Identiteit

De Zeeuwse dienstmeid die zwanger werd van haar baas en hem daarna beschoot

In het hele land werd er geschreven over Neeltje en haar benarde positie als ongehuwde moeder.
9.4.18
Illustratie door auteur
Illustratie door auteur 

Op een vrijdagmiddag in september, 1902, zit Neeltje Lokerse op de publiekstribune van het Gebouw van het Kantonrecht in Den Haag. De werkdag loopt op z’n eind, de laatste zaak is bijna afgehandeld. Neeltje heeft het warm, zweet kriebelt onder haar kraplap en haar kanten kap zit een beetje scheef. Ze voelt dat de mannen om haar heen naar haar kijken, bang dat ze weer gaat schelden of iets anders ongepasts zal doen. Maar nu blijft ze kalm, starend naar de jongeman in het midden van de zaal, die uit alle macht haar blik probeert te vermijden. “Wat ben je toch ook een smiecht,” denkt Neeltje, en ze strijkt vlug even over haar rok, waar ze een geladen revolver onder verborgen houdt.

“Opzouten met je kind”

Neeltje Lokerse werd in 1863 geboren in Yerseke, Zeeland, in een orthodox-protestants gezin. Ze begon toen ze 12 was al te werken als dienstmeisje voor rijke families in Goes, en later ook in Den Haag en Amsterdam. In een tijd waarin even een wasje doen al twee dagen in beslag kon nemen, was dat behoorlijk zwaar werk. Bovendien hadden dienstbodes vrijwel geen rechten, want ze werkten in de privésfeer van een familie en golden daardoor niet als echte arbeider. Tot 1909 was je als dienstbode ‘met gansch je persoon’ verbonden aan je meester, die in het geval van een conflict automatisch gelijk kreeg. Een ideale dienstbode was dan ook stilletjes en gedwee, een blozende meid die over een vergaande kennis van uien en het bleken van moeilijke vlekken in onderkleding beschikte, maar niet over een eigen mening.

Zo’n dienstbode was Neeltje Lokerse duidelijk niet. In 1900 publiceerde ze een open brief, waarin ze zich beklaagde over smoezelige praktijken van de verhuurkantoren die dienstbodes aan families koppelden. “De schrijfster heeft ook grieven tegen de dames die van deze kantoren gebruik maken, den dienstbodes het hun rechtens toekomende niet gunnen en zich over haar uitlaten op weining waardeerenden toon.” ( De Zeeuw. Christelijk-historisch nieuwsblad voor Zeeland, 1900).

In datzelfde jaar raakte ze zwanger van een van haar werkgevers, Sebastiaan Burghout, een ongetrouwde juridisch adviseur. Hij was bijna tien jaar jonger dan Neeltje en had absoluut geen zin om met haar te trouwen – laat staan om het onwettig verwekte kind te erkennen of geld te geven. Hij ging haar lafjes uit de weg en liet iemand anders haar toeroepen dat ze maar “moest opzouten met haar kind.”

Nou is dat op zichzelf al een vrij lullige streek, maar in 1900 was dat het helemaal: een vrouw als Neeltje kon met een buitenechtelijke zwangerschap haar werk, haar bron van inkomsten en het aanzien van haar omgeving verliezen, en kreeg daar dan behalve een huilende en hongerige baby niets voor terug. Een onderzoek naar vaderschap was bij wet verboden. Veel van dit soort ‘gevallen dienstmeisjes’ (die zich, zoals het jarenlang werd beschreven, hadden laten verleiden) kwamen in de prostitutie terecht of eindigden in een gesticht.

Revolver in de kinderwagen

Maar Neeltje besloot dit ellendige lot niet stilletjes te ondergaan. In 1902 verstopte ze een revolver in haar kinderwagen en reed zo naar het Gebouw van het Kantonrecht, waar haar gluiperige ex-baas aan het werk was. Volgens krantenberichten in die tijd probeerde ze niet bepaald onopvallend te doen: ze was zo luid en overduidelijk woedend, dat er een politieagent werd ingeschakeld om haar in de gaten te houden. Toch wist Neeltje haar plan kennelijk verborgen te houden, want ze kon lang genoeg in het gebouw blijven om Sebastiaan op te wachten en te confronteren. Toen hij haar in paniek probeerde te ontlopen viste ze de revolver onder haar rok vandaan, en haalde ze de trekker over. “ B (Burghout). vluchtte ijlings de naar de griffie leidende trap op, maar tegelijk loste de vrouw een schot. Gelukkig miste zij en kwam de kogel terecht in een de muren langs de trap.” ( De Goessche Courant, 1902. Krantenbank Zeeland).

Ze sprak zich behalve over vaderschap ook uit over het lot van dienstbodes en prostitutie. Anders dan de feministische beweging in die tijd, was ze tegen het sluiten van bordelen.

Neeltje werd onmiddellijk gearresteerd en stond terecht voor doodslag, maar uiteindelijk werd ze vrijgesproken. Het was volgens de rechtbank aannemelijk dat ze Sebastiaan niet echt had willen doodschieten. Getuigen bevestigden dat ze expres erg slecht had gemikt, en als ze hem echt had willen ombrengen, had ze daar bovendien eerder veel beter de gelegenheid voor gehad.

Voor gedwongen huwelijk, tegen sluiting bordelen

Aangenomen werd dat Neeltjes’ revolverschot een schreeuw om aandacht was, een wanhopige noodgreep van een vrouw die haar onrechtvaardige behandeling zat was. En die aandacht kwam er: in het hele land werd er geschreven over Neeltje en haar benarde positie als ongehuwde moeder. Ze besloot hier gebruik van te maken en organiseerde in 1905 een lezing in Diligentia in Den Haag, om aan het grote publiek uit te leggen waarom ze trekker had overgehaald. Ze pleitte voor het onderzoek naar het vaderschap, en vond ook dat mannen die hun dienstbodes of andere kwetsbare jonge vrouwen bezwangerden, verplicht moesten worden tot een huwelijk. Er kwamen veel mensen naar haar luisteren – deels omdat men zich in haar standpunten kon vinden, maar ook omdat Neeltje in haar Zuid-Bevelandse klederdracht een fascinerende verschijning was.

Neeltje noemde zich ‘Propagandiste voor de Wet op het Onderzoek naar het Vaderschap’. Ze bleef jarenlang lezingen geven, ze bracht brochures uit en schreef een roman. Ze sprak zich behalve over het vaderschap ook uit over het lot van dienstbodes en prostitutie. Anders dan de feministische beweging in die tijd, was ze tegen het sluiten van bordelen, wat het probleem volgens haar niet zou oplossen. Het zou onnodig hard zijn voor de prostituees, want “ze zijn er niet altijd door eigen wil gekomen. Ze zijn jong verleid of verdrongen door de tegenwoordige Christelijke maatschappij.” ( Middelburgse Courant, 1912) En bovendien, zonder beschikbare prostituees zouden hitsige huisvaders zich nog vaker aan hun dienstbodes vergrijpen.

Zeeuws meisje

Neeltje Lokerse was niet hoogopgeleid, sprak bijna uitsluitend vanuit haar eigen ervaringen en sloot zich niet aan bij bestaande bewegingen. Daardoor was ze niet altijd op de hoogte van de maatschappelijke discussies die er werden gevoerd over de onderwerpen waarover ze het had. Dat er bijvoorbeeld al jarenlang een wetsvoorstel in de maak was over het onderzoek naar vaderschap (de Wet-Loeff) wist ze aanvankelijk niet. Daarnaast was ze geen geoefend spreker: er is veel geschreven over haar verlegen, haperende manier van spreken. Dat Neeltje uit een bepaalde klasse kwam waaruit bijna nooit iemand op deze manier aan het woord kwam, had hier natuurlijk ook mee te maken.

In de pers werd om die redenen vaak laatdunkend of spottend over haar geschreven. Haar eerste lezing werd beschreven als ‘eigenaardige gebeurtenis’, en ze werd tot op late leeftijd steevast ‘Zeeuws meisje’ genoemd, die het over de ‘welbekende onderwerpen’ kwam hebben. De Goessche Courant plaatste in 1907 een smalend berichtje over een in de soep gelopen lezing: “Eindelijk kwam er eenig teeken. De postbode kwam binnen en bracht het bericht, dat zij wegens ongesteldheid niet kon optreden. En weg was al het volk.”

Neeltje Lokerse kreeg, kortom, van alle kanten kritiek. Niet alleen vanwege haar opvattingen, maar omdat ze als Zeeuwse dienstmeid in niets leek op een conventionele actievoerder. Toch gaf ze nooit op. Ze veroverde haar plekje in het publieke debat niet met een gepolijst intellectueel feminisme, maar met een ijzersterk rechtvaardigheidsgevoel, uitstekende aanleg voor PR, en klein beetje geweld. Haar leven en haar werk zijn misschien het best samen te vatten als een soort protestantse, Zeeuwse voorloper van ‘only god can judge me’: “Haar vijanden laten haar koud, voor God zal mej. Lokerse rekenschap weten af te leggen.” ( Middelburgsche Courant, 1912)

Over Neeltje Lokerse verscheen in 2012 de historische roman Wat vindt U daarvan, Majesteit?, geschreven door Clare Helene Wesselius.

Voor dit artikel werd de Krantenbank Zeeland, het Digitaal Vrouwenlexicon, het Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland (BWSA) en de website Zeeuwse Ankers geraadpleegd.