FYI.

This story is over 5 years old.

nieuws

Dit groepje mannen speelde voor het conflict in Oekraïne graag historische veldslagen na

Nu helpen ze het Oekraïense leger bij het onderhoud van hun haast historisch ouderwetse wapenarsenaal.
16.9.14

Beeld en tekst door Alexander Nieuwenhuis.

Een groepje Oekraïners dat in hun vrije tijd militaire slagen naspeelt, speelt een opzienbarende rol in de strijd tegen pro-Russische separatisten in het oosten van Oekraïene. De groep speelde voor het conflict op minutieuze wijze scènes na uit de Tweede Wereldoorlog en andere historische conflicten, maar inmiddels helpen ze met hun kennis de Oekraïense troepen aan het front. De leden beschikken namelijk over zeldzame kennis over de oude, gammele apparatuur die het leger gebruikt – nog stammend uit de Sovjettijd.

Advertentie

Maksym – de leider van de groep, die ons uit privacyoverwegingen verzocht niet zijn achternaam te gebruiken – en zijn vrienden waren van de partij bij de protesten op het Maidanplein in Kiev. Ze wisten zich al snel nuttig te maken in de strijd tegen de pro-Russische separatisten toen een van hun vrienden zich bij het Oekraïense leger aansloot. Op de verjaardag van hun vriend besloten ze hem op te zoeken aan het front, waar ze vervolgens ontdekten dat het leger niet over fatsoenlijke uniformen, kogelvrije vesten, melk, medicijnen en mobiele telefoons beschikte. Sindsdien rijden ze elk weekend onbeschermd het conflictgebied in om het leger aan de frontlinie te bevoorraden.

VICE News mocht van Maksym mee op zo’n expeditie en we spraken hem over zijn ongebruikelijke rol in het conflict. Hij legde uit hoe meer dan tweeduizend mensen in Kiev meespelen in militaire reconstructies, en dat zijn groep zich vooral toespitst op bewapening en materieel, om het “allemaal erg echt te laten lijken”.

“Alle mensen die mee gaan met onze expedities hebben elkaar leren kennen tijdens die reconstructies,” aldus Maksym. “Ze bleken de enige monteurs in het land te zijn die het oude Sovjetmateriaal kunnen repareren. De artillerie stamt soms uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog en onze jongens weten precies hoe het werkt.”

Hij vindt het ironisch dat het Oekraïense leger vecht met wapens uit de Sovjettijd tegen pro-Russische separatisten die wel goed zijn uitgerust. Dat betekent ook dat hun reparatietrips zijn uitgegroeid tot broodnodige expedities om het leger te bevoorraden.

“Die arme jongens gooiden alles in de strijd met de slechtste wapens, terwijl ze niet eens sigaretten hadden,” vertelde Maksym. “Dus we kwamen meteen het weekend daarop terug met sigaretten, kleren, medicijnen en, uiteraard, cadeaus van vrouwen uit Kiev die hadden gehoord wat we aan het doen waren.”

Al snel bleek dat het naspelen van de Tweede Wereldoorlog en het rijden door een echt conflictgebied twee totaal verschillende ervaringen zijn. Maar zonder de ervaring van het oorlogje spelen had hij het niet kunnen doen, vertelde hij. Hij verwacht dat hij na deze echte oorlog ophoudt met het naspelen van conflicten.

Advertentie

“Tijdens het naspelen probeer je je voor te stellen hoe het echt moet zijn, maar als je je echt in een oorlog begeeft dan is er niets meer voor te stellen – dan is het er gewoon,” zei Maksym. “Ik weet nog steeds niet wat oorlog is. Ik denk dat het altijd anders is. Soms ben je bang, terwijl dat nergens voor nodig is. Soms ben je gezellig een potje aan het kaarten, terwijl er tweehonderd meter verderop een tank ontploft. Het is een gekkenhuis.”

Op de dag van de expeditie waarop we mee mochten, was Maksym als eerste aanwezig. De truck die mee ging naar het front was in nog geen half uur tijd tot de nok toe gevuld met spullen die burgers kwamen doneren. Bij het afscheid was de sfeer gespannen. Vrouwen knuffelden hun vriendjes, die zich in hun camouflagekleding hadden gestoken. De uniformen zorgen voor een gevoel van veiligheid, maar het belangrijkste gereedschap van soldaten – geweren – is schaars.

De financiering van Maksyms expedities gaat de laatste weken wat beter. Door mond-tot-mondreclame komen steeds meer mensen geld en spullen brengen. Kort geleden doneerde iemand nachtkijkers ter waarde van 10.000 euro en de gelddonaties dekken zo goed als alle benzinekosten. Aangezien het allemaal vrijwilligers zijn, wordt niemand betaald.

