reportage

Hoop tussen de puinhopen: een dagje met de laatste bewoners van Fort Oranje

Na jaren aan politie-invallen en weerstand moet de meest beruchte camping van Nederland worden ontruimd. "Het was hier altijd beregezellig."

door Lisa Lotens; foto's door Maarten Delobel
01 juli 2017, 5:00am

Fort Oranje ken je waarschijnlijk vooral van verhalen over criminaliteit, prostitutie en scheefgelopen handhaving. Je zou haast kunnen vergeten dat er ook nog een hoop mensen wonen en verblijven, die nergens naartoe kunnen.

Even een korte geschiedenis: viersterrencamping Fort Oranje werd begin jaren zeventig opgericht en is gevestigd in Rijsbergen, een klein dorpje in de buurt van Breda. De camping was een Hollands paradijs, waar mensen hun vakantie vierden en waar sommigen zelfs, sinds een aantal jaar, permanent woonden. Het had vijf zwembaden, een grote discotheek en een hoop glimlachende vakantiegangers. Vanaf 2009 is de camping vaak negatief in het nieuws in verband met criminaliteit - denk aan de aflevering van Danny Zoekt Problemen - en lijkt het opeens een van de meest beruchte campings van Nederland. Een paar weken geleden besloot de gemeente Zundert om de camping definitief te sluiten vanwege criminele activiteiten en erbarmelijke woonomstandigheden. Over een jaar moeten alle bewoners zijn vertrokken. Eigenaar Cees Engel overweegt om juridische stappen te nemen tegen de gemeente Zundert om de camping terug te krijgen.

Ik ging samen met fotograaf Maarten Delobel de camping op om de mensen te bezoeken die er verblijven, en ze te vragen wat er nou allemaal precies aan de hand is, hoe het was in die fantastische gloriedagen, en of ze alle hoop inmiddels hebben laten varen.

De supermarkt is gesloten.

We lopen rond het middaguur de camping op en het is er, zoals verwacht, grimmig. Dat het regent en dat er twee beveiligers bij de slagbomen staan om auto's te controleren, helpt ook niet mee. Alle faciliteiten die een camping een gezellige en levendige plek maken zijn gesloten, zoals de supermarkt, de kantine, maar ook de discotheek. Er komt een man met een roze shirt en een snelle zonnebril met een razend tempo langs ons gelopen. Hij klinkt boos, en schreeuwt in zijn telefoon: "We mogen er niks aan doen, dat is nou juist het probleem, we mogen er helemaal niks aan doen!"

De camping is een bende. Er staan overal leeggehaalde caravans, er ligt een hoop puin en afval, en er is weinig teken van leven. We komen terecht in een laantje waar, geloof ik, voornamelijk Oost-Europeanen wonen. De caravans zien er behoorlijk treurig en armoedig uit. We schrikken van een modderig hondje dat ons bijna aanvalt, maar besluiten toch maar even aan te kloppen. Helaas spreken de mensen die open doen geen woord Engels of Nederlands.

Twee vrouwen doen open, maar spreken geen Nederlands.
Een vriendelijke man uit Bulgarije.

We lopen het volgende laantje in, waar de boel er iets vrolijker uitziet. Woonwagens met een hoop planten, bloemetjes en hartelijk ogende laven die de onguurheidsfactor iets omlaag krikken. Er komt ons een oudere vrouw tegemoet gelopen, die zo te zien iets kwijt is. Het blijkt haar telefoon te zijn. Ik vraag aan haar of ze zin heeft om te vertellen hoe het tegenwoordig geregeld is op Fort Oranje.

Voor we het weten zitten we gezellig met Appelonia (80), Rob (63) en Ronald (56) in de serre van haar woonwagen aan tafel een biertje te drinken en een sigaret te roken, en te keuvelen over het leven op de camping.

Appelonia in haar woonwagen.

"Ze regelen niks!" antwoordt ze boos. "Kijk," vervolgt ze, "wij wonen hier niet hè. Wij recreëren hier acht maanden in het jaar. En ik ga er voorlopig nog niet uit, want het is mijn eigendom."

Vervolgens ontstaat er een discussie over hoe het precies kan dat het zo'n rotzooi is geworden op de camping. Volgens de drie heeft dit alles te maken met "dat kutwijf uit Zundert", waarmee ze de burgemeester bedoelen.

