Advertentie
brein

Voel jij je eigen hartslag? Het antwoord zegt veel over je

Hoe sterk en nauwkeurig je je hart voelt kloppen, kan invloed hebben op je geestelijke gezondheid.

door Shayla Love
12 februari 2020, 9:42am

Collage door Hunter French

Neem even een momentje om je aandacht op je lichaam te richten, en alles wat er binnenin gebeurt. Focus je op je hart en probeer elke hartslag op te merken. Hoe goed voel je elke bons? Denk je dat je ze allemaal opmerkt, of mis je er een paar?

Het vermogen om je hartslag waar te nemen – en alle andere prikkels van binnenuit je eigen lichaam – wordt interoceptie genoemd. Het is het tegenovergestelde van exteroceptie. Dat zijn alle signalen die we ontvangen en verwerken vanuit de buitenwereld, en die we dus bijvoorbeeld zien, horen of aanraken.

Interoceptie helpt ons om ons lichaam onder controle te houden: de signalen van binnenuit vertellen ons wanneer we honger of dorst hebben of moeten plassen, zodat we daar iets aan kunnen doen. Maar het is meer dan dat. Onze interne prikkels werken ook op zinvolle en verrassende manieren samen met onze emoties, gedachten en gevoelens.

Wetenschappers die bestuderen hoe we ons lichaam voelen, hebben ontdekt dat met name de hartslag direct in verbinding met de hersenen kan staan, en alle mentale toestanden die zich daar bevinden. Je hartslag kan invloed hebben op hoe je je voelt en hoe intens je dat voelt. Hij kan ervoor zorgen dat je dingen niet onthoudt, of juist sterker herinnert. En de manier waarop elk persoon zijn eigen hartslag voelt – hoe nauwkeurig je bent en hoe nauwkeurig je denkt dat je bent – kan een indicatie zijn van of je angsten of andere geestelijke gezondheidsproblemen hebt. Sterker nog, mensen helpen om hun hart nauwkeuriger te leren voelen, wordt binnenkort misschien wel een vorm van behandeling voor exact die geestelijke gezondheidsproblemen.

Ons hart klopt de hele dag door, en we zijn ons daar meestal niet van bewust. (Misschien merk je het op dit moment wel, omdat ik je heb gevraagd of je erop wilde letten.) Elke keer dat je hart bonst, stuurt het een signaal naar je hersenen, zegt Sarah Garfinkel, een neurowetenschapper aan de Universiteit van Sussex en vooraanstaand expert op het gebied van het hart en diens relatie tot emoties.

Het lijkt misschien alsof het tegenovergestelde waar is: dat onze emotionele toestand de baas is en het gedrag van ons hart bepaalt. Als we bang zijn, gaat ons hart sneller kloppen. Maar het werkt eigenlijk twee kanten op: onze gevoelens worden ook beïnvloed door signalen die van binnenuit ons lichaam komen.

De discussie over het verband tussen lichaam en emoties wordt vaak herleid tot William James, die ook wel de vader van de Amerikaanse psychologie wordt genoemd. Aan het einde van de negentiende eeuw stelde hij voor dat emoties gewoon de namen zijn die wij aan sensaties in ons lichaam geven. Als ons hart bijvoorbeeld hevig bonst, geeft dat fysieke gevoel aanleiding tot wat wij kennen als ‘angst’. We worden niet bang en laten ons hart hevig bonzen. Nee, ons hart bonst, wat ons bang maakt.

Dat klinkt intuïtief logisch. Het is moeilijk om je voor te stellen dat je woedend bent, zonder de fysieke kenmerken die daarbij woorden: een aangelopen gezicht, een razend hart, opeengeklemde tanden, wijd openstaande neusgaten. Of probeer je maar eens verdriet voor te stellen zonder tranen, kortademigheid en pijn in het hart. “Een puur lichaamloze menselijke emotie, dat bestaat niet,” aldus James.

Tegenwoordig weten wetenschappers door hersenscans dat het deel van de hersenen dat de interne sensaties verwerkt, de insula anterior, ook cruciaal is voor het verwerken van emoties. Dat ondersteunt James’ idee dat emoties en het lichaam met elkaar verweven zijn. Lisa Feldman Barret, neurowetenschapper aan Northeastern University, heeft door haar onderzoek ook ontdekt dat emoties worden gevormd en gedefinieerd door lichamelijke sensaties, ervaringen uit het verleden en de emotionele concepten die we van onze ouders en culturele opvoeding hebben meegekregen. Onze emoties zijn niet zozeer reacties op de wereld, maar uitvindingen van onze hersenen om de oorzaak van onze lichamelijke sensaties te verklaren.

Angst kan worden verhoogd door je hartslag. Garfinkel liet in 2014 aan de deelnemers aan haar onderzoek foto’s zien van gezichten met angstige, blije, walgende of neutrale uitdrukkingen. De mensen die de angstige gezichten zagen en tegelijkertijd om hun hartslag werden gewezen, zeiden dat ze hun hartslagen intenser vonden.

We hebben niet allemaal dezelfde vaardigheden als het gaat om onszelf voelen. Wetenschappers die interoceptie bestuderen, gebruiken vaak hartslagmonitoringstechnieken om die verschillen te onderzoeken. Ze ontdekten die verschillen in hoe nauwkeurig mensen hun hartslag voelen, hoe goed ze denken dat ze die voelen, en of hun interoceptieve vaardigheden overeenkomen met hun daadwerkelijke nauwkeurigheid.

Mensen met een grotere interoceptieve nauwkeurigheid – die hun hartslag beter kunnen voelen – hebben intensere emoties. Dat blijkt uit een aantal onderzoeken waarin mensen emotioneel materiaal, zoals een film, te zien kregen. De mensen die hun hartslag nauwkeuriger voelden, vonden de emotionele films intenser. “Dat komt sterk overeen met het idee dat als je je hart nauwkeuriger voelt, het de intensiteit van de emotie die je voelt versterkt,” zegt Garfinkel.

Het verhoogde angstgevoel dat Garfinkel bij haar onderzoeksdeelnemers waarnam, zou nog sterker kunnen zijn bij mensen die aan een angststoornis lijden. Dit is ook waar Garfinkel zich nu op wil richten: in plaats van het verband tussen hart en geest alleen maar te illustreren, heeft zij ontdekt dat er omstandigheden zijn waarin iemands interoceptieve vaardigheden op de een of andere manier gekoppeld zijn aan een stoornis. Garfinkel denkt nu na over hoe interoceptie als vorm van therapie gebruikt kan worden.

Er is nog steeds veel dat we niet weten over interoceptie, zegt Garfinkel. Mensen die angstig zijn, kunnen overdreven gefocust zijn op hun lichamelijke sensaties. Maar als je iemand met een angststoornis bent, let je dan meer op je hartslag, of gedraagt je hart zich anders waardoor je meer angst voelt? Hoe maak je onderscheid tussen wat er echt gebeurt en een interoceptieve draaiknop die helemaal is opengedraaid?

Garfinkel en haar collega’s zijn de eersten die al deze verschillende factoren uit elkaar proberen te houden, in plaats van de hartslag en hoe je die ervaart als één ding te beschouwen. Ze zegt dat haar team tot nu toe heeft ontdekt dat het aantal hartslagen dat mensen zelf denken te voelen niet per se gelijkstaat aan de realiteit.

Angstige mensen zijn eerder geneigd te denken dat ze een nauwkeurige interoceptie hebben. Net zoals mensen hun hartslag nauwkeurig kunnen waarnemen zonder dat ze weten dat ze dat kunnen, denken angstige mensen soms dat ze heel goed zijn in interoceptie, terwijl ze dat niet zijn. “Je denkt misschien dat je er goed in bent,” zegt Garfinkel. “Maar als we je in het laboratorium onderzoeken, kan je nauwkeurigheid behoorlijk slecht blijken te zijn.”

Deze mismatch tussen hoe nauwkeurig je denkt je hartslag te kunnen voelen en hoe nauwkeurig je daadwerkelijk bent, is een goede voorspeller voor angstsymptomen. Dat geldt dus zowel voor als je geen goede interoceptie hebt als dat je je eigen vaardigheden overschat.

