In 2018 nam ik afscheid van een drinker

Stoppen met drinken was makkelijk, maar nu moet ik opnieuw uitvinden wie ik ben.

door Nils de Lange
30 december 2018, 1:19pm

Foto van de auteur door Raymond van Mil

Check al onze verhalen over de tijd die begint met familieruzies aan tafel en eindigt met een onvrijwillig nachtje uit.

Er bestaat een ­nogal treurige vlog, waarin een jongen in zijn eentje in zijn woonkamer zit en daar bij wijze van ‘challenge’ een heel krat bier leegdrinkt. Bij elk flesje bier dat hij drinkt gaan de ogen waarmee hij de camera inkijkt ietsje verder dicht hangen en worden de woorden die hij uitspreekt iets minder verstaanbaar en samenhangend, tot hij aan het eind van de video laveloos door zijn huis waggelt.

De video is twee jaar oud, en de jongen in de video ben ik.

Ik nam de video op in de lege dagen tussen kerst en oud en nieuw. Ik verveelde me, had na een paar dagen vol familiebezoeken en andere kerstverplichtingen geen behoefte om me onder de mensen te begeven, en juist wel om een krat bier leeg te drinken. De video – het is eigenlijk een serie van korte video’s achter elkaar – stuurde ik naar een selecte groep vrienden, en was een doorslaand succes. Nu nog, twee jaar later, hebben we het er regelmatig over, lachen we erom, en vragen ze wanneer ik weer eens een nieuwe vlog opneem.

Naast verveling en drankzucht was er nog een belangrijke reden waarom ik een krat bier leegdronk, dat filmde en die video naar mijn vrienden stuurde: het paste precies bij mijn zorgvuldig gecultiveerde imago. De video belichaamde wie ik ben: een drinker.

Al vanaf mijn zestiende draait wie ik ben voor een groot deel om drank. Ik ben die gast die nooit “nee” zegt als je vraagt of ik mee op café ga, de jongen die nooit genoeg gedronken heeft. Ook als ik niet meer uit mijn woorden kom en mijn verstoorde evenwichtsorgaan me doet lijken op een populier tijdens een herfststorm, is er altijd nog wel plek voor nog één glas. Sterker nog: hoe meer ik drink, hoe meer dorst ik krijg.

Meer dan tien jaar lang heb ik deze persoon omarmd. Elke keer dat ik me als een malloot had gedragen lachte ik weg, en zwolg ik in het zelfmedelijden dat ik gratis bij mijn katers kreeg. En mensen vonden het te gek. Veel van mijn vriendschappen waren gebaseerd op drank, een groot deel van mijn vrienden zag ik alleen in kroegen en clubs. Bovendien waren cafés belangrijke netwerklocaties voor me. Als ik niet zoveel had gezopen, had ik waarschijnlijk nooit de mensen ontmoet door wie ik ben geworden wie ik ben. Ik leerde mijn vriendin kennen toen ik op een vrijdag om half vijf ’s nachts in het enige drankhol stond dat nog open was. Daarnaast vind ik drinken een van de leukste en lekkerste dingen ter wereld.

Maar dit verhaal gaat niet over hoe leuk het is om elk weekend – en soms doordeweeks – te drinken tot het licht uitgaat. Natuurlijk is dat niet altijd leuk. Ik heb regelmatig in politiecellen of op eerstehulpposten gezeten, omdat ik weer eens iets doms had gedaan. Ik ben vaker dan mijn collega’s grappig vonden twee uur te laat op mijn werk gekomen, omdat ik dwars door mijn wekker heen was geslapen na een avond whisky drinken. Toen ik halverwege dit jaar in het ziekenhuis belandde nadat ik op een woensdagnacht starnakel dronken naar huis fietste en daarbij een wegafzetting over het hoofd zag en letterlijk in een gigantisch gat in de weg fietste, besloot ik dat ik misschien eens moest proberen te stoppen.

Dit is ook geen verhaal over hoe moeilijk het is om te stoppen met drinken. Ik had met mezelf afgesproken om twee maanden geen druppel te drinken, gewoon om te kijken hoe dat was, en of ik dat eigenlijk wel kon. De eerste week was makkelijk. Het enige dat ik ervoor moest doen was niet drinken, geen slokken nemen uit glazen met drank. Een simpele fysieke handeling achterwege laten. De tweede week was even makkelijk en de rest ook, die twee maanden waren zo voorbij. En het was geweldig. Zo geweldig dat ik ervan schrok. Ik was productiever, zag er beter uit, stond vroeger op en werd een aardiger mens voor mijn directe omgeving.

Na die twee maanden begon ik weer te drinken alsof er nooit iets was gebeurd, maar al na een week besefte ik dat ik de niet-drinkende versie van mezelf leuker vond dan de dronkenlap die ik vroeger was. Daarom besloot ik weer te stoppen. Maar nu besef ik dat er iets is dat veel moeilijker voor me is dan niet drinken: geen drinker meer zijn.

Ik hield van de met drank doordrenkte identiteit die ik de afgelopen twaalf jaar heb opgebouwd. Dat personage, dat ik voor mezelf had geschapen, heeft me veel gebracht. Dit personage heeft een leuk sociaal leven en een leuke baan, maar hoeveel is het me waard om hem in stand te houden? Is dat personage belangrijker dan mijn gezondheid? Het antwoord op die vraag is ‘nee’, en daarom is dat personage er niet meer. Maar wat blijft er dan over? Ik heb geen fysieke ontwenningsverschijnselen, geen deliriums, geen zweetaanvallen of trillende handen. Maar er is wel een ander, mentaal ontwenningsverschijnsel: ik weet niet zo goed meer wie ik ben.

Toen ik stopte met drinken ben ik me ook af gaan vragen of het misschien iemands schuld was dat de drank meer dan tien jaar lang mijn leven heeft bepaald. Televisie? Misschien, want drinken is nog steeds iets wat succesvolle mensen doen, kijk maar naar James Bond, Hank Moody of Don Draper. Mijn ouders? Hun genen hielpen in ieder geval niet mee. De overheid? Fuck ja, want waarom mag ik nog steeds niet legaal smoren of pillen slikken, maar mag ik me op partijborreltjes klem zuipen aan gore rode wijn?

Maar ik heb geen zin om iemand ergens de schuld van te geven, hoewel ik hoop dat bovenstaande dingen veranderen zodat de 16-jarigen van nu niet de keuzes maken die ik heb gemaakt. Het enige dat ik moet doen is mijn drinkende zelf in 2018 achterlaten, en in 2019 ontdekken wie ik ben als nuchter persoon. En dat gaat ingewikkelder worden dan de fles laten staan.

Volg VICE België razendsnel op Instagram.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op VICE NL.