In het kort: In 2009 wilde de gemeente Zundert de camping sluiten vanwege beperkte brandveiligheid, waardoor mensen in paniek raakten en een hoop recreanten hun spullen pakten. Hierdoor verloren ze een deel van hun inkomsten, waardoor ze sneller dan normaal, en met minder regels, mensen op de camping lieten staan. Maar sindsdien is er hommeles met mensen die hun huur niet betalen, en heeft - volgens Appelonia - de burgemeester arbeidsmigranten en uithuisgeplaatste mensen vanwege criminele activiteiten naar de camping gestuurd. Hoewel Cees Engel fouten heeft gemaakt, vinden ze hem wel een sympathieke man: "Als een vrouw aankwam met twee kinderen en geen dubbeltje op haar ribben, was hij wel degene die haar een woonplek gaf," vertelt Appelonia.

Ronald.

Daar komt nog bij dat Dennis van der Geest ("Nou, da's een idioot") een documentaire maakte, die wat stof deed opwaaien. Dat is volgens Ronald de doodsteek geweest: "Ze lieten alleen de vuiligheid zien. Terwijl er zoveel mooie laantjes zijn." Hij geeft ook een voorbeeld van de veronderstelde prostitutie die aan de gang was. "Kijk," zegt hij, "er is een Oost-Europeaan geweest die een caravan huurde, er matrassen op de grond gooide en er tien man liet verblijven. De politie zag er ook een paar vrouwen bij zitten, waarna ze concludeerden dat er prostitutie aan de gang was. Nou, die mensen zijn de volgende dag verdwenen, laten hun vuil achter en godgloeiende godverdomme, wij zitten met de gebakken peren, want zij geven de camping een slecht imago."

Appelonia's wagen.

Ik vraag hen hoe het vroeger was. "Geweldig," zegt Appelonia. "Het kon niet mooier, ons laantje was een dolle boel. Het was echt vakantie. We barbecueden, hadden mosselavonden, gingen naar het zwembad. Dat is nu niet meer." Ik ben benieuwd of ze zich weleens bedreigd, of bang voelen. "Er zijn twee dingen waar wij niet bang voor zijn," zegt Rob, "en dat is de gevangenis en de dood."

Het was hier echt vakantie. We barbecueden, hadden mosselavonden, gingen naar het zwembad. Dat is nu niet meer.

En hoe nu verder? Vraag ik. "We hebben het er al over gehad om aan het einde van het jaar te verhuizen," vertelt Appelonia, "alleen om nou op zo'n manier weg te gaan, dat voelt bitter. Maar ach, als de zon schijnt dan is het al gauw goed."

We bedanken, Ronald maakt nog een leuk schunnig grapje tegen Maarten: "Moet ik nog een pose aannemen, of zal ik jouw collega even op de schoot nemen, voor de foto?" Appelonia reageert: "Waag het niet, want ik sla je hersens door de ruiten." We maken nog wat foto's en lopen dan verder over het terrein.

Deze guy kwam even vertellen dat er politie op het terrein kwam rijden.

Inmiddels zien we agenten bij de ingang, en rijden er politieauto's de camping op. De man die we eerder tegenkwamen, en woedend in de telefoon schreeuwde, staat te kijken. We spreken hem aan. Hij blijkt Jimmy van de Bleek te zijn, de ex-beheerder van Fort Oranje.

Jimmy is vrijdag afgezet door de gemeente en heeft een gebiedsverbod, maar loopt de hele dag over de camping om de boel in de gaten te houden en om foto's te maken van alle inbraken die er afgelopen drie dagen zijn gepleegd. Omdat hij is afgezet, en de gemeente het beheer heeft overgenomen maar daar verder niet zo veel aan doet, loopt het de spuigaten uit. Van de Bleek probeert samen met Engel bewijs te verzamelen door foto's te maken van de inbraken en het vuil, om te laten zien dat de situatie is verergerd sinds de overname. Uiteindelijk willen ze met dat bewijs juridische stappen nemen om zijn gebiedsverbod op te heffen, en de camping weer in het beheer van Engel te krijgen.

Politie.

Blijkbaar vindt van de Bleek het geen probleem om ons te zien, want we krijgen direct een rondleiding over de camping, die dertig hectare groot is. "Er ligt sinds vorige week vrijdag overal zooi en puin, mensen dumpen hier stenen, asbest en zelfs koelkasten. Maar we mogen niets doen." In bijna alle caravans die we zien is ingebroken, of ze staan leeg. Als er mensen in zitten, dan zijn het mensen die zonder toestemming caravans zijn gaan bewonen. "Kijk," zegt Jimmy, "Deze mensen, die in caravan H14 zitten, die zijn gisteren gewoon in deze caravan gaan wonen. Die mensen horen hier helemaal niet." Hij maakt een foto van het gezin en stuurt het naar zijn advocaat.

"Ik heb vorige week alle brandblussers vervangen en alles brandveilig gemaakt, maar die zijn nu allemaal al weer gejat," zegt hij verontwaardigd. "Er fietsen hier mensen rond die hier niet horen. Ze knippen gaten in het hek om binnen te komen, en als ik een caravan dicht timmer als preventiemaatregel, worden de stukken er gewoon afgetrokken," vertelt hij. "Het is een onhoudbare situatie, afval weg laten brengen kost me klauwen met geld, en de gemeente doet er helemaal niks aan. Ik slaap slecht."

Verwoeste woonwagen.
Een hoop puin.

Ik vraag hem waarom de gemeente er niets aan doet. "Ik denk dat ze de grond willen. Ze spreken nu, voor zover ik weet, in het geheim met een projectontwikkelaar. "Laat lekker vervuilen," denken ze. "Dan gaan we het daarna wel saneren," zegt hij.

Een van de lanen.

Ik vraag hem wat er gaat gebeuren, want de situatie ziet er nogal somber uit. "Als die juridische stappen iets gaan helpen, en wij de rechtszaak tegen de gemeente gaan winnen, dan denk ik dat er Kamervragen worden gesteld," zegt hij. "De algemene gedachte is: als je in Fort Oranje woont, dan ben je crimineel. En dat is natuurlijk niet zo, er verblijven hier genoeg mensen die zich prima gedragen. De media en de gemeente hebben er zo'n puinhoop van gemaakt. Ik blijf vechten tot de laatste steen van Fort Oranje."

Ik wil ten slotte weten of hij ook nog wel eens wat leuks doet, in deze periode. "Daar heb ik geen tijd voor. Ik ben alleen maar bewijzen aan het verzamelen."

Ik blijf vechten tot de laatste steen van Fort Oranje.

"Moet je nog wat mensen voor je stukje spreken?" vraagt hij. Ik knik, en hij brengt ons naar Mieke de Bruin en Kees Jacobs, bewoners en buren. Ik wil dit bezoek met een positieve noot afsluiten, dus ik vraag hen hoe leuk het vroeger was op de camping. Ze vonden het allebei "beregezellig" en "rustig", maar ik merk dat ze liever willen praten over de huidige situatie. "Als ik hier weg moet, waar moet ik dan heen met mijn honden, 35 vogels en paard? In een flatje op 3 hoog?" Zegt Mieke.

Toch hebben ze allebei goede hoop. "Het kost me zowat tien jaar van mijn leven, maar we blijven strijden. Het is geweldig hier, Fort Oranje is ons thuis." Kees vult haar aan: "Je moet pas in paniek raken als de ME komt, dus we wachten rustig af."

Kees woont in het laantje van "vriendschap", waar hij veel vrienden heeft.
Mieke en haar hond.

We nemen afscheid en lopen weer terug naar de ingang.

We zien een man van rond de veertig zijn woonwagen schoonmaken. Ronald (39) heeft gouden tanden en een hoop tatoeages, maar wilde liever niet op de foto. Hij vertelt dat drie jaar geleden plotseling de politie zijn woonwagen kwam binnengestormd, onder het mom van handhaving, en de boel compleet overhoop haalde. Zelfs het dak werd kapot getrokken. Ze vonden uiteindelijk niks, maar maakten wel voor veertienduizend euro schade.

Het vakantieplezier is er voor hem wel af, want het heeft hem meer ellende opgeleverd dan pret: "Mijn advocaat is uit mijn rechtszaak gepiept, omdat hij niets meer met Fort Oranje te maken wilde hebben. Tegen mijn nieuwe advocaat, die ook de zaak wilde laten vallen, zei ik: 'je hebt een week de tijd om het op te lossen, anders sta ik elke dag voor je deur.' Toen kon het opeens wel." We krijgen een rondleiding door zijn vakantiehuis waar wit en goud de boventoon voert. Daarna wil Ronald weer verder met het schoonmaken van zijn woonwagen, dus we bedanken hem.

Het regent, alles is nat, en ik vind het wel genoeg geweest. Als Maarten en ik langs de beveiligers en de politie richting de uitgang lopen, kan hij het niet laten om nog een rondje over het terrein te lopen om nog wat foto's te maken. Zodra ik het terrein af ben krijg ik een appje: "Je bent nog niet weg of ik heb al gezeik." Vrienden van Jimmy hebben Maarten gesommeerd op te rotten. Gelukkig laten ze hem meteen met rust als hij zegt dat-ie Jimmy kent.

De rest van de foto's kun je hieronder zien: