gevangenisstraf abolitionisme Gwenola Ricordeau
Identiteit

Waarom de gevangenis een probleem is: Gwenola Ricordeau over het abolitionisme

De gevangenisstatistieken zijn onthutsend, het antwoord van de gevangenis een vorm van achteruitgang voor een reeds ongelijke maatschappij.
Gen Ueda
Brussels, BE
17.5.21

Tussen 1985 en 2015 waren 57% van de veroordeelden in België recidivist. In Frankrijk bedraagt het recidivepercentage volgens het International Prison Observatory 63% in de vijf jaar na een eerste vrijlating uit de gevangenis. Het strafrechtsysteem krijgt al langer kritiek, omdat het de neiging heeft om recidive aan te moedigen, terwijl de oorzaken van structurele problemen niet worden aangepakt. 

Advertentie

Gevangenissen worden over het algemeen beschouwd als te duur, onmenselijk en ouderwets. Daarbovenop zouden ze niet doeltreffend zijn om misdaad te bestrijden of mensen te beschermen. Integendeel: net als de politie houdt het strafrecht sociale ongelijkheden in stand en trekt het die door tot achter de tralies, waar mensen meer kans lopen om systematische onderdrukking te ervaren. We hebben het dan over laaggeschoolden, mensen in een precaire situatie en geracialiseerde mensen die door de staat worden gestraft, ondanks de aandacht die aan slachtoffers wordt besteed. Straffen die doelgericht lijken als we weten dat, bijvoorbeeld, ver van de witteboordencriminaliteit, iets meer dan de helft van de veroordelingen in België drugsgerelateerde misdrijven betreft (50,8% in 2018).

Momenteel is de beweging die gevangenissen wilt afschaffen het grootst in de Verenigde Staten. In de VS woont ongeveer 4,3% van de wereldbevolking, terwijl de gevangenen bijna een kwart van de wereldwijde gevangenispopulatie uitmaken. Terwijl de ongelijkheid in Europa toeneemt en het (extreem-)rechtse discours dat die ongelijkheid in het zadel helpt aan terrein wint, lijkt het debat alleen in libertaire kringen gevoerd te worden. In de mainstream politiek komt de kwestie niet aan bod. Het debat stagneert, en dat terwijl de alarmerende cijfers uit verschillende studies zich opstapelen en de legitimiteit van dit strafsysteem al veel langer in twijfel wordt getrokken; in 1975 al schreef Michel Foucault ‘Surveiller et punir’. 

Advertentie

Hoe kunnen we, in een tijd waarin men de noodzaak van het eenvoudige principe van vrijwillige niet-gemengde vergaderingen amper kan vatten, mensen doen inzien dat ons strafrechtsysteem aan herziening toe is? Waarom slagen we er niet in om tot sociale rechtvaardigheid te komen? Het lijkt erop dat het meer dan ooit noodzakelijk is om de fase van reflectie af te ronden, zodat nieuwe, niet-strafrechtelijke wegen kunnen ontstaan. 

Omdat we ons bewust zijn van de problemen die gevangenissen opleveren, maar nog niet heel bekend zijn met de abolitionistische beweging, spraken we met Gwenola Ricordeau, assistent-professor strafrecht aan de California State University (Chico). Haar nieuwe boek, Crimes & Punishments, wordt binnenkort uitgebracht. In ‘Penser l'abolitionnisme pénal’ (Uitgeverij Grévis) neemt ze het abolitionistische gedachtegoed opnieuw onder de loep. Het boek bevat ook onuitgegeven Franstalige teksten van Nils Christie, Louk Hulsman en Ruth Morris - drie auteurs wiens ideeën een grote impact hebben gehad op het strafrechtelijk abolitionisme.

VICE : De beweging om gevangenissen af te schaffen ontwikkelde zich pas in de jaren '70. Waarom zo laat?
Gwenola Ricordeau :
In deze periode begon men inderdaad de term ‘abolitionisme’ te gebruiken. De term werd gebruikt om gedachtegangen en bewegingen te omschrijven die het gemeenschappelijke doel hadden om gevangenissen - of in bredere zin, het strafrechtsysteem - af te schaffen. Dat wil niet zeggen dat de legitimiteit van het bestaan van gevangenissen daarvoor nooit in vraag werd gesteld, vooral anarchisten deden dat al langer. Er is altijd al vrij veel weerstand geweest tegen het strafsysteem en de uitbreiding ervan. 

