Zelfs de rechter vindt dat we eens goed moeten debatteren over het gedoogbeleid

Modelkwekers John en Ines hebben in hoger beroep een voorwaardelijke gevangenisstraf gekregen. De uitspraak had een doorbraak kunnen zijn in het Nederlandse cannabisbeleid.

|
10 september 2015, 7:56am

Het leek op een opening in het wietbeleid in Nederland: vorig jaar kregen twee kwekers van de rechter te horen dat ze voor hun teelt geen straf zouden krijgen. De rechter achtte ze schuldig, maar besloot ze geen straf op te leggen, omdat ze specifiek voor twee coffeeshops teelden, belasting betaalden over de inkomsten en de kwekerij netjes opgezet was.

Maar het hoger beroep dat de staat daarop tegen ze aanspande, hebben John en Ines verloren. Het hof in Leeuwarden oordeelde dat wiet kweken verboden is en drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf dus op z'n plaats is. Alle goede bedoelingen ten spijt, vond het hof dat de kwekers teveel op eigen houtje hebben gehandeld, en dat er geen bewijs is dat het hele land al vóór regulering is.

De specifieke reden dat het hof straf oplegt, is omdat John en Ines zijn blijven doortelen terwijl de zaak nog onder de rechter was. Als ze nou in alle openheid een proefproces hadden uitgelokt naar aanleiding van één teelt, dan had het hof waarschijnlijk anders besloten, zo staat in het arrest. Volgens advocaten Tim Vis en Sidney Smeets was dat wel het geval, en daarom gaat het stel in cassatie, wat betekent dat het naar de Hoge Raad gaat.

"Het gerechtshof maakt van een coffeeshop een criminele organisatie," zei Tim Vis vandaag na afloop van de zaak. Hij hoorde de coffeeshophouder die wiet kocht van John en Ines nog zeggen: "Als zij er niet meer zijn, moet ik naar de motorclub". Het stel zelf was ontzettend teleurgesteld. Het project waar ze jaren aan hebben gewerkt lijkt voorlopig mislukt.

De meer algemene reden dat het hof in Leeuwarden vandaag niet het gedoogbeleid wilde opblazen, is omdat het debat in Nederland nog geen heldere conclusie heeft opgeleverd over hoe verantwoorde teelt eruit moet zien. John en Ines zijn zelf maar wat gaan doen, omdat de rest van Nederland zich nog afzijdig houdt.

En de rechter heeft een punt. Voor een wetswijziging moet je bij de Tweede Kamer zijn, en hoewel toch echt 70% van de Nederlanders voor regulering van de achterdeur is, houdt in de Tweede Kamer een groep van exact 75 mensen vernieuwing van het beleid tegen. Die mensen krijgen daar alleen kritiek op van een kleine groep cannabisactivisten, die het onderling ook vaak niet met elkaar eens zijn.

De kiezers van vrijwel elke politieke partij zijn in meerderheid vóór regulering, maar Kamerleden houden zich er nauwelijks mee bezig, en ze worden daar ook niet toe aangezet door de media of kiezers.

Maar het dossier gaat alle Nederlanders aan, omdat het drugsbeleid een voorbeeld is van hoe onze regering zich graag veilig in de ontkenningsfase nestelt: in plaats van een oplossing te vinden voor problemen worden er arbitraire grenzen gesteld tussen wat verboden wordt en wat niet. Besluitvorming wordt niet gebaseerd op rationaliteit en wetenschap, maar in plaats daarvan zit je bij vlagen naar een ideologisch toneelstukje te kijken.

De VVD is een essentieel onderdeel in deze discussie. Alle andere partijen zijn voor of tegen regulering, maar de VVD zweeft er tussenin. Het is de enige partij die het huidige beleid een acceptabel compromis vindt tussen druk van Europa en de eigen idealen.

Het argument van de VVD is dat wiet volgens internationale verdragen verboden moet zijn, maar ze weet ook dat het meer problemen oplevert dan oplost als de staat actief achter gebruikers aan gaat. Daarom is de partij ervoor om alleen het einde van de keten niet te vervolgen, en dus te gedogen.

Intern heeft de VVD het er nauwelijks over. 77 procent van de VVD-stemmers is voor regulering, maar het is geen agendapunt van belang op VVD-congressen. Dat komt omdat de partij het idee heeft dat er weinig kiezers te winnen zijn op het gebied drugsbeleid.

De overheid, met de VVD in een sleutelrol, zegt dat het gebonden is aan internationale verdragen. Maar vervolgens wordt er niet gepleit voor een wijziging van die verdragen, uit angst voor de imagoschade die we zouden kunnen oplopen als we op internationaal niveau voor een rationeel drugsbeleid pleiten.

De rechter zegt dus dat Den Haag moet besluiten tot een logischer beleid, maar de overheid doet al jaren niks anders dan steeds opnieuw meer wetten maken die de teelt nog 'harder moeten aanpakken' – hoewel inmiddels wel duidelijk mag zijn dat niemand daar bij gebaat is.

Lees vooral het oordeel van het hof in Leeuwarden: dat stelt dat John en Ines de regels zelf moesten verzinnen, omdat er geen "breed gevoerd en uitgekristalliseerd maatschappelijk debat" is geweest over de hennepteelt en hoe die eruit moet zien.