wetenschap

Ik werd van school getrapt en zocht uit of dat aan mijn DNA lag

Je eigen DNA uitlezen kan tegenwoordig al voor een paar tientjes.
20 augustus 2018, 8:40am
Foto via Eetum/Getty Images

Toen ik 17 jaar oud was, vertelde mijn conrector me dat ik mijn schoolcarrière elders zou moeten voortzetten. Dit verzoek kwam niet echt als een verrassing. Ik lag op schooldagen vaak tot twaalf uur in mijn nest en de zeldzame momenten dat ik wel in de klas zat, leverde ik niet bepaald een positieve bijdrage aan het leerklimaat. Allerhande akkefietjes passeerden de revue: diefstal, vandalisme en zorgelijke publicaties in de schoolkrant. Een stuk van mijn hand waarin een fictieve docent al zijn leerlingen vermoordt moet zeker alarmbellen hebben doen rinkelen bij het lerarencorps. Klagende docenten, teleurgestelde ouders: het was mij allemaal worst. Mijn prioriteiten lagen bij Goldeneye 007 spelen op de Nintendo 64, wiet roken en het bezoeken van Bassline-feesten in Paradiso.

Terugkijkend op die periode heb ik mijn gedrag altijd gezien als karakterzwakte: een gebrek aan discipline. Maar een groeiende hoeveelheid wetenschappelijk onderzoek trekt dit idee in twijfel. De afgelopen tien jaar hebben wetenschappers gigantische databanken met genetische informatie (soms van honderdduizenden mensen) gekoppeld aan data over allerlei soorten gedrag. Wat blijkt? Je DNA speelt een rol bij hoeveel je rookt, drinkt, weegt, maar ook of je voor je vijftiende met de politie in aanraking bent gekomen (check), je vaak volwassenen tegenspreekt (check) en of je van school wordt geschopt (check).

Je eigen DNA uitlezen kan tegenwoordig al voor een paar tientjes en elke genetische studie laat zich daardoor ineens lezen als een horoscoop: het gaat over jou.

De heilige graal van dergelijk onderzoek is het proberen te voorspellen van gedrag aan de hand van variaties in je DNA, vaak zelfs aan de hand van een enkele letter uit je DNA-code, een ‘single nucleotide polymorphism’ (SNP). Dat wetenschappers hier slechts moeizaam in slagen, is misschien niet verrassend. Je DNA is zo’n drie miljard letters (basenparen) lang. Het idee dat één nietig molecuul daarin echt kan bepalen of je van school wordt getrapt, is ook vergezocht. Veel verrassender is dat het bewijs soms behoorlijk sluitend is. Als een kind in een potje spuugt, zit daarin voldoende genetische informatie om een redelijke gok te doen over het aantal jaar dat hij of zij naar school zal gaan: zo’n 20% van alle variatie daarin is erfelijk bepaald. Bijna een vijfde daarvan kan worden berekend aan de hand van je DNA-profiel.

Ik wilde weten hoe ik in dit plaatje paste en ging daarom aan de hand van mijn eigen genetisch materiaal op zoek naar mogelijke oorzaken van mijn moeilijke schooltijd. Je eigen DNA uitlezen kan tegenwoordig al voor een paar tientjes en elke genetische studie laat zich daardoor ineens lezen als een horoscoop: het gaat over jou. DNA-varianten staan bekend onder vaste codes die je kan opzoeken in de rauwe data van je DNA-testprovider. Dit maakt vergelijken met onderzoek mogelijk, maar het is bepaald geen appeltje, eitje. Cruciale details (welke letter in je DNA staat voor problemen en welke niet?) zitten vaak verstopt in dikke bijlagen.

Zelfs als je eenmaal de juiste letter weet te vinden, moet je nog hopen dat je DNA-test die letter ook heeft uitgelezen. Bij een paar veelbelovende studies ving ik in eerste instantie bot: een studie waarbij aan de hand van acht SNPs wordt berekend hoeveel groter de kans is dat je van school wordt geschopt, bleek geen enkele overlap te hebben met mijn gentest. Ik probeerde het bij een andere studie, waarin allerlei soorten ‘antisociaal gedrag’ (zo noemen wetenschappers het als je graffiti-spuitend en wietrokend door het leven gaat) in samenhang werden bekeken.

Vragenlijst uit onderzoek van Jorim Tielbeek

Met gestandaardiseerde vragenlijsten werd onder meer vastgesteld of leerlingen zich moeilijk gedroegen in de klas. (‘Is Eric wel eens ongehoorzaam op school? Niet waar/gedeeltelijk waar/zeker waar’.) Ik kreeg de indruk dat ik in mijn tienerjaren wel hoog gescoord zou hebben op deze test en was hoopvol dat ik een bezitter zou zijn van de enige SNP waarvan de auteurs - voor mannen althans - hadden aangetoond dat deze in verband stond met antisociaal gedrag (voor de fijnproever: rs41456347). Laat dat er nou net eentje zijn waar het bedrijf dat ik mijn DNA liet uitlezen, 23andMe, niet voor meet.

"De natuur hoeft ons nou eenmaal geen verantwoording af te leggen."

Ik belde met Jorim Tielbeek, hoofdauteur van het onderzoek naar antisociaal gedrag. Ik kon misschien niet uit zijn publicatie herleiden dat ik genetische aanleg had voor alle domme dingen die ik deed als middelbare scholier, maar dat mijn gedrag deels erfelijk bepaald was stond wel vast, zei Tielbeek. Tweelingstudies hebben laten zien dat antisociaal gedrag voor ongeveer de helft in het bloed zit: ééneiige (genetisch identieke) tweelingen vertonen veel vaker dezelfde mate van antisociaal gedrag dan twee-eiige. Omdat tweelingen dezelfde opvoeding krijgen, kan dit verschil eigenlijk alleen door hun genen komen.

Tielbeek werkte jaren aan het bijeenbrengen van een database waarin DNA-profielen werden gekoppeld aan maatstaven voor antisociaal gedrag. Die databank bevat inmiddels ruim 20.000 profielen van scholieren, criminelen, aanstaande moeders en anderen. Ondanks die enorme schaal kon Tielbeek maar van drie SNPs (twee bij vrouwen, één bij mannen) vaststellen dat ze direct in verband stonden met wangedrag. Wel kon hij laten zien dat heel veel stukjes DNA allemaal een klein beetje effect hebben. Los genomen niet significant, maar als geheel wel.

Ik zou volgens Tielbeek geen knipperende neonpijl vinden die wees naar de zwakke plek in mijn DNA. Antisociaal gedrag is nou eenmaal te veelzijdig in een simpel model te duiden. "Ik ben hier zes jaar mee bezig geweest en dat is niet gelukt,” aldus Tielbeek. “De natuur hoeft ons nou eenmaal geen verantwoording af te leggen. Natuurlijk had ik het mooier gevonden als we dit snel hadden kunnen ontrafelen, maar het is ook mooi dat de mens zo complex is.”

Tielbeek schoot ook nog en passant wat gaten in de studie die een verband legde tussen SNPs en van school getrapt worden: hij vond de sample te klein en had weinig fiducie in de bestudeerde genen. “Goede kans dat het op drijfzand gebaseerd is.”

Mijn zelfbeeld als rebelse puber kreeg een genadeslag.

Een andere wetenschapper die ik sprak, Mats Nagel, had ook duidelijk bedenkingen bij het plan om mijn eigen gedrag te verklaren via mijn genen. Nagel doet onderzoek naar de wijzes waarop persoonlijkheid en psychologische aandoeningen gedefinieerd worden binnen genetische studies. Toch zette hij me op het pad van mijn eerste DNA-vondst. Nagel liet me de studie uit Nature zien waarmee je aan de hand van je genetisch materiaal kunt berekenen hoe lang je naar school gaat. De studie omvat “een hele waslijst aan genen,” zo zei Nagel. Ik legde die waslijst naast mijn eigen DNA en bleek onder meer de drager van de ‘verkeerde’ variant van de SNP rs2457660. Gemiddeld zou ik hierdoor over de loop van mijn leven een week korter naar school gaan dan iemand die de ‘betere’ variant had.

