©2014 VICE Media LLC

    The VICE Channels

      Hoe ik cocaïne leerde maken in Colombia

      December 4, 2012

      Door Adam Guzman

       
       
      Het zal je niet verrassen: Colombia is ’s werelds grootste cocaïneproducent. Het land heeft een ware ondernemersgeest en bevoorraadt ongeveer 80% van de planeet. De cocaïnekeukens op het platteland van Colombia kookten alleen al vorig jaar 345 ton van het witte spul. Ik ben ook commercieel van geest en begrijp het belang van cocaïneproductie, dus ik besloot een dag door te brengen als leerling van een kok in het Colombiaanse dorp San Agustín.
       
      Hoewel San Agustín op slechts 200 mijl ligt van mijn woonplaats in Ecuador, kostte het me twee volle dagen om er te komen. Zoals gebruikelijk in Zuid-Amerika was de reis een aaneenschakeling van verwarring, ongelukken, regen, modderstromen, rommelige immigratiewetten, onverharde wegen en kippenbussen zonder vering die er bijna voor zorgden dat ik mijn stuitje scheurde.
      Maar toen ik aankwam op mijn bestemming leken al die ongemakken onbelangrijk. Ik stond op het punt om ambachtelijke cocaïne te maken.
       
       
      Enkele dieren op het terrein van Pedro.
       
      De eigenaar van de cocaïnefabriek was Pedro. Hij begroette me hartelijk op een deel van zijn landgoed dat diende als een koffieboerderij, en vertelde me dat onze workshop ongeveer twee uur zou duren. Na een blik op Pedro’s koffieveld mocht ik zijn ‘cocina’ betreden.
       
       
       
      Er lag een hoopje verse groene bladeren op tafel. Pedro verspilde geen enkel moment. Hij drukte een vlijmscherpe machete in mijn hand en vertelde me om te beginnen met hakken.
      Tijdens het hakken vertelde Pedro zijn verhaal. Hij had acht jaar geleden het vak geleerd in de cocaïnekeuken: dezelfde keuken die ooit werd bezocht door Pablo Escobar tijdens een informele deal van zeventig kilo pure cocaïne.
       
      Nadat de bladeren voldoende waren fijngehakt kreeg ik te horen dat het tijd was om het bindmiddel toe te voegen. Pedro haalde een zak cement en strooide dat over onze prachtig gehakte bladeren heen. Hij kneedde het deeg vervolgens met zijn handen.
       
       
      Het volgende ingrediënt: ammoniak. Pedro vond het bijzonder grappig om de kom in mijn gezicht te duwen. Het inademen van de damp voelde alsof iemand een enorme fles reukzout morste in mijn hersenen.
      Nadat ik was bijgekomen legde Pedro uit dat er vroeger gewoon water werd gebruikt tijdens het hele proces. Die organische manier sloeg helaas nooit aan: de bladeren moesten vijftien dagen weken in het water en dat was veel te lang. De producenten keken hoe ze het proces konden versnellen. Ze ontdekten dat benzine de wachttijd aanzienlijk korter maakte. Met een zwierig gebaar dumpte Pedro een hele fles super loodvrij door het mengsel.
       
       
      Nadat de benzine zijn magische werk had gedaan, voegden we een heleboel zoutzuur en natriumbicarbonaat toe aan de kom. Het zuur dient als extract, waardoor de cocaïne een vaste stof aanneemt; het natriumbicarbonaat verhoogt de pH-waarde. Na een korte pauze peuterden we de kitscherige kussensloop los die Pedro had gebruikt om de mengkom te bedekken. In de stinkende vloeistof hadden zich ondertussen witte rotsjes gevormd.
       
       
       
      Pedro viste de witte klompjes uit de kom, spoelde ze snel af, gooide ze in wat folie en hield ze voor een lamp van 60 watt om de laatste giftige sappen te laten verdampen.
       
       
      Tot slot haalde Pedro zijn Zwitserse zakmes uit zijn broekzak en begon hij zijn schepping vakkundig in puur, parelwit poeder te hakken. 
       
       
      Ik nam de sombere houding aan van een Parijse parfumeur en snoof mijn creatie op. De uitspraak van Bobcat Goldthwait in Blow verwoordde het moment perfect: “I can't feel my face. I mean I can touch it. But I can't feel it inside."

      -

      Thema's: blow, drugs, cocaine, Colombia, rocks, DIY, artisinal cocaine

      Comments