10 lessen van Floating Points over hoe je een componist wordt
Foto tomada de altamont.pt

10 lessen van Floating Points over hoe je een componist wordt

Professor Sam Shepherd bekijkt zijn muziek van alle kanten, zoals wetenschappers ook doen.
14 december 2015, 10:45am

Foto's van Amy Lombard.

Je kan met Sam Shepherd over bijna alles praten. De artiest uit Londen, bekend als Floating Points, is in de muziek net zo geleerd als in de wetenschap – de laatste drie jaar was hij bezig met zijn doctoraat in fucking neurowetenschappen. Dat klopt, voor jou is het professor Floating Points.

Sheperd is als muzikant net zo breed als diep: hij gaat van oude soul naar modulaire jazz naar progressieve rock, en beïnvloedde ook iconen uit de clubscene zoals Theo Parrish – die net als Shepherd lange tijd als resident draaide in Plastic People in Londen. En wacht maar tot hij begint over de ingewikkelde constructie van zijn nieuwe studio, of de speciale harmonograaf die hij bouwde om het artwork van de hoezen van zijn meest recente singles te maken. Shepherd is iemand die er niet alleen van houdt om te leren, maar ook om over te brengen wat hij heeft geleerd – hij bekijkt zijn muziek van alle kanten, zoals wetenschappers doen.

Dat oog voor detail heeft Shepherd ook voor muziek. Onlangs kwam zijn langverwachte debuutalbum Elaenia uit, maar niet op Eglo – het label dat hij runt met voormalig RinseFM-veteraan Alexander Nut – maar op Luaka Bop van David Byrne. Amper een maand uit en zijn release is nu al de meest besproken, meest gereviewde en geprezen release van het hele jaar. In de zeven tracks wordt de luisteraar ondergedompeld in een oneindige snelweg van innemende instrumentatie, van Rhodes Chroma piano's en Bunchla synthesizers naar vibrafoons, fluiten, live drums, en zelfs koor-elementen. Het album brengt de stemmen van gastartiesten Rahel Debebe-Dessalenge en Layla Rutherford samen in Silhouettes – allemaal met dezelfde manische aandacht voor detail.

Maar terwijl zijn vorige cadeautjes aan de wereld – zoals Nuit Sonores en King Bromeliad uit 2014, of Shadow's uit 2011 – een dansvloer los kan laten barsten als ze op het juiste moment worden gedraaid, neemt Sheperd met zijn officiële debuutplaat een nieuwe plek in: van de booth naar de componistenstoel.

Op veel manieren voelt Elaenia als Shepherds interpretatie van experimentele jazzalbums als Bitches Brew van Miles David, die traditionele jazz opgaf voor een lossere, fusion- improvisatiestijl, of Herbie Hancocks Headhunters, waarop ook veel synths en elektrische piano te horen is. Je hoort zelfs invloeden van Sun Ra, bijvoorbeeld van zijn album Strange Celestial Road, dat Shepherd sampelde op zijn single For You uit 2009.

Net als deze albums werd Elaenia gemaakt in een tijd van improvisatie. Het album is genoemd naar een vogel, en de zeven tracks klinken alsof het levende wezens zijn: ze breiden uit, vervormen, gaan sneller, gaan langzamer en vallen uit elkaar tot er niks meer overblijft dan white noise.

In navolging van de release van het album ging Shepherd eindelijk op pad met zijn orkestelftal, dat bestaat uit fluitisten, (bas)gitaristen, violisten, cellisten, saxofonisten, trombonisten en drummers. In contrast met het vaak eenzame leven van een dj verkeert Shepherd nu in een live-sfeer met een band die bestaat uit oude vrienden – zoals gitarist Dave Okumu van de band The Invisible. Andere gerespecteerde gastspelers zijn fluitiste Renate Sokolovska, violisten Phillip Granell en Paloma Deike, violiste Anisa Arslanagic, celliste Magada Pietraszewska, saxofonist Shabaka Hutchings, trombonist Tom George White en drummer Leo Taylor. Voor Shepherd was het werken met een grote internationale band een kans om zichzelf uit te dagen als nooit te voren.

Als je de kans hebt gekregen om de band de zien tijdens hun laatste optredens in Utrecht en Leuven ben je een mazzelaar. Zo niet, dan kunnen we je bij dezen blij maken met dit exclusieve live-optreden van Floating Points track Silhouhettes (I,II&III), met visuals van Pablo Barquín and Anna Diaz Ortuño.

Ook kregen we de kans om samen met Shepherd een aantal wijze lessen te bestuderen die hij leerde tijdens het opnemen en spelen van zijn album – een ervaring die hem naar heel andere plekken bracht dan achter zijn computer of in een zweterige kelder achter een booth. Floating Points deelt deze lessen voor iedereen, of je nou artiest of muzikant bent of geen van beide – ze zijn sowieso interessant en inspirerend.

10. Je hoeft niet altijd muziek te componeren met de intentie om een nummer te maken

De motivatie voor mijn muziek is nooit dat ik iets moet maken wat af is. Ik denk dat produceren met die intentie niet goed is, dat je dan muziek maakt met de verkeerde bedoelingen. Maar er zijn andere situaties waarbij ik een piepklein ideetje heb en door deze processen ga om een idee te ontwikkelen. Als het me niet lukt om de ideeën te ontwikkelen of ergens te komen, maak ik me er niet meer druk om.

Ik breng maanden door zonder ook maar een enkel idee te hebben, en dat is volkomen normaal. Ik ben op een punt waar ik het oké vind als ik even geen ideeën heb. Het is best deprimerend als je muziek maakt terwijl je geen inspiratie hebt om muziek te maken, maar ik heb er vertrouwen in dat ik ooit wel weer een idee zal krijgen.

9. Muziek componeren voor een ensemble is een langzamer proces dan het maken van clubtracks

Het proces waarbij ik deze nieuwe producties maakte was eigenlijk hetzelfde als bij mijn vorige releases. Ik gebruikte multitracktapemachines en dezelfde instrumenten en synthesizers. Het enige verschil is dat het compositieproces anders was, denk ik – ik nam er meer tijd voor. Omdat dancemuziek in het algemeen sneller is, is de benadering om die muziek te maken meer rechtstreeks. Ik maakte dancemuziek een stuk sneller, omdat het zich herhaalt, er zitten loops in. De kwaliteit die je krijgt van een goede loop is waarom dancemuziek zo mooi kan zijn. Deze plaat is geen repetitieve muziek – alles is live en het is qua compositie een ander proces. Bijna alles wat ik doe begint met mij achter de piano, dan verzin ik een melodie of wat akkoorden.

8. Het hebben van je eigen studio verandert alles

Ik heb nu een studio met een grote ruimte waar ik kan experimenteren en doen wat ik wil. Dat heeft de manier waarop ik muziek maak het meest veranderd van alles. Toen ik in mijn oude studio zat kon ik op mijn synthesizers spelen en misschien een gitaar opnemen, maar ik kon geen drums of een koor opnemen, dus had ik die dingen niet in mijn muziek. Nu heb ik al die ruimte en kan ik die texturen in mijn muziek verkennen. Ik doe wat ik fijn vind klinken, luister naar veel platen en dan denk ik: dat is geweldig, ik vraag me af hoe ze dat hebben gedaan. Dan probeer ik wat technieken uit en zoek ik uit wat werkt en wat niet.

7. Live spelen is leuk

Met deze band hebben we iets van zeven optredens gedaan tot nu toe. We hebben geen grote tour gedaan, maar iedereen in de band is al jaren bevriend, dus met hun omgaan en muziek maken is te gek.

Ik denk wel dat dj'en een andere manier is van muziekbeleving – ik zeg niet dat het geen kunstvorm van zichzelf is, maar live spelen is zo leuk. Je voelt de adrenaline constant en het is veel spannender. Elk optreden is anders. Ik heb bladmuziek geschreven voor de band, zodat ze allemaal weten wat ze spelen, maar we hebben steeds nieuwe dingen toegevoegd. Omdat iedereen in de band zo capabel en comfortabel is met improvisatie, mogen ze allemaal doen wat ze willen.

