FYI.

This story is over 5 years old.

reizen

Niemand wil hier wonen

Spooksteden zijn normaal gesproken verlaten, maar in Ierland heeft er nooit iemand in gewoond.
24.1.14

Door een statige poort lopen we de wijk Castlemoyne binnen. Ons is verteld dat deze net buiten Dublin gelegen wijk met honderden nieuwbouwhuizen volledig onbewoond en verlaten is. Omdat Ieren wel vaker sterke verhalen vertellen, is het de vraag of dat ook echt wel zo is. Een blik op de omgeving – een kerkhof en een sfeervol braakliggend terrein – geeft ons goede moed. Toch worden we drie stappen na de poort al teleurgesteld: kinderen. We zien meisjes in roze rokjes op fietsjes, met ouders ernaast. We lopen verder langs de lange rij huizen, allemaal met een auto voor de deur, in de hoop nog iets te vinden. En dat lukt.

Achter de eerste, bewoonde straat treffen we een niemandsland aan huizen. Deze huizen zijn precies zoals de anderen, alleen zonder gordijnen voor de ramen of auto voor de deur. Al snel wordt duidelijk dat die eerste straat een soort façade voor voorbijgangers is. Achter elke lege straat doemt weer een nieuwe op. Na zeker een uur langs de lege panden gedwaald te hebben, rijdt er een auto voorbij die verderop een oprit inrijdt.

We treffen Graham (37) voor zijn huis. Klussend aan zijn auto vertelt hij over de wijk. “Mijn vrouw en ik zijn in 2008 in Castlemoyne komen wonen. We waren de laatsten die in de wijk een huis kochten. Aan het begin van de wijk wonen wel wat mensen, maar in dit gebied zijn wij de enige. Soms is het wel lekker rustig om geen buren te hebben, maar er is niemand om een kopje suiker van te lenen.”

Graham is niet de enige Ier zonder buren. Sinds het spatten van de vastgoedzeepbel in 2008 kampt Ierland met gigantische leegstand. Op dit moment heeft het land meer dan twaalfhonderd zogenoemde spookbuurten. Af en toe is er nog een enkele bewoner zoals Graham te vinden, maar in de meeste huizen woont niemand en heeft ook nooit iemand gewoond. Het gaat om honderdduizenden spiksplinternieuwe, leegstaande woningen. In de periode van 1995 tot 2000 – de zogenoemde Keltische tijgerjaren­ ­– ging het goed met Ierland. Heel erg goed. De economie groeide sneller dan ooit en mensen met geld wilden investeren. Bij gebrek aan andere opties – want Ierland heeft niet veel om in te investeren – koos men als gekken voor vastgoed. Ook de eerste jaren van de nieuwe eeuw waren booming voor Ierland. Maar het speculeren liep al snel uit de hand. Huizen werden alleen nog door vastgoedspeculanten opgekocht, die de hele boel weer met winst door probeerden te verkopen aan andere vastgoedspeculanten. Enorme prijsstijgingen waren het gevolg. De Ierse huizenprijzen stegen tussen 1997 en 2006 met 172%, zo blijkt uit een onderzoek van de San Francisco Federal Reserve Bank. Nergens ter wereld gingen de prijzen zo snel omhoog. De vastgoedontwikkelaars hadden met behulp van de banken, die alsmaar woonkredieten bleven verstrekken, een gigantische zeepbel gecreëerd. Volgens experts was het wachten tot die uiteen zou spatten. Met de komst van de alom bekende crisis kwam ook de big boom, zoals de Ieren de klap noemen. De vastgoedzeepbel klapte, en dat liet Ierland achter in crisis: burgers zonder geld, en een land vol gloednieuwe huizen die niemand kon betalen en dus onbewoond bleven. Aan het eind van Grahams straat staat een aantal half afgebouwde huizen. Het lijkt alsof de bouwvakkers van de ene op de andere dag hun spullen hebben gepakt en zijn vertrokken. Als we Graham mogen geloven is dat ook ongeveer hoe het gegaan is. “De wijk was nog niet helemaal af toen de economie instortte. De projectontwikkelaar realiseerde zich dat niemand zich nog een woning in deze wijk kon veroorloven, laat staan dat er vraag was naar nieuwe huizen. Hij heeft toen vrijwel direct het bouwen gestaakt. Af en toe komen er nog fotografen langs om de halve huizen vast te leggen. Ik denk dat ze het een symbolisch plaatje voor het instorten van de Ierse economie vinden. Ik vind het vooral een schokkend gezicht.”  De huizen aan het eind van Grahams straat zijn nooit afgemaakt.

We nemen afscheid van Graham en vervolgen onze weg langs de lege huizen. Dan slaat het noodlot toe en moeten we, in het kader van goede timing, plassen. Omdat echte dames niet wildplassen, maken we rechtsomkeert naar het huis van Graham. Verrast kijkt hij op als we zijn oprijlaan weer inkomen. We mogen van hem best even naar de wc. Op zijn volledig gele toilet en onheilspellend starende kat na is het huis van binnen niet heel bijzonder. Toch heeft het een fortuin gekost, vertelt Graham. “De huizen waren eerst 900.000 euro, inmiddels is de prijs gezakt naar 700.000 euro. Nog steeds belachelijk duur voor deze tijd. De huizen zouden best verkocht kunnen worden als de projectwikkelaar een redelijk bedrag zou vragen, maar dat wil hij niet. Hij wacht liever tot de economie aantrekt en mensen weer huizen gaan kopen.”

Dat probleem speelt bij veel spookbuurten. Projectontwikkelaars hebben veel macht in Ierland. Als zij de huizen niet willen verkopen, dan doen ze dat ook niet. Voor hen is deze periode maar een dipje in een leven van grof geld verdienen. Voor mensen zoals Graham is het een dagelijkse realiteit zonder kopjes suiker. Ook de Ierse overheid is niet blij met de leegstand. Voor hen vormen de wijken een pijnlijke herinnering aan de ondergang van de Ierse economie. De Ierse minister van Volkshuisvesting en Planning Jan O'Sullivan kwam daarom in november met een groot plan om het spookbuurtenprobleem op te lossen. In overleg met de projectontwikkelaars en hun banken is het gelukt om afspraken te maken om een aantal leegstaande en onafgemaakte buurten af te breken. Dit jaar kunnen er veertig wijken worden gesloopt. De enkele bewoners krijgen vervangende huizen aangeboden. Castlemoyne zit nog niet bij deze selectie. In de jaren hierna hoopt O'Sullivan de rest van de leegstand aan te pakken. Als ze in hetzelfde tempo doorgaan, met veertig buurten per jaar, duurt het dus nog wel even voordat Ierland spookbuurtvrij is. Gelukkig kan Graham goed relativeren: “Het is best te doen hier. Verderop wonen tenminste nog mensen. Op het platteland in Ierland zijn wijken waar in de verste verte geen andere bewoners zijn te vinden. Dat zeg ik soms tegen mezelf als ik een baaldag heb. Het kan altijd erger.”

Als we de wijk uitlopen komen we een billboard tegen die de wijk aanprijst als een idyllische plek met “spectaculaire huizen van grote kwaliteit”. Inmiddels is een deel van het bord naar beneden gekomen.