Advertentie
manifesteren

De ongezonde kant van de zelfhulp-techniek ‘manifesteren’

Wensen uit proberen te laten komen door er simpelweg uitgebreid aan te denken, kan voor mensen met angststoornissen of OCS juist averechtse gevolgen hebben.

door Shayla Love
12 april 2019, 12:56pm

Javier Pardina / Stocksy

In haar zelfhulpboek You Are a Badass stelt Jen Sincero dat ze altijd de perfecte parkeerplek kan vinden. Daarvoor rijdt ze niet een uur lang rondjes over het parkeerterrein, en achtervolgt ze ook geen mensen die met hun autosleutels in hun hand lopen. Het enige wat ze doet is denken dat ze het gaat vinden, en er vol in geloven.

“De perfecte parkeerplek bestaat en is van mij,” schrijft ze. “Ik geloof erin.” En precies zoals ze voorspelt, rijdt er net iemand weg als zij langs het ideale plekje komt.

Deze techniek wordt ook wel ‘manifesteren’ genoemd – ergens zo overtuigd aan denken dat het werkelijkheid wordt. Blogs en zelfhulpboeken staan er vol mee: denk aan tips over hoe je een appartement in Parijs kan ‘manifesteren’, de ideale echtgenoot, of je droombaan. Er bestaan zelfs websites waar je een blanco cheque van ‘het universum’ kan printen. Je hoeft alleen maar een geldbedrag en datum in te vullen, en als je maar hard genoeg gelooft dat je dat geld echt hebt, zal dat bedrag vanzelf op die datum naar je toe komen.

Manifesteren zou werken volgens ‘de wet van aantrekking’, oftewel “de mogelijkheid om aan te trekken waar je in gelooft”. Naar het schijnt werd deze wet voor het eerst in 1877 genoemd in een boek van het Russische medium Helena Blavatsky, en zo’n tien jaar later opgepikt door schrijvers van de spirituele beweging New Thought. In 2006 kreeg het fenomeen een grote opleving, toen het boek The Secret uitkwam en dat dertig miljoen keer werd verkocht in vijftig talen. En al die tijd bleef die boodschap hetzelfde: als je er maar genoeg in gelooft, wordt het uiteindelijk werkelijkheid.

Deze ‘wet’ doet denken aan thought-action fusion (TAF). Deze psychologische term houdt in dat gedachten en daden aan elkaar gelinkt zijn, en je dingen kunt laten gebeuren door eraan te denken. Van TAF werd lange tijd gedacht dat het vooral voorkomt bij mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis (OCS), maar onderzoek heeft uitgewezen dat het ook gepaard kan gaan met angststoornissen.

Iemand met een sociale angststoornis kan er echt in geloven dat iemand anders hem of haar veroordeelt, puur omdat diegene daaraan denkt. En zo kan iemand met een depressie ook daadwerkelijk geloven dat het leven écht niet de moeite waard is.

In de therapiesessies die ik iedere week bezoek voor mijn angststoornis en OCS, leer ik het juist precies andersom: je gedachten zijn níet hetzelfde als de werkelijkheid. Dat ik denk dat het ergens krioelt van de bacillen, of iets gedaan heb wat niet goed genoeg is, wil niet zeggen dat het ook echt zo is. Het zijn maar gedachten, heeft mijn therapeut me geleerd, die ongecontroleerd in mijn hoofd blijven rondzweven. Ik kan ze daar gewoon laten zitten, en hoef me geen zorgen te maken dat ze uit mijn oren lekken en ik er last van krijg in mijn dagelijks leven.

Dat vertrouwde mantra – het zit alleen in m’n hoofd – staat haaks op het idee achter manifesteren: dat gedachten niet alleen belangrijk zijn, maar ook een causaal verband hebben met de werkelijkheid. Dat maakt het voor mij een naar concept, en ik denk dat heel wat mensen die in een soortgelijke situatie zitten dat ook vinden.

Thought-action fusion bestaat uit twee componenten, zegt Johanna Thompson-Hollands, universitair docent in de psychiatrie aan de Boston School of Medicine: ‘morele gelijkheid’ en ‘waarschijnlijkheid’. Bij de eerste variant is de gedachte moreel gelijk aan de bijbehorende daad – nadenken over hoe je iemand vermoord staat wat dat betreft bijvoorbeeld gelijk aan het daadwerkelijk plegen van een moord. Bij de tweede geloof je erin dat ergens aan denken de kans vergroot dat het daadwerkelijk gebeurt – net als manifesteren, dus eigenlijk.

Thought-action fusion werd voor het eerst aangetroffen bij mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis. Het viel onderzoekers op dat OCS-patiënten vaak de neiging hadden om te geloven dat een negatieve gedachte zou leiden tot een negatieve gebeurtenis. En dat leidt tot rituelen en dwanghandelingen, om dat negatieve ding te voorkomen of te omzeilen. Inmiddels weten we ook dat het voorkomt onder mensen met depressies, eetstoornissen, psychotische stoornissen en angststoornissen.

In 2014 keek Rhiannon Jones, een cognitief neurowetenschapper aan de Universiteit van Winchester in Engeland, naar de elektrische hersenactiviteit van mensen die geloofden dat hun negatieve gedachten werkelijkheid konden worden. Zo ontdekte ze dat ze meer activiteit hadden in de precuneus, een gebied dat tussen de twee hersenhelften in ligt. Hoe actiever dit gebied is, hoe waarschijnlijker het is dat iemand denkt dat negatieve gedachten tot iets naars zouden leiden. Dit deel van de hersenen wordt geassocieerd met OCS, stoornissen als schizofrenie en met cognitieve processen zoals zelfreflectie de drang om controle te hebben.

Jones was nog niet bekend met het fenomeen manifesteren voordat ik contact met haar had opgenomen. Maar nadat ze er wat onderzoek naar had gedaan, zegt ze dat ze het een zorgwekkende trend vindt. “Ik denk dat dit heel slecht kan zijn voor mensen die al last hebben van angststoornissen. Het zou zelfs symptomen kunnen aanwakkeren bij mensen die er eerst geen last van hadden.”

In een artikel op Huffington Post, 7 Steps to Manifesting Anything You Want, staat dat je het universum kan vragen je te helpen door te bidden, mediteren, visualiseren of ‘vision boards’ in elkaar te zetten. Als je je doel een keer per dag uit, zal het waarschijnlijk ook uitkomen. En als het ooit tegenzit, moet je jezelf voorhouden dat je gesteund wordt door het universum, en dat net zo vaak tegen jezelf zeggen totdat je erin gelooft.

Een tijdje terug plaatste de Amerikaanse actrice Jennifer Garner dit op Instagram:

De logica is waarschijnlijk dat als positieve gedachten werkelijkheid kunnen worden, ook negatieve gedachten dat kunnen. De oplossing is dus vrij simpel: nooit aan iets negatiefs denken!

In de praktijk zijn er amper mensen die hiertoe in staat zijn, en voor mensen met een angststoornis of depressie is het onderdrukken van negatieve gedachten al helemaal een slecht idee. “Dat heeft een paradoxaal effect; hoe meer je gedachten onderdrukt, hoe meer gedachten je juist krijgt,” zegt Jones. “Dat kan dan juist tot meer obsessieve gedachten leiden.”

In plaats van te veel macht geven aan je gedachten, kun je beter accepteren dat slechte gedachten nu eenmaal bestaan, en ze verder niet al te belangrijk maken, zeggen experts. “Hoe meer je over de negatieve dingen nadenkt, en je je ook weer slecht voelt omdat je daar weer aan denkt, hoe meer je zulke gedachten zult krijgen,” zegt Thompson-Hollands. “Je belandt al snel in een spiraal.”

