Stuff

Voor een dode wereldtaal is Esperanto verrassend gezellig

Aanstaande zondag komen Esperanto-sprekers van over de hele wereld samen om hun dode kunsttaal te vieren. We spraken twee jonge Nederlanders en een Vlaming die het vloeiend spreken.

Pete Wu

Het is feest in Esperanto-land komende zondag. Via

Komende zondag is de jaarlijkse Esperantodag, waar alles wat met Esperanto te maken heeft gevierd wordt. Dit ooit zo ambitieuze taalproject werd aan het einde van de negentiende eeuw door de Litouwse oogarts Lejzer Zamenhof bedacht als een soort anti-Toren van Babel, een makkelijk te leren apolitieke kunsttaal waarin iedereen in de wereld neutraal met elkaar kan communiceren. Deze combinatie van verschillende Europese talen (maar zonder frustrerende grammaticale uitzonderingen) moest een oplossing worden voor de miscommunicatie die volgens Zamenhof vaak de reden is van etnische conflicten. Alleen in Zamenhofs eigen stad al werden vijf verschillende talen gesproken.

Esperanto heeft nooit echt de vleugels gekregen die het misschien verdiende – en de relevantie is enigszins verpieterd nu het Engels de wereld heeft overgenomen. Toch is er een Nederlandse Esperanto jongerenvereniging en kun je vakken Esperanto volgen aan de Universiteit van Amsterdam, bijvoorbeeld. Momenteel lopen er ongeveer twee miljoen esperantisten rond, waarvan de meesten al in de herfst van hun leven zijn beland.

Omdat zondag wereldwijd gevierd wordt dat op 26 juli 1887 het eerste grammaticaboek over Esperanto uitkwam, spraken we wat jonge esperantisten uit Nederland en Vlaanderen over wat het betekent om een dode, wereldwijde kunsttaal te spreken.

Moedertaalspreker Thomas Demeyere (16) uit Brugge

VICE: Ha Thomas, je bent een van de weinige mensen op de wereld die is opgevoed in Esperanto. Je vader heeft daar al sinds je klein bent meerdere keren over uitgeweid in de Vlaamse media. Krijg je er vaak vragen over?
Thomas Demeyere: Ja, iedere keer als ik met mijn pappa Esperanto spreek zijn er mensen die vragen welke taal we spreken en waar het vandaan komt. Ze vinden het vaak lijken op Spaans of Italiaans. En mensen vinden het idee van één wereldtaal óf nutteloos óf goed.

Hoe was het voor je om opgevoed te worden in het Esperanto?
Voor mij heeft het alleen maar voordelen gehad: ik heb vrienden in veel verschillende landen en ik leer hun culturen en talen kennen. Ook is het met Esperanto als moedertaal makkelijker om andere talen te leren. Bij proefwerken in het Frans herinner ik soms iets in het Esperanto en dat helpt. En het is soms handig dat niet iedereen mij begrijpt als ik Esperanto met mijn vader spreek.

Merk je verschil met mensen die niet opgevoed zijn in het Esperanto maar het wel spreken?
Mensen die het op latere leeftijd leren kunnen beter schrijven in Esperanto. Ik heb het nooit leren schrijven en leer het nu pas. Plus mijn vader heeft me van jongs af aan fouten aangeleerd en die zijn er moeilijk uit te krijgen. Zoals bijvoorbeeld dat je achter een lijdend voorwerp een 'n' plaatst. Daar maak ik heel veel fouten in.

Wat zijn dan de nadelen aan Esperanto spreken?
Mijn vrienden die Esperanto spreken wonen heel ver, en soms voel ik me eenzaam thuis. Esperanto voelt bekender en intiemer. Voor mij is het moeilijker om met lokale vrienden om te gaan omdat die relaties minder sterk zijn dan met esperantisten. Iedereen in mijn omgeving spreekt Vlaams, dus je hebt minder het samenhorigheidsgevoel van het spreken van een andere taal.

Wat vinden je vrienden ervan?
Ze tonen niet zoveel interesse als ik had gehoopt. Ik heb een paar computervrienden die het een goed idee vinden maar niet nodig. Een paar vonden het spannend en wilden wel leren hoe je tot tien telt.

Heb je al iemand bekeerd?
Ja, er was één iemand, maar hij moest verhuizen.

Tweedetaalspreker Miko Kuijn (27) uit Weesp, student Master Computer Science

VICE: Ha Miko! Esperanto is niet je eerste taal. Hoe ontdekte je het?
Miko Kuijn: Ik zette vijf jaar geleden mijn iPod op Esperanto.

Wat wist je erover?
Eigenlijk helemaal niks. Mijn gewoonte is om in dat soort gevallen naar Wikipedia te gaan. Toen ging er een wereld voor me open. Ik was nieuwsgierig en het maakte indruk op een leuke manier, met een positief idee. Het is een beetje mysterieus ook, zoals de vrijmetselarij, want hoe word je lid van dat laatste? Bij Esperanto is het simpel: je leert de taal. Dus een jaar later ging ik op een zomercursus in San Diego, de NASK (Nord-Amerika Somera Kursaro de Esperanto). Al die tijd was het hele fenomeen abstract (dat heb je altijd als buitenstaander) maar toen zag ik de boel concreet worden.

