FYI.

This story is over 5 years old.

Het is een chaos in Irak, maar wij vertellen je hier even precies hoe het allemaal in elkaar zit

Wie er in Irak tegen elkaar strijdt en waarom.
20.6.14

Terwijl de aandacht van de wereld zich richt op het WK in Brazilië, lijkt het Midden-Oosten steeds verder uiteen te vallen. Het strijdveld en de onrust hebben zich inmiddels verspreid over een regio die strekt van de noordelijke punt van de Perzische Golf tot aan de noordoostelijke hoek van de Middellandse Zee. Hoewel de veldslagen in Irak en de Syrische burgeroorlog nog niet tot één grote oorlog zijn vergroeid, is het toch zeker een great big war te noemen – de gevechten in beide landen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en hebben dezelfde hoofdrolspelers.

De val van Mosul van vorige week verraste veel westerse analisten, en in de politiek en media ontstonden vervolgens hevige debatten over de schuldvraag, wie er gesteund moet worden en überhaupt welk standpunt er moet worden ingenomen in het hele conflict.

Als je alles wat er momenteel in Irak gebeurt wil begrijpen, moet je met een paar dingen rekening houden. Het eerste is dat hoe graag we ook een kant zouden willen kiezen, het niet echt duidelijk is wie er nou de goeien en de slechten zijn. Van oudsher geldt: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Maar in dit geval kan de vijand van mijn vijand nog steeds een vijand zijn. Vandaag vecht je misschien zij aan zij met ze, maar dat betekent niet dat jullie in het verleden geen vijanden waren of dat in de toekomst nooit zullen zijn.

Ten tweede zijn er veel verschillende manieren waarop bepaalde groepen vijandig tegenover elkaar kunnen staan of juist niet. Het is alsof je moet uitvogelen op welke manier je sciencefictionnerds moet opdelen die ook van sport houden, maar ook nog eens lid zijn van een gang. Voor één gevecht is het simpelweg Star Trek versus Star Wars, in de volgende PSV tegen Ajax, terwijl het de keer erna om de Satudarah tegen Hells Angels gaat.

Identiteit en affiliatie zijn complexe zaken in de regio. Wat een redelijke manier lijkt om het conflict in te delen op één dag, kan de volgende dag alweer complete onzin zijn.

Een gebruikelijke, maar niet geheel accurate manier om het conflict te karakteriseren is door het neer te zetten als een strijd tussen soennieten en sjiieten. Dit is een bekende manier voor westerlingen om brandhaarden in het Midden-Oosten te duiden. Maar op een bepaalde manier – vooral als je kijkt naar wapens en geld – zijn de gevechten in Irak en Syrië onderdeel van een strijd die al veel langer gaande is in het gebied. De strijd tussen twee grote, regionale machten: Saoedi-Arabië en Iran.

Ook al is Iran overwegend sjiitisch en Saudi-Arabië soennitisch, komt het conflict tussen de twee niet voort uit het feit dat ze aartsvijanden zijn. Het is eerder dat ze aartsrivalen zijn, en religie is een makkelijke manier om het geheel in te delen. Beide landen zijn gigantische, olierijke naties die geografisch vergelijkbaar zijn – rivaliteit is onvermijdelijk. Voor de Iraanse Revolutie in 1979 werd deze rivaliteit nog klein gehouden door de Verenigde Staten, maar sindsdien is het van kwaad tot erger gegaan.

Maar laten we het conflict onder het mom van herkenbaarheid en gemak toch maar gewoon indelen in sjiieten en soennieten. Dit blijft toch de makkelijkste manier om uit te leggen wat er gaande is.

Irak en Saoedi-Arabië zijn twee grootmachten in de regio, en hun strijd voor meer controle over het gebied is de oorzaak achter veel lokale conflicten.

