Advertentie
zwangerschap

Waarom ouders met hun kinderen moeten praten over miskramen

Als we kinderen leren dat je met seks baby's kunt maken, moeten we ze dan niet ook leren dat sommige zwangerschappen mis gaan?

door Jessica Zucker
07 maart 2018, 11:27am

"O mijn god, je ziet er nog steeds zwanger uit!" riep mijn moeder uit. Twee dagen daarvoor had ik een traumatische miskraam gehad. Ik was 16 weken zwanger. De foetus was thuis uit mijn lichaam gevallen. Ik hield haar in mijn armen, sneed zelf de navelstreng door en kreeg daarna in het ziekenhuis met spoed een onverdoofde curettage om achtergebleven weefsel uit mijn baarmoeder te verwijderen. Vijf jaar later snap ik nog altijd niet wat mijn moeder bezielde. Ik verloor nog steeds bloed. Dat wist ze. Maar ze bedoelde het vast niet slecht?

Een paar weken later probeerde ze het opnieuw. "Jouw zwangerschap gaf me echt iets om naar uit te kijken." Opnieuw: fout. Later, misschien in een poging het te pathologiseren, vroeg ze zich hardop af of de reden dat ik zo misselijk was in mijn eerste trimester aangaf dat de baby zich niet goed ontwikkelde. Niet alleen deed ook dit weer pijn, maar het gaf ook het grotere probleem aan: ze had geen idee waar ze het over had.

Niemand weet precies wat je wel en niet kan zeggen tegen iemand die een miskraam heeft gehad. Oké, mijn moeder dus ook niet. Maar haar opmerkingen wijzen op een zorgelijk patroon in gesprekken (of gebrek daaraan) over gezondheid, het vrouwenlichaam, en miskramen.

Ik rouwde om een kind dat ik niet zou krijgen, en mijn moeder maakte opmerkingen over mijn lichaam en trok het verlies naar zichzelf toe, deelde haar eigen teleurstelling. Toen ik mezelf probeerde op te rapen en weer door wilde gaan, dacht ze dat ze de puzzel had opgelost door te wijzen naar wat er misschien mis was met mij. Ze wist ook zeker dat ik de enige vrouw in onze familie was die ooit een miskraam had gehad. Waarschijnlijker is, dat ze het gewoon niet wist van andere vrouwen.

Het meest bizarre is niet hoe slecht ze was in het troosten van haar kind, maar dat ze haar feiten niet op een rij had. Ze had geen idee dat een miskraam niet betekent dat je onvruchtbaar bent. Ze wist niet dat misselijk zijn in het eerste trimester ook een goed teken kan zijn. Ze wist ook niet dat chromosomale afwijkingen, zoals de ene die mijn miskraam veroorzaakte, veel voorkomen en niets te maken hoeven te hebben met de gezondheid van de moeder.

Het is duidelijk dat mijn moeder nooit de basisprincipes van voortplantingsgezondheid of miskramen is geleerd toen ze jong was. Ik was misschien zelfs de eerste persoon die het ooit met haar heeft gehad over onvoltooide zwangerschappen. De zwijgcultuur is zo hardnekkig dat als iemand uit mijn moeders kringen dit zelf heeft meegemaakt, ze dat waarschijnlijk voor zich heeft gehouden. En daarmee bleven ook mijn moeder – en zoveel anderen, zelfs vandaag de dag – totaal onwetend over de pijnlijke realiteit.

Het gevolg: haar waardeloze troostpogingen en misinformatie werden op mij geprojecteerd. Mijn moeder kon er niet voor mij zijn. Haar opmerkingen deden me veel pijn. Ik voelde me daardoor nog meer geïsoleerd en verward in mijn verdriet.

Cultuur is medeverantwoordelijk voor haar falen. Dat moet veranderen.

We moeten het hier veel eerder en vaker over hebben, zodat we onze kinderen niet nog meer pijn doen als zij door zo'n pijnlijke situatie gaan, of door wat voor situatie dan ook waar we ons geen voorstelling bij kunnen maken. Zodat we niet hun schaamte, zelfverwijten en schuldgevoelens voeden. Dat is namelijk wat mensen met een miskraam nu ervaren. We moeten streven naar een omgeving waarin onze kinderen weten dat ze ons altijd vragen kunnen stellen.

Gesprekken over seks tussen ouders en kinderen gaan nu vaak over succesvolle voortplanting: er komen levende baby's uit. Maar waarom hebben we het niet over het biologische proces dat ook een heel ander resultaat kan opleveren: een niet levende baby. Als we kinderen leren dat er uit seks (en voortplantingstechnologieën zoals IVF) baby's voortkomen, moeten we ze dan niet ook leren dat sommige foetussen nooit een levend kind worden? Conversaties over onze lichamen, hoe die werken en wat eruit voortkomt (of, soms, wat er dus niet uit voortkomt) zijn gewoon gesprekken.

Ik snap wel dat je je niet per se verheugt op het 'het praatje' - ik ga het bij mijn 9-jarige zoon ook nog deels uit de weg. Maar het gaat dan ook niet om slechts één gesprek. Het gaat er niet om dat je alles wat een mens moet weten over menstruaties, erecties, vruchtbaarheid, zwangerschappen en zwangerschapsverlies in een ongemakkelijke tête-à-tête met je 12-jarige puber propt terwijl je op de rand van zijn of haar bed zit. Misschien moet je miskramen en zwangerschapsverlies sowieso niet ter sprake brengen in hetzelfde gesprek als veilige seks. Je wil het risico op een ongewenste zwangerschap niet bagatelliseren door mee te geven dat de foetus het misschien toch niet haalt.

Maar het is wel belangrijk voor volwassenen in spe om ook dat te weten. Zodat ze zich langzaam mentaal kunnen voorbereiden op de vele manieren waarop het leven hard of onvoorspelbaar is. Om dit voor elkaar te krijgen moeten we een open cultuur creëren binnen onze eigen families. Dat kunnen we doen door een serie gesprekken te voeren door de tijd heen. Één gesprek is niet genoeg.

Toen mijn kinderen peuters waren, gebruikten we bijvoorbeeld de anatomisch correcte namen voor lichaamsdelen (geen 'daar beneden' of andere onzin bij ons) en ik ging mee in hoe zij daarmee omgingen. Rond hun verjaardagen keken we de video's van hun geboorte terug en nu zijn zowel mijn zoon als mijn 4-jarige dochter de manier waarop mensen op de wereld komen gaan waarderen. Door het normaal en veilig te maken om te praten over het lichaam, leggen we de basis voor toekomstige gesprekken. Ik hoop dat mijn kinderen in de loop van tijd gaan begrijpen hoe hun lichamen werken, hoe hun lichamen reageren op andere lichamen, en wat het resultaat daarvan kan zijn.

Een van die mogelijke resultaten is zwangerschapsverlies. Ongeveer 10 tot 15 procent van de zwangerschappen in Nederland eindigt met een miskraam. Een miskraam is niet een ziekte. Er is geen medicijn tegen. Door dit onderwerp al vroeg in te bouwen in onze gesprekken met onze kinderen, kunnen we de zwijgcultuur en het stigma op miskramen doorbreken. We maken zo normaal wat eigenlijk al normaal is. Dit zorgt ervoor dat onze kinderen wijzer opgroeien, dat ze zich sterk voelen in hun emoties, en dat rouw een rol krijgt in hun dagelijkse leven – zonder schaamte.

Ik zou willen dat mijn moeder dit bespreekbaar had gemaakt in mijn jeugd. Het heeft ongetwijfeld invloed gehad op mijn eigen rouwproces en op onze relatie toen ik haar steun nodig had om te herstellen. We hebben het later wel gehad over hoe ik me voelde door haar stroeve gesprekjes vlak na mijn miskraam. Hoe diep deze problemen zitten bleek wel, toen ze toegaf dat haar opmerkingen kwetsend waren, maar dat ik niet moest verwachten dat ze me niet vaker zal kwetsen.

Idealiter groeien onze gespreksstrategieën mee met onze kinderen, evolueren ze net als zij doen, en komen ze onze kinderen tegemoet in hun persoonlijke ontwikkeling. Ik wil voor mijn kinderen een bron zijn van eerlijkheid en waarheid. Ik wil dat ze weten wat het betekent om een lichaam te hebben – dat het niet altijd een sprookje is, en dat dat niet erg is. En ik wil dat ze leren hoe ze daar zonder angst mee om kunnen gaan.

Elke generatie heeft moeite met hun moeders. De tijd zal leren hoeveel mijn kinderen echt hebben geleerd van kijken naar hun eigen geboortes, en tijdens het avondeten praten over borstvoeding, zwangerschap en miskramen. Maar dit hoort bij de dynamiek van onze familie. Ik hoop vooral dat ik ze goed informeer – en dat ik het respecteer als ze daar even genoeg van hebben.

Jessica Zucker is psycholoog in Los Angeles. Vorig jaar startte zij de #IHadAMiscarriage-campagne.