Drugs

Wat je moet zeggen tegen vrienden met een drugsverslaving, en wat vooral niet

We vroegen het drie Nederlanders die hun drugsverslaving overwonnen.
30.3.18
drugsverslaafde man
Foto via Pxhere.

Als je een drugsverslaafde in je directe omgeving hebt is dat vaak ongelofelijk moeilijk om mee om te gaan – of het nu om alcohol, wiet of harddrugs gaat. Het liefst zou je diegene wakker willen schudden, maar meestal lijk je niet eens tot hem of haar door te kunnen dringen; zeker als hij of zij al in een latere fase van zijn verslaving zit, en steeds meer contact met de realiteit verliest. Maar wat helpt nou eigenlijk wel, en wat totaal niet? Kun je iemand confronteren, of werkt dat averechts? Helaas bestaat er geen universele handleiding voor: middelenverslavingen komen in alle soorten en maten voor, en het ligt er ook maar net aan hoe ernstig de verslaving op dat moment is. Toch zijn er een aantal uitspraken en benaderingen die zeker wel of juist helemaal niet helpend zijn. Ik belde met een aantal herstelde verslaafden, om het hen zelf te vragen.

Wouter (30) was verslaafd aan alcohol en cocaïne. Hij is nu vier en een halve maand clean.

Ik begon op 13-jarige leeftijd met blowen en drinken, en op mijn 15e of 16e zat ik al aan de lsd en pillen. Later raakte ik verslaafd aan alcohol en coke, omdat ik me de tering verveelde en niet het idee had dat ik verder kwam in mijn leven. Ik legde de schuld daarvan altijd bij alles en iedereen, behalve bij mezelf. Ondanks mijn langdurige gebruik heb ik mijn verslavingen als functionerende verslaafde altijd geheim kunnen houden voor mijn omgeving. Het kwartje viel bij hen pas veel later. Mijn moeder zei laatst: “Je verdiende altijd geld, maar je hád eigenlijk nooit geld.” Ik was geen dagelijkse gebruiker en liet me nooit volledig gaan, maar gebruikte meestal zo’n vier of vijf dagen na elkaar en pakte dan mijn normale leven weer op. Daardoor heb ik altijd wel enig contact gehad met de realiteit gehad.

"Soms is het 't beste iemand met een verslaving volledig te laten vallen. Heel moeilijk, zelf heb ik dat ook meerdere keren moeten doen met verslaafde vrienden en kennissen."

Als mensen wél van mijn verslavingen op de hoogte waren geweest en met mij in gesprek gaan niet gewerkt zou hebben, dan hadden ze me het beste volledig kunnen laten vallen. Heel moeilijk, zelf heb ik dat ook meerdere keren moeten doen met verslaafde vrienden en kennissen. Maar het is echt nodig: diegene moet zelf inzien dat hij of zij hulp nodig heeft, en dat gaat veel makkelijker als die persoon niet meer gefaciliteerd wordt door zijn of haar directe omgeving. Zelf ben ik drie keer volledig psychisch ingestort voor ik überhaupt kon toegeven dat er een probleem was, maar ik heb het geluk gehad dat ik hoogopgeleid ben en altijd toegang heb gehad tot psychologische hulp, waardoor ik inzicht kreeg in mijn gedachtenproces.

Wat je vooral niet tegen een verslaafd iemand moet zeggen, zijn die standaard dingen die mensen met andere psychiatrische aandoeningen ook vaak te horen krijgen – want dat is wat verslaving is, een ziekte. “Doe er nou een keer wat mee, stop er gewoon mee.” “Verman jezelf.” Dat zeg je ook niet tegen iemand die depressief is, of schizofreen. Het beste is om op een normale manier te proberen het gesprek met iemand aan te gaan, en doe dat wanneer de ander nuchter is. Verslaafde mensen moeten intern een knop omzetten en voor zichzelf besluiten dat ze beter willen worden; zo gauw ze het voor iemand anders doen, gaat er op de lange termijn niets veranderen. Ik heb ook weleens te horen gekregen: “Ga je dan nooit meer drinken?” Daar kan ik natuurlijk geen antwoord op geven. Het is inderdaad de bedoeling dat ik clean blijf, maar ik probeer het dag voor dag aan te kijken. Dat is veel behapbaarder dan twintig jaar vooruit kijken. Als je een bedrijf begint, schrijf je doorgaans ook niet meteen een twintigjarenplan.

Peter (41), was onder andere verslaafd aan cocaïne, crack, alcohol, xtc en GHB. Inmiddels 9 jaar clean.

Wat in ieder geval niet werkt, is boos worden en veroordelen. Toen ik nog middenin mijn verslavingen zat, gebeurde dat eigenlijk alleen maar. Mijn broer riep iedere keer tegen me: “Stop gewoon met die rotzooi!” Ja, dat kun je wel roepen, maar het werkte alleen maar averechts: ik voelde me gepikeerd en rende vervolgens recht in de armen van mijn dealer. Ook mijn moeder reageerde vaak erg boos en verdrietig; dat vond ik twee seconden erg, en daarna ging ik gewoon weer verder met waar ik mee bezig was. Een van mijn beste vrienden heeft me na een paar jaar de rug toegekeerd. Ik was dan ook een draak als ik wat op had, dus als ik er nu op terugkijk kan ik hem dat absoluut niet kwalijk nemen. Toen begreep ik echter niet waarom hij niet meer met me om wilde gaan.

"Egocentrisme is een symptoom van de ziekte van verslaving; verslaafden zullen altijd alles en iedereen de schuld van de situatie geven, behalve zichzelf."

Mensen die verslaafd zijn voelen zich afgevlakt, dus dat soort opmerkingen of emoties komen helemaal niet binnen. Dat egocentrisme is dan ook een symptoom van de ziekte van verslaving; verslaafden zullen altijd alles en iedereen de schuld van de situatie geven, behalve zichzelf. Dat is ook precies waar je aan moet gaan werken als je voor je verslaving wordt opgenomen in een kliniek: leren kijken naar je eigen aandeel in de situatie. Ik interesseerde me vooral in mensen die ook wel van een snuifje, pilletje en drankje hielden. Het is dan ook heel normaal dat gezonde mensen op een gegeven moment besluiten afstand te nemen van de verslaafde: gezonde mensen omringen zich met andere gezonde mensen, zieke mensen omringen zich met andere zieke mensen. Wat wel helpt, is op een normale manier met iemand in gesprek gaan zonder diegene te veroordelen. Dat is lastig, omdat de mensen om een verslaafde heen zich machteloos voelen en een einde aan de situatie willen maken. In het beginstadium van mijn verslaving had dat bij mij zeker een effect gehad; later in mijn verslaving was ik veel te ver heen om nog naar mijn omgeving te kunnen luisteren. Verslaafden gaan namelijk verschillende stadia door, je raakt nooit van de één op de andere dag verslaafd. Het is dus heel belangrijk op tijd in te grijpen, als iemand nog aanspreekbaar is.

Vera* (25), was een korte periode verslaafd aan cocaïne. Inmiddels vier jaar clean.

In 2014 vertrok ik voor drie maanden naar New York om daar mee te werken aan een tv-programma. Ik kwam terecht in een wereld waar mensen ‘s middags al begonnen met coke snuiven, iedere dag weer. Ik deed daaraan mee; ik begon niet ‘s middags al, maar snoof wel iedere dag. Omdat ik ook nauwelijks at, viel ik veel af. Ik zag er vreselijk uit. Na die drie maanden zocht ik een vriendin op in Curaçao, en al snel merkte ik dat ik bloedchagrijnig was en niet goed in m’n vel zat. Het duurde nog even voor ik besefte dat dat kwam omdat ik geen toegang meer had tot cocaïne. Ik vroeg haar of zij wat voor me kon regelen. Zij schrok daarvan en zei dat ze daar niet toe bereid was, waarop ik ‘m volledig flipte. “Jezus, je kan dit toch wel regelen, ik vraag je maar één ding!” schreeuwde ik tegen haar, en ik gaf haar een duw. Daarna stormde ik weg. Dat was het moment waarop ik me realiseerde dat ik een probleem had. Die vriendin van me ging er eigenlijk heel goed mee om. Ze was niet veroordelend, maar zei: “Je mag zelf weten wat je doet, maar dit is niet een normale manier van met elkaar omgaan. Ik heb het idee dat je karakter hierdoor aangetast gaat worden als je er niet mee stopt.” Ze werd helemaal niet boos, maar vroeg me of dit de persoon was die ik wilde worden.

"Als er sprake was geweest van afkeuring of veroordeling, had ik sowieso gedacht: nou, stik er dan ook maar in."

Ik ben daarna niet meteen gestopt: dat gebeurde toen ik kort daarna weer in Nederland aankwam. Ik heb al mijn vrienden die me enige toegang zouden kunnen bieden tot coke apart genomen, en tegen hen gezegd: “Wat ik ook doe – ook al smeek ik, jank ik, schreeuw ik – geef me geen coke.” Ik kende zelf namelijk helemaal geen dealers en regelde het altijd via via. Iedereen heeft zich aan die afspraak gehouden, al werd ik soms enorm boos op ze als ik behoefte had aan coke. Ik vond het heel fijn dat iedereen aan wie ik het verteld heb er op een heel open manier instond. Als er sprake was geweest van afkeuring of veroordeling, had ik sowieso gedacht: nou, stik er dan ook maar in. Ik schaamde me al zo voor mijn gedrag, dat ik niet ook nog vermanend toegesproken wilde worden door mijn omgeving. * Vera’s naam is op haar verzoek gefingeerd om haar privacy te beschermen. Haar echte naam is bekend bij de redactie. - Wil je zelf het gesprek aangaan met een vriend of vriendin over diens drugsgebruik? Bij Unity vind je gesprekstips. Of heb je zelf hulp nodig? Via Jellinek vind je tests en zelfhulp.