Identiteit

De Friese hardloper die werd gediskwalificeerd omdat ze ‘geen meid’ zou zijn

Foekje raakte niet alleen haar carrière en sportieve prestaties kwijt, maar ook haar identiteit.

door Amarens Eggeraat
13 december 2018, 8:00am

Screenshot via NPO 

Toen ik voor het eerst over Friese hardloper Foekje Dillema las, zocht ik meteen een paar foto’s van haar op. Niet omdat ik nou zo geïnteresseerd ben in naoorlogse sporttuniekjes of in Friese haarmode, maar vanwege Foekjes levensverhaal. In 1950 werd zij namelijk na een geslachtskeuring gediskwalificeerd, en moest ze haar loopbaan op de renbaan opgeven. Die keuring was toen net ingevoerd door de Internationale Atletiekfederatie, om er zeker van te zijn dat er alleen vrouwen meededen in de vrouwencompetitie. Wat er precies bij die keuring is voorgevallen is erg lang onduidelijk gebleven, verhuld in een wolk van taboe en schaamte.

Dus ging ik op zoek naar een afbeelding van Foekje – opeens had ik een ziekelijke belangstelling voor de geslachtskenmerken van een overleden vrouw, en wilde ik haar beeltenis aan mijn eigen keuring onderwerpen. Het is kennelijk moeilijk om niet in geslachtstegenstellingen te denken: de wereld is verdeeld in ‘man’ en ‘vrouw’, en alles wat daartussenin valt is een vraag waar dringend antwoord op moet komen.

Een explosie van kracht en spirit

Foekje Dillema was zo iemand die er op een gegeven moment tussen viel. Ze werd geboren in 1926, in het piepkleine Friese dorpje Burum. Haar gezin was groot en had niet veel geld, dus naast het schrobben van onderkleding en het schillen van aardappelen bleef er weinig tijd over voor sport. Dat veranderde toen Foekje een paar sportschoenen cadeau kreeg van de Leeuwarder Sportvereniging: Foekje bleek uitzonderlijk goed te kunnen rennen. Haar techniek was in het begin nog niet erg verfijnd – ze had voor haar 19e nooit gesport – maar dat maakte ze ruimschoots goed met haar talent en enthousiasme.

Binnen een paar jaar was ze Frieslands’ favoriete sprintster op de 100 en 200 meter. Op het internationale atletiektoernooi in Londen was “onze Foekje zonder twijfel de meest opvallende van alle deelneemsters”, aldus de Heerenveense Koerier in 1949. Ze liet haar tegenstanders achter zich in “een onvergetelijke explosie van kracht en spirit”, schreef de Leeuwarder Courant een jaar later.

1544692309127-4158882132_0bc17d0e62_o
Foto Ben van Meerendonk / AHF, collectie IISG, Amsterdam

In 1950 verbrak ze zelfs een record van de legendarische Fanny Blankers-Koen, door de 200 meter één tiende van een seconde sneller te lopen. Er gaan nog steeds verhalen over de rivaliteit tussen de twee Nederlandse atletes: Fanny Blankers-Koen zou Foekje expres uit de weg gaan, omdat ze het niet kon hebben dat een jong meisje uit Friesland haar zo schijnbaar moeiteloos voorbij liep. Op de dag dat Foekje haar record verbrak, toonde Fanny zich wel een “good sport”, volgens Het Parool. Voor de krant poseerde ze breed lachend naast Foekje, een arm om haar middel geslagen.

Vermomde mannen

Maar achter Foekjes rug om werd er geroddeld. In 2008 maakte Andere Tijden Sport een uitzending over Foekje Dillema, een jaar nadat ze overleden was. In het programma komt de Engelse atlete Sarah Cheeseman aan het woord, één van de velen die door Foekje werd verslagen. Fanny Blankers-Koen had haar van tevoren gewaarschuwd dat er ‘een man’ in de Nederlandse ploeg zou zitten. “Nowadays the problem is doping,” zegt ze, met een misprijzend lachje, “in my time, it was men masquerading as women.”

Het klinkt grotesk, maar Cheeseman was zeker niet de enige met dit soort gedachten. Sekse en sport is nog altijd een gevoelige combinatie, en dat was het zeventig jaar geleden des te meer. In de jaren veertig en vijftig was het idee dat vrouwen überhaupt aan sport konden doen nog helemaal niet zo lang geaccepteerd. Fanny Blankers-Koen werd niet voor niets ook wel de Vliegende Huisvrouw genoemd: dat vestigde aandacht op haar vrouwelijkheid en moederschap. Zo werd ze opgevoerd als het lopende bewijs dat vrouwen best konden sporten, zonder daar onvruchtbaar en overmatig behaard van te worden.

Ondertussen werd dus serieus gedacht dat de vrouwensport bedreigd werd door huichelachtige mannen die voor het gemak liever tegen vrouwen uitkwamen. Er was angst voor transgenders en ‘mannelijke hermafrodieten’ die een oneerlijk fysiek voordeel zouden hebben. Uitzonderlijke sportprestaties waren verdacht, al helemaal als die gepaard gingen met een relatief lage stem en wat gezichtsbeharing, zoals bij Foekje Dillema het geval was. Na veel discussie besloot de Internationale Atletiekfederatie uiteindelijk de geslachtskeuring in te voeren. In de ochtend van 8 juli 1950 moest de ploeg van Foekje zich melden in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag.

Geslachtskeuring

“Foekje Dillema zal morgen te Carcassonne niet voor Nederland tegen Frankrijk uitkomen,” berichtte de Heerenveense Koerier van 15 juli 1950, “zulks op medisch advies.” Veel meer woorden werden er destijds niet over geschreven. Foekje was al bijna onderweg naar het kampioenschap in Zuid-Frankrijk, toen ze te horen kreeg dat ze niet meer mee mocht doen. Ze was gediskwalificeerd voor het leven, omdat ‘ze geen meid was’. Haar veelbelovende carrière was in één dramatische klap voorbij, ze trok zich volledig terug uit de publiciteit. Tot haar dood in 2007 sprak ze geen enkele journalist meer. Zo ging ze niet de geschiedenis in als succesvolle atleet, maar als wetenschappelijk vraagstuk, een fascinerend raadsel. Want was ze nou een man of een vrouw? En hoe is het mogelijk dat daar onduidelijkheid over bestaat?

In topsport, waar honderdsten van seconden tellen, is het natuurlijk van belang dat er duidelijke regels zijn over wie het tegen wie opneemt, en dat iedereen een zo eerlijk mogelijke kans heeft om te winnen. En als je veel testosteron door je bloed hebt stromen, kan dat voordelig zijn. Maar de realiteit van de positieve effecten van testosteron op sportieve prestaties is uiterst complex: in veel gevallen maakt het weinig uit, of doet zich er pas een meetbaar voordeel voor na vijfhonderd meter rennen. De vraag is ook of het zwaarder zou moeten wegen dan andere fysieke voordelen, zoals bovengemiddeld grote longen of een buitengewoon aerodynamische schedel.

Daarnaast zijn de gevolgen van het ‘testen’ van iemands geslacht veel verstrekkender dan, bijvoorbeeld, een dopingtest. Foekje raakte niet alleen haar carrière en sportieve prestaties kwijt, maar ook haar identiteit. Niet vrouw genoeg om te mogen sporten, maar ook verre van een man – het moet een bijna onmogelijke positie zijn geweest om in te nemen.

