FYI.

This story is over 5 years old.

Vice Blog

OP DE THEE BIJ DE MEEST POËTISCHE MOORDENAAR VAN IJSLAND

Ik zit in de woonkamer van Bjarni Bernhardur. 25 jaar geleden slachtte hij zijn huisbaas af op de tonen van Louis Armstrong. Vandaag heeft hij me bij hem thuis uitgenodigd om thee te drinken, salami te eten en over zijn leven te kletsen.

Zoals wel meer dikke oude mannetjes die hun gedroomde pensioen aan het leven zijn, lurkt Bjarni aan een pijp, schrijft hij gedichten, maakt hij regelmatig wandelingen en riekt hij naar preisoep. Voordat hij moordenaar werd, was Bjarni een tamelijk succesvol dichter. Tegenwoordig schrijft hij vooral om in het reine te komen met de drama's die zijn leven achtervolgen. In Reykjavik kent iedereen hem. Hij staat dan ook elke maandag, woensdag en zaterdag "Gedichten! Gedichten! Gedichten hier!" te schreeuwen op de hoek van de Pósthússtræti, een centraal gelegen straat in de binnenstad.

Advertentie

In 1986 kwamen Gorbatsjov en Reagan samen in Reykjavik voor de top die het begin van het einde van de Koude Oorlog zou markeren. Bjarni Bernhardur liep op dat moment over straat, terwijl hij één van zijn frequente, door LSD-aangewakkerde psychotische aanvallen had.

Hij vertelt me een goed geoefend verhaal over hoe hij in zijn slaapkamerraam zat en zag hoe twee privéjets aan kwamen vliegen voor die historische ontmoeting. Voor hem leek de top een nijpende voorbode van een fascistische samenzwering. Terwijl de twee mannen aan het praten waren over kernwapens en een nieuwe wereldorde, belde Bjarni aan bij zijn huisbaas. Die was in zijn ogen veranderd in een undercover Führer, die onder één hoedje werkte met de Sovjet-Unie en Amerika. Toen zijn huisbaas hem binnenliet, vroeg Bjarni hem of ze misschien samen wat naar Louis Armstrong konden luisteren. Daarna werd alles zwart.

Bjarni heeft een moeilijke jeugd achter de rug, die opgevolgd werd door extreem hoge uitgaven aan bergen LSD tijdens zijn jongvolwassen leven in de welbekende vrijstad Christiania - de zelfbesturende enclave in Denemarken die de overheid onlangs officieel heeft koudgemaakt.

Nadat hij God tegen het lijf wandelde tijdens een bijzonder openbarende trip raakte hij de weg helemaal kwijt. Hij begon te geloven dat iedereen die hij ontmoette een geheim agent was die aan een geheim plan werkte. Er zou een fascistische apocalyps op de loer liggen, mogelijk gemaakt door een samenzwering van alle wereldleiders.

Advertentie

Met het toenemen van zijn drugsgebruik raakte hij steeds meer los van de realiteit. Hij ging gekkenhuis in en gekkenhuis uit, in Kopenhagen, Oslo en Reykjavik. Toen hij eenmaal officieel krankzinnig bevonden was, bood de staat hem financiële hulp om hem een goed leven op te kunnen laten bouwen. Bjarni nam het geld aan en gaf het uit aan zaken waarvoor het niet bedoeld was: hij ging op een drugstrip door Europa, viel in slaap in Parijs om vervolgens wakker te worden in Griekenland en werd tot twee keer toe geweigerd aan de Britse grens omdat hij midden in een psychose het land probeerde binnen te komen.

Uiteindelijk trok Bjarni het niet meer om van hot naar her te reizen en besloot hij terug te gaan naar Reykjavik. Het was intussen een gewoonte van hem geworden om altijd een mes bij zich te dragen. "Voor de zekerheid", vertelt hij me. "Het was nooit mijn bedoeling het te gebruiken. Ik was me er wel altijd erg van bewust, maar het voelde alsof het nodig was om dat mes bij me te hebben."

Toen hij weer terug was in het huis van zijn huisbaas, bewees hij een nogal moeilijk gezelschap te zijn. Zijn huisbaas had hem eigenlijk alleen teruggenomen uit beleefdheid. Op het moment dat zijn huisbaas zich over de platenspeler boog om één van Bjarni's favoriete platen, 'What A Wonderful World', aan te zetten, trok Bjarni het niet meer.

'Ik had die sterke angstgevoelens en het idee dat er gevaar dreigde vanaf het moment dat Gorbatsjov en Ronald Regan in IJsland aankwamen," vertelt Bjarni. "Het voelde alsof het het laatste stadium van iets was. Ik kan niet eens uitleggen waarom ik naar mijn huisbaas ging die avond. Het enige dat ik me herinner is dat toen ik aankwam mijn hoofd op hol sloeg. Op de één of andere manier bracht ik mijn huisbaas in verband met mijn complottheorie, aan de aankomst van de grote leiders van Reykjavik. Ik dacht echt dat mijn huisbaas de leider was van een fascistiche terreurgroep…"

Bjarni trok het mes uit zijn zak tevoorschijn en stak zijn huisbaas in de rug. Zo beging hij één van de bloederigste moorden in de IJslandse geschiedenis. "Hij droeg een dikke jas. Hij zag het niet aankomen. Ik ging er gewoon voor. Steeds opnieuw. Ik heb vreselijke dingen gedaan zijn lichaam. Als ik eraan terugdenk, geloof ik dat ik dat allemaal niet had hoeven doen. Ik bleef maar steken, zijn lichaam verminken. Ik propte iets in zijn mond. In een waas smeerde ik bloed over de muren –ik gebruikte zijn bloed om de namen van de terroristengroepen op te schrijven die ik ervan verdacht betrokken te zijn. Hiervoor was er nooit iets gebeurd tussen ons. We hadden nooit ruzie. Zelfs nu kan ik er niet echt bij waarom het gebeurde. Ik was er gewoon van overtuigd dat hij Hitler was."

Het scheelt voor Bjarni dat de bevolking van IJsland intens vergevingsgezind is. Nadat hij twee jaar in een gevangenis in IJsland zat en nog eens twee jaar in een Zweedse psychiatrische inrichting doorbracht, helpen ze hem nu om van zijn ondeugd een deugd te maken, zijn woede in kunst om te zetten. Hij schrijft en publiceert de gedichten die hem beroemd maakten in zijn thuisland en tekent kleurrijke abstracte dingen op zijn slaapkamermuren. Als hij uitverteld is over hoe hij een man doodstak, laat hij me een paar van zijn prachtschilderijen zien. Om de een of andere reden hebben de IJslanders een speciale bewondering voor Bjarni en zijn droevige verhaal. Het schijnt dat Baltasar Kormákur, regisseur van de geprezen film 101 Reykjavík, op dit moment een film maakt over hem. Dat voelt op een rare manier een beetje als een rechtvaardiging voor de moord die hij beging. "Mijn verhaal is een tragedie," zegt Bjarni met een vreemd gevoel van trots, "maar het is een verhaal dat mensen graag aanhoren."

ALEX HOBAN