FYI.

This story is over 5 years old.

We waren bij een doe-het-zelfles cocaïne maken in Colombia

Bij Alberto in Colombia kan je voor een paar tientjes leren hoe je zelf cocaïne maakt. We gingen bij hem langs om te kijken hoe dat precies gaat.
5.6.15

"Het zijn altijd de Engelsen," zegt Alberto met een tandeloze grijns nadat ik heb verteld dat ik uit Engeland kom. "En de Australiërs, die zijn ook dol op deze lessen." Alberto geeft vanuit zijn eigen huis lessen in zelf cocaïne maken. Cursisten zijn blijkbaar groot fan zijn van zijn lessen, want ze hebben allemaal de moeite genomen om de twaalf uur durende tocht vanuit hoofdstad Bogota naar San Augustin te maken. Ook wij namen op een stille zondagmiddag de enige beschikbare bus, om uiteindelijk in het stoffige stadje uit te komen.

Als vliegen op een hoop stront werd onze bus bij aankomst besprongen door lokale bewoners, die hun spullen wilde verkopen aan de enige gringas (wij dus) aan boord. We volgden een mevrouw die Dina heette naar een afgelegen kantoortje, en na ongeveer tien minuten vol misverstanden, opgetrokken wenkbrauwen en zware klemtonen (ze had het steeds over een "speeeeciaaaaal touuuuur"), kregen we haar eindelijk zover om ons naar het huis van Alberto te brengen. Een les kost 150.000 Pesos, een euro of 53, en daarbij zit een portie van één gram zelfgemaakte coke inbegrepen.

Bekijk ook: Het beloofde land: Sektes en cocaïne in de Amazone

Hoewel Colombia inmiddels is ingehaald door Peru als 's werelds grootste exporteur van sosa, is cocaturisma er nog altijd een bloeiende industrie waar meer dan genoeg westerse toeristen op afkomen. Alberto is een van de vele producenten uit de regio, maar kennelijk is hij er alsnog in geslaagd om binnen deze markt met een rendabel businessmodel op de proppen te komen.

Terwijl we plaatsnemen in plastic stoelen die uitkijken over de tuin waarin Alberto zijn werkruimte klaarmaakt, biedt Dina ons een banaan aan. Hun tienerdochter is er ook, maar die neemt verder niet de moeite ons aan te kijken. "Vamos!" roept Alberto terwijl hij een zooi kippen en puppies wegjaagt. We kunnen aan de slag.

De eerste stap is het versnijden van natte cocabladeren op een dekkleed op de vloer. Ze zien er al redelijk versneden uit, maar we krijgen van Alberto alsnog de kans om Indiana Jones te gaan en er lekker op los te hakken met zijn machete. Hij zegt dat Colombiaanse cocabladeren de beste cocabladeren zijn."Ze groeien in drie maanden en zijn spotgoedkoop. We halen ze echter ook uit Peru, Ecuador en Bolivia." De opbrengst en winst varieert enorm, afhankelijk van het soort plant, klimaat en de mate waarin de overheid ingrijpt. Alberto verzekert me ervan dat hij maar heel weinig verdient van deze lessen, en dat zijn kippenhouderij zijn voornaamste bron van inkomsten is.

Hij gooit de bladeren in een grote emmer, samen met sulfaat ("uit Duitsland"), ammoniak, cement en wat benzine uit een colafles. Dat is handig omdat de alkaloïde, het actieve bestandsdeel van de cocabladeren, uit de plant moet worden ontrokken, en dat gaat een stuk sneller met benzine. Vervolgens begint Alberto met zijn handen te roeren in het mengsel, dat overigens makkelijk voor een bak basilicumolie had doorgekund, totdat het er uiteindelijk uitziet als een donkere pasta die naar plastic ruikt.

Terwijl we wachten tot het onttrekken van de alkaloïde gelukt is, ongeveer een minuut of twintig, vertelt Alberto dat hij hiervoor vijf jaar in een gigantisch cocaïnelab werkte, even buiten San Augustin. Hij nam ontslag omdat zijn gezondheid en kinderen in gevaar kwamen: "Als je voor de kartels werkt is er geen moment dat je niet een of ander vuil klusje voor ze moet opknappen, daar ontkom je niet aan."