Testosterondoofheid

Tot het jaar 2000 was het nog gebruikelijk dat vrouwen zich moesten laten testen voordat ze aan een competitie mee mochten doen. Atleet María José Martínez-Patiño beschrijft in een artikel in The Lancet hoe ze in 1985 de uitslag kreeg van een genetische test, waaruit bleek dat ze een XY-chromosomen had – normaal gesproken hebben alleen mannen dat. Maar Martínez-Patiño lijdt aan ‘testosterondoofheid’, wat min of meer betekent dat haar lichaam ongevoelig is voor de hormonale signalen om mannelijke geslachtskenmerken te ontwikkelen.

Ze had op geen enkele manier een fysiek voordeel, maar de testuitslag maakte dat al haar records en haar sportbeurs werden geschrapt. Haar privéleven kwam ook helemaal overhoop te liggen: “I felt ashamed and embarrassed. I lost friends, my fiancé, hope, and energy,” schrijft ze.

Sinds de moeilijkheden van Martínez-Patiño zijn de regels rondom sekseverificatie langzaam maar zeker minder streng geworden, en kwam er meer aandacht voor de rampzalige psychologische gevolgen van zo’n test. Na 1992 werd de geslachtskeuring voor vrouwen afgeschaft, al moesten ‘verdachte gevallen’ nog altijd worden onderzocht. Later is de chromosoom-test vervangen door een hormoontest, en in 2018 werd er voor vrouwen een testosteron-limiet ingesteld. Dit leidt ertoe dat sommige atletes, zoals de Zuid-Afrikaanse Caster Semenya, hun natuurlijk hoge testosteronlevel met medische ingrepen moeten verlagen om aan wedstrijden mee te kunnen doen. Deze regel is erg controversieel: de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch beschuldigde de Internationale Atletiekfederatie van discriminatie.

Hoe meer we te weten komen over de werking van hormonen, hoe ingewikkelder de zaak lijkt te worden. Maar over één ding is iedereen het eens: het is buitengewoon onwaarschijnlijk dat iemand zich opzettelijk als het andere geslacht voordoet om zo een oneerlijk voordeel te behalen in een sportwedstrijd.

Geslacht versus gender

Volgens haar biograaf Max Dohle is Foekje uiteindelijk niet naar haar geslachtskeuring gegaan, en werd ze daarom uit de ploeg gezet. Misschien was ze wel bang voor de uitslag, om zwart op wit te krijgen dat ze geen ‘echte vrouw’ was.

Met toestemming van haar familie is er postuum DNA-onderzoek verricht, waaruit blijkt dat Foekje een interseksconditie had: ze had naast vrouwelijke geslachtskenmerken ook onderontwikkelde testikels in haar buik. Vanaf de pubertijd was haar lichaam daardoor relatief meer testosteron gaan aanmaken, waardoor haar stem wat lager werd en er dons groeide op haar gezicht. Na haar diskwalificatie is ze daaraan geopereerd.

Of dat beetje extra testosteron haar een oneerlijk voordeel gaf op de korte sprint, daar is de wetenschap over verdeeld. Waarschijnlijk had ze onder de huidige regels wel gewoon mee mogen doen aan wedstrijden. Waar geen enkele twijfel over bestaat, schrijft Dohle, is Foekjes gender: ze was een vrouw.

Na haar overlijden heeft de Nederlandse Atletiekunie haar in ere herstelt, en toegegeven dat haar schorsing voorbarig was geweest. Volgens haar neef, Foeke Dillema, zou ze daar erg mee in haar nopjes zijn geweest. Tegen NRC zei hij: “Ik zie Foekje nu boven met haar stok zwaaien en roepen: Het is goed zo.”


Bronnen
Voor dit artikel werd gebruik gemaakt van het Delpher Krantenarchief, het Digitaal Vrouwenlexion, de documentaire Het Mysterie Foekje Dillema, het artikel “Ze zeggen dat ik geen meid ben”, de schorsing van Foekje Dillema” van Max Dohle, en het artikel Sex and gender issues in competitive sports: investigation of a historical case leads to a new viewpoint” in het British Journal of Sports Medicine (2011).