Quantcast
VICE wordt 10

Het enigma van de etherpiraat

De subcultuur van de etherpiraten die je in het oosten en noorden van Nederland vindt drijft op levensliederen, illegale radio-uitzendingen en bier.

Jan van Tienen

VICE Nederland bestaat tien jaar. Om dat te vieren geven we een enorm feest, en posten we de komende weken verhalen die we het afgelopen decennium hebben gemaakt en die we koesteren. Als je ook naar ons verjaardagsfeest wil komen, neem dan de cybertrein en stap uit bij vicewordt10.nl

In 2012 doken we in de wereld van de etherpiraten, die vanuit het noorden en oosten van Nederland duizenden illegale radiostations runnen.

Bekijk hierboven de documentaire die we maakten over radiopiraten in Nederland

Als ik vroeger aan radiopiraten dacht, dacht ik aan Britse grime-dj's die door de week messengevechten houden voor geld en in het weekend plaatjes draaien in illegale studio's op de daken van Londen. Maar dat was voor ik er achterkwam dat je ook in Nederland een cultuur van radiopiraten hebt. Alleen is het hier in Nederland anders dan in Engeland. In het noorden en oosten van het land heb je namelijk duizenden illegale radiostations die stuk voor stuk oubollige muziek draaien, maar die veelal door jongelui worden gerund. Volgens het Agentschap Telecom (AT), het overheidsorgaan dat verantwoordelijk is voor het controleren van misbruik en onregelmatigheden op de FM-frequentie, zijn er ongeveer 2.000 van die zenders. Toen het AT er laatst voor zorgde dat de etherpiraten in het nieuws kwamen door aan te kondigen dat de boetes voor hun illegale uitzendingen verhoogd werden, besefte ik dat ik niks wist van deze cultuur. Waarom draaien jonge gasten in Drenthe, Overijssel, Groningen en Friesland ouwelullenmuziek? Waarom trotseren ze boetes die in de duizenden euro's lopen? Nadat ik wat mensen belden die verstand hebben van die wereld wist ik wat meer, maar om het een en ander te proeven kon ik niet doorgaan deze weakass bureaujournalistiek te bedrijven. Ik moest naar Drenthe afreizen. En daar ging ik.

Foto's door Boudewijn Bollmann

De zoektocht naar het antwoord op mijn vragen begon met een bezoek aan een jonge etherpiraat in het Drentse Weiteveen, vlakbij de grens met Duitsland. De piraat is een kennis van een onzer redacteuren en hij heeft toegezegd dat ik een uitzending kon bijwonen. "Ik heb Italiaans spul in de schuur staan," zegt Bas, die bij zijn luisteraars bekend staat onder zijn piratennaam De Kleine Soldaat. De 21-jarige Drent die bij zijn ouders woont is al op zijn dertiende begonnen met draaien en heeft in die acht jaar een hele uitrusting bij elkaar gespaard en getimmerd. Het Italiaanse spul waar hij het over heeft is een metalen kast die twee meter hoog en anderhalve meter diep is. Het gevaarte weegt een halve ton. "Met vol vermogen kan ik zo op 18 kilowatt uitzenden," zegt Bas. "Hij staat in de schuur ingebouwd, dus als het Agentschap Telecom langskomt met de politie zullen ze eerst de schuur moeten slopen en dan de shovel voor moeten rijden om de zender mee te nemen. Hij kostte een paar duizend euro." Waar hij hem gekocht heeft? "Handelaars hè." Meer wil hij daar niet over kwijt.



De zender begint te loeien als Bas hem aanzet. Hij legt uit hoe het apparaat werkt en ik snap er de helft niet van. Aan de achterkant van het apparaat zijn een extra paar ventilatoren bevestigd om oververhitting te voorkomen, en er steekt een vuistdikke zwarte slang uit. Die loopt naar een mast die buiten het hok staat. De mast, door Bas en een paar vrienden in elkaar gelast, is uitschuifbaar en is als hij volledig uitgeschoven is 77 meter hoog. "Kostte ook een paar duizend euro," zegt Bas.

"Tot hoever reikt je signaal?", vraag ik.

"Ach," zegt hij, "Op 'n klare dag haal ik het wel tot Schiermonnikoog, het zuiden van Limburg. Brabant."

"Driekwart van het land."

"Ja."

"En wat vind je daar nou zo mooi aan?"

"Gewoon hè. Lekker een end wegdraai'n."

Het gesprek valt weer stil.

"Is het ook spannend?", probeer ik.

"Ja, het is verboden hè, het is stiekem. Dat maakt het ook mooi," zegt Bas.

"Een beetje het Kameleon-gevoel."

"Een beetje het Kameleon-gevoel, ja."



We lopen terug de keet in die Bas naast de zendmast heeft gebouwd. Die staat in de tuin van zijn ouders, en is eigenlijk uitgerust als een goed geoutilleerde bar cum radiostudio. Aan de muren hangen vieze plaatjes, reclame-uitingen van Flügel, een t-shirt van een stripclub in Hoogeveen en een brief van het Agentschap Telecom.

De brief, wordt het ding genoemd in piratenkringen. Ze spreken het uit met een mengeling van dedain en vrees. De brief is een last onder dwangsom, opgelegd aan de eigenaars van percelen waarvan is geconstateerd dat er daar vandaan illegaal is uitgezonden op de FM-frequentie. Het AT kan zeer nauwkeurig meten waar er een ongeoorloofde storing op de FM-band zit. Blijkt er dan een piraat uit te zenden, krijgt de perceeleigenaar een waarschuwing. Daarna volgen oplegging van een last onder dwangsom en gigantische boetes. Bas' ouders hebben de brief al meerdere keren gehad, maar toch blijft hij draaien. "Ik heb al duizenden euro's aan boetes moeten betalen," zegt hij. Hij denkt echter wel dat hij blijft doordraaien, al worden de boetes nog hoger. "Een piraat draait altijd door", zegt hij.

Hij vertelt erover in zijn studio, naast een foto van hemzelf van toen hij dertien was en al in de studio zat. "Ik ben begonnen met draai'n toen ik het van een kameraad afkeek. Daar mocht ik weleens in de studio een paar plaatjes wegdraai'n, en toen wilde ik dat zelf ook doen," legt hij uit. Zo is het met bijna alle etherpiraten. Ooms, vaders, broers en vrienden hebben hun hobby, junior kijkt bewonderend toe en gaat dan na een tijdje ook zelf draaien. Vaak in de tuin of op zolder, onder het wakend oog van pa en ma. Want moederlief heeft liever dat hij op zolder illegaal radiootje speelt, dan dat hij met brommers op straat gaat scheuren en zichzelf onder een tractor rijdt.

De bar van de studio staat rondom het dj-gedeelte van de keet opgesteld. Bas heeft er flink wat apparatuur staan: meerdere versterkers, een computer waarmee hij sms-berichten kan ontvangen en een RDS, een apparaat waarmee hij ervoor zorgt dat de radio's van de mensen die zijn FM-signaal opvangen ook de naam van zijn zender en zijn 06-nummer weergeven. Op dat nummer kunnen de mensen dan verzoekjes indienen, wat een belangrijk aspect van het wezen van de etherpiraat is. Dienstbaarheid.


Op de populaire piratenwebsite klompenboer.nl heb ik regelmatig aankondigingen zien staan voor benefietuitzendingen voor goede doelen, zoals stichting KiKa. Dat gebeurt vaak bij zogenaamde marathonuitzendingen. Meerdere etherpiraten zetten ergens in een weiland een partytent, een aggregaat, een zender en een mast en beginnen dan te zenden. De verdiensten van de baromzet gaan naar de zieke kinderen, en mocht er een boete binnenkomen van het AT dan kunnen de piraten die met elkaar delen. "Maar we doen ook gewoon draai'n voor de mensen die aan het werk zijn. De jongens die op de steigers staan, en die aan het klussen zijn thuis," zegt Bas.

Maar als Bas 's avonds eenmaal aan de uitzending is begonnen, kom ik achter een ander belangrijk aspect van het piratenwezen: het sociale. Zodra hij begint uit te zenden op de etherfrequentie begint het sms'jes te regenen op zijn mobieltje. "Doe maar eem Henk Wijngaard draaien, x Pietje," staat er. Na een paar uur draaien heeft hij honderden verzoekjes, berichten en steunbetuigingen gehad. "Hier in Klazienaveen ben je goed te ontvangen. Vooral zo doorgaan!" Bas neemt de complimenten stoïcijns in ontvangst. Soms leest hij tijdens de uitzending ook wat berichten voor. Er zit dan zoveel galm op zijn stem dat ik er niets van versta.

In de loop van de avond kom ik achter een derde reden waarom piraten draaien: feesten. Toen ik 's middags aankwam viel het me al op dat de asbakken en biermatten er fris bijlagen in de studio. De manshoge koelkast was gevuld met Amstel-bier, "Het enige bier dat wij drinken." Aan het eind van de middag komen de eerste makkers van Bas aan bij de studio. De een draagt klompen en een boerenkiel, anderen dragen geruite overhemden met Engelse teksten op de rug en allen begroeten ze Bas vrij nors. Een hoofdknik, en dan pakken ze een biertje uit de koelkast en beginnen ze shag uit hun buidels te draaien. In de loop van de avond druppelen meer jongeren binnen, sommigen gaan na een tijdje ook weer weg. Meestal zijn het jongens, de meisjes zijn veruit in de minderheid.

