FYI.

This story is over 5 years old.

Stuff

Ik zei een week lang overal 'ja' op en eindigde in het ziekenhuis

Mensen vonden mij negatief in het leven staan, dus besloot ik een week lang alle vragen en voorstellen met 'ja' te beantwoorden. Het liep slecht af.
01 september 2015, 12:00am

Noot van de redactie: op witte wijn na heeft Michael Buchinger aan vrijwel alles een gore bloedhekel, en dat deelt hij dan ook graag op z'n youtubekanaal. Hij heeft een show die Mijn Haatlijst heet en won daarmee een belangrijke prijs voor internetfilmpjes – dus als Michael een week lang positief moet doen over alles, is dat nogal een ding.

Ik zeg heel graag 'nee' op dingen; de meeste voorstellen en uitnodigingen van mensen beantwoord ik met een korte, maar duidelijke "Nee!" Heel soms zeg ik "Mjah", maar dan op zo'n manier dat iedereen snapt dat ik het niet oprecht meen.

"Michael, heb jij toevallig zin in een gezellige spelletjesavond bij mij thuis?" vroeg een vriendin laatst aan de telefoon. De gedachte alleen al maakt me razend en ik had het liefst m'n telefoon in tweeën gebroken. Het enige wat me irritanter lijkt dan een "gekke spelletjesavond" is vanaf de eerste rij te moeten luisteren naar een concert van David Hasselhoff. "Nee bedankt," zei ik, maar mijn vriendin accepteerde mijn afwijzing dit keer niet "Je bent altijd zo negatief!" zei ze chagrijnig. "Je kan toch wel één keer eens gewoon ingaan op een leuk voorstel?!"

Foto door Dominik Pichler

Over het algemeen heb ik geen hoge pet op van mensen die het spelen van bordspellen gelijkstellen aan 'een leuk voorstel', maar ze had wel een beetje gelijk. Ik doe nou eenmaal vaak moeilijk. Soms vroeg ik me wel eens af wat er zou gebeuren als ik altijd "ja!" zou zeggen. Op alles.

Die avond besloot ik dat dit een experiment waard was, en dat ik een week lang "Ja" zou zeggen op alles wat me gevraagd werd. Waarschijnlijk zou dit betekenen dat ik vooral heel veel saaie potjes Yahtzee zou spelen met m'n vrienden, maar misschien zou het wel tot goede levensinzichten kunnen leiden.

Dag 1

Op de eerste dag blijkt het meteen al vrij lastig om de hele tijd 'ja' te zeggen, vooral omdat ik nauwelijks mijn appartement uitga en dus überhaupt weinig mensen tegenkom die me iets vragen waar ik 'ja' op kan zeggen. Ik reageer dus maar louter positief op elke clickbaittitel die ik langs zie komen ('Wil je weten welke beroemdheid elf tenen heeft?' – JA!!!), maar goed, dit was niet precies hoe ik dit experiment me had voorgesteld.

Later die dag ga ik uit eten met mijn vrienden, en wordt het al wat interessanter. Op alle vragen die de kelner stelt – "Zou u nog een glas wijn willen?", "Zou u onze créme brûlée willen proberen?" – antwoord ik volmondig "ja". Steeds als ik bevestigend antwoord, probeer ik vanuit m'n ooghoek te kijken of een van m'n vrienden zich al begint te verbazen over mijn plotselinge joie de vivre.

Foto door Dominik Pichler

"Goh Michael, je hebt wel erg veel trek vanavond," is helaas het enige dat ik te horen krijg. Ik voel me slecht. Extra wijn en desserts zijn geen dingen die mijn horizon gaan verbreden. Het enige dat zich verbreedt is m'n pens tegen mijn steeds strakker zittende broek. Ik besluit beter mijn best te gaan doen om in absurdere situaties te belanden.

Ik hoef niet lang te wachten. Als ik thuiskom heb ik een mailtje ontvangen van iemand die bij een radiostation werkt, en die een liveshow van één uur wil gaan maken. Hij vraagt of ik zin heb om onvoorbereid als gast in zijn show te zitten. Als ik de woorden 'radio', 'live', en 'onvoorbereid' lees, voel ik de crême brulée omhoog komen, maar ik weet alles gelukkig net binnen te houden.

Voor iemand die al de zenuwen krijgt als hij aan de telefoon meer dan drie pizza's moet bestellen, is het idee van een liveradioshow iets tamelijk gruwelijks. Wat als ik iets te hard moet lachen en per ongeluk een beetje knor, terwijl het hele land mee zit te luisteren? Nou ja, fuck het. Ik heb vaak genoeg te horen gekregen dat ik een kop voor de radio heb, dus ik typ: 'Ja, lijkt me hartstikke leuk!' Met lood in m'n schoenen klik ik op de verzendknop.

Dag 2

Terwijl ik naar het radiostation loop, voel ik me alsof ik op weg ben naar een seksdate: opgewonden, een tikkeltje sceptisch, en klaar om keihard de deur uit te sprinten als iets me niet helemaal bevalt.

Ik groet iedereen, en krijg een glas water aangereikt, dat ik onhandig vastpak en laat vallen. Het water bereikt gelukkig net niet alle apparatuur. "Lekker bezig Mikey!" zeg ik in gedachte tegen mezelf. Ik ben geen expert als het gaat om lichaamstaal, maar ik ben er vrij zeker van dat de andere aanwezigen me de hersens in willen slaan met hun microfoons.

Foto door Alexander Wagner

Hoe dan ook, los van deze kleine faux pas gaat het allemaal verrassend soepel. Ik maak wat sarcastische opmerkingen en beantwoord vragen van luisteraars, waarbij ik steeds keihard lach en dingen zeg als "Hahahahaha, Tamara, je bent me er eentje!" ook al lijkt Tamara me een redelijk saai mens. Ik blijk ook in staat mijn knorrende lach in te houden.

Dag 3

Nog enigszins opgewonden van mijn lang niet slechte radio-optreden dool ik over straat, tot ik ineens een vrouw met een map in haar hand tegen het lijf loop. "Hoi! Heb je misschien tijd om het over het regenwoud te hebben?" vraagt ze alsof ze een vreselijk belangrijk geheim moet delen. Normaal wijs ik in zo'n situatie naar een vogel en sprint ik keihard de andere kant op.

Maar dit keer niet: "Ja, ik heb wel wat tijd hoor!" zeg ik een beetje te hard, waardoor de vrouw me verbaasd aangaapt. Ze begint te praten en ik knik bij alles wat ze zegt. Ik murmel bevestigende geluidjes – "Mhm, Mhm," als een robot die geprogrammeerd is om een mens te imiteren. Ik probeer me geheel open te stellen voor haar verhaal, en op de een of andere manier vind ik het ergens nog interessant ook. "Dus... zou je een boom willen adopteren?" vraagt mijn nieuwe vriendin na haar redevoering.

Foto door Dominik Pichler

Oké, ik had mezelf en de wereld inderdaad beloofd om overal 'ja' op te zeggen. Maar hey, als ik deze vrouw geld zou geven, had ik ook geld moeten geven aan de prins van Nigeria, die me vanmorgen per mail een aantrekkelijke aanbieding deed.

Ik besluit om het voorstel af te wijzen, maar niet met een keiharde, botte "NEE!" In plaats daarvan fluister ik: "alles op z'n tijd," alsof ik de grootmoeder van Pocahantas ben (die trouwens toevallig zelf ook een boom is). Ik loop langzaam uit haar blikveld, en schuifel terug naar m'n appartement. Dan krijg ik een sms'je van een vriend: 'Morgen fitnessen?' Ughhh.

Mijn vriend is goed getraind. Hij gaat minstens drie keer per week om zeven uur 's ochtends naar de sportschool – een tijd waarop ik meestal nog in bed lig. Hij vraagt al maanden wanneer ik weer eens meega, en elke keer zeg ik dat ik helaas niet kan. Niet deze keer. 'Ja', antwoord ik, terwijl kleine traantjes langs m'n wangen lopen.

Dag 4

Ik ben totaal geen sportief type. Als ik een paar sportartikelen zou kopen in een sportwinkel zou mijn bank me waarschijnlijk ongerust opbellen om te vragen of mijn pinpas gestolen is.

"Ik voel me niet zo lekker. Misschien is het die crème brûlée nog!" lieg ik. Mijn vriend realiseert zich dat ik gewoon enorm opzie tegen de groepssessie op de crossfittrainer. "Maak je geen zorgen man, er is niks engs aan. Meestal doen er maar een mannetje of vier mee, begeleid door een trainer, en als iemand het even moeilijk heeft, moedigen we elkaar aan!"

Ik snap niet hoe mijn vriend denkt dat ik me beter ga voelen door deze beschrijving, die vrij sterk overeenkomt met mijn persoonlijke beschrijving van de hel. Ik ben iemand die alleen stiekem, midden in de nacht gaat joggen, of de gordijnen dichtdoet en dan de Kim Kardashian – Fit in your jeans by Friday -dvd aanzet, zodat geen enkel ander mens op de wereld me kan zien zwoegen.

Dag 5

Om acht uur 's ochtends (we hadden besloten de 'late' sessie te doen) loop ik de sportschool binnen. De trainer groet me op een manier alsof hij wil zeggen: "Dit wordt een kutdag."

"No shit, Sherlock!" denk ik. "Elke dag die met een fitnesssessie begint lijkt me bij voorbaat een gore draak van een dag."

"Oké jongens, vandaag gaan we niet al te veel verschillende oefeningen doen – we gaan gewoon duizend kettlebell-swings maken. Een kettlebell is een zware bal die de maffia gebruikt om lijken mee naar de bodem van de oceaan te laten zinken. Bij kettlebell-swings zwaai je die bal tussen je benen door heen en weer. Eén en al pret, kortom."

"Denk je dat het je lukt?" vraagt hij me vriendelijk? "Ja!" zeg ik, als een pavlovreactie, en net als de drie andere jongens begin ik aan de oefening.

Foto door Dominik Pichler

Na honderd swings zweet ik me helemaal de pleuris, en na tweehonderd begint het bloed naar m'n hoofd te stromen. De frictie zorgt dat m'n handen gaan bloeden en aan het eind van de sessie lijkt het alsof ik op een paar stevige handdrukken van Kapitein Haak in ontvangst heb mogen nemen.

"Hoeveel swings heb je al gedaan, Michael?" vraagt de trainer me na dertig minuten.

"Zeshonderd," stamel ik.

"Oké, dat is genoeg. Je zweet al meer dan genoeg."

Als je trainer zegt dat je moet stoppen omdat je te erg begint te zweten, weet je dat je een clown bent.

Dag 6

Ik verblijf het grootste gedeelte van de dag weer thuis, maar deze keer vooral omdat het voelt alsof al mijn spieren zijn doordrenkt met zoutzuur. Als ik toch even het huis verlaat kom ik de vrouw weer tegen die me een paar dagen eerder had gevraagd of ik een boom wilde adopteren. Ze kijkt me aan met een blik waar een hoop medelijden uit spreekt. "Waar is de joie de vivre van een paar dagen geleden gebleven?" vraagt ze. Ze ziet duidelijk aan me dat ik er meer dan drie minuten over heb gedaan om mijn ondergoed aan te doen.

Ik lunch in een restaurant en strompel de wc binnen. Door de spierpijn voelt het eerder alsof ik de bedevaartstocht naar Santiago de Compostela heb gelopen. Ik zie dat mijn urine een kleur heeft gekregen die het nooit, nooit zou moeten hebben. Bezorgd ga ik naar mijn dokter, die m'n bloed opneemt.

"Je hebt rabdomyolyse," zegt ze, als de bloedtests binnenkomen. "Dat betekent dat je spierweefsel het begeeft. Wat heb je jezelf aangedaan?" "Ik heb gefitnest," zeg ik. Ik kan aan het gezicht van de dokter zien dat ze haar lachen probeert in te houden.

Foto door de auteur

Ze raadt me aan direct naar het ziekenhuis te gaan, daar een avond te blijven en wat injecties te laten inspuiten als tegengif tegen mijn CK-waardes. "Ja!" zeg ik enthousiast. De hele week 'ja' zeggen blijkt de stomste beslissing die ik in tijden heb gemaakt (en let wel: onlangs kocht ik nog Crocs met wol vanbinnen).

Ik verblijf de rest van de avond in een koele, stille ziekenhuiszaal, en blijf wakker door het getik van de klok en het gedruppel van mijn bloedinfusiezak. Ik vraag mezelf af of dit de "nieuwe ervaring buiten m'n comfortzone" is waar ik zo hard naar op zoek was. Ik had eigenlijk meer verwacht dat ik in situaties zou belanden als 'het proberen van exotische kazen, voor de eerste keer van mijn leven' (ik haat kaas), of het moeten aaien van lieve diertjes in de dierentuin.

Dag 7

De volgende morgen wordt me verteld dat ik naar huis mag en dat het beter gaat met m'n bloedwaardes. Een fractie van een seconde speel ik met het idee om met een hoog stemmetje Thank You van Dido voor de zuster te zingen. Ik besluit het toch maar niet te doen.

Aangezien het nogal een turbulente dag was gisteren, ben ik vergeten om naar mijn berichten te kijken, dus doe ik dat maar in de lobby van het ziekenhuis. Naast alle standaard spam heb ik een berichtje ontvangen van die vriendin van me die spelletjesavonden zo leuk vindt.

Foto door Dominik Pichler

'Zin om met me naar een ukeleleconcert te gaan?' wil ze dit keer weten. Ik vraag me af of ze soms geabonneerd is op de nieuwsbrief Honderd verschrikkelijke dingen die je met z'n tweeën kan doen . Hoe zijn we ook al weer bevriend geraakt?

Ik wil weer mijn automatische 'JA!' typen, maar besluit even te reflecteren op de week. Ik denk aan de intieme conversatie met de regenwoudvrouw, de kettlebell-swings en mijn verschrikkelijke verblijf in het ziekenhuis.

Ik typ: 'Nee, bedankt' en voelt het alsof ik eindelijk weer normaal kan ademhalen – alsof ik na een heel lang festival eindelijk weer mijn eigen bed in kruip. Met een tevreden glimlach druk ik op 'verzenden', en loop wankel het ziekenhuis uit. Mijn positieve kijk op het leven laat ik lekker achter in het ziekenhuis; misschien dat iemand anders er wat aan heeft.

Lees ook:

Ik was 24 uur lang in de Basic Fit

Hoe ik me voelde nadat ik zeventig dagen in bed lag voor de wetenschap

Ik probeerde een paar dagen net zo'n powervrouw te zijn als Rens Kroes

Like als de wiedeweerga VICE Nederland om niks te missen van alles wat we maken: