Sports

We gingen langs bij de onverwoestbare Feyenoord-held Gerard Meijer

"Ik ben een ouwe lul geworden."

door Dave Aalbers; foto's door Willem de Kam
30 augustus 2019, 8:20am

Foto's door Willem de Kam.

Gerard Meijer pakt wat blikjes Cola Zero uit de koelkast en zet ze neer op zijn bureau. “Iets anders heb ik niet, ik drink dit spul dag en nacht.” De 84-jarige oud-verzorger van Feyenoord moet lachen. “Het schijnt niet goed voor me te zijn, maar dan had ik al lang dood moeten zijn.” Zijn kantoor tegenover De Kuip is omgebouwd tot een mini-museum. Er hangt een ingelijst Feyenoord-shirt, vaantjes van grote wedstrijden en in de hoek ligt zijn oude waterzak. Op zijn bureau staan grote tonnen snoep en een bakje met muntgeld, waar zijn collega’s geld in kunnen doen als ze snoep komen halen.

Meijer werd in zijn vijftig jaar als verzorger een icoon van Feyenoord. Coen Moulijn, Willem van Hanegem, Johan Cruijff, Dirk Kuijt en Robin van Persie lagen allemaal bij ‘Ome Gerard’ op de massagetafel. Maar geen van die spelers werd zo populair als Meijer zelf: hij hoefde maar met zijn handdoek boven zijn hoofd te zwaaien en De Kuip begon te kolken. De afgelopen tien jaar werkte hij als ambassadeur van Feyenoord en begin augustus was hij zestig jaar in dienst bij de club.

Gerard Meijer

VICE: Ha Gerard: De meeste mensen van jouw leeftijd zitten achter de geraniums.
Gerard Meijer:
Zolang ik aan de gang kan blijven, doe ik het. Ik sta iedere ochtend om zes uur op en loop hier van half negen tot half zes rond. Op dinsdag en vrijdag ga ik meestal sporten in de fitnessruimte. Een uurtje spinnen, een kwartiertje op de loopband en nog wat andere oefeningen. Vandaag even niet: ik heb vanochtend mosselen gehaald, die ga ik vanavond opeten met mijn vrouw. Haar moet ik ook blijven verwennen.

Wat doe je hier nog allemaal?
Ik regel het contact met oud-spelers, ik doe een hoop voor de businessclub en ik onderhoud contact met supporters. Er komen aan de lopende band mailtjes en facebookberichtjes binnen. Ik zit een beetje tegen mijn zin in op Facebook, maar de supporters willen allemaal nog contact met me. Ik heb in ieder geval genoeg te doen. En als ik niks te doen heb, heb ik toch wat te doen.

Als ambassadeur bezocht je een tijdje begrafenissen van supporters.
Overal waar een supporter overleed, probeerde ik bij de dienst te zijn. Ik kwam daar in een kerk of een begraafplaats tussen die families terecht, die ik vaak helemaal niet kende. Dan vroegen ze: ‘Meneer Meijer, wilt u even een woordje doen?’ Dat werd me te veel. Ik kwam vaak helemaal versleten thuis. Als er tegenwoordig bekenden overlijden, kan ik er al helemaal niet meer tegen. Dan zit ik te janken en ben ik helemaal van slag. Dat is de leeftijd hè. Ik ben een ouwe lul geworden.

1567091222199-_M8A7575_WEB_Willem-de-Kam

Hoe gaat het met je? Vijf jaar geleden werd er Parkinson bij je geconstateerd.
Het gaat allemaal wel hoor, er zijn ergere dingen. Ik heb een beetje een starre houding, moeite met draaien en ik tril een beetje hier en daar. Ook mijn balans is minder, maar als ik zit, vergeet ik bijna dat ik Parkinson heb. Autorijden gaat ook prima, heerlijk vind ik dat. Soms heb ik moeite met praten, maar daar heb ik een trucje voor. Ik pak een flesje water en ga dan met een rietje bobbelen, daarna praat ik weer wat duidelijker. Wacht ik doe het even voor. [Gerard begint te bobbelen] Nu praat ik weer duidelijker, het scheelt echt. Lullig hè? Is toch mooi dit? Blijkbaar doen heel veel artiesten het als ze nerveus zijn voor een optreden. Geinig joh.

Begin deze maand was je zestig jaar in dienst bij de club.
Ik ben begonnen op 11 augustus 1959. Ik had een massagebureau in Rotterdam en hoorde dat de verzorger van Feyenoord weg zou gaan. Ik meteen solliciteren, maar na een tijdje had ik nog steeds niks gehoord. Op een dag kreeg ik ineens een meneer van Feyenoord in paniek aan de lijn: ‘Bent u Gerard Meijer? We zijn je helemaal vergeten te berichten. We hebben vanavond een wedstrijd, maar we hebben geen verzorger.’ Ik heb thuis een tas met verbandspullen, massageolie en tape ingepakt en ben op mijn scooter hierheen gereden.

Hoe ging die eerste wedstrijd?
Er was aan de andere kant van het veld een blessure. Ik was behoorlijk snel en spurtte het veld in. De mensen vonden het prachtig en begonnen massaal te klappen. Toen ik terugkwam op de bank zeiden mensen van de staf: ‘Zo, je loopt harder dan de voetballers.’ Na de wedstrijd ging manager Guus Brox even met de jongens in de kleedkamer praten. De deur ging al snel weer open en hij zei dat ik een goede indruk had gemaakt: ‘Je bepaalt zelf wanneer je hier weggaat. Als je het goed doet, blijf je hier heel lang zitten.’ Nou, dat is aardig gelukt.

Gerard Meijer

Is er door de jaren veel veranderd in het voetbal?
Toen ik zestig jaar geleden bij Feyenoord begon, verdiende ik 65 gulden per maand. Dat kan helemaal niet meer, joh. Als je ziet wat die gasten tegenwoordig allemaal verdienen. Dat soort bedragen heb ik zelf nooit verdiend, maar ik heb het altijd naar mijn zin gehad.

Verandert het grote geld de sfeer in de kleedkamer?
Als je als voetballer op het veld staat of in de kleedkamer zit, denk je niet aan centen. En anders zorgde ik er altijd voor dat er discipline was. Ik zat er bovenop.

Hoe zorgde je voor discipline?
Ik wilde nooit rotzooi op de grond hebben, zeker geen kleding. Als er een Feyenoord-shirt op de grond lag, schold ik ze helemaal stijf. Het shirt is heilig, daar blijf je van af. Toen ik na vijftig jaar stopte met het werk als verzorger, kwam ik een maand later een keer de kleedkamer in. Leroy Fer en Georginio Wijnaldum zaten daar naast elkaar en zeiden: ‘Ome Gerard, kom eens bij ons zitten.’ Ze wezen naar de spullen op de grond: ‘Dit gebeurde bij u niet hè?’ Daar hadden ze gelijk in. De spelers hadden best een lastige vent aan mij.

Gerard Meijer

Tegenwoordig rollen spelers als Neymar over de grond bij een blessure. Wat deed je als een speler zich aanstelde?
Een speler die rolt, die heeft niet veel. Daar hoef ik niet hard voor te lopen. Als een speler stil blijft liggen, is het linke soep. Ik heb weleens gehad dat ik het veld in rende, en dat de speler toen zei: ‘Het gaat wel weer.’ Godverdomme, je gaat me toch niet voor lul laten lopen. Ben je helemaal besodemieterd.

Als verzorger ben je ook de uitlaatklep voor de spelers. Als er wat te zeiken valt over de trainer, hoor jij het als eerst.
Over die gesprekken deel ik nooit wat. Nog altijd benaderen heel veel journalisten me om een boek te schrijven, maar dat gaat nooit gebeuren. Nooit. Ik wilde niet dat er iets naar buiten kwam. Ik had de zaakjes altijd aardig in de klauwen.

Zonde, want je moet mooie verhalen hebben. Met wie had je de beste band?
Toch wel met de meester, Johan Cruijff. Hij kwam hier als verguisde Ajacied binnen en sommige echte Feyenoord-spelers vonden dat in het begin niet leuk. Binnen de kortste keren liep iedereen achter Johan aan. De andere spelers moesten altijd twee keer trainen, maar Johan zei altijd: ‘Ik train ‘s ochtends en ‘s middags ga ik lekker bij Geert liggen.’ Ging ik hem een beetje masseren en ouwehoeren. Johan had altijd een verhaal. Jammer dat hij zo vroeg is overleden, maar that’s life.

Gerard Meijer

Wat vond je van de muziek in de kleedkamer in je laatste periode?
Die stond keihard altijd, maar dat vond ik alleen maar mooi. Op een gegeven moment liep ik bij uitwedstrijden zelf met zo’n grote box in mijn armen door de hotels heen. Ging ik met keiharde muziek de kamers af om iedereen wakker te maken. Dan werd ik uitgescholden: ‘Doe dat rotding weg, joh.’ De muziekstijl in de kleedkamer is wel veranderd, maar dat maakt me echt niet uit. Ik heb hier zelf op kantoor ook altijd een boxje aan om naar jazz- of loungemuziek te luisteren. Ik zou graag een grotere box hebben op mijn kantoor, maar dat mag helaas niet.

Waarom niet?
Te veel herrie.

Mis je de sfeer in de kleedkamer weleens?
Ik heb het best naar mijn zin zo, maar de kleedkamer mis ik tien jaar later nog altijd. De humor van die gasten, de keiharde muziek en de ondeugendheid. Bij het kampioenschap, twee jaar geleden, ben ik eerder naar beneden gegaan om tijdens het laatste fluitsignaal langs het veld te staan. Dirk Kuijt kwam gelijk op me af en gaf me een zoen. ‘Godsamme Geert, geweldige hè!’, zei hij. Daarna ben ik nog even naar de kleedkamer gegaan. Op die manier zit ik toch weer even in de sfeer van de spelers. Dan proef ik het weer. Daar geniet ik echt van.

1567091497178-_M8A7615_WEB_Willem-de-Kam

Ben je er nog ziek van als Feyenoord verliest?
Dan ben ik zeker niet de vrolijkste. Na de wedstrijd loop ik altijd even naar mijn kantoor hier in het Maasgebouw. Even tot rust komen. Boven zit mijn vrouw, mijn zwager en nog allerlei bekenden. Dan is het even veel te druk. Ik ga achter mijn bureau zitten en kijk naar de ranglijst op mijn computer. Even tien minuutjes op adem komen en daarna ga ik weer terug onder de mensen.

Wat vindt je vrouw ervan dat je nog zo veel bezig bent met Feyenoord?
Ze verklaart me voor gek. Vooral dat ik ‘s ochtends zo vroeg opsta om hier om half negen te zijn. Dan zegt ze: ‘Het zou niemand wat uitmaken als jij om tien uur komt binnenlopen.’ Dat kan wel kloppen, maar ik ben er gewoon om half negen. Toen ik net deze baan had, ging directeur Eric Gudde als laatste naar huis rond half acht. Vroeg hij aan mij: ‘Moet jij ook niet een keer naar huis?’ Dan zei ik dat ik nog even vooruit moest werken. Het is het de aard van het beestje.

Zwaai je ook nog weleens met je handdoek als je thuis onder de douche uitkomt?
Haha, nee. Dat is ooit begonnen in de tijd dat er nog geen vierde man was. Als we dan wilden wisselen, ging ik met mijn handdoek zwaaien en schreeuwen om de aandacht van de scheids te trekken. Maar die tijden zijn allemaal voorbij, jongen. Helaas wel.

Gerard Meijer

Dit is een verhaal uit de serie VICE Sports Clubmeubilair, over mensen die achter de schermen al jarenlang betrokken zijn bij hun voetbalclub. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Tagged:
VICE Sports
Feyenoord
de kuip
Gerard Meijer
Verzorger