FYI.

This story is over 5 years old.

nieuws

Bedoeïenenstammen in Jemen worden gek van Amerikaanse drones

Hoe lang staat Jemen de drones nog toe?
31 januari 2014, 12:05pm

Een wrak in de buurt van Jism, Jemen.

De huwelijksstoet reed door het bergachtig landschap van al-Baydha toen een van de wagens het begaf. Het was halverwege de middag, ongeveer driehonderd kilometer van de hoofdstad Sanaa, en het konvooi – van oudsher genaamd zafa – was onderweg naar Jism, het dorp van de bruidegom. Ongeveer zeventig mensen – voornamelijk familieleden - zaten in elf voertuigen gepropt.

Toen de stoet van auto’s en pick-ups tot stilstand was gekomen, merkten een aantal mannen een drone op die boven hun hoofd vloog. Het aparte zoemgeluid was in het afgelopen jaar een vertrouwd geluid geworden, dus gingen ze ervan uit dat het gewoon om een inspectie ging.

Maar de flits van een raketlancering bewees het tegendeel.

Twee raketten sloegen in een pick-up truck en granaatscherven vlogen richting de auto’s en raakten de inzittenden. Twee andere raketten sloegen in vlak naast het konvooi. Degenen die konden, vluchtten te voet.

Afhankelijk van welk verslag je leest, kwamen er tussen de twaalf en zeventien mensen om bij de aanslag op 12 december 2013. Het jongste slachtoffer was twintig jaar oud, het oudste vijfenzestig. De families van de slachtoffers willen nu antwoorden, en in dit vergeten hoofdstuk van de Arabische Lente voelt de overheid een toenemende druk om te reageren.

Ahmed al-Shafi’i (rechts) met zijn zoon Zabanallah en de zeven kinderen van zijn overleden zoon Aref.

Er is geen elektriciteit of stromend water in Jism en scholen, klinieken of aangelegde wegen bestaan hier niet. De Al-Abu-stam die het dorp bevolkt is seminomadisch; leden trekken door het gebied op zoek naar betere weiden voor hun geiten. Het eenvoudige, lukraak gebouwde stenen gebouwtje waar ik met Ahmed en Zabanallah al-Shafi’i spreek, kan snel ontmanteld en herbouwd worden.

Ahmeds zoon Aref was dertig jaar oud, getrouwd en vader van zeven kinderen toen hij werd gedood bij de raketaanval.

“We vonden hem naast een ander lichaam in de auto”, zegt de zeventig jaar oude vader. “De andere zijn weggeslingerd – hier een, daar een.”

De dorpelingen brachten het lichaam van Aref terug naar Jism, waar ze hem naast de andere lijken in de moskee legden. “Vrouwen begonnen te gillen toen ze zagen wat er was gebeurd,” vertelde Ahmed. “Er was gehuil van de ene tot aan de andere kant van het dal. Het was vreselijk pijnlijk om aan te horen.”

De eerste berichten vanuit de Jemenitische regering beweerde dat vijf van de gedode mannen militanten waren. Maar toen het nieuws zich verspreidde dat er ook een aantal onschuldige burgers bij de aanval omgekomen waren, stuurde de regering bemiddelaars op de families af. Zoals gebruikelijk bij stammen werd er geld en geweren aan de families geboden als een soort schikking voor hun verlies.

Hoewel de Jemenitische regering geen officiële verklaringen heeft vrijgegeven, bood de gouverneur van de provincie al-Bayda in een gesprek met de stamhoofden zijn verontschuldigingen aan voor de raketaanval, en de minister van mensenrechten, Hooria Mashhour, veroordeelde de aanval. Dit werd opgevolgd door een unanieme stemming in het parlement waarbij werd opgeroepen om drones te verbieden.

Waren er eigenlijk überhaupt leden van al-Qaida onder de doden? De Jemenitische franchise van de groepering – AQAP – is zonder twijfel actief in het gebied. In Rada, een stadje zo’n zeventig kilometer verderop, zijn tal van muren beklad met de zwarte AQAP-vlag. De lokale bevolking vertelde ons dat de groep vlak na een drone-aanval de stad was binnengedrongen om van de verse woede te profiteren en rekruten te werven.

Ahmed al-Taysi’s broer overleed bij de aanval; hij is hier afgebeeld met de kinderen van zijn broer.

De weg naar Sanaa was in de week na de aanval elke avond geblokkeerd en de inwoners van Rada raakten al langzaam gewend aan de geluiden afkomstig van de botsingen tussen AQAP en het leger. Vorige week zouden bij een aanval van al-Qaida in al-Bayda twaalf soldaten zijn vermoord

Hoewel de inwoners van Rada en Jism die we spraken ontkenden dat de doden lid waren van AQAP, zijn er aanwijzingen dat ten minste een van de aanwezige mannen in het konvooi van de bruiloft een militant was. Amerikaanse en Jemenitische functionarissen onthulden dat Shawqi Ali Ahmed al-Badani het doelwit van de aanval was – een lid van AQAP dat het brein zou zijn achter een complot waardoor afgelopen zomer negentien Amerikaanse ambassades over de hele wereld moesten sluiten. Maar lokale bewoners hebben het in plaats daarvan over Nasr al-Hutaim, een lowlevel AQAP-lid dat begin 2013 zou zijn gearresteerd door de Jemenitische regering en al snel daarna was teruggekeerd naar de regio. Zij zeggen dat het zijn truck was die door twee raketten werd geraakt, maar hij zou op dat moment zelf niet in de wagen hebben gezeten.

Zabanallah al-Shafi'i, een andere zoon van Ahmed, was er snel bij om te ontkennen dat zijn jongere broer Aref - of andere slachtoffers van de drone - met AQAP werden geassocieerd. "Terroristen? De mensen hier zijn bedoeïenen," zei hij. "De drones zijn uit op een stelletje geitenhoeders. Er zijn geen trainingskampen hier. We kennen al-Qaida niet."

Nasser al-Sanea - een lokale journalist die als eerste verslaggever ter plekke was na de aanval – gelooft dat de drone-aanvallen Amerikanen meer kwaad dan goed zullen doen. "Elke keer wanneer er drones vallen, is er een toename van sympathie voor al-Qaida," legde hij uit. "Vier geraakt zeg je? Nou, daarmee heb je er gelijk tientallen gerekruteerd.”

Abdullah al-Taysi verloor zijn zoon bij de aanval en raakte zelf gewond.

Woede om de drones wordt in de regio gevoed door een diepe wrok jegens de regering. Het land zag tijdens de Arabische Lente in 2011 een ongekend aantal mensen de straat op gaan voor een demonstratie tegen president Ali Abdullah Salehs drieëndertig jaar lange macht. In alle grote Jemenitische steden werden tentenkampen opgezet en na maanden van voornamelijk vreedzame protesten trad Salef af ten gunste van zijn plaatsvervanger, Abd-Rabbuh Mansur Hadi.

Ahmed al-Taysi verloor zijn broer Salem bij de aanval. Hij moet nu voor Salems vrouw en zes kinderen zorgen, evenals voor zijn eigen vier kinderen. Hij hurkte naast een rots en sprak over zijn minachting voor de Jemenitische staat. Salems weeskinderen staarde zwijgend in de verte.

“De staat heeft niets gedaan,” zei hij. “Niets. Er is hier niets.”

“Onze president is de hoofdverantwoordelijke – de man die we hebben verkozen,” zei Sheikh al-Salmani, een lokale stamleider. “Wij gaven deze man de macht om over ons te regeren, maar het kan hem niets schelen dat zijn bevolking arm is, het kan hem niets schelen dat zijn bevolking hongerig is, het kan hem niets schelen dat zijn bevolking slecht behandeld wordt in buurlanden of dat zijn bevolking wordt bestookt met Amerikaanse drones.”

Salmani gaat door: “We hadden een land voor ogen met een mooie toekomst, maar er is niets veranderd in Jemen. We leven onder verschrikkelijke omstandigheden. Maar ga eens naar de villa’s van ambtenaren en je zult miljoenen dollars vinden, het geld wat bedoeld was voor de armen .”

En zelfs als dat geld terugbeloofd wordt aan het volk, wil niet iedereen in Jism het aannemen. Abdullah al-Taysi overleefde de aanval; zijn zoon Ali overleed. Als we met hem praten laat hij zijn wonden van de granaatscherven zien. “We willen het niet,” zegt hij over het financiële aanbod van de regering. “Wat heb ik eraan? Al zouden ze me Amerika en alles erin geven, ik krijg mijn zoon daar niet mee terug.”

Wat al-Taysi en anderen zoals hij wél willen, is aansprakelijkheid voor de moorden, een wijziging van het drone-beleid van het land, en een overheid die meer inspeelt op de behoeften van de bevolking.

En als dat niet gebeurd? “Dan sluiten alle stammen zich aan bij Al-Qaida,” stelt al-Taysi.