Roméo Elvis
Noisey Brussel

Roméo Elvis geeft geen fuck om de taalgrens

De Franstalige rapper uit Brussel heeft heel Vlaanderen al veroverd, en nu is Frankrijk aan de beurt.

Roméo Elvis is een van de Brusselse rappers die wij in 2016 volgden toen zij op het punt van doorbreken stonden. Het eerste deel van onze documentaire Noisey Brussel kun je inmiddels bekijken.

Het grauwe Brussel viel tot voor kort buiten de schijnwerpers die de Parijse en Amsterdamse hiphopscenes belichten. Maar sinds Stromae de spotlights naar zich toe trok, broeit het ook in de Belgische hoofdstad. Stromae heeft de microfoon voorlopig naast zich neergelegd, maar in zijn kielzog staat Roméo Elvis gretig klaar om die op te pakken. Met de middelvinger hoog opgeheven naar de ramptoeristen die van Brussel pure gangstershit verwachten, exporteert hij zijn zwoele Franse raps tot ver over de taalgrens. Van Antwerpen tot Parijs, allemaal zingen ze er ondertussen mee met Bruxelles arrive.

Advertentie

Noisey: Hoe is het om in de spotlights te staan?
Roméo Elvis: Geweldig. Het is echt leuk, want we hebben hier allemaal hard voor gewerkt. Zeker met Morale 2, ons laatste album. Dat we als Franstaligen op de Nederlandstalige radio komen, is iets wat we ons moeilijk konden inbeelden.

Veel mensen verwachten van Brusselse rap een hoog gangstergehalte. Jij spot daar graag mee. Waarom?
Als rapper wil je in het begin soms de gangster uithangen, maar als je geen gangster bent, werkt dat niet. Liever doe ik mijn eigen ding. Ik wil ook meer brengen dan gangsterrap. Als ik met Le Motel ben, de producer van Morale 2, werken we samen aan de beat waar ik op zing. En als ik op het podium sta, voel ik me meer acteur dan rapper. Hiphop is mijn medium om dat allemaal samen te brengen.

Op je eerste plaat zing je "Brussel is een jungle geworden". Wat bedoel je?
Omdat ik niks met die thug shit heb, zag ik Brussel ook niet zo. Brussel is voor mij een stad waarin superveel verschillende mensen en culturen door elkaar lopen.

Welk dier ben jij dan?
Ah, le crocodile. Een krokodil lijkt cool en rustig, maar kan zonder waarschuwing stevig uithalen. Ze eten ook weinig, net als ik. Ik hoef maar eens per dag te eten. En krokodillen passen zich aan alles aan. Ze bestaan al sinds de tijd van de dinosaurussen, hopelijk mag ik ook zo lang blijven.

De Brusselse rapgame lijkt me heel hecht. Bij ieder optreden staat de rest van de scene gegarandeerd in de zaal. Hoe komt dat?
De Brusselse diversiteit hoor je terug in de muziek. Iedereen heeft zijn eigen stijl, en die stijlen komen allemaal samen in een Brusselse melange. We zijn nooit concurrentie van elkaar, want we doen allemaal iets anders. Als Franstalige kan je perfect met Nederlandstalige rappers werken, of met verschillende producers. Een paar jaar terug stelde je als Brusselaar in de muziekwereld niks voor, maar sinds Stromae willen we de wereld tonen waar Brussel toe in staat is. Iedereen denkt bij Brussel aan politieke problemen, maar daar trekken wij ons niks van aan. Stromae is voor ons belangrijker dan al die politieke bullshit. Hij is degene die ons weer trots heeft gemaakt.

Advertentie

Die melange lijkt goed te werken als je bijvoorbeeld naar Niveau4 op Couleur Café kijkt.
België is zo klein dat iedereen elkaar wel kent. We zijn niet allemaal fan van elkaar, maar wel goede vrienden. Het is niet omdat jouw stijl anders is dan de mijne, dat we samen geen muziek kunnen maken. Dat maakt dingen als Niveau4 zo cool. Je brengt al die verschillende mensen samen en voor hetzelfde geld klinken al die rappers door elkaar verschrikkelijk, maar toch werk het.

Met Fire is Gold heeft België nu ook een echt hiphopfestival, terwijl in Nederland bijvoorbeeld Appelsap al lang bestaat. Is dat iets wat België te lang heeft laten liggen?
Ik moet optreden op Fire is Gold, maar heb geen idee wat er gaat gebeuren. België heeft het niet per se laten liggen, wij doen het gewoon anders. In Nederland heb je festivals puur voor hiphop en festivals voor breakcore. Daar leeft alles apart van elkaar. In België hebben we bijvoorbeeld Dour, waar al die dingen samenkomen.

Als jij je eigen festival had, hoe zou het dan heten?
Straussfest, natuurlijk. ('Strauss' is een zelfbedacht woord dat evenveel betekent als 'smurfen'.) Ik zou het organiseren in Linkebeek, mijn geboortedorp, in de natuur. En georganiseerd door Vlamingen. Ze zijn beter georganiseerd, maar bezoekers mogen vooral Franstaligen zijn. Vlamingen zijn vooral goede kijkers. Die staan de hele show alleen maar met hun hoofd te schudden, ook al vertellen ze je achteraf dat ze de show wel echt hard vonden.

Wanneer je optreedt doe je nooit bisnummers. Waarom?
Nee, ik hou daar niet van. Het zijn ook alleen maar Vlamingen die me dat vragen. Om te faken dat je eigenlijk van plan was om te gaan slapen, maar terugkomt omdat iedereen luid genoeg klapte… dat is te geforceerd.

In Diable zing je over dansen met de duivel. Ben je met al het succes dat je hebt, soms niet bang om te vallen?
Oui, bien sur. Ik moet constant tegen mezelf zeggen dat ik moet oppassen. Mijn ouders komen uit hetzelfde wereldje – mijn moeder is comédienne en mijn vader gitarist– en ik heb van dichtbij gezien dat je als artiest snel kunt vallen. Maar mijn ouders kunnen me ook niet met alles helpen. Zij hebben hun eigen weg gevolgd. Mijn vader was als artiest het populairst toen hij 30 was. Ik ben nu 24. Wie weet zit ik nu al op mijn hoogtepunt. Mijn leven zal niet altijd blijven zoals het nu is en ik ben soms bang dat het morgen gedaan is, maar ik zal iedere dag proberen om toch een stukje verder te komen. Ik wil geen tijdelijk fenomeen zijn. Ik ben er om te blijven, net als de krokodil.

Heb je nog een laatste boodschap voor Nederland?
Ik heb veel liefde voor Nederland. Ik leerde het land kennen door de wiet, maar telkens als ik er kom, is alles goed geregeld. Alles is proper en er zijn overal fietsen. Ik doe zelf alles met de fiets, maar fietsen in Brussel is pure zelfmoord. Dus ik hoop binnenkort veel in Nederland te mogen spelen.

Dit artikel verscheen eerder in onze Festival Guide. Meer stukken uit de Guide vind je op festivals.vice.com .