Hoe was het om ondergedompeld te worden in Esperanto?
Ik dacht dat de cursus voor jonge mensen zou zijn; ik zat met zestien- en zeventienjarigen op een kamer, maar wij bleken de jongsten te zijn. Een van hen wist te vertellen over de schunnige gedichtjes in het Esperanto. Je hebt een notoire gedichtenbundel, Sekretaj Sonetoj, 'Geheime sonnetten', van Peter Peneter – een pseudoniem. Ik ben een week lang opgetrokken met een internationaal gemengd gezelschap, en dat sloeg bij mij helemaal aan.

Je spreekt het nu vier jaar. Spreken mensen in je directe omgeving ook Esperanto?
Nee.

Het lijkt me moeilijk om niet altijd omgeven te zijn met andere sprekers.
Dat klopt. Er is een liedje van een Deen, Kimo, genaamd Sola, wat 'eenzaam' betekent, over iemand die met veel pijn en moeite geld bijeen heeft geschraapt om naar een Esperantocongres te gaan maar na afloop weer alleen is.

Het oorspronkelijke idee is dat je kunt communiceren met iedereen, maar dat ideaal is niet helemaal bereikt.
Dat idee van finvenkismo, 'eindoverwinning', is mijns inziens niet haalbaar en niet iets waar we energie in moeten steken. Het is duidelijk dat er geen complete volkstammen als vliegen op de taal afkomen. Kijk liever naar wat we al hebben: dit is een aparte, zelfstandige en niet minderwaardige cultuur die doet denken aan een diaspora. We moeten ons blijven inspannen om de cultuur niet verloren te laten gaan, maar wat we hebben is prima, laten we daar blij mee zijn.

Het activisme en de noodzaak ontbreken tegenwoordig. Is het nu gewoon een luxe hobby geworden? Waarin verschilt een Esperantospreker van iemand die bijvoorbeeld Keltisch wil leren?
Nou, laten we het dan vergelijken met LARP'en. Dat is een activiteit die buitenstaanders als een hobby zien, terwijl het voor iemand die het doet deel van zijn of haar identiteit is.

Hoe is het dan deel van je identiteit?
Het is de manier waarop het zich manifesteert in je leven. Mensen doen dit om de dagelijkse sleur los te laten, om nieuwe mensen te ontmoeten, om een avontuur te beleven. Met Esperanto heb ik reizen kunnen maken die ik anders niet met dezelfde intensiteit had kunnen doen, en ik zou nooit zo'n verscheidenheid van mensen van verschillende achtergronden en leeftijden hebben ontmoet.

Ga jij het aan je kinderen leren?
Goede vraag. Mensen die het van hun ouders hebben meegekregen missen een stukje van die identiteit, omdat de taal voor hen normaal is. In die zin zou ik zeggen dat je je kinderen de taal niet vanaf de geboorte moet meegeven. Dat is voor een goede beheersing ook absoluut niet nodig. Maar als ik kinderen zou hebben: ja. Het is eerder een morele kwestie voor anderen, van 'Waarom zou je je kinderen een taal leren die een beperkte toepassing heeft?' Daar ben ik het niet mee eens, want voor een opgroeiend brein is alles een verrijking. En als je zelf Esperanto spreekt: waarom niet?

Tweedetaalspreker Nico Huurman (28) uit Utrecht, bestuurslid van de Wereld Esperanto Jongeren Organisatie maar werkt ook bij ProRail op de afdeling Treinbeveiliging

VICE: Ha Nico, hoe ga jij om met de vooroordelen van niet-sprekers?
Nico Huurman: Als het ter sprake komt, dan gaat het vaak over wat het nut is van een dode wereldtaal, en dat we nu Engels hebben. Ik probeer dan uit te leggen dat het niet dood is: esperantisten ontmoeten elkaar nog elk weekend. En er is online bijvoorbeeld heel veel materiaal over Esperanto beschikbaar. Hun vooroordelen zijn gebaseerd op een gebrek aan informatie over de taal.

Verbaast je dat, die vooroordelen?
Ik ben er intussen aan gewend. Tot 2005 was ik net zo sceptisch en ging ik ervan uit dat niemand het sprak en dat het dus geen zin had om het te leren. Maar dat jaar kwam ik via een forum op een website terecht en toen kwam ik ineens heel veel dingen tegen, zoals cursussen waarmee je per e-mail feedback krijgt. Het was een eyeopener dat er zoveel sprekers bleken te zijn, relatief gezien. Er zijn waarschijnlijk meer mensen die Esperanto spreken dan Ests, bijvoorbeeld.

Hoe is de Esperantowereld voor jou als jongere?
Sommige sprekers zijn best wel idealistisch – Esperanto zou een betere wereldtaal zijn dan Engels, waarbij je altijd het verschil houdt tussen een Engelse moedertaalspreker en de rest van de wereld. Daarnaast zijn veel sprekers gewoon geïnteresseerd in talen leren.

Hoe sta jij erin?
Ik zou het leuk vinden als meer mensen het zouden spreken, maar ik loop niet mee in protestmarsen en sta niet op festivals met een standje nieuwe sprekers te werven.

Wat is een groot voordeel aan esperantist zijn?
Voordat ik op reis ga stuur ik een mailtje rond en vraag ik of een esperantist mij kan rondleiden. Dat heb ik vaker gedaan en dat vind heel fijn.

Zou je je kinderen ook opvoeden in het Esperanto?
Die kans bestaat: mijn vriendin komt uit Slovenië en we spreken ook Esperanto met elkaar. Zo hebben we elkaar ook leren kennen. Ik spreek Esperanto zeker zo goed als Engels, misschien wel beter.

Meer VICE
VICE-kanalen