Advertentie

In de jaren zeventig ontstond er een politieke dynamiek tussen academische beschouwingen die vooral werden gevoerd door academici - die zich met recht of criminologie bezighielden-, en extreem-linkse bewegingen. Hoewel de politieke herkomst van de afschaffing van het strafrecht complex is, hebben de anarchistische en onafhankelijke bewegingen een belangrijke rol gespeeld in Europa. In Noord-Amerika is de geschiedenis van het abolitionisme meer getekend door de Afro-Amerikaanse bevrijdingsstrijd.

Hoe verklaar je dat er een halve eeuw later nog maar zo weinig teksten over dit onderwerp vertaald zijn naar het Frans?
Op enkele uitzonderingen na, waaronder bepaalde teksten van Catherine Baker (Why should we punish?) of Jacques Lesage de La Haye (The Abolition of Prison), blijven de vertalingen over de afschaffing van het strafrecht overwegend academisch van aard. Bovendien is het zo dat, afgezien van Angela Davis (La Prison est-elle obsolète?), veel belangrijke auteurs van het strafrechtelijk abolitionisme, zoals de Noor Thomas Mathiesen (The Politics of Abolition), nog niet naar het Frans vertaald werden.

Er zijn daarvoor ongetwijfeld specifieke redenen vanuit de uitgeverswereld, maar die kan ik moeilijk verklaren. Volgens mij moeten we ook naar de politieke geschiedenis kijken. Het abolitionisme in Frankrijk - en misschien ook in België - ligt ver verwijderd van de academische wereld (en vice versa), terwijl het abolitionisme in andere landen zowel een academische als een sociale beweging is.

"De opzet van het strafrechtelijk systeem is inderdaad de aandacht af te leiden van de ontelbare vormen van slachtofferschap die door de gevangenis, de politie, en dus het strafrechtelijk systeem als geheel gecreëerd worden."

In welke mate zijn de teksten van Christie, Hulsman en Morris vandaag nog relevant?
De ideeën van deze drie auteurs raken aan verschillende aspecten van het strafrechtsysteem, en er kan worden gediscussieerd over de politieke betekenis die aan hun werk moet worden gegeven. We zullen beginnen met Nils Christie en zijn analyse van hoe het strafrechtsysteem bij de aanpak van misdaden niet alleen daders en slachtoffers, maar ook de maatschappij in zijn geheel berooft van ‘de rijkdom van conflicten’. Zijn analyse van ‘de onteigening van conflicten door het strafrechtelijk systeem’ is bijzonder leerrijk en raakt sterk aan de ervaring die iemand vandaag heeft wanneer die in aanraking komt met ons strafrechtelijk systeem - hetzij als slachtoffer, hetzij als dader. 

Louk Hulsman bekritiseerde het label van ‘misdaad’ en doet ons nadenken in termen van ‘probleemsituaties’, hij herinnert ons eraan dat een maatschappij zonder probleemsituaties onmogelijk is. Ruth Morris stond stil bij de behoeften van de slachtoffers en de manier waarop aan diens behoeften werd voldaan. Ze geeft ook kritiek op het fenomeen dat ze ‘criminele afhankelijkheid’ noemt. Al bij al lijken deze auteurs mij zeer actueel. Zowel in hun analyses als in hun aansporing om na te denken over manieren om autonomie te verwerven ten opzichte van het strafrechtelijk systeem.

Advertentie

Wat zijn de belangrijkste verschillen tussen hun teksten en de beschouwingen van Angela Davis?
Dat is een complexe vraag omdat de opvattingen van Angela Davis, Nils Christie, Louk Hulsman en Ruth Morris niet op dezelfde disciplines gebaseerd zijn en ook de politieke en historische achtergrond van hun werk zeer verschillend is. Zo waren Christie en Hulsman hoogleraar criminologie en hoogleraar rechten. Hun denken wordt sterk bepaald door hun disciplines, hoewel Nils Christie's werk over de strafindustrie (The Punishment Industry: Prison and Penal Policy in the West, 2003) in sommige opzichten vergelijkbaar is met Angela Davis' werk over het ‘gevangenis-industrieel complex’.

"Gevangenissen, politie en dus het strafsysteem in zijn geheel staan in dienst van de staat. Het is dus waanzin om te denken dat gevangenissen kunnen worden gebruikt om kapitalisme, het patriarchaat of systematisch racisme te bestrijden."

