Advertentie
Stuff

Mijn verslaving aan World of Warcraft heeft me gevormd tot wie ik ben

World Of Warcraft had me veel te bieden op het gebied van ervaringen, omgang met mensen en het opbouwen van zelfvertrouwen.

door Zac Thompson
28 september 2016, 2:21pm

Mijn leven als een paarse landloper. Afbeeldingen via de auteur

Sommige dingen zijn zo emotioneel beladen, dat je moet kiezen tussen er voor altijd aan vasthouden, of ze voorgoed laten gaan. In World of Warcraft worden die dingen Soulbound Items genoemd – objecten waar, als je ze eenmaal gebruikt, je voor de rest van je leven aan vastzit. Gooi ze weg of hou ze voor eeuwig bij je. Er zijn geen andere opties. Je zou WoW zelf ook als een Soulbound Item kunnen beschouwen. Het spel is uniek in zijn soort, en ex-spelers houden ervan of haten het. Mijn verhouding met het spel was verstikkend, maar ik koester het toch, omdat het me heeft gemaakt tot wie ik nu ben.

Toen ik voor het eerst hoorde dat World of Warcraft: Legion eraan kwam – de uitbreiding verscheen op 30 augustus – heb ik er even over nagedacht weer te beginnen met spelen. Ik bestreed dat idee door de soundtrack te luisteren en mijn herinneringen aan het spel op te schrijven – genoeg inspiratie voor een fantasycomic. Na een paar lange nachten waarin ik mijn gloriedagen herbeleefde, werd de gedachte aan weer inloggen gevaarlijk verleidelijk. Bij de games die ik de afgelopen tijd gespeeld heb, bleef ik altijd achter met een verlangen naar een game-ervaring die me meer zou opslokken. Ik had geen PS4, dus No Man's Skywas voor mij geen optie, en dus leek er niets anders op te zitten dan weer in WoW te duiken. Toen herinnerde ik me waarom ik ook alweer was gestopt met spelen.

Ik was verslaafd. World Of Warcraft had me zoveel te bieden op het gebied van ervaringen, omgang met mensen en het opbouwen van zelfvertrouwen, dat ik er niet meer mee kon stoppen. Online was ik een koning, maar in het echte leven was ik gestopt met douchen, at ik slecht en haatte ik mezelf. Ik speelde dertien uur per dag, vaak zonder een broek aan te trekken. Het duurde niet lang voordat ik verzeild raakte in een in-game relatie, die tekenend was voor mijn schadelijke verslaving aan het spel (de relatie bestond deels ook in werkelijkheid, echt waar.)

We werkten samen. Haar naam was Rho*, en ze was ouder dan ik. We begonnen al snel te daten. We vierden onze nieuwbakken relatie door nieuwe karakters in WoW te maken. Vaak zaten we de hele nacht achter onze computers, op een meter afstand van elkaar.

Rho en ik speelden als de majestueuze wezens die de Draenei worden genoemd. Ik was Artoodee de jager. Een landloper met een paarse huid, die graag een beetje afstand hield en daarvanuit met zijn kruisboog werkte. Overal waar hij naartoe ging, werd hij gevolgd door zijn trouwe kat Threepeeoh. Rho was een heilige Paladin, die beschikte over zware wapens en een goddelijke genezingskracht. Samen waren we een fantastisch team.

De echte Rho en Zac pasten minder goed bij elkaar. Ik was een twintigjarige geschiedenisstudent met overgewicht. Een bleke kluizenaar die hield van op de bank liggen en Doritos eten. Ik ging niet graag naar buiten, mede vanwege mijn onzekerheid over mijn lichaam. Rho was een eeuwige student, die aasde op een promotieplaats. Ze was vaak boos, impulsief en ik had het gevoel dat ze mij en andere mensen manipuleerde.

We gingen er helemaal in op. We zaten 's avonds achter Murlocs aan – gorgelende kikkermensen op Azuremyst Isle – in plaats van uit te gaan met "echte" mensen. Klinkt spannend, hè? Het was veel makkelijker om helemaal op te gaan in het spel toen ik het samen met mijn vriendin deed. Het proces was op een bepaalde manier therapeutisch, en het hielp me om vrienden te maken. Ik had contact met andere mensen, zonder me druk te hoeven maken om mijn imperfecties. Online was ik de ideale versie van mezelf. Ik voelde me altijd sterk, omdat ik een vriend aan mijn zijde had.


Hier gebeurde het

De jaren dat ik het spel in mijn eentje speelde waren sober en eenzaam. Ik liep door de uitgestrekte gamewereld van WoW, zonder vrienden op de server. Net als in het echte leven vermeed ik andere mensen. Toen Rho er was durfde ik buiten de gebaande paden te treden. Ik begon echte vrienden te maken en nam een leidersrol op me. Dankzij mijn vriendschappen in het spel kon ik daar allemaal dingen doen die ik in mijn eentje niet voor elkaar kreeg, en dat gold ook voor dingen in het echte leven – en nee, dan heb ik het niet over seks.

Rho en ik deden het niet met elkaar in het spel, maar er was soms wel sprake van een soort voorspel. Dan typte ze "ik heb het warm," en trok ze al haar bepantsering uit. Soms danste ze ook halfnaakt door het spel; dan was het meestal wel duidelijk dat we niet lang meer door zouden spelen. Voor mij was dat een grap – zo herinner ik het me althans.