Het gaf me niet het eurekagevoel waar ik op gehoopt had. Volgens Nagel was die teleurstelling voorspelbaar. “Genetische factoren verklaren weliswaar 20% van je educational attainment [het hoogste opleidingsniveau dat je behaalt, red.], met omgevingsfactoren kun je meer. Je sociaaleconomische status kan bijvoorbeeld veel beter voorspellen hoe je het gaat doen op school.”

Veel moderne genetische studies kijken echter naar nurture en nature. Wetenschappers kunnen gedrag zo beter voorspellen dan enkel aan de hand van omgeving of erfelijkheid. Een recent onderzoek naar het 5HTTLPR-gen – lange tijd kandidaat depressieveroorzaker – laat bijvoorbeeld zien dat varianten ervan een rol spelen bij meeloopgedrag. Scholieren die de kortere variant van het gen bezitten, zijn meer geneigd de drink- en rookgewoonten van hun klasgenoten te kopiëren. Mijn zelfbeeld als rebelse puber kreeg een genadeslag toen ik mijn 5HTTLPR-profiel online opzocht: ik bleek twee korte varianten te hebben en zat daarmee in de groep van geboren meelopers.

Vreemd genoeg gelooft juist aso-onderzoeker Tielbeek, die er zijn levenswerk van maakt om het omgekeerde aan te tonen, dat we uiteindelijk meesters zijn van ons eigen lot.

De opbrengst van mijn zoektocht mag beperkt zijn, de kans is groot dat er in de toekomst meer en duidelijkere associaties worden gevonden tussen SNPs en schoolgedrag. DNA-databanken groeien exponentieel. In China (waar anders?) worden zelfs miljoenen profielen online bijeengevoegd voor onderzoek. De kans op interessante vondsten neemt hierdoor ook exponentieel toe. Het lezen van je eigen DNA (of dat van iemand anders) wordt daarnaast steeds makkelijker en goedkoper. Dat deze trends elkaar in de toekomst zullen kruisen, lijkt dan ook onvermijdelijk. In een van de studies die ik las werd al gepleit voor wisselende leesniveaus voor basisscholieren op genetische grondslag.

Het idee dat we kunnen worden afgerekend op onze genen, roept bij meeste mensen enorme weerstand op. We willen geen marionet zijn van ons DNA, maar zelf bepalen hoe ons leven eruitziet. Zo gezien is het eigenlijk wel fijn om mijn problemen op de middelbare school te wijten aan karakterzwakte. Dat is iets wat je kunt overwinnen. Van school getrapt worden bleek voor mij achteraf dan ook een keerpunt. Een andere school liet mij schoorvoetend toe tot de zesde klas en het hele gebeuren was voor mijn puberale persoon een wake up call. Ik zette alle zeilen bij, haalde mijn diploma en kreeg het idee dat ik mijn eigen leven vorm kon geven.

En toch: elke keer dat een wetenschapper een relatie tussen genen en gedrag aantoont, gaat dat fijne gevoel van zelfbeschikking weer een stap richting de schroothoop. Vreemd genoeg gelooft juist aso-onderzoeker Tielbeek, die er zijn levenswerk van maakt om het omgekeerde aan te tonen, dat we uiteindelijk meesters zijn van ons eigen lot. “Er is volgens mij in de meeste gevallen bewegingsruimte voor een bepaalde keuze. Dat iemand ondanks hoe hij 'gewired' is iets op een bepaalde manier doet. Dat definieer ik als vrije wil.”

Advertentie