Zo'n beetje alles wat je moet weten over je drugs laten testen
Drugs op het festivalterrein

Zo'n beetje alles wat je moet weten over je drugs laten testen

Drugstests moeten terugkomen op feesten en festivals, vindt de Tweede Kamer. Maar dat wordt me een partijtje ingewikkeld, dus zullen we op zoek moeten naar andere manieren
Bv
illustraties door Ben van Brummelen
27.7.17

Elke maand slikken 80.000 Nederlanders een xtc-pil. Een groot deel van die pillenslikkers weet niet, of alleen van-horen-zeggen wat er in hun drugs zit. Daarom heeft een meerderheid van de Tweede Kamer begin dit jaar aangegeven dat het een goed idee is als mensen de inhoud van een pil op festivals kunnen laten testen.

Sindsdien zit de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met zijn handen in het haar. Hij heeft een eerste verkenning gedaan van de mogelijkheden om drugstestpunten op feesten en festivals in te richten, en het blijkt een logistieke nachtmerrie. Hij schrijft in een brief aan de Tweede Kamer dat er gewoon te veel festivals zijn. Twee jaar geleden waren het er bijna duizend. Het zou veel te ingewikkeld zijn op zoveel tijdelijke locaties drugs te gaan testen. En te duur.

Advertentie

Daarnaast zitten er nogal wat juridische haken en ogen aan. Er zou bijvoorbeeld met de politie moeten worden afgesproken dat je niet gearresteerd wordt als je in de rij staat van het drugstestpunt. Anders zou niemand langs durven gaan. Tegelijkertijd eisen gemeenten juist dat festivals drugsbezit actief opsporen en bestrijden.

Voorlopig zal je dus nog gewoon naar de al bestaande testpunten moeten. Maar ook daar valt nog een hoop te verbeteren.

"Je kan nu al op 31 locaties van verslavingszorginstellingen in Nederland terecht," vertelt Floor van Bakkum, teammanager Preventie van verslavingszorginstelling Jellinek. "Alleen, vanwege beperkte capaciteit in het lab kunnen niet alle aangeboden samples getest worden. Dat is vooral een financiële kwestie. Een enkele drugstest kost tientallen euro's, tot wel 150 euro aan toe. En dat is nog exclusief personeelskosten." Floor vindt het daarom zinvoller om geld te investeren in goede testpunten, dan om opeens allemaal dure tijdelijke festivaltestpunten in te gaan richten.

Drugstestpunten zijn trouwens ook niet voor iedereen goed bereikbaar. In Amsterdam is er zes dagen per week een kantoor geopend waar je terecht kunt, maar drugsgebruikers uit Zeeland moeten bijvoorbeeld anderhalf uur reizen om bij een testpunt te komen. Conservatieve gemeentebesturen houden daar een testpunt voor drugs al jarenlang tegen, met als gevolg dat Zeeuwen niet weten wat ze slikken of snuiven. Wil je in Breda je spullen laten checken, dan kun je alleen op woensdagmiddag tussen 16.00 en 18.00 uur terecht, en het testpunt in Eindhoven is alleen op donderdagavond open. Overigens duurt het bovendien meestal ongeveer een week voor de uitslag bekend is.

Advertentie

Als testpunten nog niet altijd zo makkelijk toegankelijk zijn, en de overheid niet op duizend tijdelijke locaties drugs kan testen, is het geen gek idee om te denken aan de optie dat festivals het heft in eigen hand nemen door particuliere organisaties in te schakelen. De staatssecretaris schrijft dat er "weinig bereidheid" onder festivalorganisatoren zal bestaan om een testpunt in te richten, maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Zo probeert de organisator van het psychedelische festival Psy-Fi, Rob Durand, al jarenlang een testpunt voor drugs op zijn festival te realiseren. Durand heeft daarvoor contact gelegd met de particuliere organisatie CheckiT! uit Oostenrijk, die drugstests op festivals en feesten verzorgt, en draait op vergoedingen van festivalorganisatoren. Die organisatie kan maar op een paar evenementen per jaar staan, en slechts tientallen mensen per avond bedienen. Maar het is iets.

Psy-Fi heeft alleen nooit een vergunning gekregen voor de exploitatie, omdat drugstests op festivals altijd verboden waren. Ook dit jaar krijgt Psy-Fi geen vergunning voor een drugstestpunt, zegt de woordvoerder van de gemeente Leeuwarden, Tjalling Landman. "Alleen een motie van de Tweede Kamer is niet voldoende."

Rob is in ieder geval bereid om zelf te betalen voor een drugstestpunt op Psy-Fi. "Voor de levering van kraanwater op mijn festival moet ik aan allerlei strenge kwaliteitseisen voldoen. Alles voor de veiligheid. Maar als ik drugsgebruik veiliger wil maken, dan mag dat niet", legt hij enigszins gepikeerd uit. Rob weet niet precies hoe duur de drugstests zijn, maar ziet er best wat in om gebruikers een paar euro mee te laten betalen.

Advertentie

In het Verenigd Koninkrijk is er eveneens een particuliere organisatie actief die zo werkt: The Loop. Die non-profitorganisatie werkt, net als het Oostenrijkse CheckiT!, met een speciale infraroodscanner die de ingewikkelde naam Fourier Transform Infrared Spectroscopy (FTIR) draagt. Zo'n apparaat vuurt verschillende golflengten van infrarood licht op een hoopje drugs af. Aan de hand van het licht dat wordt terug gereflecteerd, kan het apparaat min of meer bepalen welke drug erin zit. De FTIR kan vrij succesvol bepalen of pillen het actieve ingrediënt mdma bevatten. Versnijdingsmiddelen zoals cafeïne en PMMA kan het apparaat ook herkennen.

Het nadeel van deze drugsscanner is weer dat je aan de hand van infraroodlicht niet zo goed kunt zien hoeveel mdma een pil bevat. En dat is wel belangrijk, want zeker in Nederland zijn xtc-pillen tegenwoordig zo sterk dat het doorgaans gevaarlijk is om een hele te slikken. Gebruikers willen daarom graag weten in hoeveel stukjes ze hun pil moeten breken.

De officiële testbureaus kunnen dat wel, en bovendien zijn ze aangesloten op een centrale database, het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS), waarin actuele resultaten van labtests gedeeld worden. Dankzij de database kunnen medewerkers van het DIMS een xtc-pil herkennen aan z'n kleur en het logo, maar ook aan de grootte en het gewicht. Daardoor kan bij ongeveer de helft van de xtc-pillen direct een betrouwbare uitslag worden gegeven, zonder dat de pil ooit in een lab is geweest.

Advertentie

Als meerdere ondernemers zich zouden aansluiten bij het DIMS, die database van xtc-pillen, dan zouden dus ook particuliere organisaties veel sneller zijn in het bepalen van een type pil, en dan zijn die honderden festivals per jaar misschien wel behapbaar! Of dat wettelijk gezien mag is alleen nog de vraag, zegt Leonne Gartz, woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, want "daar is nog geen procedure voor".

De cannabisbranche is wat dat betreft veel verder. Daar zijn er al wel bedrijven die de inhoud van flesjes hennepolie testen. Het bedrijf Nova Research analyseert bijvoorbeeld hoeveel werkzame stoffen er in flesjes CBD-olie voorkomen. De oprichter van het bedrijf, Steven Cassini, reageert direct enthousiast op het idee van particuliere drugstests op festivals.

Tijdens een telefoongesprek over de kwestie komt Cassini met een aantal ideeën waarop de inhoud van een xtc-pil min of meer achterhaald kan worden. Zo stelt hij voor om simpele chromatografie te gebruiken zodat je kan zien of een xtc-pil meerdere ingrediënten bevat. Bij zogenaamde Thin Layer Chomatography (TLC) wordt een kunststof plaatje en een oplosmiddel gebruikt om stoffen in een mengsel van elkaar te scheiden. Zo'n test kan vrij eenvoudig, goedkoop en snel op een festival gedaan worden.

Het probleem van zulke simpele testmethoden is dat je niet de volledige inhoud van een pil kan achterhalen. TLC kan wel stoffen in een mengsel scheiden. Maar niet alle vervuilingen lossen op in de loopvloeistof die je daarvoor gebruikt. Het is dus best mogelijk dat een gevaarlijke stof niet herkend wordt tijdens een test. In zo'n geval zou een gebruiker weggestuurd worden met een 'geteste pil', die alsnog gevaarlijk blijkt te zijn. "Schijnzekerheid" noemt staatssecretaris Martin van Rijn zulke testuitslagen dan ook, in zijn brief aan de Tweede Kamer.

Advertentie

Als je van plan bent om flink de beest uit te hangen op een aankomend festival, kun je je veiligheid dus maar het beste zelf in de hand nemen. Dat kan je bijvoorbeeld doen door naar de smartshop te fietsen en voor drie euro een 'reagenstest' te kopen. Zo'n test bestaat uit een sterk zuur dat snel zwart verkleurt en bruist wanneer het met mdma in aanraking komt. Elke drug heeft een specifieke reactie op het reagens. Er is zelfs een Youtubekanaal waar je alle verschillende kleurreacties kunt vergelijken.

Wanneer je dealer de bestelling komt brengen is het echt niet raar om even de tijd nemen voor zo'n reagenstest. Daardoor krijg je al een eerste indicatie of je echt koopt wat je wil kopen, of dat je dealer imitatiespul probeert te slijten. De test geeft geen zekerheid over de inhoud van het zakje. Er kan best nog een versnijdingsmiddel doorheen zitten dat niet verkleurt. Maar een zuurtest is beter dan geen test.

Toch blijft een labtest de beste manier om de inhoud van een zakje drugs te achterhalen. Het allerbeste zou zijn om spaarzaam met de capaciteit van het drugstestsysteem om te gaan. Het klinkt misschien een beetje raar, maar is daarom best een goed idee met al je vrienden tegelijkertijd een enorme hoeveelheid drugs te kopen.

Stel, je koopt met tien vrienden een brok van vijftig gram mdma. Je laat dan één klein kruimeltje testen bij het DIMS. Daarna kan je met behulp van een milligramweegschaal en wat capsules zelf xtc-pillen maken. Op die manier weten jij en je vrienden een paar jaar lang precies wat jullie slikken, terwijl er maar één labtest voor nodig was.

Er is alleen één probleem: het is hartstikke illegaal om zoveel drugs te hebben liggen. Je zou er zo maar een paar maanden gevangenisstraf voor kunnen krijgen. Hopelijk is de staatssecretaris zo dankbaar voor je inzet om drugs testen zo goed en soepel mogelijk te laten verlopen, dat hij de straf maar laat zitten.