Drie keer raden wie er naar Le Guess Who? ging

Wij!
13.11.17
John Maus (foto door Jelmer de Haas)

Ik zal het maar meteen toegeven: ik had van tevoren geen zin om naar Le Guess Who? te gaan. Eerst wel, toen ik vroeg of ik erheen kon, maar toen het eenmaal zover was niet meer. Zo stond ik thuis een tijdje uit het raam te staren terwijl ik een sigaret rookte. Ik dacht: nou, ik weet het allemaal nog niet. Gelukkig zette mijn lichaam zich in beweging, omdat het won van mijn zwakke geest. Voor ik het wist liep ik door Utrecht, waar het inmiddels donker was geworden. Het was zaterdagavond en de lichtjes van de winkels schenen helder. Het leek wel Kerstmis.

Wachten op John Maus

Het begin van de avond, en ook het eerste deel van dit verslag, noem ik ‘Wachten op John Maus’. Wat mij betreft is dat het belangrijkste optreden van het hele festival, maar voordat het zover is kijk ik samen met wat vrienden en bekenden die ik ben tegengekomen naar het optreden van Karel. Dat vindt plaats in Kapitaal op het gratis zijprogramma Le Mini Who. Karel is een energieke jongen met een mooie, zware stem, en zijn optreden lijkt op een intense workout. Je wordt er bij wijze van spreken moe van door ernaar te kijken. Ik kan je vertellen dat hij vrolijke elektronische popliedjes heeft, maar hier, je kunt het ook zelf beluisteren. Ik raad het je van harte aan.

Vervolgens wordt het wachten op John Maus voortgezet in café Vredenburg, handig gesitueerd tegenover TivoliVredenburg. Het is de elfde van de elfde, en de andere gasten in het café zijn voor de gelegenheid verkleed als Jumbo-medewerker, enge clowns en zombies. De uitbater is een vrolijke grappenmaker uit Macedonië, die volgens een certificaat aan de muur Gacho Osmanoski heet. Een toffe cafébaas. We mogen zelfs liedjes aanvragen die hij vervolgens draait. Zo zitten we te genieten van Drake, en de spanning loopt alsmaar op, want het is nog maar de vraag of het mijn vrienden zal lukken om aan een festivalbandje te geraken. Er worden wat telefoontjes gepleegd en jawel: het lukt.

Soms op festivals zijn er leuke extraatjes geregeld voor mensen van de pers. Een speciale ruimte met versnaperingen, de mogelijkheid tot het betreden van de backstage, of een speciaal bandje waarmee je gewone bezoekers jaloers kunt maken. Dat is hier allemaal niet aan de orde. Alsof ze willen zeggen: “Doe jij maar normaal, meneertje.” Wel word ik, bij het ophalen van mijn bandje, gevraagd om een geldbedrag te doneren. Enigszins overvallen door dit verzoek stem ik in om vijf euro te betalen per pin, maar omdat de verbinding van het pinapparaat het niet doet, ontspring ik hier mooi de dans. Krap vijf minuten binnen en nu al twee biertjes terugverdiend. Dan blijkt dat we de memo over de dresscode van het festival gemist hebben, want wij zijn geen van allen kaal met bril.

Advertentie

Tijd voor het optreden waar wij allemaal op hebben gewacht!

John Maus

John Maus (foto door Jelmer de Haas)

Het is druk in de zaal waar John Maus speelt om 22:40. Natuurlijk is het druk, maar wel fijn dat er tegelijkertijd shows geprogrammeerd staan van Pharoah Sanders en James Holden. Zo wordt het kaf toch een beetje van het koren gescheiden. Het leuke van John Maus vind ik dat je allerlei filosofische theorieën kunt loslaten op zijn muziek, maar dat je dat ook prima achterwege kunt laten. Uiteindelijk is het gewoon een man met een microfoon die zijn eigen backing vocals zingt. Vroeger deed hij dat in z’n eentje: de muziek op een bandje en hij alleen op het podium, extatisch headbangend en schreeuwend door een microfoon met een dubbele dosis galm erop. Nu is er een band bij en dat werkt wel, zeker in een wat grotere zaal. Zo’n eenmansact is geweldig om te zien in een klein café, maar in een ietwat klinische maar verder toch wel prettige concertzaal, is een band geen overbodige luxe. Aan zijn gedrag op het podium is in de jaren niet veel veranderd: af en toe kijkt hij manisch lachend de zaal in (de gezichtsuitdrukkingen lijken geleend van geestverwant Harry Merry), dan slaat hij weer met zijn vuist op zijn hoofd. Of hij schreeuwt eventjes hard de zaal in – niet per se in de microfoon, maar gewoon, recht vooruit. Hij speelt een paar liedjes van zijn nieuwe plaat Screen Memories, maar gelukkig ook veel bekende oudere nummers, zoals Cop Killer, Rights for Gays en Quantum Leap. Ik heb kippenvel en het gonst vanbinnen. Ik moet even onthouden dat als iemand ooit nog eens vraagt met welke beroemdheid – dood of levend – ik zou willen dineren, dat ik dan John Maus zeg (een pan mosselen lijkt me lekker).

De Rest van de Avond

Oké, dat tussenkopje is een beetje te cynisch, want hoewel we na een geweldig optreden van John Maus eerst een beetje verloren rondlopen (en een broodje worst eten) strompelen we binnen bij het optreden van Les Amazones d’Afrique. Als ik dokter was, zou dit precies zijn wat ik mijn patiënten voor zou schrijven. Het geneest misschien niet alles, maar je komt er wel meteen van in een uitstekende stemming. De band bestaat uit een aantal prachtige vrouwen, en volgens Wikipedia is het een “contemporary world music supergroup” uit Mali. We dansen tot we druipen en stinken en daarna drinken we nog meer bier. Daarna zijn we een tijdje verdwaald in het enorme TivoliVredenburg.

Les Amazones d'Afrique (foto door Melanie Marsman)

Als je, net als ik, voor het eerst de TivoliVredenburg betreedt, en je bent nog nuchter, dan denk je zoiets als: jeetje, ben ik in de Bijenkorf? Dat komt door een indrukwekkende hoeveelheid roltrappen. Maar waar je dan niet aan denkt, omdat je nog nuchter bent, is hoe leuk roltrappen zijn als je wat op hebt. Sowieso is een gebouw dat zo megalomaan groot is leuk, want je kunt er zoals ik net al zei in verdwalen. Dat doen we later op de avond ook, maar eerst kijken we naar Ben Frost. Zijn muziek is een soort straf, het is heel hard, zo hard dat je soms denkt: dit kan niet goed zijn. Minstens zo imposant is de aankleding van het podium: achter Frost (die er voor de gelegenheid uitziet als een soort goochelaar) hangt een muur vol glimmend folie, waar met een beamer licht op wordt geprojecteerd. Het resultaat is dat je het idee hebt dat je onder water bent en er zonnestralen door het water schijnen. Bijzonder mooi.

Ben Frost (foto door Erik Luyten)

De rest van de nacht lopen we heen en weer van het zaaltje waar Hieroglyphic Being en later Ramses3000 draaien en een soort dek waar mensen van Red Light Radio een feestje hebben in een soort schuurtje. Wat kan ik zeggen? Het is gezellig, de muziek is uitstekend en de sfeer zit erin. Als alles afgelopen is, dwalen we een tijdje backstage rond. Hoe we daar precies terecht zijn gekomen weet ik niet meer, maar als we naar buiten willen, zitten alle deuren op slot. Spannend! Gelukkig vinden we iemand die ons nog naar buiten kan laten. En zo zit de avond erop. Rest mij nog de organisatie van Le Guess Who? hartelijk te bedanken voor de leuke tijd. Tot volgend jaar!