Ik ging naar een festival zonder geld, spullen en vrienden

Festivals zijn duur, bezit is diefstal, vrienden zijn overrated. Dus ging ik in mijn uppie en met lege handen naar Down The Rabbit Hole.

|
jun. 30 2017, 11:30am

Festivals zijn leuk, maar ook nogal duur. Dat is precies de reden waarom je mij er zelden zal treffen. Eigenlijk ben ik nog nooit naar een festival geweest waarvoor ik moest betalen, en zelfs op gratis festivals geef ik het liefst zo min mogelijk uit. Je zou me gierig kunnen noemen. Helaas lijkt geld – naast vrienden en essentiële spullen zoals een tent – een bittere noodzaak als je naar een festival gaat. Volgens mij is dit een ouderwetse gedachte en kan dit anders. Om te ontdekken of je het op een festival ook leuk kan hebben zonder geld, spullen en vrienden ging ik vorig weekend in mijn eentje naar Down The Rabbit Hole.

Normaal gesproken moet je een boel voorbereidingen treffen als je naar een festival gaat: kleren inpakken, controleren of je tent nog compleet is, boodschappen doen, ergens nieuwe haringen voor je tent vandaan halen, met vrienden overleggen op welk campingveld jullie gaan staan, en uitrekenen hoe weinig muntjes je kunt kopen voor de hoeveelheid euro's in je zak. Al deze stappen sla ik lekker over. Ik trek een korte broek en een hemd aan en stap totaal onvoorbereid in de auto. Hoewel, ik heb op de website gelezen dat parkeren op het festivalterrein 25 euro kost. Daarom parkeer ik de auto bij het station van Wijchen en reis ik vanaf daar met de gratis pendelbus naar het festival. Qua hitte is het afzien in de bus, maar het idee dat ik hier geld zit te besparen maakt alles goed.

Iedereen in de volgestouwde bus heeft zoveel tassen bij zich dat het lijkt alsof we met z'n allen drie maanden op reis door Azië gaan, in plaats van een dagje naar de klote ergens tussen de weilanden van Beuningen. Een meisje dat tegenover me zit vraagt waar mijn spullen zijn. "Ik heb geen spullen," zeg ik tegen haar, "en ook geen geld." Ze eet een krentenbol en ik vraag of ze er nog meer heeft. Ik krijg er een. Mijn vertrouwen in dit plan neemt direct toe.

Terwijl duizenden festivalgangers hun tent opzetten struin ik onwennig over het terrein. Normaal gesproken halen mensen meteen muntjes, denk ik, maar ik loop regelrecht naar de bar. "Eén gratis biertje, alsjeblieft." De barman lacht me uit en schuift me een onzichtbaar biertje toe. Enigszins verdwaald loop ik rond met een droge bek, totdat ik een oude vriend van de basisschool tegenkom. We halen wat jeugdherinneringen op, hij trakteert me op mijn eerste biertje van de dag en vraagt of ik een peuk wil. Ik rook niet, maar ik neem de sigaret aan om later te gebruiken als ruilmiddel.

De festivalgoden zijn me goedgezind; even later kom ik de vriendin van een vriend tegen. Ze is hier met drie vriendinnen en ze gaan net drinken halen. We lopen een stukje en drinken een drankje in de schaduw van een paar bomen. Daarna scheiden onze wegen. Als een eenzame en armzalige jager-verzamelaar die is verdwaald in de 21 e eeuw ga ik verder, op zoek naar het fundament van ons bestaan: drank, voedsel en genot.

Terwijl ik in mijn notitieblok schrijf word ik aangetikt door iemand die naast me zit, met de vraag of ik niet over hem schrijf. Ik vertel dat ik geen geld, spullen en vrienden heb en dat ik mijn ervaringen op papier zet. We praten een tijdje en als blijk van goedkeuring – of uit medelijden – geeft hij me een muntje. Zijn vriendin vraagt waar ik vannacht ga slapen. Een goede vraag, waar ik eigenlijk niet over nagedacht heb. "Waarschijnlijk slaap ik niet," antwoord ik.

Met de sigaret achter mijn oor stap ik op een groepje meisjes af die aan het meer zitten. Ze drinken bier en ik vraag of ze een biertje willen ruilen voor mijn peuk. Ze weigeren resoluut, maar geven me wel een tip: dat ik beter om een muntje kan vragen, omdat mensen dat eerder afstaan dan hun bier. Goed punt, dus stel ik voor om de sigaret voor een munt te ruilen. Hierop kunnen ze geen nee meer zeggen. Nu heb ik twee munten in mijn bezit. Eén van de meiden draagt een shirt van The Libertines en we praten nog wat over Peter Doherty.

Ik doe een dansje in één of andere jungle-achtige tent en spot een groep mensen die allemaal mooie glitters op hun gezicht hebben. Ik wil dat ook, dus loop ik ernaar toe en vraag hoe ze aan die glitters komen. "Je mag glitters hebben maar daarna ben ik er helemaal klaar mee," zegt een meisje met een naamketting waar 'Wendy' op staat. "Mijn hele leven hier draait om fucking glitters," voegt ze eraan toe. Wendy is een beetje chagrijnig. Ze smeert twee blauwe glitterklodders op mijn gezicht en zegt dat ze naar haar tent gaat omdat ze verrot is. Het is ongeveer vijf uur s' middags.

Een meisje met een voetbalshirt vraagt me met wie ik ben, en ik doe mijn verhaal. Ze geeft me een mentholsigaret en een muntje omdat ze me aardig vindt. Dat is wederzijds. Met drie munten in mijn zak en verse glitters op mijn mik besluit ik wat te eten: een pizza met ui.

Ik heb de hele dag nog geen enkel optreden gezien, maar Bonobo lijkt me wel wat. Onderweg ernaartoe kom ik een meisje van een jaar of 25 op roze Crocs tegen. Haar naam is Lieve en ze gaat met haar vrienden wat te eten halen. "Als je wil dat ik oprot dan moet je het zeggen," zeg ik tegen haar. Dat hoeft niet, dus ga ik gezellig mee. Ze laat me mee-eten van haar bord en biedt aan om een biertje voor me te halen. Ze doet haar naam eer aan. Het koelt flink af en Lieve gaat naar haar tent om een trui te halen. Ik rook een joint met haar vrienden voordat ook zij vertrekken. Het optreden van Bonobo is helaas inmiddels afgelopen.

Het enige optreden dat ik echt niet wil missen is dat van Moderat. Ik ben blij dat ik het niet heb gemist. De muziek is zo smerig lekker dat je automatisch van je af kijkt alsof er stront op je bovenlip zit terwijl je de hele zooi – en jezelf – aan gort wil helpen, op een goede manier. Hiervoor heb je geen geld of vrienden nodig.

Na deze climax beland ik een dip: het is koud, donker, en de verveling slaat toe. Er zijn geen optredens meer en iedereen heeft het gezellig met elkaar, zonder mij. Bij een kampvuur overdenk ik mijn leven. Een man met konijnenoren op zijn hoofd, Frank, schuift bij me aan en geeft me een Baco. Frank heeft er al een paar op en giet zijn Baco per ongeluk in zijn broek, dus we delen de mijne. Frank kwam precies op het juiste moment – ik heb er weer zin in. Tot vier uur 's nachts dans ik in een of andere tent, niet wetende dat het daarna ook echt afgelopen is. Er is geen 24-uurstent, waar ik eigenlijk wel op hoopte.

Het festivalterrein loopt leeg en ik loop koud en verdwaald mee met de menigte. Op naar de camping, waar niks en niemand op mij wacht. Ik doe een laffe poging om een slaapplek bij twee willekeurige meisjes te regelen, maar mijn inspanningen zijn tevergeefs. Twee gasten zeggen dat ze een onderzeil overhebben waar ik wel onder mag liggen. Dat is beter dan niks, dus ik ga met ze mee.

Ik wikkel me in het zeil en alles is stervenskoud en vochtig. De grond is keihard en iedere tien minuten moet ik anders liggen omdat ik spontaan een hernia en reuma krijg. De gure wind is door iedere opening van het zeil voelbaar, dus wikkel ik me nog beter in. Door het zeil zie ik het buiten langzaam licht worden. De ochtend kan niet snel genoeg komen. Blijkbaar sliep ik, want een paar uur later word ik bruut wakker gemaakt door iemand die over mij heen struikelt. "Gast onder het zeil, wat doe je?" vraagt hij. Ik steek mijn kop onder het zeil vandaan en zie Carlo, een kerel die ik eerder heb gesproken. "Hé Carlo," zeg ik, "ik probeer te slapen." Hij zegt dat ik bij hem had moeten aankloppen – zijn tent staat blijkbaar naast mijn zeil, maar dat wist ik niet. Het heeft nu toch geen zin meer.

Ik kruip onder het zeil vandaan en vind ergens een pak koekjes – oké, die heb ik van een tafel gestolen. Het regent, ik heb vijf uur liggen rillen en ik heb keelpijn. Ik pis tegen een boom aan, vreet het halve pak koekjes leeg en laat de rest achter als bedankje voor de slaapplek. Compleet naar de haaien verlaat ik het festivalterrein. Ik ben er klaar mee. De pendelbus rijdt helaas net voor mijn neus weg en het duurt drie kwartier voordat-ie terug is. Fantastisch.

Zonder geld, spullen en vrienden naar een festival gaan heeft veel voordelen: je kunt niks en niemand kwijtraken, je hoeft nergens rekening mee te houden, je maakt veel contact met andere mensen en nog belangrijker: je bespaart veel geld. Voor eendaagse festivals is dit top. Meerdaagse festivals zijn minder geschikt, omdat de nachten zwaar klote zijn zonder slaapplek. Behalve als het lekker weer is, maar daar kun je nooit vanuit gaan in Nederland. Aan de vrijgevigheid en openheid van mensen ligt het in ieder geval niet; je kunt prima een dag teren op andermans zak. Ik heb zelfs al een volgend festival op het oog waar ik geen cent ga uitgeven. Als je me daar ziet, koop je dan een biertje voor me?

Wil je meer lezen over vette concerten, lauwe pintjes en beeldschone festivalgangers? Check dan VICE Festivals.

Meer VICE
VICE-kanalen