleercel. Twee tot drie maanden heb ik iedere avond, nacht en ochtend in de isoleercel gezeten. In een scheurjurk, een jurk die je niet kapot kunt scheuren. Dat doen ze zodat je het kledingstuk niet in reepjes kan scheuren om jezelf er iets mee aan te doen. Privacy had ik niet, want ik werd via camera’s in de gaten gehouden. Toen ik onder de deken ging liggen, werd mij via de intercom verteld dat dat niet mocht.

Hoe zijn de reacties op zulke heftige omschrijvingen?

Ondanks het feit dat ik over een moeilijk onderwerp schrijf, heb ik gehoord dat mijn verhaal makkelijk wegleest. Ook hebben mensen laten weten dat ze zich in mijn verhaal herkennen. Dat was precies wat ik hoopte te bereiken met mijn boek. Ik wilde graag mensen inspireren, ook al zou het maar één persoon zijn. Via Instagram vragen jongeren die in een vergelijkbare situatie zitten mij om advies, vooral over hoe zij met hun littekens moeten omgaan als zij zichzelf gesneden hebben. Dat vond ik ook altijd moeilijk, ik schaamde me voor mijn littekens. Maar nu zeg ik: “Als je littekens had gekregen door een ongeluk in het verkeer, had je ze ook niet verborgen. Jij hebt eigenlijk ook een ongeluk gehad. Een ongeluk in je hoofd.”

Toen mijn boek gepubliceerd was, groeide het aantal volgers van mijn instagramaccount van een paar honderd naar een paar duizend. Van mijn boek zijn tot nu toe bijna 1500 exemplaren verkocht, en meerdere kranten hebben erover geschreven. Mijn ouders hadden al die aandacht wel verwacht, ikzelf absoluut niet. Via Instagram werd ik ook benaderd door een student sociaal werk van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, die vroeg of ik een gastles wilde geven. Dat heb ik gedaan, ook al was ik ontzettend zenuwachtig van tevoren.

Terwijl je al die aandacht krijgt, moet je ook nog gewoon behandelingen ondergaan. Hoe gaat het daarmee?

Ik krijg dagelijks zware therapieën. Binnenkort hoor ik of ik opgenomen kan worden in een kliniek waar mensen met complexe PTSS behandeld worden. Twee maanden geleden deed ik namelijk weer een suïcidepoging. Naar school gaan lukt niet, al sinds 2017 niet meer. Vanwege mijn complexe problemen ben ik vrijgesteld van de leerplicht.

Je hebt een bijzondere titel gekozen voor je boek: Winnen of leren. Is dat hoe je nu tegen de toekomst aankijkt?
Die titel komt van een mentor van een crisisafdeling waar ik een paar maanden zat. Ik heb enorme faalangst. Als het me niet lukt om af te vallen, ben ik kwaad op mezelf. Of als ik mezelf weer heb gesneden, vind ik dat ik geen goede dochter voor mijn ouders ben. Dat maakt me onzeker en verdrietig. Ik haat mezelf. Die mentor zei ooit tegen mij dat ik niet kán falen. Ik kan alleen winnen of leren van een situatie. Falen doe je alleen als je opgeeft. Iedere dag doe ik mijn best om niet op te geven. Maar of ik ooit ga genezen, kan ik niet zeggen.