Garfinkel heeft ook gekeken naar interoceptie bij mensen met autisme, die ook last hebben van een angststoornis. Ze ontdekte dat hun interoceptie ook niet zo nauwkeurig is.

“Over het algemeen denk ik dat interoceptie een kenmerk is van psychiatrische stoornissen die niet vaak erkend en niet vaak onderzocht worden door de wetenschap,” zegt Sahib Khalsa, een neurowetenschapper aan Laureate Institute for Brain Research in de Amerikaanse staat Oklahoma. Maar het begint wel te veranderen. Khalsa zegt dat het in de afgelopen tien jaar langzaam duidelijk begint te worden dat interoceptieve tekorten aanwezig zijn bij een breed scala aan aandoeningen, zoals paniekstoornissen, depressie, eetstoornissen, somatisch-symptoonstoornissen, alcohol- en drugsmisbruik en PTSS.

Manos Tsakiris, een cognitieve neurowetenschapper aan Royal Holloway, University of London, heeft ontdekt dat een lagere interoceptie wordt geassocieerd met een ontevredenheid over je eigen lichaamsbeeld – zelfs als zulke mensen hun BMI weten. Mensen die hun hartslag niet nauwkeurig voelen neigen er ook naar om hun lichaam meer te objectiveren. “Met andere woorden, ze denken niet over hun lichaam na in termen van gezondheid en welzijn, maar in termen van seksuele aantrekkingskracht en aantrekkelijkheid,” zegt hij.

In zijn laboratorium probeert hij dit verband beter te onderzoeken. Hij en zijn team doen onderzoek naar meisjes voor en na hun puberteit. Ze meten hoe tevreden ze zijn met hun lichamen en wat hun interoceptieve bewustzijn is, om te kijken hoe dat naar verloop van tijd verandert. Hij denkt dat meisjes die een prima interoceptie hebben zich beter zullen kunnen aanpassen aan de veranderingen die ze gaan meemaken in de puberteit, en zich later niet meer zo bewust zullen voelen over hun lichaam.

Vroeger werd je interoceptieve vaardigheid gezien als een stabiele eigenschap, iets onveranderlijks. Maar Garfinkel denkt nu dat je ‘m kunt verbeteren. Als je als persoon niet zo goed bent om je interoceptie nauwkeurig waar te nemen en dat geassocieerd wordt met een angststoornis of andere stoornissen, dan zou je er misschien wel gewoon beter in kunnen worden.

Ze is nu mensen aan het trainen om hun hartslag beter te laten waarnemen. In een onderzoek dat nu door collega-wetenschappers wordt gecontroleerd, ontdekte Garfinkel dat de mensen die hun interoceptie verbeterden, minder angstsymptomen hadden.

Ook Khalsa behandelt mensen met angststoornissen en paniekaanvallen met behulp van interoceptie. Zijn aanpak heet ‘interoceptive exposure therapy’. Hij spoort mensen aan om om te gaan met de lichamelijke sensaties die hen meestal angst aanjagen, zoals het sneller kloppen van hun hart, zodat ze kunnen leren dat ze dat signaal niet als gevaarlijk moeten beschouwen.

Garfinkel denkt dat een versie van interceptieve therapie ook mensen met een psychose zou kunnen helpen, omdat zulke mensen vaak dissociatie ervaren of het gevoel hebben dat ze niet verbonden zijn met hun lichaam. “Iemand met schizofrenie heeft misschien wel visuele of auditieve hallucinaties,” zegt Khalsa, die het met Garfinkel eens is. “Dus hun waarnemingsvermogen richt zich misschien meer op wat er buiten het lichaam gebeurt. En dat kan gevolgen hebben voor het vermogen om te voelen wat er van binnenuit het lichaam gebeurt.”