De soennieten

Aan de kant van de soennieten is ISIS de grootste naam. De opstandige groepering ontstond halverwege de jaren nul tijdens de oorlog in Irak, toen de strijders nauwe banden onderhielden met lokale al-Qaida groeperingen. Maar ISIS kwam pas echt op tijdens de Syrische burgeroorlog, toen ze bekend kwamen te staan als de jihadisten die zo gestoord waren dat zelfs al-Qaida niks meer met ze te maken wilde hebben.

Een andere misvatting over wat er gaande is in Irak is dat ISIS een groot, lomp leger is dat als een stoomwals vanuit Syrië richting Bagdad oprukt en alles wat op hun pad komt genadeloos met de grond gelijk maakt. In feite is ISIS een groep van misschien tienduizend mannen, die aan het hoofd staan van een hele zee aan kleinere soennitische militantengroeperingen in Irak. Samen veroorzaken deze groeperingen immens grote problemen voor de regering in Bagdad, die al zo’n zes maanden geleden de controle verloor over het westen van het land.

Terwijl tienduizend grondtroepen een behoorlijk aantal is, is het zeer onwaarschijnlijk dat ze gecoördineerd worden en vechten als een grote, enkele eenheid – zoals bijvoorbeeld een brigade of een divisie. Op dit moment zijn de ISIS-strijders meer een militie dan dat ze bijvoorbeeld beschouwd kunnen worden als willekeurige terroristen. Ze zijn een slagvaardige, mobiele infanteriemacht, gereden op lichte, onbewapende voertuigen, opererend in groepen van honderd tot een paar honderd strijders, die sterk leunen op steun van lokale soennieten.

Een laatste ding over ISIS: veel van hun strijders zijn Irakees. Terwijl ongeveer een derde uit het buitenland komt – waaronder ongeveer duizend Tsjetsjenen en vijfhonderd westerlingen – is ISIS eigenlijk niet zo verschillend in samenstelling als sommige onafhankelijke soennitische milities die al enige tijd actief zijn in het westen van Irak.

Team Irak

Vanaf het allereerste begin is er nooit echt een eenduidig Irak geweest in het conflict. Irak is verdeeld onder verschillende groeperingen, en nauwelijks één natie te noemen. Hoe dan ook: op dit moment heeft Irak niet de beste kaarten in handen.

Hoewel Saddam Hoessein een soenniet was en Irak in de Irak-Iranoorlog tegen het door sjiieten gedomineerde Iran streed, was Saddam op een ander soort missie: het doordrukken van de Baath-ideologie. Ba’athisme is een soort Arabisch socialisme met elementen van pan-Arabisch nationalisme. Of het nationaal socialistische karakter van Ba’athisme wel of niet enige overeenkomsten vertoont met andere beruchte versies van het Nationaal Socialisme, feit is wel dat de twee moderne Ba’athistische staten – Irak en Syrië – binnenlandse oppositie meer dan eens met een totalitaire houding hebben benaderd.

Het centrale idee van deze Ba’athistische dominantie in Irak is dat hoewel Saddams regering met nogal wat geweld en machtsvertoon sjiieten en andere etnische minderheden klein hield, en soennieten systematisch door hem bevoordeeld werden, het niet meer was dan een ordinaire Ba’athistische queeste naar macht. Saddams beleid was niet voornamelijk etnisch of sektarisch van karakter, en dat had tot gevolg dat hij zich geen grootschalige opstandigheid of sektarische strijd onder de bevolking op de hals haalde.

Tijdens en tegen het einde van de Irakoorlog was het heersende idee in de Verenigde Staten dat een stabiel, verenigd Irak de wenselijkste uitkomst zou zijn voor de regio. Maar dit zou veel werk en toewijding vergen van de verschillende etnische groepen, het aangaan van overeenkomsten over het delen van de macht, en actief werk om overheidsinstanties – vooral het leger – werkelijk nationaal te houden en representatief voor alle Irakezen.

En een tijdje leek het of dit allemaal ging gebeuren. Met wat druk van de VS rekruteerde het Iraakse leger professionele, patriottische Irakezen, en hield sektarische strijders buiten de linies.

Maar toen de Verenigde Staten volledig uit het land verdwenen, kwam premier Nouri al-Maliki aan de macht. Al-Maliki voerde een gebrekkig, sektarisch beleid waarin de sjiieten werden voorgetrokken en het idee van een verenigd Irak steeds meer naar de achtergrond verdween.

De sjiieten

Maliki is net zo repressief jegens de soennieten en Koerden als Saddam dat was jegens de sjiieten en de Koerden, maar met twee belangrijke verschillen. Ten eerste heeft Maliki’s beleid geen non-sektarisch, nationalistisch politiek sausje. Ten tweede is Maliki een stuk opener over de nauwe banden die hij onderhoudt met zijn weldoeners – in dit geval Iran. Zij steunen hem in bijvoorbeeld het verkrijgen van stemmen, zodat hij aan macht kan blijven.

In zijn koortsachtige jacht op verborgen Ba’athisten die hem – zo zegt hij - van zijn troon willen stoten, treedt Maliki autoritair op. De premier gebruikt het leger om soennieten, Koerden en wie dan ook te onderdrukken. Maliki wantrouwde het Iraakse leger zoals dat bestond onder overheersing van de Verenigde Staten. Hij beschouwde het als een verzameling van soennieten, Koerden en ander niet-sjiitisch volk

Als gevolg van dit wantrouwen is het Iraakse leger teruggevallen in zijn oude gewoontes: het heeft ingeboet aan professionaliteit en patriottisme, en gewonnen aan corruptie en sektarisme. In combinatie met zuiveringen in de legertop van niet-sjiietische officieren, heeft dit beleid de effectiviteit van het Iraakse leger sterk verminderd en is het verworden tot Maliki’s persoonlijke sjiietische militie.

Hoe erg het leger er precies aan toe was, bleek vorige week pas bij de strijd om Mosul. Achthonderd ISIS-strijders zorgden ervoor dat twee divisies van het leger (let wel: zo’n dertigduizend troepen) opbraken en op de vlucht sloegen, hun uniforms en wapens achterlatend.

Sindsdien heeft Iran aangekondigd dat ze troepen van de Iraanse Revolutionaire Garde naar Irak gaan sturen. Twee bataljonnen van de Ghods-divisie zullen de Iraanse troepen die al aanwezig zijn in Irak gaan versterken. De Ghods zijn vergelijkbaar met de groene baretten van het Amerikaanse leger: speciale eenheden wiens voornaamste rol het trainen van lokale eenheden is om zodoende hun effectiviteit en dodelijkheid te verbeteren. Al sinds enkele jaren zijn Iraanse troepen op directe dan wel indirecte wijze betrokken bij gevechten in Irak. Maar het is niet gebruikelijk dat de Iraanse regering openlijk aankondigt dat het speciale eenheden naar het gebied gaat sturen.

Hoe het inzetten van deze Ghod-divisies er precies uit gaat zien, blijft een beetje onduidelijk. Maar het is zeer waarschijnlijk dat ze samenwerken met sjiitische milities die sinds de val van Mosul veel aanmeldingen van vrijwilligers hebben gekregen.

Naast deze inzet van Ghod-divisies hebben de hoogste echelons van de Iraanse regering Maliki laten weten dat ze bereid zijn Irak welke assistentie dan ook te verlenen. Spionnen, inlichtingendiensten, meer grondtroepen en eventueel zelfs luchtsteun behoren tot de mogelijkheden. Het is nog niet duidelijk of Maliki van dit aanbod gebruik gaat maken, aangezien dit soort voorstellen vaak niet geheel vrijblijvend zijn.

De Koerden

De Koerden zijn wellicht de enige potentiële winnaar in deze hele strijd. Wegens het gebrek aan een eigen staat worden ze in zo’n beetje elk land waarin ze gevestigd zijn benadeeld – van Turkije, Syrië en Iran tot aan Irak. Een van de gevolgen van de langdurige onrust in Irak, is dat de Koerden de kans zagen een tot op zekere hoogte autonome Koerdische regering in te stellen in het noorden van het land. Iets soortgelijks gebeurt in Syrië. Daar hebben Syrische Koerden hun kans schoon gezien om hun eigen territorium af te bakenen en een Syrisch Koerdistan te vestigen. Zij zijn in staat hun grenzen te beschermen en het is ze tot op heden gelukt om niet bij de burgeroorlog betrokken te raken. 

De Irakese Koerden hebben hun eigen militaire eenheden gevormd: de Peshmerga. Zij vochten zij aan zij met de Verenigde Staten in de Irakoorlog en deden dat toen behoorlijk goed. In de recente pogingen van de Iraakse regering om de controle over hun steden terug te winnen is het duidelijk geworden dat ze zonder hulp van de Koerden niet ver zullen komen.

Van oudsher zijn vrijwel alle regeringen in de regio tegen verregaande Koerdische onafhankelijkheid. Dit wegens de angst dat deze onafhankelijkheid separatistische sentimenten in hun eigen landen aan zal wakkeren. Maar het Iraakse Koerdistan krijgt steeds meer vorm en heeft nauwe banden ontwikkeld met de Turkse regering. De Turken staan hen bij in het transport van Koerdische olie voor de wereldmarkt, en tonen zich in navolging hiervan steeds toegeeflijker jegens Koerdische onafhankelijkheid in Irak.

De regering van Irak is duidelijk niet in staat de controle over haar eigen gebied te houden. Door de opkomst van ISIS zijn de Koerden definitief van Bagdad afgesneden. De Koerden hebben op hun beurt ook niet bepaald actieve strijd geleverd tegen ISIS of Bagdad bijgestaan in hun poging Mosul te heroveren. Dat was ooit anders. Toen de Verenigde Staten nog in Irak gelegerd waren, vochten de Koerden zij aan zij met de Amerikanen om de nationale eenheid te bewaren, en deden de Amerikanen hun best om Koerdistan in Irak te houden.

Maar nu de banden van Irak met Iran alsmaar inniger worden, lijkt het niet aannemelijk dat de Verenigde Staten nog veel kunnen doen om te voorkomen dat de Koerden zich afscheiden van Irak. Een woordvoerder van de Turkse regeringspartij zei in een recent interview dat “de Koerden zelf de naam en het type kunnen bepalen van de gemeenschap waarin ze leven,” waarmee de suggestie gewekt wordt dat Turkije zich niet tegen een onafhankelijk Koerdistan zou verzetten. Dit alles in ogenschouw genomen is het geen grote verassing dat de Koerden van Irak geïnteresseerd zijn in het stichten van een eigen staat nu de kaarten er zo bij liggen.

En nu? De situatie in Irak is op het moment ontzettend veranderlijk. Het is moeilijk te voorspellen wat er gaat gebeuren. Maar ondanks deze chaos en complexiteit zijn er een paar redelijke gokken te doen.

Het is onwaarschijnlijk dat ISIS Bagdad snel zal innemen, of dat Bagdad in handen van ISIS zal komen zonder een groot gevecht. In de Iraakse hoofdstad wonen voornamelijk sjiieten en mocht het toch tot een grote veldslag komen, spelen zij een thuiswedstrijd. Hun kennis van de lokale omgeving en steun van de bevolking kan daarin doorslaggevend zijn.

Aan de andere kant zal het waarschijnlijk ook nog even duren voordat de soennitische opstand in Irak volledig de kop in is gedrukt, of voordat ISIS Irak uitgedreven is.

Goed, dat zijn algemeenheden. Concrete informatie en zekerheid laten te wensen over. Wordt vervolgd, in Irak.