Wat de fuck is digitale kunst eigenlijk? Een korte geschiedenis

Om wat orde de chaos te scheppen hebben we hieronder de belangrijkste digitale kunstwerken van de laatste decennia op een rijtje gezet.

|
mrt. 14 2016, 8:00am

The Creators Project staat deze hele week in het teken van digitale kunst. Samen met vooraanstaande kunstenaars, curatoren, galeriehouders en verzamelaars verkennen we de kunstwereld van morgen.

Vandaag start op The Creators Project een speciale themaweek over digitale kunst. Een week lang praten we met internetkunstenaars, digitale kunstverzamelaars en academici over waar de digitale kunstwereld op dit moment staat, en waar de toekomst ligt. Maar voor we dieper in dat onderwerp duiken leek het ons wel handig om eerst even een aantal simpele vragen te beantwoorden. Wat kun je bijvoorbeeld allemaal onder digitale kunst verstaan? En hoe zit het eigenlijk met de oorsprong van dit kunstgenre? Voor we vooruit kunnen kijken, moeten we weten waar we vandaan komen. Dat idee. De vraag ‘Wat is digitale kunst?’ klinkt misschien makkelijk, hem beantwoorden is dat allerminst. Sinds de jaren zeventig heeft de komst van de computer en later het internet een stortvloed aan nieuwe kunstvormen opgeleverd. Het heeft ertoe geleid dat de grenzen van wat tot digitale kunst gerekend mag worden zo'n beetje iedere dag verschuiven. In tegenstelling tot de nette overzichtelijke wereld van bijvoorbeeld schilderkunst, bestaat er eigenlijk geen consensus over wat allemaal onder digitale kunst valt. Maar we proberen het toch. 

Kunsthistoricus Sandra Fauconnier tijdens een symposium in de LIMA in Amsterdam, voor een slide die 'eigenlijk een overzichtelijk lijstje van digitale kusntvormen had moeten worden'. Foto door: Leander Roet

Simpel gezegd is alle kunst die met de computer gemaakt wordt digitale kunst. Het zijn werken die zijn opgebouwd uit binaire code (enen en nullen) die bij uitstek op een scherm bekeken kunnen worden. Het wordt echter al een stuk lastiger – en spannender – als dit soort digitale kunst fysieke vormen aan gaat nemen. Is een analoge foto die vervolgens ingescand is bijvoorbeeld digitale kunst? Is een kunstwerk dat volledig gemaakt is door een computer - en waar geen kunstenaar aan te pas is gekomen - nog wel kunst te noemen? Om wat orde de chaos te scheppen hebben we hieronder de belangrijkste digitale kunstvormen van de laatste decennia op een rijtje gezet. Zie het als een spiekbriefje. Dat doen wij ook.

Een van de tekeningen die Warhol op zijn Amiga-computer maakte, via

Computerkunst

De naam zegt het eigenlijk al, maar dit is dus kunst die is gemaakt met computers. Bewerkte en bestaande afbeeldingen of foto’s en afbeeldingen die door een computer zelf zijn gemaakt (en in sommige gevallen zelfs bedacht), vallen er bijvoorbeeld onder. Met het groeiende aantal computerprogramma’s is ook het aantal artistieke mogelijkheden toegenomen. Veel kunstenaars die de computer als hun belangrijkste gereedschap inzetten, gebruiken algoritmes om kunst te maken. Zeker in de begindagen leidde dit nog wel eens tot discussies, omdat je je kunt afvragen of een door de computer gegeneerde kunstwerk überhaupt wel als kunstwerk gezien mag worden. ‘Tuurlijk, waarom niet?’ lijkt daarbij nu steeds meer het antwoord. Andy Warhol was trouwens een van de eerste kunstenaars die in de jaren tachtig de computer gebruikte om tekeningen mee te maken, maar het duurde wel tot 2014 voordat die computerkunst avant la lettre eindelijk werd ontdekt.
 

TV-Buddha (1974), Nam June Paik, Stedelijk Museum. Afbeelding via

Videokunst

Video, televisie en beeldschermen werden vanaf omstreeks 1965 steeds vaker door kunstenaars gebruikt. In zekere zin is videokunst zowel een onderdeel van digitale kunst als een voorloper ervan, omdat er ook videokunst gemaakt werd met analoge schermen. Dit soort kunst bestond dus al voor de computer. De Koreaan Nam June Paik kan worden aangemerkt als een van de grondleggers van videokunst. In zijn beroemdste werk TV-Buddha (1974), in het bezit van het Stedelijk Museum in Amsterdam, gebruikt hij een camera om een achttiende-eeuws Boeddhabeeld te filmen en dit beeld gelijktijdig op een scherm uit te zenden. Hierdoor ontstaat een gesloten circuit waarin zowel het heden als het verleden worden gevangen en waarin de toeschouwer de enige is die dit circuit kan doorbreken, want als je achter het beeld gaat staan zie je jezelf namelijk terug op het scherm.

Een screenshot van de website van Jodi

Internetkunst

Digitale kunst kwam pas echt van de grond met de komst van het internet. In de jaren negentig begon een select groepje internetkunstenaars zowat alle algemene aannames over kunst en technologie te ondermijnen. Internetkunst (in die tijd ook wel net.art genoemd) werd gezien als bedreigend, radicaal en tegelijkertijd als revolutionair. Want, als je kunst hebt die alleen op het internet kan bestaan, wat gebeurt er dan met fysieke musea, de financiële waarde van een werk en het traditionele ambacht van de kunstenaar? Zelfs ideeën over de manier waarop mensen naar kunst keken – denk aan het ophangen of neerzetten van fysieke kunstwerken in je huis – waren opeens niet meer vanzelfsprekend. Oftewel, paniek alom. Het Amsterdamse net.art kunstduo Jodi.org bestaat uit twee internetkunstenaars van het eerste uur (deze week verschijnt op The Creators Project een uitgebreid profiel van het duo). In plaats van hun prille kunstgenre begrijpelijker te maken, wakkerden ze het ongemak dat veel mensen bij de computer en het internet voelden nog wat meer aan, bijvoorbeeld in hun kunstwerk http://wwwwwwwww.jodi.org/100cc/index.html, waarin ze de structuur van het internet zichtbaar maakten. Toch was de vroege internetkunst ook hoopvol en ideologisch. Het nieuwe medium zou de hippie-idealen uit de jaren zeventig nieuw elan kunnen geven, zo was de gedachte. Krap een halve eeuw later is die hoop slechts deels werkelijkheid geworden

Vicky Deep in Spring Valley (2012), Petra Cortright

Postinternetkunst

We hebben het hier over kunst en dan is het eigenlijk niet meer dan logisch dat na verloop van tijd het woordje ‘post’ aan internetkunst werd vastgeplakt. Het grote verschil? Daar verschillen de meningen nogal over. De Nederlands-Braziliaanse internetkunstenaar Rafaël Rozendaal is bijvoorbeeld geen fan van de term omdat ‘post’ volgens hem impliceert dat het internet niet langer bestaat. Wij vinden dat best een goed punt. Als je toch een verschil wilt aanmerken, dan is het dat postinternetkunst vaker een vertaalslag naar de fysieke ruimte of naar een fysiek object maakt. Bovendien gaat postinternetkunst vaak over het internet zelf, of het nu gaat om een symbolische kritiek of om datakunstwerken die het internet niet als medium maar als bron gebruiken. De kunstwerken van de Amerikaanse Petra Cortright (check even haar website) nemen het internet juist weer op de hak. Het werk Vicky Deep in Spring Valley uit 2012 van hierboven bestaat bijvoorbeeld uit kleurrijke bureaubladachtergronden met daarop digitale, dansende strippers, afkomstig van een site waar je zulke virtuele dames van plezier kan downloaden.

De allereerste 'Sovjet'-versie van Tetris uit 1984, in 2012 aangekocht door het MoMA, via

Games

Dit is nogal een heet hangijzer, ook nu nog. Kunstcritici zoals Jonathan Jones van The Guardian en Liel Leibovitz van New Republic zijn van mening dat het accepteren van games als kunst niet oké is. Ze baseren hun mening op de aanname dat kunst een persoonlijk perspectief op de wereld moet bieden, en dat games dit niet doen omdat games ‘gewoon’ games zijn. Zowel het Smithsonian American Art Museum als het MoMA dachten daar gelukkig anders over en kozen 'de kant van games', door tentoonstellingen aan games te wijden. Het MoMa heeft sinds 2012 zelfs veertien iconische games in haar collectie, waaronder Pacman (1980), The Sims (2000) en de eerste Tetris (1984). Wie in 2016 nog durft te beweren dat grafisch vormgevers en gamebouwers geen kunstenaars zijn mag zich rekenen tot de categorie ‘conservatieve kunstliefhebber’.


Waterlicht (2015), Studio Roosegaarde. Afbeelding met dank aan Studio Roosegaarde

Digitale installatiekunst

In deze vorm van digitale kunst speelt de toeschouwer een belangrijke rol. Digitale installatie kunst bestaat (zoals de titel al aangeeft) uit een installatie die werkt met behulp van computers en software, maar is eigenlijk veel meer dan dat. Rondom deze wat saaie elementen gebeurt namelijk altijd wel iets spannends of interactiefs. Daan Roosegaarde is een naam die hier genoemd moet worden, om meerdere redenen. Zo liet hij eind vorig jaar nog het Museumplein in Amsterdam visueel overstromen met Waterlicht, een zee van blauwe lasers die visualiseren hoe hoog het water zou staan als we in Nederland geen dijken hadden gebouwd.

Dreams of Dalí (2016), Dalí Museum

VR-kunst

VR-kunst is, zeker de laatste tijd, 'hot' in kunstland. Zo kon je de laatste jaren door door schilderijen ronddwalen, de beroemdste gestolen kunstwerken bewonderen, voor conservator spelen en musea van over de hele wereld bezoeken, zonder uit je stoel te komen. In 1980 opperde Jaron Lanier als een van de eersten de term ‘virtual reality’ en sindsdien onderzoeken steeds meer kunstenaars wat deze tweede realiteit voor de kunst kan betekenen. Ben Langlands en Nikki Bell werden bekend met hun kunstwerk The House of Osama Bin Laden (2003) waarin je, zoals de titel al aangeeft, door het huis kunt lopen waar Osama bin Laden een tijd lang ondergedoken heeft gezeten. Daniel Sandin gebruikt virtual reality om meeslepende werelden te ontwikkelen. In Particle Dreams in Spherical Harmonics (2011) kun je bijvoorbeeld de bewegingen en structuur van een miljoen kleurige, rondzwevende deeltjes beïnvloeden, terwijl je wordt ondergedompeld in een surrealistische wereld van licht en geluid.

Meer VICE
VICE-kanalen