Na jarenlange booming business gaan er toch ook wel veel cocaïnecursussen kopje onder. "Toeristen worden de hele tijd gearresteerd omdat ze zo opvallen als toerist," zegt Alberto. "Andere gidsen namen ze altijd mee naar fabrieken, en lichtte vervolgens de politie in zodra ze weer terug in hun hostel waren. De politie verdiende er lekker aan mee. Nu is het gevaarlijker, dus geef ik mijn cursussen gewoon thuis. Ik werk verder ook niet samen met de politie, dus mijn prijzen zijn lager."

Vervolgens haalt Alberto zijn Samsung tevoorschijn voor een paar selfies. Met gezonde tegenzin kijk ik de lens in, en ik zie mijn grijnzende kop al aan de muur van een Colombiaans politiebureau hangen. Ik ben enigszins gerustgesteld als hij me daarna de foto's laat zien van de honderden andere toeristen die ons zijn voorgegaan. Iedereen lacht, houdt zijn duimen omhoog, en Alberto vertelt liefkozende anekdotes over ze. Voor een gast met zo'n illustere bijbaan is hij echt opmerkelijk chill.

Terug in de schuur giet Alberto het plakkerige bladermengsel in een stoffen lap, waar hij hard in knijpt totdat er een bruin goedje in een schone emmer druppelt. Daarna gooit hij de lap gewoon in de bosjes. Ik dacht eerst dat hij een fout maakte, maar blijkbaar zijn de cocabladeren niet langer nodig. Vervolgens voegt hij wat sodiumbicarbonaat en wat bleekmiddel toe. Dat mag misschien ranzig klinken, maar het zijn gewoon legitieme ingrediënten voor 100% pure cocaïne.

Er gaat een nieuwe doek over de emmer heen, en Alberto zegt dat we weer een kwartier moeten wachten. Na het wachten zien we in de schuur dat een witte, bijna poederachtige substantie zich heeft gescheiden van een soort bruin slijm dat je wel eens in slecht bijgehouden vijvers ziet drijven. Alberto schraapt het poeder eruit, lepelt het in een plastic kinderbeker en giet de overgebleven vloeistof weg. Het spul stopt hij vervolgens in aluminiumfolie, waarna hij het pakketje dicht onder een brandende gloeilamp in een kleine houten doos hangt.

"Wat we hier in deze emmer zien, " Alberto wijst naar het bruine slijm in de emmer, "is dus crack. Erg populair in Colombia, erg slecht voor het menselijk lichaam."

Tien minuten later wordt het aluminiumfolie uit de gloeilampdoos gehaald, en Alberto toont ons het hagelwitte talk dat hij vervolgens in een plastic zak giet. De cocaïne is klaar, en het hele proces kostte ons minder dan een uurtje. "Dit is het puurste spul dat je ooit gaat zien," zegt hij trots. "In de fabrieken versnijden ze het nog met siliconen en amfetamines, maar deze shit is 100% puur." Met z'n drieën proberen we wat van de versgemaakte coke, hetgeen tot unaniem tevreden geknik leidt.

Voordat we weggaan stel ik Alberto nog een vraag die hij duidelijk al vaker gehoord heeft, namelijk of hij Pablo Escobar heeft gekend. "Hij was echt een klootzak, een gewetenloze klootzak" antwoordt hij. "Het was doodnormaal dat hij seks had met vrouwen en ze daarna doodschoot. Viezerik. Ik heb hem wel een keertje ontmoet trouwens, in 1983; ik heb zijn hand nog geschud."

Het is geen verrassing dat het erfgoed van Escobar na 22 jaar nog steeds de nodige tongen losmaakt in de Colombiaanse cokescene. Door het hele land leidt zijn naam tot verwoede discussies, en er zijn talloze bizarre tours die je kan doen. Voor de meeste backpackers is het onderscheid tussen waarheid en mythe niet een hele belangrijke. Misschien heeft Alberto Escobar echt ooit ontmoet, maar misschien is hij gewoon creatief in het verdraaien van de waarheid, in de wetenschap dat het hem meer inkomsten oplevert. Het maakt ook eigenlijk niet veel uit. Hoewel cocaïne op zichzelf nog steeds geliefd is onder westerse toeristen, is de grootste aantrekkingskracht misschien nog wel de hele sfeer eromheen: de geruchten, de spanning, de verhalen. Het lijkt er op dat in het Colombia van vandaag de dag de daadwerkelijke coke zelf wordt overschaduwd door de algehele ervaring eromheen.

*Alle namen zijn gefingeerd

We zijn verhuisd naar een andere facebookpagina! Like als de wiedeweerga VICE Nederland om niks te missen van alles wat we maken: