Mooie spullen maken van vieze materialen is een trend

We vroegen ontwerpers op de Dutch Design Week waarom ze in hemelsnaam werken met pis, smog en riooldrap.

|
okt. 17 2018, 11:16am

Links: verven met kaumera. Rechts: keramiek van urine.

De tijd dat we dachten dat we de aarde gewoon lekker mochten opgebruiken is al een tijdje voorbij. Dat heeft ook gevolgen voor designers: waar je vroeger naar hartelust uit aardolie gewonnen plastic en met halve slavernij gewonnen edelmetalen kon gebruiken voor je ontwerp, zijn we er inmiddels wel achter dat dat een eindige strategie is. Duurzaamheid! Upcycling! Circulair design! Dat zijn de toverwoorden die gonzen in de designwereld. Er wordt zelfs een prijs uitgereikt voor het meest innovatieve materiaal dat de wereld níet uitput.

Ineens kan alles een materiaal zijn, inclusief de troep die wij als mensheid produceren. Op de Dutch Design Week worden bijvoorbeeld producten gepresenteerd die zijn gemaakt van fijnstof, afwalwater en urine. Allemaal goedjes die blijkbaar toch nog ergens goed voor zijn. De vraag is alleen waarvoor precies, want ook qua toepassingsmogelijkheden is het ene vieze spul zeker het andere niet.

Om wat orde te scheppen in deze brei, vroeg ik de designers die met deze drie smerige materialen werken hoe ze dat vinden, en wat hun substantie nou zo waardevol maakt.

Links: close-up van de kaumerakimono van Nienke Hoogvliet. Rechts: kaumerakorrels.
Links: close-up van de kaumerakimono van Nienke Hoogvliet. Rechts: kaumerakorrels.

Nienke Hoogvliet exposeert haar project in Veem tijdens de DDW.

Creators: Hoi Nienke, jij verft textiel met riooldrap.
Nienke Hoogvliet: Het is iets gecompliceerder dan dat. Als afvalwater wordt gezuiverd, wordt die drap door bacteriën omgezet in een biopolymeer genaamd kaumera. Dat gebruik ik dan weer. Verder heeft het niks te maken met ontlasting of zo.

Maar het is alsnog wel een vies prutje.
Ja.

Hoe kom je erbij om hiermee te werken?
Ik werk al drie jaar samen met de Energie en Grondstoffen Fabriek, een initiatief van de Nederlandse waterschappen dat zich bezighoudt met het winnen van grondstoffen uit afvalwater. Zij geven mij het materiaal, omdat ze het belangrijk vinden dat ontwerpers hiermee aan de slag gaan en de mogelijkheden verkennen. Dat doe ik dus, samen met twee andere ontwerpers: Jeroen Wand en Billie van Katwijk. We hebben alledrie een mogelijke toepassing ontworpen. Jeroen gebruikt de kaumera als lijm om verschillende materialen aan elkaar te verbinden en Billie glazuurt er keramiek mee. De waterschappen willen het materiaal uiteindelijk ook met commerciële partners op de markt gaan brengen, in de vorm van een soort kleurloze gel. Dan kan het nog meer toepassingen krijgen.

Vind je het niet vervelend om met afvalmateriaal te werken?
Ik vind het interessant om te spelen met die perceptie. Om van die vieze bruine drap toch iets te maken dat waardevol en mooi is. En dat mensen de schoonheid ervan inzien, dat vind ik een interessant spanningsveld. Daarnaast is ook het duurzaamheidsaspect belangrijk: ik wil graag iets doen dat bijdraagt aan de wereld.

Links: Mudernism van Billie van Katwijk. Rechts: Bio-binding van Jeroen Wand.
Links: Mudernism van Billie van Katwijk. Rechts: Bio-binding van Jeroen Wand.

Stel dat je geen rekening hoefde te houden met het milieu, wat zou dan het materiaal zijn waarmee je het liefst zou werken?
Ik denk dat ik nog steeds in deze hoek zou zitten, eerlijk gezegd. Ook al zou het milieu geen rol spelen, dan zou ik het alsnog beter willen maken. Al moet er natuurlijk wel een uitdaging in zitten.

Dus ergens vind je het ook wel handig dat het niet goed gaat met het milieu?
Nou, dan kan ik wel dit soort ontwerpen maken! Nee grapje natuurlijk, maar als je bijvoorbeeld gaat ontwerpen met goud... Daar zit voor mij niet echt een uitdaging in, want iedereen vindt het al mooi. Dus wat voor verhaal kun je daar dan over vertellen?

Je hebt een liefde voor de underdogs in de materialen.
Dat kun je wel zo stellen ja.

Kleurtesten met kaumera van Nienke Hoogvliet
Kleurtesten met kaumera van Nienke Hoogvliet.

Er zijn een hoop nieuwe materialen te zien op de Dutch Design Week. Soms vraag ik me af: wat hebben we daar eigenlijk allemaal aan?
Ik hoop dat die materialen een vervanging zullen zijn van de schadelijke materialen die we nu gebruiken. Dus dat het niet én én is, en je niet zorgt voor meer consumptie, maar een ander soort consumptie. Textiel wordt nu bijvoorbeeld synthetisch geverfd. Dat is vervuilend, maar ze doen dat omdat de kleur dan niet verschiet. Maar waarom zou een T-shirtje dat je hooguit één jaar draagt honderd jaar dezelfde kleur moeten hebben? Als je textiel plantaardig verft, zoals ik nu doe, verandert de kleur, en dat kunnen we ook gewoon gaan waarderen. Dan hoef je ook niet de hele tijd iets nieuws te kopen.

Zijn er ook nog andere vieze dingen waar je wat leuks van zou willen maken?
Ik wil graag nog meer met zeewier doen. Daar ben ik al heel lang mee bezig, maar ik zou het ook echt willen realiseren en ervoor zorgen dat het in de industrie toegepast kan worden. Dat wil ik echt voor elkaar krijgen.

Zeewier is toch niet zó vies?
Nee? Veel mensen vinden van wel.

Je kunt het toch ook gewoon eten?
Ik gebruik aangespoeld zeewier, dat is dan al een beetje aan het rotten en kun je niet meer eten. Het is best vies hoor, en het stinkt ook heel erg.

Oké, fair enough. Bedankt!

Het SerVies van Iris de Kievith en Annemarie Piscaer.

Het SerVies van Iris de Kievith en Annemarie Piscaer is genomineerd voor de New Material Award, en tijdens de DDW hier te zien.

Creators: Hoi Iris, jullie kleuren servies met smog?
Iris de Kievith: Met neergeslagen fijnstof. We vangen het dus niet uit de lucht.

Dus iedereen krijgt dat normaal gesproken ook over zich heen.
Ja, dat is ook de aanleiding. We leven in Rotterdam in een hele smerige lucht, wat we vooral merken als we terugkomen van vakanties aan zee of in de bergen. Als we dan weer in Rotterdam zijn moeten we gelijk hoesten. Dan hoor je in campagnes van Milieudefensie dat de lucht in Rotterdam net zo slecht voor je is als het roken van zeven sigaretten per dag. Hoe kan dat nu met iets dat je niet ziet?

Jullie wilden het zichtbaar maken?
Ja. De hoeveelheden fijnstof die we gebruiken in de glazuren koppelen we aan de hoeveelheid die één mens inademt in een aantal jaren. In tien jaar adem je ongeveer een hele gram in, en daar glazuren we dan één kopje mee. En ook met wat je in 25, 45, 65, en 85 jaar binnenkrijgt. Dat zijn herkenbare periodes voor een mensenleven. Die van 85 jaar is natuurlijk hartstikke donkerbruin.

Fijnstof oogsten. Foto: Karola van Rooyen
Fijnstof oogsten. Foto: Karola van Rooyen

Vind je het zelf niet vies om te werken met een stof waar je vanaf wilt?
Nou, wel spannend. Daarom hebben we ook een extra goed stofkapje, en beschermen we onszelf. In de steden in Nederland leven we 1,5 jaar korter door die luchtkwaliteit. En dat zijn nog kleine concentraties vergeleken met grote steden zoals Peking. Het is een heel gemeen stofje omdat het superklein is: ultrafijn stof. Dat gaat zelfs door je huid heen. We proberen ons zo goed mogelijk te beschermen. Maar als het eenmaal gestookt is zit het onder een laagje glas en kan het geen kwaad meer.

