Waarom de tijd elk jaar sneller lijkt te gaan

Je leven verloopt eigenlijk een beetje als een skieër die van een skischansspringbaan afgaat. Alleen dan eentje die eindigt met de dood in plaats van een gracieuze sprong.
18 december 2015, 8:56am

Elk jaar dat ik leef, lijkt korter dan het voorgaande jaar. Opeens is het weer eind december en worden overal de balansen opgemaakt over het afgelopen jaar; de tijd van saaie eindejaarsoverzichtijstjes breekt weer aan. Tevens ben ik ook jarig – een gebeurtenis die elk jaar bevestigt dat er een positieve correlatie bestaat tussen buikomvang en leeftijd, maar ook een negatieve correlatie tussen leeftijd en het verstrijken van tijd. In minder ingewikkelde woorden: de tijd lijkt steeds sneller te gaan naar mate ik ouder word. Maar waarom?

Ik weet vrijwel zeker dat mijn toenemende leeftijd niet betekent dat ik invloed kan uitoefenen op de snelheid waarop tijd verloopt in ons universum. Helaas.

Wat dat wel betekent, is dat het versnellende verloop van tijd iets te maken heeft met de manier waarop mensen tijd ervaren.

De bekendste theorie die dit zou kunnen verklaren, is dat elk jaar dat voorbijgaat een minder groot percentage van je leven vervult en dus ook ervaren wordt als een kleiner gedeelte van je leven. Zo is één jaar op je vierde 25% van je leven, een jaar op je 25ste nog maar 5% en als je 66 bent is een jaar nog maar 1.5% van je leven. Deze schrikbarende afname van dat percentage heb ik hieronder even in een grafiek gevat:

Als je het zo grafisch ziet, verloopt je leven eigenlijk een beetje als een skieër die van zo'n skischansspringbaan (ik weet ondanks mijn leeftijd nog altijd zeer weinig van sport) afgaat. Alleen dan eentje die niet eindigt met een gracieuze sprong maar de dood.

Je begint bovenaan, gaat steeds sneller naar beneden, tot je op een vlak stuk komt waar je met de afgrijselijke rotgang die je hebt opgebouwd overheen ramt tot lichamelijke aftakeling je dollemansritje tot een abrupt einde brengt. Er is op dat laatste stuk nauwelijks tijd om even rustig om je heen te kijken en de omgeving tot je te nemen.

Sorry voor de zwartgalligheid, ik heb een hekel aan jarig zijn.

Maar dat is niet de enige deprimerende manier om te kijken naar je voorbijroetsjende leven. Vertrouw de wetenschap maar om nog een schepje psychologische treurnis over het verstrijken der tijd te kieperen.

Zo beschreef geheugenwetenschapper Douwe Draaisma in zijn boek Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt een fenomeen dat hij telescopie noemt. Zoals onze Laurens Kraaijenbrink twee jaar geleden schreef in een artikel over het vrijkomen van Volkert van der G. komt dat doordat "een belangrijke of traumatische gebeurtenis een zwaar anker in je geheugen legt."

Dat anker wordt uiteraard niet alleen aangemaakt voor negatieve gebeurtenissen in je leven, maar ook voor positieve. De eerste keer dat je stomdronken aan het geslachtsdeel zat van iemand die je wellicht aantrekkelijk vond, zou zo'n anker kunnen zijn. Of die keer dat je een maand lang de dagen telde in de hoop dat je het Thunderbirdseiland voor je verjaardag zou krijgen. Die duurde voor mijn gevoel in ieder geval langer dan het afgelopen jaar.

Deze gebeurtenissen maken de eerste keer dat ze gebeuren veel meer indruk dan alle volgende keren, wat ook de reden is dat die eerste zomer op vakantie met vrienden je meer bijblijft dan de zoveelste keer dat je een vakantiehuisje onbewoonbaar maakt. De grote hoeveelheid 'eerste keren' in je leven tot pakweg je dertigste zorgt er dus voor dat het daarna lijkt of er veel minder gebeurt en de tijd in retrospect sneller voorbij lijkt te zijn gegaan.

Dit is ook neurologisch te verklaren door het fenomeen 'neurale adaptatie,' waarbij je steeds ongevoeliger wordt voor stimuli die je al vaak hebt gekregen, omdat je brein die stimuli al vaak genoeg heeft gezien. Het brein slaat dus minder informatierijke herinneringen op en daardoor lijkt de tijd sneller voorbij te zijn gegaan. In andere woorden: je leven wordt zelfs voor je eigen brein steeds saaier, waardoor je niks meer onthoudt en alles supersnel voorbij lijkt te gaan.

Dan is er nog één reden die als belangrijke factor in deze verklaring moet worden genoemd: je interne biologische klokken gaan volgens Draaisma steeds langzamer tikken, waardoor de 'absolute' tijd (de tijd op de klok) sneller voorbij lijkt te gaan. Een seconde gaat in de ervaring van een ouder persoon sneller voorbij dan voor een jonger persoon.

Het is belangrijk om het steeds terugkerende woord 'lijkt' te onthouden. Uiteindelijk is het slechts onze perceptie van tijd die ervoor zorgt dat de tijd sneller voorbij lijkt te gaan. En kan je er dus ook enigszins invloed op uitoefenen door je brein voor de gek te houden met nieuwe en boeiende dingen. Dus niet met het lezen van eindejaarslijstjes, bijvoorbeeld. Of juist wel, misschien, omdat je dan bepaalde gebeurtenissen van het afgelopen jaar weer herinnert en die beter onthoudt, ofzo. I dunno, ik ben geen wetenschapper, ik ben jarig.

Daarnaast is een ander groot voordeel volgens mij dat je met ouder worden je steeds meer kan berusten in de vreselijke rotgang waarmee je richting je onvermijdelijke einde glijdt, en misschien met de tijd de rust vindt om te kijken naar de voorbijflitsende bomen langs de schans. Bovendien wordt de versnelling van het gevoel van het verstrijken van tijd waarschijnlijk elk jaar iets minder, omdat het percentage van een jaar steeds minder verschilt. En zo eindigen we toch op een gematigd positieve noot. Gefeliciteerd aan mezelf!