Uw boek roept ook vragen op over de verhouding tussen het kapitalisme en het gevangenissysteem, die de discussies in abolitionistische kringen hebben aangewakkerd.
Gevangenissen, politie en dus het strafsysteem in zijn geheel staan in dienst van de staat. Het is dus waanzin om te denken dat gevangenissen kunnen worden gebruikt om kapitalisme, het patriarchaat of systematisch racisme te bestrijden. Het strafrechtelijk systeem weet heel goed hoe ze de aandacht moet afleiden van de talloze vormen van slachtofferschap die het zelf creëert. Ruth Morris wijst er in haar werk op dat de behoeften van slachtoffers van interpersoonlijke criminaliteit en systemische criminaliteit elkaars pad kruisen. 

Wat zijn dan de alternatieven voor een gevangenisstraf, die slachtoffers kunnen helpen om ‘het conflict terug te winnen’?
Het begrip ‘alternatief’ krijgt veel kritiek van abolitionisten. Volgens mij bestaat er een algemene consensus dat men niet op zoek is naar alternatieven, maar naar oplossingen. Het ‘conflictherstel’, een uitdrukking die verwijst naar het werk van Nils Christie, kan op verschillende manieren gebeuren en Christie's voorstellen zijn dus niet dezelfde als die van andere abolitionistische bewegingen. Wat hij voorstelt leunt meer aan bij het burgerlijk recht dan bij het strafrecht, met een de-professionalisering van justitie. Vandaag de dag is er bijvoorbeeld zelden een strafrechtelijke reactie op verkrachting. Ik zie niet in waarom er voor andere ernstige misdrijven ook geen niet-strafrechtelijke vervolging kan worden ingesteld.

"Door nog meer gevangenisstraffen op te leggen en te vertrouwen op het strafrechtsysteem, kan er geen sprake zijn van een echte collectieve emancipatie."

De abolitionistische beweging wil zich dus distantiëren van een staat die een straf-monopolie heeft, door zich te focussen op structurele maatschappelijke veranderingen die de bron van misdaad zouden kunnen zijn. Is dat waar het bij transformerende gerechtigheid om draait?
Transformerende gerechtigheid is een veel recentere uitdrukking en is verwant aan zowel de voorstellen van Nils Christie, alsook aan het herstelrecht. Maar hierbij kunnen we stellen dat het vooral om een communautaire aanpak gaat. Wij beschouwen misdaden als een soort van losstaande gebeurtenissen, waardoor we niet beseffen dat we elke dag conflicten oplossen zònder het strafrechtelijk systeem toe te passen. Dat geldt ook voor de geschiedenis van de menselijke samenlevingen, die vele manieren hebben gehad om met daden om te gaan die als schadelijk aanzien werden. Zelfs in sommige van de meest tragische situaties, zoals massa-misdrijven, werd gepleit voor een verzoenende aanpak. De huidige ontwikkeling van transformerende gerechtigheid in Noord-Amerika lijkt veelbelovend om tegemoet te komen aan de behoeften van slachtoffers en de uitbreiding van het strafrechtelijk systeem. Maar zodra wij hervormingsvoorstellen doen, raken we verwikkeld in de val van het reformisme. 

Waarom zou reformisme een valstrik zijn?
Er is weinig onenigheid over de analyses van het strafsysteem. Het is moeilijk om mensen te vinden die er geen kritiek op hebben, maar het abolitionisme wil het strafsysteem of de gevangenis niet hervormen. Michel Foucault wordt vaak geciteerd in ‘Surveiller et punir’ omdat hij zegt dat de 'hervorming van de gevangenis' min of meer gelijk op gaat met de gevangenis an sich. Hoewel het abolitionisme wemelt van de discussies en controverses (op het niveau van de strategie, bijvoorbeeld) is men het erover eens dat het systeem zelf het probleem is, niet de werking ervan. Met andere woorden, abolitionisten geloven dat het strafrechtsysteem heel goed werkt in termen van wat ervan verwacht wordt: het beschermen van de staat, het kapitalistische systeem, structureel racisme en het patriarchaat. Hervormers zijn van mening dat het systeem slecht functioneert en dat het, als het goed zou werken, sociaal nuttig kan zijn en zelfs gebruikt kan worden om meer sociale rechtvaardigheid na te streven.

Advertentie

Zoals veel abolitionisten geloof ik dat het reformisme de idee van de legitimiteit van het strafsysteem in stand houdt. Of het nu gaat om de gevangenis of de politie, er is een eindeloze cyclus van ‘problemen aan de kaak stellen’ en ‘hervormingen voorstellen’. Dat is wat ik een paar maanden geleden ook bekritiseerd heb in "Autant en emporte le vent réformiste", een boek over de politie.