Ben je toch niet een beetje gaan houden van fijnstof?
Ja, tuurlijk. En ook van de kleuren die we kunnen maken. Ik sta nu bij mijn testje dat net uit de oven is gekomen, we hebben een matte variant gemaakt. Die is nog mooier.

Dus er zit toch een zekere vreugde in de fijnstof.
Verwondering. Met iets dat we echt niet willen en dodelijk is. Heel tegenstrijdig, en dat moet misschien ook, want anders werkt het niet. We maken beeldschoon servies, maar van een zeer smerig materiaal.

Fijnstof aan een handschoen

Stel dat er geen milieuprobleem zou zijn, zou je dan niet liever met andere materialen werken?
Dan zou ik nog steeds materialen hergebruiken, en Annemarie met haar fascinatie voor reststoffen denk ik ook. Naast het goede doel levert het vaak verrassende resultaten op.

Je moet wel een sterk verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Je kunt ook denken: boeie, ik ga gewoon iets maken wat ik zelf leuk vind.
Ik wil wel graag bijdragen aan een betere wereld, op een creatieve manier. We willen dat mensen hun gedrag veranderen en vaker de fiets of de trein pakken in plaats van het vliegtuig of de auto.

Succes daarmee!

1539685708543-UNADJUSTEDNONRAW_thumb_4b78

Sinae Kim studeerde af aan de Londense designschool Central Saint Martins met “This is Urine”, een project dat je kunt zien op de expo United Matters - MA Material Futures CSM in Veem.

Creators: Sinae, jij glazuurt keramische objecten met mensenpis. Waarom ook alweer?
Sinae Kim: Ik weet het eigenlijk ook niet. Het ging heel natuurlijk. Ik ben al een tijdlang gefascineerd door menselijk afval, sinds ik begon te studeren aan Central Saint Martins. Ik had eerder ook al iets met poep gedaan. Toen ik mijn project ging presenteren, wisten mijn docenten ook al dat ik waarschijnlijk iets met menselijk afval zou gaan doen.

Hoe kwam deze fascinatie voor urine tot stand?
Er werken maar weinig ontwerpers mee, terwijl er heel veel geplast wordt. Wetenschappers en biologen proberen wel waardevolle stoffen uit urine te halen, dus ik dacht dat er vast iets fascinerends in te vinden zou moeten zijn. Ik vind het interessant om onontdekte waarde te vinden in menselijk afval.

Waarom denk je zelf dat zo weinig mensen hiermee werken?
Ja, veel mensen willen hier natuurlijk niet mee dealen. Maar ik vind het prima om met pis te werken. Poep was veel erger.

Maar urine vond je dus niet vies.
Niet echt, ik voelde niks. Behalve toen ik het ging distilleren. Toen waren er wel momenten dat ik het walgelijk vond, vanwege de geur. Als het water verdampt uit de urine stinkt het enorm.

Sinae Kim, 'This is Urine'

Moeten we dit per se gebruiken?
Ja, ik denk van wel.

Waarom?
Er is zoveel menselijk afval door de groeiende populatie. Na het pissen of poepen spoelen we het gewoon door, waardoor we veel energie en geld moeten steken in waterzuivering. Dat is niet duurzaam. Ik heb al vaak de vraag gekregen waarom ik er vervolgens keramiek van maak, en niet iets waar we echt wat aan hebben. Dan zeg ik dat we sowieso eerst van het idee af moeten dat urine waardeloos en vies is. Als ontwerper probeer ik te zeggen: wat je hier ziet is van menselijke urine gemaakt, en het is prachtig. Vind ik dan.

Tegelijkertijd wil ik niet dat mijn project alleen maar kunst is. Ik wil ook echt nadenken over hoe je een systeem kunt creëren voor het recyclen van menselijk afval. Dan kan bijvoorbeeld het water worden gezuiverd, en met wat er overblijft kan dit soort objecten glazuren.

Als er geen overpopulatie was en milieuproblemen, zou je dan ook urine gebruiken?
Jazeker. Ik vind het leuk om weggegooide, verlaten dingen te gebruiken, dat is fascinerend. En het is uitdagend. Hoe denk jij eigenlijk over je urine?

Nou, ik ben eerlijk gezegd toch blij als ik ervan af ben.

Meer VICE
VICE-kanalen