Thompson-Hollands kan niet met zekerheid zeggen of manifesteren een negatief effect heeft op mensen zonder psychische problemen, maar voor mensen met een angststoornis of depressies vindt ook zij het geen goed idee. “Voor mensen die zich zorgen maken over hun gedachten, is het niet goed om alsmaar berichten te zien over ‘de kracht van onze gedachten’. Het kan hun angstgevoelens dan juist versterken.”

Het is niet erg om te geloven – of te willen geloven – dat er goede dingen staan te wachten. Sterker nog, de meeste mensen doen dit ook. Het grootste deel van de mensheid is namelijk “optimistisch vooringenomen”, zegt Tali Sharot, een professor cognitieve neurowetenschappen aan het University College in Londen. Uit haar onderzoek concludeerde ze dat mensen over het algemeen denken dat ze langer leven dan daadwerkelijk het geval is, hun kansen op het werkveld overschatten en de kans op een echtscheiding juist onderschatten.

Uit Sharots onderzoek blijkt tevens dat een juiste hoeveelheid positieve vooringenomenheid voordelige gevolgen kan hebben: angst- en stressgevoelens kunnen bijvoorbeeld afnemen. Al kan dat ook aan de effecten van een optimistische houding liggen, zoals het gegeven dat optimisten vaak een succesvollere carrière hebben en een hoger salaris. Sharot benadrukt daarnaast dat extreme optimisten juist geneigd zijn om risico’s te onderschatten, wat weer negatieve gevolgen kan hebben.

Het manifesteren van gedachten kan mensen helpen om hun doelen te verwezenlijken, al is het maar door concreet vast te stellen wat die doelen zijn. Daarmee kunnen ze bewust of onbewust hun gedrag veranderen, meer risico’s nemen, nieuwe mensen ontmoeten, wat harder gaan werken – allemaal factoren die het doel haalbaar kunnen maken.

“Het is niet zo dat de gedachte zelf tot iets leidt, het gaat meer om wat de persoon met die gedachte doet,” zegt Thomas Fergus, een professor psychologie en neurowetenschappen aan de Baylor University. “De positieve gevolgen van manifesteren zijn vooral te verklaren door de subtiele veranderingen in het gedragspatroon, waardoor ze mogelijk meer voordelen uit hun dagelijkse leven halen.”

Wat dat betreft is het geen goed idee om afwachtend te zijn, en erop te vertrouwen dat het universum je zal geven waar je om vraagt. “Het probleem van manifesteren is dat het juist niet de bedoeling is dat je je positieve gedachten omzet naar actie,” zegt Jones. “Maar dat je het juist bij die gedachten houdt.”

Manifestatie-adviseur Lacy Phillips (althans, zo noemt ze zichzelf) zei tegen de controversiële gezondheidssite Goop dat ze “geweldige dingen kon manifesteren met haar gedachten. Eerst een mooi appartement voor een lage prijs, en daarna een partner die precies bij haar past: een fotograaf met lang, golvend blond haar en een Franse moeder.” Maar ook Phillips gaf aan dat manifesteren voor haar uit méér bestaat dan positief denken. “Het ging er bij mij vooral om dat ik stevig in mijn schoenen stond en de kracht en waarde van mezelf inzag, zodat ik niet zomaar overal genoegen mee zou nemen,” zegt ze.

Dat is nogal een ander verhaal dan wat Esther Hicks schreef in Ask and It Is Given: Learning to Manifest Your Desires, uit 2004. “Het is niet jouw taak om iets te laten gebeuren – daar zijn de Universele Krachten voor bedoeld. Het is enkel aan jou om te bepalen wat je wilt.”

In de praktijk gaat het bij manifesteren niet om de gedachten zelf, maar om het feit dat er iets gebeurt dat je gedrag verandert, op een manier die voor je werkt. Je voorkomt ermee dat je angstige gedachten je dagelijks leven binnensijpelen, niet alleen door te bepalen wat je wil, maar ook door ernaar te handelen.