"Wij beschouwen misdaden als een soort van losstaande gebeurtenissen, waardoor we niet beseffen dat we elke dag conflicten oplossen zònder het strafrechtelijk systeem toe te passen.”

Sommigen vinden dat de strijd tegen de gevangenis en de strijd tegen geweld tegen vrouwen onverenigbaar zijn. Maar in ‘Pour elles toutes. Femmes contre la prison’, schrijf je net dat je “abolitionist bent omdat je feminist bent".
In de eerste plaats omdat het strafrechtsysteem vrouwen niet beschermt en onvoldoende tegemoetkomt aan de behoeften van slachtoffers. Gezien de omvang van de misdaden tegen vrouwen is het opsluiten van bepaalde daders van verkrachting geen oplossing voor het probleem. Er is geen bewijs dat de mate van opsluiting een effect heeft op het aantal gepleegde misdrijven. Het strafrechtelijk systeem wordt vaak voorgesteld als een gegeven dat de zaak van vrouwen zou kunnen dienen. Maar het mikpunt van dat strafrechtelijk systeem zijn vooral arme mannen en mensen met een immigratie- of koloniale achtergrond. Door meer gevangenisstraffen op te leggen en te vertrouwen op het strafrechtsysteem, kan er geen sprake zijn van een echte collectieve emancipatie. Vooral omdat we vaak vergeten dat wanneer mannen naar de gevangenis worden gestuurd, de vrouwen om hen heen in zekere zin ook gestraft worden. Het zijn zij die op bezoek moeten komen, de huishoudelijke kosten moeten dragen, enzovoort. 

Maar begrijpt u dat we, in afwachting van mogelijke hervormingen, van het huidige strafsysteem verwachten dat verkrachters verantwoordelijkheid nemen voor hun daden?
Abolitionisme is geen gedragscode die slachtoffers zegt dat ze geen gebruik mogen maken van het strafrechtelijk systeem, maar in mijn ogen is elke toepassing van het strafrechtelijk systeem een collectieve mislukking. Dat is het hem precies: straf en opsluiting zijn het tegenovergestelde van ‘verantwoordelijkheid nemen voor je daden’. Beweren dat je een slachtoffer helpt door de dader te straffen, is deels onjuist. Ruth Morris wijst op de veiligheidsbehoefte die slachtoffers hebben, het opsluiten van een dader brengt dat veiligheidsgevoel niet altijd met zich mee. Bovendien worden alle andere behoeften van het slachtoffer naar de achtergrond geduwd. Het is ook niet voor alle slachtoffers een optie: sommige daders worden nooit gevonden, zijn dood of niet in staat om vervolgd te worden. 

“Abolitionisme is geen gedragscode die slachtoffers zegt dat ze geen gebruik mogen maken van het strafrechtelijk systeem, maar in mijn ogen is elke toepassing van het strafrechtelijk systeem een collectieve mislukking.”

Het directe verband tussen de sociale toestand en criminaliteit staat niet langer ter discussie, het is dus aan de samenleving in z’n geheel om zich te herbezinnen. Maar hoe kan na de denkfase, de strijd tegen de gevangenis georganiseerd worden?
Binnen het abolitionisme is er al veel gediscussieerd over strategie. Sommige stromingen pleiten voor een ‘graduele strategie’. Dat wil zeggen een gefaseerde aanpak, waarbij steeds meer handelingen worden gedecriminaliseerd en het gebruik van opsluiting stap voor stap wordt teruggeschroefd. Anderen stellen dan weer voor om het verzet tegen de gevangenis (bv. door zich te verzetten tegen de bouw van nieuwe gevangenissen) of tegen de politie (zoals de "Defund the police"-beweging in de Verenigde Staten) te steunen.

We kunnen ook binnen het strafrechtsysteem meer ruimte voor autonomie creëren. Op zoek gaan naar manieren om problemen op te lossen zonder beroep te doen op de politie, bijvoorbeeld. Maar zoals nog abolitionisten denk ik dat er geen echte abolitie zal komen zonder een revolutionair proces. Want wanneer we het hebben over het strafsysteem, staat het bestaan van de staat op het spel. 

Het boek ‘Crimes & Peines. Penser l'abolitionnisme pénal’ van Gwenola Ricordeau, met teksten van Nils Christie, Louk Hulsman en Ruth Morris zal op 14 mei 2021 verschijnen bij Éditions Grevis. Vertalingen van de oorspronkelijke teksten door Pauline Picot en Lydia Amarouche.

Volg VICE België en VICE Nederland ook op Instagram.