6. Leer accepteren dat er altijd iets fout gaat

Ik wil wel ontspannen zijn, maar componeren kan erg stressvol zijn – zoals bij de gig in Brooklyn, toen we een hele nieuwe mix voor elf mensen moesten maken. Het was heel stressvol, er liepen constant mensen in en uit. Het organiseren van zoveel mensen – zestien in totaal, met de technische staf en geluidsmensen erbij – is logistiek een nachtmerrie. We deden een show in Parijs en er is een tien minuten durende saxofoon-gedeelte, en iedereen zat daar maar omdat de geluidsmensen zich totaal niet aan het script hielden.

5. Jazz is improvisatie

Toen ik jong was hoorde ik iets in jazz dat dichtbij de klassieke muziek lag die ik altijd luisterde. Toen ik zelf aan het componeren was dacht ik terug aan jazzartiesten die hun instrumenten gebruiken op een manier dat ze meer zijn dan een apparaat dat geluiden produceert die iemand op papier heeft geschreven. Ik begon met pianospelen zonder naar de muziek te kijken als ik het aan het componeren was. Het eerste waar ik naar luisterde waren platen van Bill Evens of Kenny Wheeler. Ze maken gewoon mooie dingen ter plekke, en ik denk dat het voor mij een soort vrijheid in compositie betekende, die rechtstreekse improvisatie.

4. Het spelen met een band laat een ongetemde en ongefilterde energie vrij

De laatste track op de plaat gaat erg los en is leuk om te draaien, en ik kan me een situatie inbeelden waar de band zelf veel wilder wordt dan dat we normaal gewend zijn. Dit hele album is nauwkeurig en gecontroleerd, maar die laatste gaat gewoon los. Iedereen ging uit zijn dak. Toen we de optredens deden realiseerden we ons dat die energie dus bestaat in de band en dat we dat naar voren wilden laten komen. Op het album staat een track, Thin Air, en dat is zo'n ingewikkeld, verfijnd en gecontroleerd nummer, dat je dat live misschien wel verliest. Iets als Silhouettes is compleet ontspoord en dat is iets waar ik de band controle over kan geven. Dat is waar ik de opname niet meer van de muziek kan onderscheiden; als de opname zo verweven zit in de muziek zelf, wordt het een deel van de muziek.

3. Muziek gespeeld door mensen klinkt vaak beter

Als je geïnteresseerd bent in het gebruiken van akoestische instrumenten, vertrouw er dan op dat wat je ook doet, het altijd beter klinkt als een mens het instrument bespeelt. Je kunt het strijkkwartetstuk makkelijk schrijven met software en vervolgens vrienden zoeken die de instrumenten bespelen – het zal echt beter klinken. Ik heb een nieuwe regel: als ik muziek schrijf, speel ik het niet terug af. Ik speel het op de piano en zoek het daarmee uit. Je moet het je kunnen inbeelden.

2. Improvisatie begint met een idee, maar dat is slechts het begin

Ik nam Silhouettes op op een computer, en in het midden van de track zit een lang audiobestand, en dat was het. Het was één opname – deel één, twee en drie zijn allemaal één ding. Dat leek me wel vet. Daarna begon ik de bas en drums toe te voegen, en ik nam het allemaal zelf op. Dat werd de demoversie, en vervolgens zou ik vrienden zoeken die daadwerkelijk de instrumenten kunnen bespelen.

1. Je kan van spirituele muziek houden zonder dat je gelovig bent

Iets wat ik lastig vind om te begrijpen is hoe ik het meest geïnteresseerd ben in spirituele muziek zonder dat ik gelovig ben. Dat is een probleem voor mij. Het klopt dat ik ruimtes en geluiden verken, en ook stilte als geluid in muziek. De opname is net zo'n belangrijk deel van de muziek als de muziek zelf, dus ik kan de compositie niet los zien van de muziek. Het idee om ruimte in een mix te gebruiken en te verkennen, neemt de luisteraar mee in een fysieke ruimte. De vorm van een kamer veranderen door geluid en muziek is een transcendentale ervaring van zichzelf, dus dat is hoe ik spiritualiteit beleef.

Floating Points is te volgen via Facebook // SoundCloud // Twitter
Koop het album Elaenia op Vinyl of via iTunes.