Illustraties door Titia Hoogendoorn

Een dagboek van een gemiddelde week in mijn leven met boulimia nervosa

DoorCharlotte Simonsillustraties doorTitia Hoogendoorn

Van mijn twaalfde tot tweeëntwintigste leed ik aan boulimia nervosa. Dit is hoe een gemiddelde week eruitzag.

Illustraties door Titia Hoogendoorn

Disclaimer: onderstaand artikel kan mogelijk triggerend werken voor mensen die aan een eetstoornis of Body Dysmorphic Disorder lijden.

Van mijn twaalfde tot tweeëntwintigste, zo'n tien jaar lang dus, leed ik aan boulimia nervosa. Begin 2010 (ik was toen net achttien) werd mijn leven zodanig door mijn eetstoornis beïnvloed, dat ik niet meer in staat was om naar school te gaan en mijn sociale leven te onderhouden. Ik wilde niet opgenomen worden: ik was bang dat ik alleen maar zieker zou worden als ik continu door andere eetgestoorde mensen omringd zou zijn. Dus ging ik een andere intensieve behandeling aan, waarbij ik vier dagen per week naar een gespecialiseerde kliniek afreisde om van 's ochtends vroeg tot het einde van de middag therapiesessies te volgen. Gedurende die tijd bivakkeerde ik in een aftands hotel in de buurt, omdat mijn ouderlijk huis te ver van de kliniek verwijderd was.

Tijdens mijn behandeling, nu zeven jaar geleden, hield ik dagboeken bij. Onlangs vond ik die terug in mijn oude kamer bij mijn ouders thuis. Dat was zowel confronterend als bevrijdend; aan de ene kant kan ik me die periode in mijn leven nog heel goed herinneren, aan de andere kant voelde het als een enorme opluchting dat het inmiddels stukken beter met me gaat. Hieronder vind je een deel van dit dagboek, uit een willekeurige week van mijn tijd in de kliniek.

Maandag

Maandag. Nog een dagje thuis, morgen weer naar de kliniek. Ik zie er tegenop en zit te twijfelen of ik niet kan doen alsof ik koorts heb. 't Zou de eerste keer niet zijn. In mijn hoofd is het een zooitje en ter compensatie begin ik dwangmatig schoon te maken. Ik zet eerst mijn boeken op kleur, hang dan mijn kleding op kleur, stof alles vijf keer af, en bestudeer daarna drie uur lang m'n lichaam in de spiegel. Hoe langer ik naar mezelf kijk, hoe misvormder ik eruit begin te zien.

Mijn vader heeft me weer naar Leidschendam gebracht, en ik neem de bus naar Leiden Centraal. Eenmaal daar begin ik rondjes te lopen. Ik heb al een tijd geen concrete plannen meer gemaakt om voor de trein te springen, maar toch vind ik het fijn om mezelf gerust te stellen met de gedachte dat die uitweg er altijd nog is.

Ik slik sinds kort een antidepressivum en dat lijkt goed te werken, maar alsnog heb ik – net als in de tijd waarin ik nog geen medicatie voorgeschreven kreeg – de behoefte om urenlang lamlendig in mijn bed te liggen. Dat doe ik dan ook. Ik zet de wekker voor morgenochtend en probeer te slapen.

Dinsdag

Ik schrik wakker en kijk op mijn horloge. Shit, ik had al lang in de bus naar therapie moeten zitten. Maar ik moet mijn benen scheren, en m'n armen, ook al kom ik te laat – want het is dinsdag, en dus weegdag. Het kan zo weer wat schelen in het uiteindelijke getal dat op de weegschaal verschijnt. Beter het zekere voor het onzekere nemen.

Even later sta ik voorover gebogen in de douche, in het donker, op de tast mijn benen te scheren. Ik voel dat ik mezelf gesneden heb. 't Ziet er vast weer uit als een slagveld, net de Slag bij Waterloo. Al jaren douche ik in het donker. Dat walgelijke lichaam wil ik zo min mogelijk zien, daar wordt de eetgestoorde stem in mijn hoofd alleen maar nog harder van: "Zie je wel, kijk nou wat een enorme, vieze, vette buik daar hangt. Net een obees, waggelend hangbuikzwijn."