Maksym liet me een van de auto’s zien die voor de expedities wordt gebruikt: groot Sovjettuig met een telefoonnummer op de buitenkant geschreven.

“We gaan hem wit verven, net als Poetins ‘humanitaire’ trucks,” vertelde Maksym. “Misschien kopen we ook van die magnetische rode kruizen, voor als we de zone binnenrijden.”

Advertentie

Dat het imiteren van het Rode Kruis illegaal is, boeit Maksym niet: “Kan me niks schelen. We transporteren medicijnen, het is niet alsof we wapens aan het smokkelen zijn.”

Bij het zien van de auto’s die Maksym voor de expeditie wil gebruiken werd meteen duidelijk hoeveel risico hij neemt. De auto’s hebben geen bescherming, de jongens zijn niet bewapend en de maximale snelheid van de langzaamste Sovjetbak zit nog onder de negentig kilometer per uur.

We vertrokken en reden de hele nacht door, waardoor we rond zonsopgang in Donetsk aankwamen. Daar trok iedereen hun helmen en kogelvrije vesten aan. Er werd passende muziek gezocht voor dit laatste stuk van de trip.

Firestarter van Prodigy, Rage Against the Machine en Oekraïense heavy metal pompte uit de speakers van de auto. Voor deze jongens voelt het betreden van een conflictzone als een Amerikaanse oorlogsfilm. Ze leken te genieten van alle opwinding en spanning.

Overal waren soldaten en we passeerden checkpoints waar de jongens sloffen sigaretten uitdeelden. De enorme hoeveelheid puin gaf al aan hoe hard er werd gevochten. Alles was verwoest, maar nergens klonk geluid dat op gevechten duidde. Het leek erop dat het staakt-het-vuren standhield, maar Maksym waarschuwde voor het feit dat alles wat op de grond lag explosief kon zijn.

De positieve energie van de jongens voelde nogal ongemakkelijk en onverwacht, gezien de enorme risico’s die ze liepen.

Advertentie

“Ze vinden het leuk, het maakt ze blij,” vertelde Maksym. “Het is een mannending. Missies voorbereiden, de vijand tegenhouden, de vijand afmaken. Het geeft ze energie.”

Dat leek allemaal te kloppen toen we aankwamen op een militair kamp. De rauwe ambiance van mannen met hun rondslingerende geweren was relaxt, maar tegelijkertijd ook spannend. Vrouwen waren nergens te bekennen. De soldaten droegen allemaal andere uniformen omdat hun regering hen daar niet van kon voorzien. Sommigen droegen blauwe shirts met camouflagebroeken en één man droeg alleen een blauwe broek en een zonnebril. Iedereen had een geweer, die altijd als een verlengstuk van het lichaam gold.

De gebrekkige voorraden waren opzienbarend. Maksyms busje was gevuld met koffie, melk, sigaretten, mobieltjes, outfits, kogelvrije vesten en zelfs ook water. Als het Oekraïense regeringsleger zelfs deze broodnodige spullen niet krijgt aangeleverd, dan kan het een hele lange winter worden.

Na de overhandiging van alle spullen bedankten de soldaten de vrijwilligers op aandoenlijke wijze. Allerlei oorlogsmemorabilia als hulzen, puin en gestolen Sovjetlampen kwamen tevoorschijn als cadeaus voor de groep. Eén soldaat kwam zelfs aanzetten met een landmijn die ze als souvenir mochten meenemen.

Gevraagd naar waarom de regering zijn bataljon niet fatsoenlijk kan bevoorraden, legde commandant Igor uit dat deze situatie te danken is aan het feit dat Oekraïne de laatste 25 jaar “Russisch georiënteerd” was.

“We hadden na de val van de muur in 1989 nooit meer aan een oorlog deelgenomen en nu ontdekken we pas wat voor puinhoop onze defensie is,” vertelde Igor. “Alles wat ik nu draag, heb ik zelf moeten kopen en dat geldt voor de meeste jongens hier. Wanneer ik wapens of munitie nodig heb, vraag ik het aan het leger en daar zeggen ze dan dat ik drie maanden moet wachten. Maar zonder munitie ben ik binnen drie maanden dood. Daarom moet ik het maar zelf kopen.”

Onze terugtocht uit het legerkamp ging vrij rap, maar door autopech (de vierde keer deze expeditie) strandden we twintig kilometer voor het laatste checkpoint. De zon ging langzaam onder terwijl we nog aan het wachten waren op een monteur. Een paar jongens werden nerveus.

We hoorden ook nog dat het staakt-het-vuren geen standhield, waardoor we zonder bescherming of een plek om ons te verbergen makkelijke doelwitten werden. Nadat de monteur eindelijk met het juiste onderdeel was gekomen, scheurden we weg – met Firestarter op vol volume uit de speakers blazend. Nog voor zonsondergang bevonden we ons weer op veilig terrein.