Jan Hoeks Kunsthoek

Kunstwerken waar je hard om mag lachen

Elke twee weken schrijft schrijver/kunstenaar Jan Hoek over kunst. Dit keer bezoekt hij een tentoonstelling in museum De Hallen in Haarlem over humor in de kunst.

door Jan Hoek
08 juni 2017, 12:18pm

Ik vind het vaak jammer dat we niet wat meer kunnen lachen in de kunst. Want of het nou gaat om de kunst zelf – die vaak zo conceptueel is dat het bijna voelt alsof je een cryptogram in NRC Handelsblad moet oplossen om er wat van te begrijpen – of om de tentoonstellingsteksten die niemand op aarde begrijpt, het lijkt soms allemaal zo zwaar, dat je haast zou vergeten dat kunst soms ook gewoon leuk, ja zelfs grappig mag zijn.

Er heerst nogal een taboe op humor in de kunst. Toen ik nog op de kunstacademie zat, was het ergste wat een leraar over je werk kon zeggen dat hij of zij het 'een beetje een grapje' vond. Alle studenten leerden daarmee dat kunst moeilijk en verheven moet zijn.

Nou bestaat er wel degelijk kunst die grappig probeert te zijn, maar vaak is dat heel flauw en gaat het gelijk over kutten en pikken (iets waar ik dol op ben in de echte wereld, maar in de kunst een beetje moe van word). Deze kunst wordt dan ook zo goed als nooit in een museum getoond – je kan het hoogstens vinden op de net afgelopen KunstRAI, de kunstbeurs waar de serieuze kunstwereld overigens zijn neus voor ophaalt.

Ik was dus blij verrast toen het respectabele museum De Hallen in Haarlem op de proppen kwam met een grote tentoonstelling over humor. Daar zijn werken te zien die grappig zijn, maar ook mee mogen doen met de grote, serieuze kunstwereld. Om al deze werken mag je dus lachen, zonder dat je een slechte smaak op het gebied van kunst verweten kan worden. Dit waren mijn lievelings.

Lachen om kunst met cowboy Henk

Het eerste werk dat het museum toont is een stripje dat gelijk de hele moderne kunst belachelijk maakt. Het is gemaakt door Herr Seele en Kamagurka. Verspreid over de hele tentoonstelling zijn er nog veel meer te zien.

Een prettig begin. Want ook al is het een serieuze tentoonstelling over de geschiedenis van humor in de kunst, het laat ook gelijk zien dat het museum zichzelf niet al te serieus wil nemen.

Toch een beetje poep- en plashumor

De tentoonstelling neemt de Dada-beweging als startpunt van humor in de kunst. Deze beweging ontstond in het neutrale Zwitserland tijdens de Eerste Wereldoorlog, en het uitgangspunt was dat er maar één manier was om met alle verschrikkingen in de wereld om te gaan – namelijk door alle conventies in die wereld zoveel mogelijk te bespotten door middel van kunst.

In het museum zie je ook wat voorbeelden, pamfletten bijvoorbeeld, uit de Dada-periode. Eerlijk gezegd zijn die zo gedateerd, dat je ze met de beste wil van de wereld niet echt meer grappig kunt vinden. (Wat ik dan wel weer grappig vind.)

Voortkomend uit het Dadaïsme gingen kunstenaars ook banale gebruiksvoorwerpen presenteren als kunst. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk de urinoir van Duchamp, maar in het museum vinden we ook het minder bekende Home Sweet Home van Chris van Geel en Emiel Moerkerken uit 1938.

Denk alleen niet dat ze dit enkel deden om grappig te zijn! Ook hierover werden vele serieuze pamfletten vol geschreven, om duidelijk te maken dit enkel gedaan werd om de banaliteit van kunst zelf duidelijk te maken.

Grote teen

Waar ik, zoals gezegd, een beetje afkeer heb van piemels en kutten in de kunst, heb ik een zwak voor tenen. Eigenlijk vind ik een werk gelijk leuk als er een teen in zit. Vooral als de voet met tenen is afgebeeld alsof het een soort op de aarde neerdalende alien is, waardoor abrupt vulkanen beginnen te broeien en standbeelden omvallen. Zoals in het werk hierboven.

Dit werk is gemaakt door een van de weinige Nederlandse surrealisten genaamd Willem van Leusden.

Strijkijzers

Strijkijzers zijn blijkbaar een dankbaar onderwerp om grapjes over te maken. In een kwartetspel dat je al lopend door het museum kunt sparen, leer ik dat er zelfs op zijn minst vier grappige kunstwerken met strijkijzers zijn gemaakt en waarschijnlijk is dat nog maar het topje van de ijsberg.

Het lijkt me grappig als het museum hierna een tentoonstelling maakt enkel over grappige strijkijzers in de kunst. Mijn favoriet is die van Man Ray waar hij spijkers in heeft gezet.

De Eerste Wereldoorlog

Ook grappig vind ik dat het museum zonder verdere verklaring in hun tentoonstelling over humor filmbeelden van de Eerste Wereldoorlog laat zien. En een beetje vreemd vind ik het ook.

(Ik snap wel dat ze het waarschijnlijk tonen omdat de gruwelijkheden uit WO I de inspiratie voor Dada waren om te bestaan, maar toch.)

Een portret van een gewone man

Ook grappig vind ik dat er aan een muur een aantal kunstwerken hangt waarvan ik niet begreep wat er grappig aan moest zijn. Neem bijvoorbeeld het portret van deze man met wit haar en snor. Ik heb heel lang gekeken, maar kon echt niks grappigs aan hem vinden. Ook het tekstbordje vertelt weinig meer dan ' Gerard Muller (1861-1929) – Portret Hendrik Kerbert, z.j.'

Het ding is, in een tentoonstelling over humor ga je vanzelf nadenken over wat er allemaal grappig aan deze man kan zijn. Is deze man toevallig een beroemd mopjesverteller? Is de binnenkant van zijn jas soms bekleed met salami?

Niet verraden dat dit een grapje is!

Bij het werk van Bas van Wieringen (een ander werk dan het overgeschilderde) merk je dat het museum soms in een lastig parket zit met deze tentoonstelling. Want eigenlijk is het een grappig werk – als het in een willekeurig ander museum zou staan, had ik waarschijnlijk de tijd genomen om op een bankje te gaan zitten lachen om alle mensen die helemaal in de war zijn, omdat ze niet weten wat precies ze niet mogen aanraken. Maar hier, in een tentoonstelling over humor, denkt iedereen: 'ha, een grapje! Er ís natuurlijk helemaal geen werk wat je niet mag aanraken!'

Het rijdende papierpropje

Veel aandacht is er ook voor werk van Willem de Ridder en Wim T. Schippers, die in 1963 een tv-programma vulden met totaal ontwrichtende televisie die vaak ook heel grappig was.

Zo lieten ze een keer een hele grote rijdende papierprop door Amsterdam rijden, die live op tv werd gevolgd. Dit werkt heel goed in het museum, vooral omdat je kunt zien dat die prop ooit rondreed in de echte wereld.

Als je echt van grappige dingen houdt, dan kan ik je deze mannen sowieso heel erg aanraden. Ik heb een keer een heel grappig zelfhulpboek van Willem de Ridder gelezen, waarin hij allemaal tips geeft om bijvoorbeeld postkaarten op elkaar te plakken met de foto's naar elkaar toe, zodat er twee adreskanten over blijven. Daar moest je dan vervolgens twee verschillende adressen op schrijven, met een leuk tekstje voor de desbetreffende persoon, en die dan met twee postzegels (aan elke kant één) opsturen. Vervolgens was het wachten geblazen, en zielsgelukkig denken aan het moment waarop de postbode de kaart in zijn hand heeft en moet kiezen bij welk adres hij de kaart op de bus gaat doen.

The Well-Shaven Cactus

Dit werk is ook een favoriet van me. Je ziet hoe iemand een cactus scheert. Meer heb ik er niet over te zeggen.

The Dancing White Man

Helemaal boven op zolder is een ruimte gereserveerd voor 'de kunst van nu'. En met 'nu' bedoelen ze werken van de laatste dertig jaar. Toen ik de niet al te grote ruimte in liep, voelde het ietwat willekeurig. Zo zo, is dit het dus, de grappige kunst van nu, dacht ik in eerste instantie. Maar toen zag ik The Dancing White Man van Leonard van Munstle, die om de zoveel tijd aan ging, en als een typische witte man in pak op een stukje reggeaton begon te dansen. Toen moest ik toch lachen en was alles weer goed.

--

'Humor. 101 jaar lachen om kunst' is te zien t/m 10 sept in De Hallen en het Frans Hals Museum, in Haarlem.

Tagged:
Art
Humor
Kunst
lachen
Nederland
jan hoek
De Hallen
frans hals museum
hahahahahahahaha