Met lood in mijn schoenen loop ik naar binnen bij de kliniek. Alhoewel ik weet dat het normaal is dat je in de eerste weken van je behandeling aankomt, omdat je lichaam weer moet wennen aan een enigszins normaal eetpatroon, kan ik het niet verkroppen dat ik – ondanks het feit dat ik bewust sjoemel met de eetlijst en minder eet dan ik eigenlijk zou moeten doen – aan blijf komen. Minderen met eten is iets dat ik hier heb geleerd, tijdens therapie. Ik merk dat ik maniertjes en trucjes heb opgepikt van de anorexiapatiënten.

Ik blijk een ons te zijn aangekomen. De rest van de dag spookt het getal dat ik eerder die ochtend op de weegschaal heb zien staan door m'n hoofd. 's Avonds spoel ik mijn avondmaaltijd onaangeraakt door de wc en kots ik, ongepland, wat gal uit. Mijn lichaam is er na zes jaar zo aan gewend geraakt dat ik minstens één keer per dag overgeef, dat die reflex bij het minste of geringste getriggerd wordt. Ik hoef alleen maar wat voorover te buigen, en ik voel het braaksel al in m'n mond zitten. Ik ga slapen en hoop dat ik morgen de moed kan opbrengen om naar therapie te gaan.

Minderen met eten is iets dat ik hier heb geleerd, tijdens therapie. Ik merk dat ik maniertjes en trucjes heb opgepikt van de anorexiapatiënten.

Woensdag

Het is me vanochtend niet gelukt op tijd m'n bed uit te komen. Zelfs Jan de Hoop van het RTL Ontbijtnieuws, die normaal gesproken wonderen doet voor mijn humeur, blijkt vandaag niet in staat me op te vrolijken. Er lijkt geen einde te komen aan het eetgestoorde gezwam in mijn hoofd. Ik kan me de laatste keer dat mijn boulimia zich een uur lang koest heeft gehouden niet eens meer herinneren.

Ik meld me ziek bij de kliniek. Blaasontsteking. Daar heb ik toch geregeld last van, dus ze zullen er vrij weinig achter zoeken. Ik pak een notitieblok en een pen, en ga voor de spiegel staan, die alleen de bovenkant van mijn lijf laat zien. Driftig begin ik diagrammen en aantekeningen te maken van alle plastische chirurgie die ik binnen de komende tien jaar uitgevoerd wil laten hebben op mijn gezicht. Ik heb zelfs al een spaarrekening geopend, speciaal hiervoor. Het zorgt voor rust in mijn hoofd. Ik onderneem tenminste actie, ook al is het voorlopig alleen nog maar op papier.

Een halfuur later belt één van mijn groepsgenoten van therapie me op. "Wat is er aan de hand? Ben je echt ziek, of ontloop je ons omdat je weer heel diep in je eetstoornis zit?" Klote. Omdat die meisjes en vrouwen exact hetzelfde doormaken als ik, kennen ze al mijn doortrapte trucjes. Ze hoeven mijn gezicht niet eens te zien en hebben al haarfijn door dat ik de boel loop te besodemieteren. Niet veel later staan drie van mijn therapiegenoten voor de deur: "Hup, aankleden nu, je gaat met ons mee terug naar de kliniek." Eventjes vervloek ik ze, maar tegelijkertijd voel ik me enorm gevleid. Het feit dat ze de moeite hebben genomen hier naartoe te rijden, is veelzeggend.

Ik vertel aan de groep dat ik de avond ervoor wat gal heb uitgekotst. En ook al was dat niet mijn bedoeling, mijn naam wordt toch op de gevreesde lijst genoteerd. Wanneer dat drie keer gebeurt, krijg je een time-out en mag je een week niet naar therapie komen, om te overpeinzen of je eigenlijk wel voldoende gemotiveerd bent om beter te worden. Aan dat laatste begin ik steeds meer te twijfelen. Mijn eetstoornis is tegelijkertijd mijn grootste vijand en mijn beste vriendin; wil ik haar wel kwijt?

De eetgestoorde stem in mijn hoofd is altijd bij me en is tegelijkertijd mijn grootste vijand en mijn beste vriendin

Donderdag

Vandaag moeten we als 'uitdaging' onze lunch bij een snackbar eten. Iets waar vooral de anorexiapatiënten weinig zin in hebben. Ik word 's ochtends wakker en zie er nogal tegenop; ik ben een enorme vreetschuur, maar in het openbaar eten is niet bepaald mijn favoriete bezigheid, en daarbij is eten in bijzijn van andere eetgestoorde mensen, hoe lief ik ze ook vind, vrij stressvol – zeker in openbare gelegenheden, omdat de meesten van ons er niet van houden wanneer vreemden ons voedsel naar binnen kunnen zien stoppen. Ik hoop dat de boel niet zal escaleren.