In de echte wereld ging het steeds slechter met me. Rho en ik brachten al onze tijd samen door. Ik wist niet goed hoe ik haar moest vertellen dat ik soms ook alleen wilde zijn, ik was doodsbang voor haar. Dat had deels te maken met mijn eigen onzekerheid en mijn angst voor conflicten. Het leidde tot nachten waarin ik vier liter Pepsi dronk en meerdere zakken chips leegat. Begrijp me niet verkeerd, ik hou nog steeds van smerig eten, maar ik stel mijn regelmatige stoelgang nu erg op prijs.

Toen we een maand samen waren, vroeg ze of ik bij haar kwam wonen. Ik zei nee. Ik was bang en vond het moeilijk om mensen te vertrouwen. We brachten al ongezond veel tijd met elkaar door. Onze ideeën over onze relatie lagen steeds verder uit elkaar. Ik verdreef de gedachten daaraan met junkfood en avonden achter mijn computer.

Terwijl mijn lichaam steeds verder afgleed, ging het met mijn digitale persoon beter dan ooit. Ik rende dagen achter elkaar over het paarse gras, joeg op monsters, zwom door groene oceanen, verkende mysterieuze grotten en vocht met fantasiebeesten. Stel je eens voor hoe ik daar zat, in mijn onderbroek, met Bon Jovi op de achtergrond. Het had wel wat.

Mijn vrienden waren bezig een reisje naar Europa te boeken – ik had dat idee opgeworpen voordat ik Rho leerde kennen. Ze vroegen of ik meeging. Ik hield de boot af en stortte me op het spel. Ik was te bang om weg te gaan. Ik wilde mijn vrienden niet teleurstellen, maar Rho haalde me over om niet mee te gaan. Ze wilde niet dat ik met mijn vrienden op pad zou gaan, en ik was te naïef om te beseffen dat het me goed zou doen om weg te gaan. Weggaan werd met de dag moeilijker.

Iets na die hele vakantiesituatie kwam Wrath of the Lich King uit. Die uitbreiding bestond uit nieuwe plekken, missies en items. Mijn verslaving bereikte een hoogtepunt. Rho en ik waren de leiders van een stuk of twintig spelers die samen grote veldslagen speelden, die raids worden genoemd. We spraken de mensen in die groep vaker dan wie dan ook in de echte wereld. Ik voelde me op een bepaalde manier verantwoordelijk voor die mensen. Dat gevoel bleef maandenlang hangen. Mijn cijfers op school holden achteruit, waardoor ik even moest stoppen met spelen. Om de een of andere was mijn diploma het enige naast het spel dat er nog toe deed.

Rho nam wat afstand van me, en begon in haar eentje te spelen. Ze haalde hogere levels, en ging expres naar plekken waar ik nog niet kon komen. Ze speelde met andere karakters. Terwijl ik in mijn college Griekse mythologie zat, was ik bezig met de vraag of ze met andere mensen aan het spelen was. Ik leed onder de gekke paranoïde waanbeelden die je krijgt als je relatie op de klippen loopt. Als ik thuiskwam rook ze niet naar een andere man, maar droeg haar karakter pantsers waarvan ik wist dat zij ze niet kon betalen.

Ik raakte erdoor geobsedeerd, en voelde me gedwongen in te loggen en haar te confronteren. Dat is het soort gedrag waar je later spijt van krijgt – dichterbij stalken ben ik nooit geweest. Ik ging online, opende mijn vriendenlijst, keek waar ze was, en ging daar dan zo snel mogelijk naartoe. Ze chatte de hele tijd tegen me, maar ik wilde haar in karakter spreken. Het was echt een rollenspel – ik weet dat het triest klinkt, maar het voelde heel echt. Ze zette me enorm onder druk om net zo te leven als zij, en werd in het echt boos op me omdat ze vond dat ik meer aandacht aan mijn karakter moest besteden. Ik vond het niet leuk meer om te spelen. Dus besloot ik dat nooit meer te doen.

Ik ging met mijn vrienden naar Europa, en Rho wilde dat ik haar elke dag zou bellen. Ik had niet echt een strak reisschema, dus dat was bijna niet te doen. Uiteindelijk ben ik gewoon gestopt met bellen – ik zou wel met het gedoe dealen als ik weer terug was.

Toen ik weer thuiskwam, was ik veranderd en voelde ik geen behoefte meer om WoW te spelen. Ik sprak met Rho af om te "praten". Ze nam het niet zo goed op, en aan het eind van het gesprek probeerde ze me in mijn gezicht te meppen. Na een paar weken was ze wat rustiger, en besefte ze dat ik niet meer terug zou komen bij haar, en ook niet in het spel.

Toen ik mezelf achter mijn computer vandaan rukte om wat van de wereld te gaan zien, had ik al minstens een jaar geen nieuwe vrienden gemaakt in de echte wereld. Ik vond het doodeng. Als je op reis bent, ben je vaak afhankelijk van vreemden, en kan je niet al te koppig zijn. Je komt een stuk verder met aardig zijn en samenwerken. Op reis kwam ik erachter dat ik helemaal niet zo'n sociaal gehandicapte kluizenaar was, die nooit naar buiten wilde. Zo was ik in het spel ook niet. Ik overwon mijn angsten door het zelfvertrouwen en de leiderschapskwaliteiten te benutten die ik in het spel had opgebouwd.

Door mezelf te verliezen in het spel groeide ik, zowel fysiek als emotioneel. Het gaf me de kracht om uit mijn kloterelatie te stappen, over de wereld te reizen, en een gezond begrip van mezelf te ontwikkelen waar ik nu nog steeds blij mee ben.

*Rho's naam is om privacyredenen gefingeerd.