Transmutatie in Tijuana

door Juan Carlos Reyna

 

Gelovigen hopen dat zingen, dansen en boetedoening tijdens de zondagdienst hun zonden ongedaan zal maken.
 
De pastoor is klaar met haar preek, doet haar ogen dicht en wacht op haar volgelingen bij het altaar. Daar heeft de huisband een rustig nummer ingezet, ter begeleiding van de psalmen die door de gemeenschap worden voorgelezen. De enige ventilator in de propvolle, bloedhete kerk staat naast de drummer.
 
“Open je hart, zodat Jezus Christus je kan reinigen en genezen,” zegt ze tegen zo’n twaalf mannen die haar kant op komen. Eén van de mannen zweet zich een ongeluk— of hij huilt, dat kan ook—terwijl hij zijn armen naar de pastoor uitsteekt. Zijn gezicht ziet er vrouwelijk uit en hij heeft naast geverfd haar ook geëpileerde wenkbrauwen. De pastoor neemt hem bij de mouw. “Je zult uit de dood herrijzen, net als Jezus,” verzekert ze hem.
 
De overige hondervijftig gelovigen in de kerk beginnen heen en weer te schudden. Sommigen schreeuwen en happen naar adem, anderen springen en draaien rondjes. Het tempo van de muziek wordt opgevoerd. Dit is de grote finale van de kerkdienst, die inmiddels al zo’n drie uur bezig is in de verstikkende hitte.
 
“Ik ben gered in de naam van Jezus! Ik ben gered in de naam van Jezus!”, schreeuwt de man, waarop de pastoor zijn haar vastgrijpt en zijn voorhoofd tegen het hare drukt. Terwijl zijn zweet over haar gezicht stroomt, halen ze samen diep adem. Dan valt hij op zijn knieën en begint hij in stilte te bidden.
 
De man in kwestie heet Eduardo Herrera Gómez. Hij is dertig jaar oud en één van de homoseksuelen die ‘genezen’ zijn door Alma Leticia Rosas, een pinksterpastoor die beweert dat ze duivelse geesten kan verdrijven, die volgens haar homoseksualiteit en “andere duivelse afwijkingen” veroorzaken. De groep komt iedere zondag bij elkaar in de Templo y Centro de Rehabilitación La Esperanza (Tempel en Rehabilitatiecentrum van de Hoop) in Tijuana. Daar vieren ze samen met Zuster Lety, zoals haar volgelingen haar noemen, hun afscheid van wat zij omschrijft als het slechte pad. De tempel is één van de vier rehabilitatiecentra in de buurt, maar het is de enige plek die zich naast het behandelen van drugsverslaafden ook bezighoudt met homoseksuele mannen die graag op vrouwen willen vallen.
 

Pastoor Alma Leticia Rosas (oftewel Zuster Lety) staat aan het hoofd van een kerk in Tijuana, waar ze met behulp van goddelijke krachten probeert om homoseksuele mannen te genezen.
 
De omgeving van de tempel is identiek aan de rest van het stadsdeel Sánchez Taboada, één van de meest gewelddadige buurten in Tijuana. Het is een doolhof van modderige straatjes, met huisjes die gemaakt zijn van blik en karton. Piepkleine winkeltjes genaamd narcontienditas verkopen drugs en sommige krakkemikkige pandjes dienen als tijdelijke gevangenis voor ontvoerde mensen. ‘s Avonds rijden glimmende, luxe SUV’s met geblindeerde ramen op hoge snelheid door de smalle straten.

In Sánchez Taboada wonen ook veel transseksuelen, wiens aanwezigheid ervoor heeft gezorgd dat de stad tegenwoordig een belangrijke bestemming is voor Amerikaanse sekstoeristen. Homoseksuelen en transseksuelen uit heel Mexico verruilen al jaren hun conservatieve geboorteplaats voor een hedonistisch leven in Tijuana.

“Zolang als ik me kan herinneren, voel ik me al aangetrokken tot dingen waar jongetjes normaal gesproken niet van houden, zoals poppen, jurken en make-up,” vertelt Eduardo, die zichzelf tegenwoordig omschrijft als een voormalige homo. Op zijn vijftiende ontvluchtte hij zijn ouderlijk huis in Guadalajara, zodat hij zijn identiteit niet langer hoefde te verbergen. Hij wilde niet dat zijn broers zich zouden schamen voor het feit dat hij vriendjes had in plaats van vriendinnetjes, en had ook liever niet dat zijn moeder hem in vrouwenkleding zou zien.

Dus ging hij op een avond naar een feest met zijn tien jaar oudere geliefde, om daarna nooit meer naar huis terug te keren. De twee verhuisden naar de staat Colima, waar de stad Manzanillo bekend stond om de homoscene, en Eduardo’s leven veranderde volledig. “Toen begon ik met het leven van la vida loca,” zegt hij. “Ik gebruikte drugs en kwam in de prostitutie terecht.” Hij slikte ook vrouwelijke hormonen en zette een deel van zijn inkomen opzij om zijn borsten, billen, heupen en kuiten te laten inspuiten met siliconen. Volgens Eduardo deed hij alles om zijn kont en tieten te vergroten.
 
Gebrek aan werk dwong het stel in 2002 om naar Tijuana te verhuizen, waar het op dat moment nog wel meeviel met het drugsgerelateerde geweld. Het wemelde er nog steeds van de toeristen, ondanks de aangescherpte veiligheidsmaatregelen na de aanslagen op 11 september, die het moeilijker maakten om de grens over te steken. Eduardo huurde een kamer in het centrum van de stad en had seks voor geld in Coahuila Alley, een straat in de hoerenbuurt.

Binnen de kortste keren was Eduardo aan allerlei dingen verslaafd. “Sinds ik hier ben aangekomen, is het net alsof ik door de duivel bezeten ben,” zegt hij. “Ik gleed af: drugs, prostitutie, ik deed mezelf van alles aan.” Ik kreeg het idee dat hij op een bizarre manier pronkte met zijn verleden, maar misschien was hij alleen trots dat hij nu genezen is, na zeven jaar in zonde te hebben geleefd. “Mijn werk als hoer gaf me een comfortabel en welvarend leven, maar ik raakte er ook van aan de drugs en daardoor verloor ik uiteindelijk mijn appartement, mijn vrienden en mijn familie,” vertelt hij. “Uiteindelijk at ik uit een vuilnisbak.”
 

Mannen die hun drugsgebruik en homoseksualiteit achter zich hebben gelaten, bidden tijdens een dienst in de kerk van Zuster Lety.
 
Toen Eduardo nog steeds compleet verdwaald was in zijn manier van leven, hoorde hij op een dag van iemand dat Jezus Christus de leegte in zijn hart kon opvullen. Hij kwam terecht in de tempel van Zuster Lety, waar hij zijn oude leven achter zich liet en naar eigen zeggen tot de conclusie kwam dat hij graag met een vrouw wil trouwen en kinderen wil krijgen. “Ik zou mijn levenservaring met mijn kinderen delen,” beweert hij, “en ze verzorgen en beschermen, zodat ze geen homo worden.”

De 46-jarige Zuster Lety is Eduardo’s grootste inspiratiebron. Zij houdt zich al bijna de helft van haar leven bezig met de genezing van homoseksuelen en transseksuelen, mensen die zij omschrijft als slachtoffers van de boze geesten. Toen ik haar interviewde in het rehabilitatiecentrum, vroeg ze me of ik alle homoseksuelen ter wereld wilde laten weten dat hun manier van leven niet klopt: “Als ze geloven dat ze zo geboren zijn, hebben ze het mis. Als ze denken dat ze zo moeten leven, hebben ze het mis. Je homoseksualiteit is in werkelijkheid de duivel die probeert je te misleiden. Je brandende verlangen wordt opgestookt door kwade geesten.”

Zuster Lety’s mening mag dan extreem homofobisch klinken, toch zorgt ze op haar eigen manier voor haar volgelingen. Toen ze een paar jaar geleden een preek gaf in een gevangenis in Baja California, kwam ze een zeer vrouwelijke homo tegen, die van de andere gevangenen niet mocht bidden. Ze wist zijn vertrouwen te winnen en vertelde hem dat de Bijbel hem zou kunnen genezen. Nadat de man zijn tijd in de gevangenis had uitgezeten, nam Zuster Lety hem in huis. “Daarna kwam er nog één, en nog één, maar ik kon ze niet allemaal bij me in huis nemen,” zegt ze. “Toen huurde ik de plek waar we nu zitten van mijn broer.”

Volgens Zuster Lety is homoseksualiteit geen ziekte of psychische aandoening: zij denkt dat het een vorm van spirituele bezetenheid is. Ze heeft nog nooit met een psycholoog overlegd over de ‘behandeling’ van iemands seksuele voorkeur en negeert de huidige wetenschappelijke consensus, die voorschrijft dat seksuele oriëntatie en geslacht nu eenmaal niet veranderd kunnen worden. Zuster Lety gelooft dat drugsverslaafden en homosek- suelen als kind seksueel misbruikt zijn. Misbruik veroorzaakt pijn en haat die als een soort magneet kwade geesten naar de ziel van het slachtoffer trekt. Homoseksuelen en verslaafden hebben altijd dat soort geesten om zich heen, beweert ze.
 
“Dit los ik op door ze het Woord te leren. Ik laat ze drie keer per dag naar het Woord van God luisteren en bidden. Ook vieren we de aanwezigheid van God op zondag,” zegt Zuster Lety. Ze benadrukt wel dat ze niemand dwingt tot een behandeling. “De verloren ziel geeft ons de mogelijkheid om de Heilige Geest bij hem of haar binnen te laten, zodat hij kan worden geleid, gereinigd en genezen.”

Zuster Lety weet uit eigen ervaring wat misbruik met een mens doet. Ze groeide op in een katholiek gezin in Tijuana en werd op haar vijfde door haar oom aangerand. In plaats van dit aan haar moeder te vertellen, ging ze het klooster in, waar ze tot haar veertiende woonde. Ze ontvluchtte het klooster met een man die haar zwanger had gemaakt, maar werd door hem verlaten. Toen ze 23 was, besloot ze om samen met haar dochter naar Los Angeles te verhuizen. Daar raakte ze bevriend met een voormalige heroïneverslaafde, die haar vertelde over het Christelijke geloof. “Hij liet me zien dat het niet uitmaakt wie er fout zit, omdat we allemaal zondaars zijn. In de ogen van Jezus is de man die mij heeft misbruikt niet de enige zondaar; ik heb zelf ook gezondigd.”
 

Rafael is al jarenlang transsekssueel, maar hoopt dat hij in de toekomst genoeg geld zal hebben voor een operatie die zijn penis in oorspronkelijke staat herstelt, zodat hij weer als man door het leven kan.

Homofobie komt veel voor in Tijuana en andere steden in Mexico. Víctor Clark Alfaro, directeur van het Binational Center for Human Rights (Binationale Centrum voor Mensenrechten) in Tijuana, zegt dat sommige homo’s, lesbiennes en transseksuelen er door de haatcultuur toe gedwongen worden om naar de Verenigde Staten te vluchten. In 2006 verhuisde een groep van ongeveer dertig transseksuelen naar Californië om daar een ongebruikelijk plan uit te voeren: ze vroegen politiek asiel aan vanwege de wijze waarop ze door de politie in Tuijana werden behandeld. Ze werden volgens Víctor niet alleen fysiek en verbaal mishandeld: zijn organisatie heeft ook getuigenissen van transseksuelen die door de politie zijn verkracht.

Vanuit een logisch en wetenschappelijk oogpunt maken religieuze instellingen dingen die met seks te maken hebben vaak erger dan ze al zijn, zeker als het om mensen gaat die niet heteroseksueel zijn. Neem bijvoorbeeld de voormalige aartsbisschop van Guadalajara, Juan Sandoval Íñiguez, die bekend staat als een enorme homofoob. In een interview dat in februari in het blad Gatapardo werd gepubliceerd, zei hij dat homoseksualiteit een strategisch wapen van de ontwikkelde wereld is, dat wordt ingezet om de wereldbevolking terug te dringen, zodat de natuurlijke bronnen op Aarde niet worden uitgeput. Geen wonder dat de homoseksuele mannen in Tijuana liever hetero willen zijn.

In de betonnen achtertuin van de tempel is geen boom te bekennen. Ik heb er een afspraak met Gustavo Silva, die ook bij de 25 hervormde homo’s uit Zuster Lety’s kerk hoort. Zijn verhaal is in grote lijnen hetzelfde als dat van vele andere mannen. “Op mijn vijftiende begon ik de weg naar de hel te bewandelen. Ik hield van drank en drugs en trok graag vrouwenkleren aan. Maar ik verlangde het meest naar een vrouwelijk en voloptueus uiterlijk, dus ging ik onder het mes. Hoe groot mijn borsten ook waren, ik wilde ze altijd groter hebben. Mijn borsten kwamen van pas omdat ik graag mannen wilde bevredigen, maar ook bij mijn werk als hoer, zodat ik mijn huur kon betalen en mooie jurkjes kon kopen.”

Een paar jaar later had Gustavo’s manier van leven hem uitgewoond. Hij was zo dun, dat hij bijna zeker wist dat hij aids had opgelopen. Op zijn 23ste verjaardag liep hij over straat nadat hij ergens wat speed had gekocht en werd hij ineens misselijk van alle viezigheid om hem heen. Hij keek naar de hemel en schreeuwde: “God, geef me de kracht om mijn leven te beteren, ik kan het niet meer aan!” Hij herinnerde zich toen een paar zieke homo’s, die hem eens hadden verteld over La Esperanza. “Ik zei tegen mezelf: ‘Oh, de verslavingskliniek. Dat is denk ik wat ik nodig heb.’ Zo ben ik hier terechtgekomen.” Gustavo zit hier nu een jaar. Hij loopt nog steeds rond met zijn borstimplantaten, maar hij is aan het sparen zodat hij ze kan laten verwijderen.

Nadat ik wat tijd met haar had doorgebracht, kwam ik tot de conclusie dat Zuster Lety een zorgzame vrouw is met toegewijde volgelingen. Zij is op haar beurt ook toegewijd aan hen, of althans, aan die mannen waarvan ze gelooft dat ze kunnen veranderen. “Ik vertel iedereen die met dit probleem worstelt dat ze het kunnen overwinnen, dat Jezus bestaat en dat hij hun manier van denken kan veranderen en nieuwe mensen van ze zal maken,” vertelt ze. “Ik ben er heilig van overtuigd dat geen enkele homoseksueel ervoor kiest om homo te zijn. Daarom is er hoop.”

Haar toon is oprecht. Ze gelooft werkelijk dat homoseksualiteit een vreselijke vloek is en wil de wereld van dat kwaad verlossen. Maar toen ik bij wijze van afscheid haar hand schudde, en haar tegen beter weten in bijna had omhelsd, kon ik de gedachte aan een oud gezegde niet uit mijn hoofd zetten: “De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.”
 
FOTO’S DOOR ALEJANDRO COSSÍO

Reageer