Interoceptie kan ook helpen verklaren waarom sommige bestaande therapieën goed werken. Het is bijvoorbeeld aangetoond dat het nuttig is om te ‘floaten’ in zogenaamde ‘sensory deprivation tanks’ als je een angststoornis of depressie hebt. Volgens sommige onderzoeken hoef je slechts een uurtje te floaten om positieve kortetermijneffecten te ervaren. Dat zou kunnen komen omdat je in zo’n tank de exteroceptie, oftewel de signalen van buitenaf het lichaam, niet meer waarneemt. Daardoor wordt je gedwongen je te richten op je interoceptieve sensaties, zoals je hartslag.

Mindfulness en meditatie zorgen er ook voor dat mensen aandacht besteden aan hun lichaam, zegt Garfinkel. Zij denkt dat daar ook een interoceptief element aan verbonden is. Maar het probleem is dat meditatie niet bedoeld is om je te helpen meer bewust te worden van je lichaam. Mensen beginnen meestal niet aan een mindfulness-oefening met een besef van hoe goed ze hun lichaam aanvoelen. In plaats daarvan is mindfulness gebaseerd op je nauwkeurig je denkt te zijn, maar dat kun je fout hebben. Garfinkel denkt dat interoceptieve tests en training zouden kunnen helpen om van mindfulness iets te maken dat op bewijs gebaseerd is en duidelijke doelen heeft.

Khalsa’s onderzoek naar mensen die mediteren bevestigt dat. Hij ontdekte dat mensen die mediteren niet beter zijn in het waarnemen van hun hartslag. “Dat vond ik echt verrassend,” zegt hij. “We merkten echter wel iets anders. Als je mediterende mensen vraagt na te denken over hoe hun hartslag is, antwoorden ze er allemaal anders over en hebben ze het over verschillende ervaringen.”

En dat is het laatste, belangrijke stukje van de interoceptieve puzzel: zelfs als je je lichaam met veel nauwkeurigheid waarneemt, moet je er nog steeds achter komen hoe je die sensaties interpreteert. Soms voelde een persoon in een sensory deprivation tank zich juist angstiger als diegene geconfronteerd werd met zijn hartslag. Als je je hartslag beter voelt en dat nog steeds gepaard gaat met paniek over wat het betekent, dan helpt het waarschijnlijk niets dat je ‘m beter voelt.

“Je hoeft alleen maar te merken dat je hart klopt, en de manier waarop hij klopt met precisie waarnemen,” zegt Garfinkel. “Let er maar gewoon op en maak je verder geen zorgen. Onze harten zijn fantastisch en ze versnellen en vertragen altijd. Het is gezond om een hart te hebben dat snel en langzaam klopt.”

Als het je niet lukt om naar een onderzoekslaboratorium te gaan en je toch achter je eigen interoceptieve nauwkeurigheid wil komen, kun je je eigen pols nemen terwijl je probeert om je hart te voelen. Zo krijg je een ruw idee van hoe nauwkeurig je bent, zegt Garafinkel. Je kunt ook profiteren van een moment waarop je hart heel snel bonst, als je bijvoorbeeld net hebt gesport of je bang bent. “Let goed op en kijk of je je hartslag nog steeds kunt voelen als die weer op een normaal niveau komt,” stelt Garfinkel voor.

Door dit soort simpele oefeningen word je er weer aan herinnert dat het heel anders is om in je eigen lichaam te leven dan in dat van iemand anders. Je beste vriend, je partner, je moeder – de mensen in je directe omgeving hebben misschien wel heel andere interoceptieniveaus, of kennen een andere emotionele betekenis toe aan bepaalde interoceptieve signalen. Hoe emotioneel een persoon is, of hoe vaak diegene reageert op zijn emoties, kan te maken hebben met hoe goed diegene zijn lichaam voelt.

“Het is waarschijnlijk een van de grootste onbeantwoorde vragen van de neurowetenschap en filosofie,” zegt Tsakiris. “Hoe voelt het om iemand te zijn? Je kunt je beste vriend of je partner beter kennen dan wie dan ook, maar toch zal je nooit echt weten hoe het voor henzelf voelt om zichzelf te zijn. En daar is ook niets mis mee, het is gewoon zoals het gaat.”

Tagged:
angst
lichaam
hartslag
hersens
interoceptie