FYI.

This story is over 5 years old.

Een Van De Vele Mogelijke Kunstissues Die We Hadden Kunnen Maken

Mensen afluisteren die dingen zeggen over kunst is leuk

We besloten om een hele dag rond te hangen in het Stedelijk Museum en de geforceerde uitspraken van kunstminnende babyboomers af te luisteren. En man, er zaten wat juweeltjes
15.6.12

FOTO'S DOOR MARIAN COUSIJN

Kunst is een van de raarste en tegelijkertijd een van de vetste dingen die de mensheid heeft voortgebracht. Ik heb wel eens gesprekken gevoerd over kunst die zo briljant en inspirerend waren dat mijn hoofd nog dagenlang tintelde van het licht dat ik had gezien. Maar praten over kunst kan ook heel, heel erg fout gaan. Over hedendaagse kunst bestaat namelijk het hardnekkige vooroordeel dat je er per se gewichtige, maar vage dingen over moet zeggen. Dat je moet laten merken dat jij heus wel door hebt wat het eigenlijk betekent, dat bakje tofu op een pilaar (Tofu on Pedestal in Gallery van Jonathan Horowitz), zelfs al heb je geen flauw idee waar het op slaat.  Sommige mensen gaan niet naar een museum om zich te laten inspireren of verrassen, maar om hun eigen status een boost te geven. Ze werpen een halve blik op een werk, lezen snel het bordje, en beginnen vervolgens een betoog vol uitspraken die intelligent klinken, maar eigenlijk inhoudsloos zijn. Dat soort zelfingenomen mensen vind ik bloedirritant, maar tegelijkertijd ook fascinerend. Daarom besloot ik om een hele dag rond te hangen in het Stedelijk Museum, om de geforceerde uitspraken van kunstminnende babyboomers af te luisteren. En man, er zaten wat juweeltjes tussen.

DIANA THATER 
Wit is de kleur, 2002 Twee bevriende stelletjes van in de 50, bruine jassen, moeilijke monturen: Man 1: “Dit is een stukje Nederland waarvan je hoopt dat het niet vervuild wordt. Ik zou zo wel drie uur lang naar de wolken kunnen turen, je realiseert je je eigen betrekkelijkheid. Het zijn hemelse wolken, heel sereen. Blauw is een goddelijke kleur. En natuurlijk de nationale identiteit, zo’n Hollandse wolkenlucht. Duidelijk een verwijzing naar de oude meesters.” Vrouw 1: “Volgens mij zijn het geen natuurlijke wolken, hoor. Het zijn eerder vulkaanwolken.” Vrouw 2: “Oh, hier staat dat het wolken van een bosbrand in LA zijn. Het gaat over wit.” Vrouw 1: “Ik vond het al zo unheimlich.” Man 1: “Heel unheimisch, ja. Met dat blauwe licht. Het is net een ruimte voor junks om niet te spuiten.” Man 2: “Je hoeft niet meer naar de coffeeshop, je kan gewoon naar het museum!” Allemaal: “Hahahahaha!”

ROMAN ONDÁK 
De maat nemen van het heelal, 2007 Man met hoed en corduroy broek, zijn vrouw met grote glimmende zilveren broche, en hun volwassen dochter: Man: “Dit gaat over de gemiddelde lengte van de museumbezoeker.” Vrouw: “Ja, maar het gaat ook over het nieuwe gebouw. De hoogte, en de openheid. Wat je allemaal met een kamer kunt doen.” Man: “Ik vind dit eigenlijk een beetje infantiel.” Vrouw: “Nou, maar het gaat ook over ontmaagding! Over de angst om nieuwe kunstenaars in het museum te brengen. Het is eigenlijk heel elitair. Wij hebben dit met z’n allen gemaakt. Iedereen kan kunst maken. Want wat is kunst? Wij zijn collectief aan het ontmaagden. En op het einde moeten ze het weer overschilderen, dat is ook onderdeel van het kunstwerk. Maar goed, daar kun je ook weer een heel verhaal omheen verzinnen.” Dochter: “Het zegt wel veel over de mensen. Over de gemiddeldheid van de mensheid. Kunstig hoor. Maar het is wel een beetje een ideetje.” Vrouw: “Ja, als hij het nog een keer doet, is het niet leuk meer.” Dochter: “Nee, dan is het geen kunst meer, maar ambacht.” Man: “Maar Rembrandt was ook een ambachtsman hè!”

WILLIAM LEAVITT

Advertentie

Patio in Californië, 1972

Twee vrouwen van middelbare leeftijd, behangen met grote, overdreven sieraden:

Vrouw1:“Hier word ik altijd een beetje boos van, dit soort… dingen.”

Vrouw 2:“Dat is interessant. Waarom?”

Vrouw 1:“Omdat het zo bedacht is. Het zegt wel iets over ruimtelijkheid, ja, maar ik voel er helemaal geen connectie mee.”

Vrouw 2:“Het is wel postmodernistisch. Er heeft iemand in het museum gewoond tijdens de verbouwing. De directeur. Daar heb ik een boek over gelezen.”

MARTIN KIPPENBERGER
Jetzt gehe ich in den Birkenwald, denn meine Pillen wirken Bald, 1991/Zonder titel, 1989 Twee menopauzevriendinnen, kastanjebruin en oranje geverfd haar met grijze uitgroei: Vriendin 1: “Wat verschrikkelijk, dit vind ik helemaal niks.” Vriendin 2: “Ik vind het wel bijzonder. Wat zou het betekenen?” Vriendin 1: “Het gaat over medicatie, houten medicatie, en bomen die helemaal scheef staan.” Vriendin 2: “Nou nee, het gaat eerder over de staat waar de wereld zich vandaag de dag in bevindt. Het gaat over de maatschappij, dat we het eigenlijk allemaal helemaal niet meer zien. En daar vallen de bomen pardoes van om. Erg treurig hoor.” Vriendin 1: “Hm-hm.” Vriendin 2: “Dit werk gaat heel erg over het nu. Nú!”

NAVID NUUR 
Zonder titel, 2010  Kalende man met rugzak, grijze vrouw met sokken in sandalen, vrouw met fleecetrui: Vrouw 1: “Dat is een kunstwerk! Heel erg esthetisch.” Man: “Dit wijst zich heel erg wel-niet vanzelf. Semiotiek.” Vrouw 1: “Het wordt steeds beter, zoals altijd met kunst.” Man: “Dat is de paradox.” Vrouw 1: “Mijn eigen creativiteit wordt hier heel erg door aangesproken. Ik ben er echt een beetje door ontgoocheld. Ik heb het gevoel dat het iets diepers betekent.” Vrouw 2: “Op naar de koffie dan maar?”

BARBARA KRUGER 
Verleden/Heden/Toekomst, 2010 Mevrouw in grote rode jas met bergschoenen: “Stel je voor, dit moeten ze dus allemaal weer weghalen!”

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van 2010.