's Ochtends volgen we ons reguliere schema, waarna we 's middags met z'n allen richting de snackbar vertrekken. Iedereen krijgt een medium frietje met saus naar keuze, en een snack. Ik kies voor een frietje mayo met een kroket. Alles lijkt goed te gaan, totdat een van de anorexiapatiënten haar – in haar ogen – overschot aan mayonaise stiekem in de mouw van haar jas begint te smeren. Ze doet het heel onopvallend, maar omdat wij continu elkaars bord in de gaten houden leidt haar actie tot luide protesten; dit is niet eerlijk, iedereen zou dezelfde hoeveelheid saus moeten eten – daar zijn we het allemaal roerend over eens. De vrouw in kwestie, waar ik het overigens heel goed mee kan vinden, begint te huilen. Daarna volgt er nog iemand. Op een gegeven moment zit vrijwel iedereen, inclusief ik, te brullen, terwijl onze begeleiders – twee sociotherapeuten – ons tot bedaren proberen te brengen. Gefaalde missie. Ik voel bewondering voor de vrouw die de mayonaise in haar mouw smeerde, en mijn eetstoornis loopt in m'n hoofd tegen me te schreeuwen: "Neem haar als voorbeeld, zij heeft tenminste discipline, zelfcontrole. Daar kun jij nog een voorbeeld aan nemen."

Voor mij persoonlijk heeft het eten van de friet de drang tot het hebben van een eetbui getriggerd. Ik spreek die gevoelens uit naar de rest van de groep, en ze steunen me. De rest van de dag houd ik me keurig aan mijn eetschema, maar het idee van een eetbui heeft zich in mijn hoofd genesteld en ik kan nergens anders meer aan denken. Eenmaal in de hotelkamer krijg ik een paniekaanval. Ik bel mijn vriend – wat hij in mij ziet mag Joost weten, hij zou moeiteloos een normaal, mentaal stabiel meisje kunnen krijgen – en ik word weer wat rustiger. Na lang wakker te hebben gelegen val ik uiteindelijk in slaap.

Vrijdag

Vanavond ga ik na de therapie weer naar mijn ouderlijk huis. Daar heb ik elke week een nogal dubbel gevoel bij: enerzijds kan ik eventjes tot rust komen (continu door andere eetgestoorde mensen omringd zijn kan best uitputtend zijn), anderzijds is mijn ouderlijk huis de plek waar ik voorheen altijd de fout inging.

Met de therapiegroep bespreken we dit weekend: wat gaan we doen om ervoor te zorgen dat we niet de fout ingaan? Er worden plannen gemaakt en we beloven elkaar te sms'en wanneer we drang hebben tot braken, automutilatie, laxeren, overmatig bewegen, het hebben van een eetbui of juist minder eten. "Bel je als je rare dingen van plan bent?" "Ja, doe ik," beloof ik aan een van mijn groepsgenoten, waar ik inmiddels bevriend mee ben geraakt. Ik ben bang dat ik dit weekend aan mijn drang tot een eetbui toe zal gaan geven. Mijn ouders hebben een enorme voorraadkast waar ook veel zoete dingen in opgeslagen staan; koekjes, snoep, chocola. Stiekem begin ik in mijn hoofd al plannen te maken, maar ik houd mijn mond tegenover de groep.

Na de therapie vertrek ik naar Leiden Centraal. Daar sla ik vier pakjes kauwgom in. Ik heb altijd met kauwgom gelaxeerd, en niet met daadwerkelijke laxeermiddelen – simpelweg omdat ik me te gegeneerd voel om laxeermiddelen bij de kassa af te rekenen. Eenmaal thuis wacht ik tot iedereen slaapt en sluip ik rond een uur of drie 's nachts naar de berging, waar de voorraadkast staat. Op mijn kamer geef ik toe aan de drang (1 reep Milka, 2 zakken wokkels, 1 pak Oreo's), waarna ik de douche aanzet (godzijdank heb ik mijn eigen badkamer) – zodat mijn moeder me niet hoort braken, mocht ze nog wakker zijn – en mijn vinger in m'n keel steek. Ik eet tweeëneenhalf pakje kauwgom, 36 stukjes in totaal, zodat de rest van het overschot aan eten er later die nacht via een andere weg uitkomt. Ik doe geen oog dicht van de buikpijn.

Ik lig te overpeinzen of ik überhaupt genoeg motivatie heb om beter te willen worden; enerzijds trek ik dit leven gewoon niet meer, anderzijds blijf ik er zelf aan toegeven.

Zaterdag

Mijn vriend komt langs. Hij ziet de rest van de voorraad kauwgom op mijn bureau liggen. Kut, vergeten te verstoppen. "Lot, het leek net zo goed te gaan. Waarom doe je dit nou weer?", zegt hij teleurgesteld. Hij spoelt alles door de wc. Ik ben boos.

Nadat hij weg is, ga ik in bed liggen met de gordijnen dicht en val ik in slaap. Rond een uur of half zes schrik ik wakker. Ik voel me wat rustiger, maar omdat ik nu de lunch gemist heb, moet ik binnen een heel kort tijdsbestek mijn lunch én het avondeten naar binnen werken, want ik moet van mijn begeleiders – wat er ook gebeurt – mijn eetschema blijven volgen.

Ik voel me vies, vet en vadsig – mijn eetstoornis wil haar bek niet houden – en dus besluit ik die avond uit te gaan met twee vriendinnen. Ik ben er niet al te lang geleden achter gekomen dat de enige momenten waarop ik die eetgestoorde stem in mijn hoofd niet hoor, is wanneer ik stomdronken ben. Na vier mixdrankjes ben ik straalbezopen: ik drink niet zo vaak, en ik slik antidepressiva, waardoor je sneller van je padje bent. Ik heb voor het eerst in weken een onbezorgde avond – eindelijk rust in m'n kop. Ik snap helemaal waarom sommige mensen in onze therapiegroep ook problematisch drinkgedrag vertonen.

Zondag

Met een bonkend hoofd word ik wakker, en meteen is ze daar weer. "Probeerde je mij nou gisteravond het zwijgen op te leggen? Weet je hoeveel calorieën er in die mixdrankjes zaten? Daar ga je vandaag voor boeten." Ik probeer het te negeren en laat een bad vollopen, waar ik vervolgens drie uur – in het donker – in blijf liggen.

Ik lig te overpeinzen of ik überhaupt genoeg motivatie heb om beter te willen worden. Enerzijds trek ik dit leven, na zes jaar van een constante stroom eetgestoorde en depressieve ellende, gewoon niet meer. Anderzijds blijf ik er zelf aan toegeven, ik kan niemand anders dan mezelf hier de schuld voor geven. Gedurende de laatste week heb ik aan zitten rommelen met mijn eetlijst, op sommige dagen aanzienlijk minder gegeten dan eigenlijk de bedoeling was, me ziek gemeld bij de kliniek, gelaxeerd, een eetbui gehad, gebraakt – waar de fuck ben ik eigenlijk mee bezig?

Ik besluit de dinsdag erop, als ik weer naar de kliniek in Leidschendam af zal reizen, schoon schip te maken en eerlijk te zijn over alles waar ik de afgelopen week mee heb geworsteld. Dan krijg ik maar een time-out; waarschijnlijk hadden ze allemaal al lang door dat het niet al te best gaat, en staat me morgen sowieso een confrontatie te wachten.

De rest van de dag doe ik de gordijnen dicht, klap ik mijn laptop open en kijk ik naar oude afleveringen van 3 op Reis. Na een paar uur val ik in een heel diepe slaap. Morgen weer een dag.

--

Inmiddels zijn we zeven jaar verder en heb ik geen boulimia meer. Ik werk als freelance journalist, studeer aan de universiteit, heb nog steeds dezelfde vriend en slik nog steeds hetzelfde antidepressivum. Mijn eetstoornis zal ik altijd met me mee blijven dragen; nog steeds hoor ik het stemmetje in m'n hoofd, al klinkt ze nu nog maar heel zwak en ben ik beter in staat haar te negeren. De sleutel voor mij bleek uiteindelijk te zijn om onderscheid te leren maken in welke gedachten van mezelf waren, en welke zich door toedoen van de eetstoornis in mijn hoofd nestelden. Het klinkt als een enorm cliché, maar de eerste stap is erkennen dat je problematisch gedrag vertoont. Eerder zal er niets veranderen.

-

Vrouwen praten misschien veel, maar we horen ze te weinig. Daarom is Broadly Nederland er. Like onze pagina.

Meer VICE
VICE-kanalen