FYI.

This story is over 5 years old.

Underworld was al een stadionvullende dance-act voordat EDM bestond

"Begin jaren negentig vroegen filmproducenten vaak of ze onze muziek mochten gebruiken in scènes over drugsdeals of steekpartijen."
07 oktober 2014, 2:00pm
Underworld, London, 1994.

De relevantie van een act als Underworld is vanzelfsprekend. Al meer dan dertig jaar overtreffen Karl Hyde en Rick Smith al onze verwachting van wat een band moet voorstellen, en gaan ze door met het exploiteren van moderne dancemuziek. De muziek die ze maken is geschikt voor elke dansvloer, en meer.

Dubnobasswithmyheadman, het album waarmee ze in 1994 doorbraken, werd pas uitgebracht na tien jaar lang experimenteren met electropop. Het was een brouwsel van songs-not-songs; het werkte in clubs maar had ook structuur, een melodie en soms willekeurige songteksten.

Door hun muzikale verleden en door de samenwerking met en steun van een van de bekendste dj's van die tijd, Darren Emerson, werd Underworld voor velen de belichaming van dancemuziek midden jaren negentig. Techno, house, jungle, trance en een immer aanhoudende fascinatie voor Kraftwerk verwerkte ze in hun muziek en dat resulteerde in de onvermijdelijke singel Born Slippy.NUXX en het vervolgalbum Beaucoup Fish in 1998.

Met een aanstaande show in de Royal Festival Hall en een vijfdelige deluxe-editie van Dubnobasswithmyheadman die eraan zit te komen, is Underworld twee decennia later een bron van kennis geworden als het gaat om elektronische muziek van clubs naar de mainstream te brengen. We spraken met de heren Hyde en Smith over hoe het voelt om hun oude materiaal opnieuw onder de loep te nemen, over wat de relatie tussen drugs en de muziekscene is en over hoe het was om leider te zijn op het gebied van stadiondancemuziek.

THUMP: Hoe is het om na twee decennia je oude werk te herzien?
Karl Hyde**:** Het is verhuisd; we zijn teruggegaan en ons werk woont niet meer op hetzelfde adres, het is veranderd [lacht] – het is een friettent geworden.

Heb je nu een andere benadering tot de muziek, nu jullie zelf – en de muziek ook – volwassen zijn geworden?
Rick Smith: Absoluut. Het is geen goed idee om twintig jaar in hetzelfde te blijven hangen, dat levert gemengde gevoelens op. Soms is het vervelend omdat het in onze natuur zit om te ontwikkelen, dingen te veranderen en verder te gaan met het leven, iets nieuws te maken. Het is een nummer waar we van houden en het voelt raar om er zo lang na de productie weer aan te komen, we hadden  nooit verwacht dat we dit zouden doen.

**KH: **We hebben nooit eerder in zo'n soort band gezeten. Het lijkt simpel, maar dat is echt zo. We hadden nog nooit zo lang in een band gezeten en zo'n groot fanschare en zoveel support gehad als bij deze band. Dit was onbekend terrein voor ons.

Ik denk dat toentertijd de clubmuziek of elektronische muziek, nog zijn weg aan het vinden was op commercieel niveau. Klopt dat?
KH: Ja dat klopt, eigenlijk was het voor de grote superstar dj-explosie, er waren gigantische illegale raves voor duizenden mensen. Het was erg spannend, er waren goede clubs en goede partymensen zoals Junior Boys Own die lekkere feesten organiseerden, dancemuziek was op radio alsof het er al was sinds de jaren vijftig; een bepaald soort dancemuziek, iets wat nog niet overal was. Iedereen dacht dat het snel afgelopen zou zijn, maar dance bleef maar komen.

Het is interessant dat twintig jaar later misschien al wel een tweede of derde golf van ravecultuur zijn intrede heeft gedaan, met nu zelfs de VS die meedoet.
KH: Ze hebben het eindelijk door he? Ze snappen het. Veel van ons hebben het daar geprobeerd maar ze hebben besloten om op hun eigen tempo de cultuur over te nemen en het is een gigantisch succes.
RS: Gigantisch.
KH: De VS heeft er wel een handje van om alles groots aan te pakken, God bless their souls.

Wat zijn jullie belangrijkste herinneringen van de clubcultuur in de jaren negentig?
RS: Als we in detail zouden gaan over onze herinneringen zitten we hier nog wel een maand of zes. Algemeen gesproken voelde het eigenlijk als een korte periode. Het duurde maar een paar jaar voordat het landschap veranderde maar ook de oorsprong van wat wij waren en waar we bij betrokken waren veranderde. Vanaf het moment dat we live begonnen te spelen veranderde ons leven vliegensvlug. Natuurlijk zijn we oudere gasten en hebben we geweldige herinneringen. Voordat de verschillende stromingen van dancemuziek namen kregen, kon je in een club zijn waar de dj house, techno, elektro, funk, hiphop en jungle draaide en het was helemaal niet raar om die genres door elkaar te horen. Ik vind het fascinerend dat dancemuziek zo snel in hokjes werd gestopt, mensen vonden al snel alleen hun eigen ding leuk, al het andere werd verbannen. In de communicatierevolutie die nu in de wereld gaande is staan kinderen meer open tegenover andere genres. Het is best raar omdat de manier waarop ik muziek in clubs wil, meer in deze tijd zou passen. Mijn kind irriteert zich eraan, mijn dochter houdt van dancemuziek, maakt niet uit wat voor, ze komt in allerlei verschillende clubs – ze wil gewoon echt en spannend zijn, dat is niet veranderd.

Denk je dat de thema's van het album twintig jaar later nog actueel zijn? Songteksten in moderne dancemuziek lijken steeds minder betekenis te hebben.
KH: Ik vind dat wat songteksten betreft het landschap een beetje lauwtjes is geworden. Het is teruggegaan naar de tralala-formule, woorden die bij de beat passen. Dat is een beetje wat het nu geworden is. Het klonk een tijdje lekker, maar ging ook weer snel vervelen en het is tijd om zelf iets anders te laten zien. Korte zinnen die niets specifieks zeggen. Vaak zeggen ze wel iets positiefs, iets levenslustigs, maar daar houdt het ook bij op. Wij hebben gekozen om dat niet te doen, de woorden waren niet het eerste waar je naar moest luisteren – we schreven geen protestnummers. Het ging om de muziek en hoe die je liet voelen, en daarna kon je de woorden op je eigen manier interpreteren.

Hoe belangrijk denk je dat drugs geweest zijn voor het ontwikkelen van de dancecultuur?
KH: Oh, totaal niet belangrijk [lacht]. Het is duidelijk dat tijdens onze optredens de stemming van de mensen werd beïnvloed door de drugs die ze namen. Ik groeide op rondom clubs en mensen die drinken, dat creëerde altijd een bepaald soort sfeer. Toen we in de clubcultuur terecht kwamen, voelde je aan de stemming van het publiek of er drugs gebruikt werd. Voor lange tijd waren dit hele blije mensen, het is prettiger om met vrolijke mensen te communiceren dan met agressieve mensen die helemaal de weg kwijt zijn.
RS: Ja dat was wat me het meeste opviel – hoe fantastisch de sfeer was. Waar we ook waren of waar we ook speelden – of het nou vroeger in de Milk Bar was of de Sound Shaft –, er hing een geweldige euforische sfeer, we hebben nooit geweld ervaren. Dit was heel anders dan de wereld waar we daarvoor in verkeerden.

In de jaren tachtig was dat veel erger, het was gewoon niet meer wat we gewend waren en grappig genoeg was de manier waarop de verschillende media dat portretteerden, niet overdreven. Rond begin jaren negentig vroegen filmproducenten vaak of ze onze muziek in hun films mochten gebruiken, dat ging altijd hetzelfde: "Kunnen we jullie muziek gebruiken voor deze scene waarin de drugsdealer een meisje neerschiet, en deze waarin een meisje overlijdt aan een steekwond?" En wij dachten echt: wat?? Ik bedoel, wat voor clubs bezoeken die mensen?
KH: Zo keken mensen van buiten de scene naar onze cultuur.

Ik kan me herinneren dat de BBC altijd muziek van The Prodigy gebruikte in Eastenders als er een scene was die iets te maken had met clubs en op het slechte pad geraakte jongeren.
RS: Ja kijk, daar ga je al.
KH: Arme Prodigy – wat hebben zij met zoiets te maken? Ik heb toen ik jonger was meer geweld gezien bij rockconcerten dan bij alle dance-evenementen in heel mijn leven. En als er daar gewelddadigheden plaatsvonden kwam het door iemand met een slechte pil of iemand die teveel gezopen had. Eigenlijk in vijfennegentig procent van de gevallen ging het om te veel alcohol. Een ander ding is dat in de clubs waar wij heen gingen, niet iedereen drugs gebruikte. Iedereen nam de sfeer van de club over, er hing gewoon een goede vibe, een goede wil, iedereen wilde dat de ander er een leuke tijd had – als jij het naar je zin had, had de ander dat ook – en we hadden het allemaal naar ons zin!

Houden jullie hedendaagse elektronische muziek nog een beetje bij?
KH: Neen.
RS: Nee. Ik heb daar geen tijd voor. Ik heb soms fases waarin ik wel tijd heb, en wanneer de tijd die ik heb en mijn zin elkaar ontmoeten dan doe ik er iets aan. Het is alleen niet heel anders dan toen ik jong was – er zit veel rotzooi tussen – je moet dus tijd hebben om het kaf van het koren te scheiden. Je moet de diamantjes zoeken, en die zitten er zeker wel tussen.
KH: Ik heb de neiging om op mijn vrienden te vertrouwen, een beetje zoals ik altijd heb gedaan. Je vraagt waar ze naar luisteren en je krijgt iets toegestuurd, soms vind je het helemaal niks maar soms ook wel en als je die connectie voelt vraag je wat het is.
RS: Ik hield nooit alleen maar van dancemuziek, en dat is niet veranderd. Er bestaat een punkduo, Slaves, ik kwam een demo van hun tegen: Debbie Where's Your Car. [zingt] "Debbie where's your car / where's yer car Debbie!". Ik heb ze gegoogled en kwam er toen achter dat ik ze echt heel erg tof vond.

Wat vinden jullie van de term 'EDM'?
KH: Nouja, dat is hetgeen wat groot is geworden toch? Het is het ding dat stadions vol ging boeken, iets waarvan altijd werd gezegd dat wij het gingen doen – "Ja, zij worden de eerste dancegroep die een stadion vol gaan krijgen," of zoiets. EDM vertegenwoordigt iets, een beetje zoals de term 'electronica'. Eigenlijk heb ik een hekel aan die term, maar met EDM heb ik vrede omdat het Electronic Dance Music betekent en dat kan ermee door; maar wat is 'electronica'? Het klinkt als een verzameling dingen die bij je oma in de kast staan.
RS: Het zijn maar woorden, weet je. Termen waar artiesten zich al decennia aan irriteren. Het is wat het is. Er is zelfs een quote van Orson Welles: "An artist has to be always out of step with his time," maar zo verdien je natuurlijk geen geld. Als je het hebt over het fenomenale succes van EDM heb je het niet over de emotie of de spirit ervan, maar over cash, aantallen personen en hoge cijfers, en er zijn veel hoge cijfers op veel ongezonde plekken van de wereld. Maar als mensen het naar hun zin hebben is dat fantastisch.
KH: We hadden altijd de reputatie dat we veel veranderde. Als mensen zeiden dat we van de trance waren, hielden we van jungle. Als ze zeiden dat we van de jungle waren, hielden we van techno. Niet omdat we niet meer in een bepaald genre geïnteresseerd waren, maar omdat we niet in een hokje gestopt wilde worden. Als je in een hokje gestopt wordt en je gaat er zelf in geloven, sluit je voor jezelf al veel deuren; we wilden ze graag open houden.

Is er een ervaring die je als clubganger nog om een speciale reden is bijgebleven?
KH: Ja, dat kan ik me dus niet herinneren [lacht]! RS: The Mild Bar. Een bepaalde avond toen Darren [Emerson, voormalige productiepartner van Underworld] draaide, vond ik ontroerend en spannend. Maar dat was als creatief persoon, ik was niet van het padje af maar had wel mijn shirt uitgedaan, wat ik jaren daarvoor ook had gedaan bij The Clash op het podium, maar het was niet zo'n soort ervaring. Deze avond was meer een cerebrale ervaring waar ik uiteindelijk veel uit heb gehaald en die me nog vele jaren is bijgebleven. Er was ook een ander optreden, we speelden op Reading Festival in de jaren negentig, daarvan heb ik ook nog levendige herinneringen, van het gevoel en de energie uit die tijd.

Vind je dat de dancemuziekindustrie meer of minder beperkt is geworden vergeleken met toen jullie Dubnobasswithyourheadman voor de eerste keer uitbrachten?
RS: Een ding wat ik zeker weet is dat het landschap compleet veranderd is, en sommige dingen veranderen nooit; het menselijk karakter en bepaalde houdingen.
KH: Er waren wel wat restricties vroeger. Er waren dingen waarvan gezegd werd dat we ze niet mochten doen, maar toch deden, en daarna werd er tegen mensen gezegd: doe hetzelfde als je succesvol wilt worden. Maar dit was al langer zo in de muziekindustrie voordat wij in het wereldje kwamen. Er is een houding van 'zo en zo moet je het doen' en 'je moet dit doen als je veel geld wilt verdienen'. En daarnaast heb je de mensen die hun hart volgen en waarbij dat werkt, en bij sommigen werkt dat niet. Tijd en plaats is een ander ding. We wisten toen niet dat er een groep mensen was die open stond tegenover onze ideeën.
RS: Het was een grote schok. Ineens hoor je tijdens het ontbijt je eigen nummers op de radio – waar gaat dit over?! Dat is raar. We raakten er wel snel aan gewend [lacht]. De huidige communicatierevolutie is erg verwant aan de industriële revolutie dus wat het ook is, bankieren, verzekeringen, vastgoed, muziek, dancemuziek – ze zijn niet hetzelfde. Het is voor veel mensen opwindend en een beetje beangstigend.
KH: Niet als je jong bent. Als je jong bent is het allemaal grappig.

Ten slotte, waar komt de naam van het album vandaan?
RS: Ja. "Dub-no-bass-with-my-head-man". De jaren negentig gingen op het gebied van songtitels over non-titels. Zelfs de opnames waren 'in the moment', Karl wilde een vocal niet tien keer inzingen, hij wilde het niet op die manier, niet als een traditionele songwriter.
KH: Ik denk dat de originele titel Dubmorebasswithmyheadman was, of zoiets, en ik hoorde het niet goed en toen zei jij: "Oh dat is een goede!", en zo geschiede. Ik heb er wel spijt van dat we nu onze songteksten publiceren, daarvoor kon iedereen er zijn eigen draai aan geven, iedereen hoorde iets anders. Ik kan me geen verkeerd geïnterpreteerde songtekst bedenken die niet beter of interessanter was dan het origineel. Als mensen met zo'n tekst bij me kwamen zei ik: Ah dat is mooi, zo is hoe jij het ziet, dank je wel. En mensen dachten dat we ze belachelijk maakten maar het was echt mooi om van een nieuwe versie van onze muziek te genieten. Er is geen definitieve versie, jij hebt jouw versie, Rick heeft de zijne, maar jij hebt misschien weer iets heel anders gehoord.

Underworld speelt Dubnobasswithmyheadman helemaal in de Royal Festival Hall op 11 oktober- en koop het 5 disc Deluxe Edition album hier.