De jongens delen verhalen over hun werk op de boerderij, in de bouw, op het boorplatform en over op brommers scheuren in het weekend. Wat ze zo leuk vinden aan piratenmuziek? "Gewoon, de sfeer hè. Gewoon gezellig." Dat is exact hetzelfde antwoord wat Bas steeds geeft als ik hem vraag waarom hij de muziek draait die hij draait. Ik heb paardedekens van grove jute gekend die vlotter waren dan mijn omgang met Bas. Als ik het nog eens probeer zegt hij ten slotte: "Ja, waarom vindt de een dit mooi en de ander iets anders? Het is gewoon wat jij mooi vindt. Dat draai jij gewoon."



De plaatjes die hij opzet associeer je meestal niet met de plattelandsjeugd. Henk Wijngaard ("Met de vlam in de pijp, scheur ik door de Brennerpas, [...] naar mijn vrouw die op me wacht") wordt gevolgd door Four Tak ("Kus me voor de laatste keer, wil nog even met je praten, al bedroog je mij steeds weer"), waarna een Nederlandstalige smartlapcover volgt van Fleetwood Macs 'Everywhere'.

Maar wat maakt piratenmuziek nu piratenmuziek, en waarom is Henk Wijngaard wel een echte piratenartiest en Jan Smit niet? Het klinkt voor mij allemaal hetzelfde. Bas: "Het is gewoon een gevoel. Het heeft met smaak te maken. Maar we draaien ook wel vlottere plaatjes hoor. Met gewoon wat meer tempo en een lekkere swing."

Later die avond, als de asbakken in de studio uitpuilen en de lege flessen pils in de weg beginnen te zitten van de ellebogen van het leunende volk, begint Bas inderdaad vlottere muziek te draaien die je ook op Arrow Classic Rock zou kunnen horen.

Daar denk ik over na als er een nieuwe groep mensen binnenkomt. Starnakel ondersteunen ze elkaar bij het lopen. Een fles dropshot wordt op tafel gezet en iemand legt zijn arm om mijn schouder en begint in mijn oor te schreeuwfluisteren. "W'kom jie ier doen?", vraagt hij. "Van waar komme jun weg?" "Wat?", zeg ik. "WAAR KOMEN JULLIE VANDAAN!", zegt de dronken man. Zijn maat begint te lachen. Mijn nieuwe vriend pakt zijn gezicht vast en gilt het uit. "NUUUUUUU'N! NUUUUUUU'N!" Na nog een paar keer dat woord te hebben herhaald begrijp ik dat hij 'neuken' zegt, op z'n Drents. Hij heeft zin. Daarna begint hij een verhaal over zijn duiventil. Dat hij veel sportduiven heeft. En dat hij zelf duivenmelker is. Of ik zijn duiven wil zien? Hij aait over mijn haar en roept in het allerplatste dialect: "Kiek nou naor dit ventie, dat Texels ram wil ik wel NUUUUUU'N!"

Ik denk dat hij me net een schaap van een Waddeneiland noemde, en dat hij me wil neuken. De laatste keer dat ik me zo ongemakkelijk voelde was toen een grote donkere man niet wilde stoppen met het tegen me aanschuren van zijn kruis op een feest bij het boothuis ergens in Amsterdam waar de snelweg overgaat in de stad. Ik was gevleid door de aandacht, maar het was niet opwindend en ik vroeg me bovendien af wat mijn vriendin daar wel niet van zou denken.

Het knetterlamme duo vertrok al snel weer, en Bas legde uit dat ze al sinds vanmiddag aan het drinken waren en daarom een tikkeltje raar deden. Ik vroeg de andere, opmerkelijk nuchterdere jongeren waarom zij hier die avond waren. Twee jongens, die zelf ook een piratenstation hadden, vertelden: "Voor ons is dit gewoon een manier om lekker een avondje uit te hebben. Dan loop'n we eens even naar deze piraat, dan weer naar de volgende. Zo besteden wij de zaterdagavond."

Als ik later nog eens aan een jongen vraag of het nou ook zo is dat etherpiraten de coolste boys van het platteland zijn, die alle meisjes krijgen, zegt die: "Nou, het is toch een jongenscultuur hoor. Jij mag van geluk spreken als er wat meisjes op een uitzending afkomen, en de piraat heeft nog meer geluk als hij een vriendin heeft die zijn hobby tolereert."

Het is inmiddels laat geworden, en hoewel Bas nog tot 4 uur 's ochtends gaat uitzenden, bedank ik hem vriendelijk voor zijn tijd en enorme gastvrijheid, en rij ik terug naar Amsterdam. Iets beschadigd, maar met een groter begrip van het piratenwezen.