Quantcast

Ik liep een weekje mee met extreemrechtse Hongaren

De aanhangers van de Jobbik-partij vrezen dat de Joden hun land willen kopen en geven de Roma de schuld van alle binnenlandse problemen.

Brian Whelan

Leden van Magyar Nemzeti Garda, een Hongaarse nationalistische militie.

Hongarije heeft een van de best georganiseerde extreemrechtse bewegingen van Europa. De Jobbik-partij wordt bewonderd door mensen die klaar zijn met de corrupte overheid, maar afgedaan door tegenstanders als zigeunerhatende, antisemitische, neonazistische homofoben. Het lijkt de op één na grootste partij te worden in het Hongaarse parlement zodra in 2014 de verkiezingen plaatsvinden. Ik liep een week met ze mee om te kijken waar hun haat vandaan komt.

Er is iets gaande in Europa. In Bulgarije, Griekenland, Polen, Frankrijk, Spanje en de Oekraïne groeit de steun voor nationalisme, en de partijen die deze nationalistische belangen behartigen boeken veel vooruitgang. Jobbik predikt een ideologie die Hongarije naar zijn voormalige glorie wil restaureren, wat natuurlijk aantrekkelijker en geloofwaardiger is met de zigeuners als zwart schaap. Die ideologie heeft ertoe geleid dat ze veel succes hadden bij de verkiezingen, waar hun nationalistische milities in uniform vaak zonder enige weerstand door de straten marcheren.

Vorig jaar november keek ik met afschuw naar de 10.000 extreemrechtse nationalisten die door de straten van Warschau liepen. Ik was een film aan het maken over de opkomst van extreemrechts in Polen en zag fascisten met bivakmutsen persfotografen aanvallen en met de politie vechten. Ik dacht dat dit de ergste fascistische taferelen zouden zijn die ik in Europa zou tegenkomen, maar het is duidelijk dat Hongarije met grotere problemen kampt. 

Tijdens May Day in Boedapest stond ik te midden van een menigte van 8.000 Jobbik-aanhangers, en keek ik naar de nationalistische rockers Karpathia, die vreselijke patriottische nummers speelde. De menigte was een bizarre mix van saluerende neonazi skinheads, oudere nationalisten en gewone, jonge Hongaren. Ik was daar samen met Channel 4 News, en terwijl zij domme kraampjes en springkussens filmden, stond ik om een of andere reden in de menigte toen het volkslied begon.

Ik had het Hongaarse volkslied nog nooit eerder gehoord, maar de hele menigte stond geconcentreerd te luisteren en staarde met serieuze blikken de verte in. Ik deed met ze mee. Ik stond tussen ze in, mompelde woorden tegen mezelf en hoopte dat ik niet op zou vallen. In een menigte als deze is het duidelijk dat het snel ongemakkelijk zouden worden als ze erachter zouden komen dat ik onderdeel was van de “liberale media.” Ik had een Jobbik-VIP-pas, maar ik denk niet dat die me zou helpen om een club woeste fascisten tegen te houden. 

Toen het donker werd verdween het respectabele laagje. Terwijl een Jobbik-lid toekeek, kreeg ik een klap tegen mijn hoofd van iemand die het vervelend vond dat er “Joden” op zijn festival waren. Daarna gooide hij bier over mijn hoofd. Hoewel dit irritant en plakkerig was, had het erger kunnen zijn; ik bevond me ’s nachts in een bos omringd door duizenden nationalisten en kraampjes die zwepen en bijlen verkochten. Maar het was op een vreemde manier ook geruststellend; ze deden niet meer alsof ze beschaafd waren en veranderden in het extreemrechtse volk waar ik aan gewend was. Dronken, rommelig en agressief tegenover iedereen die niet op hen lijkt. 

De volgende ochtend keek ik naar een trainingsessie van de Magyar Nemzeti Garda (een nationalistische militie verbonden aan Jobbik). De leider van de groep legde hun politieke motivaties uit: “Er zijn twee grote problemen. Het probleem binnen de grenzen is de zigeunercriminaliteit, en de externe dreiging is de Joodse territoriale expansie.” Zigeuners en Joden: deze retoriek uit het begin van de twintigste eeuw maakte blijkbaar een comeback in Hongarije.

Maar zelfs met deze gerecyclede fascistische ideologie, hun gemarcheer in militaire uniforms en hun bijna kinderlijke gesalueer naar de vlag, leek de Garda best onschuldig. De groep legde uit hoe ze bloed doneerden, dakloze mensen hielpen en andere nuttige patriottische activiteiten uitvoerden. Dit alles leek tegengesteld aan hun militaire organisatie, uniforms en de verhalen die ik over ze gehoord had.

Maar in dorpjes als Gyongyospata, of ieder ander gebied met een grote zigeunerpopulatie, werd de echte rol van de milities veel duidelijker. In 2011 bereikten de spanningen tussen de Jobbik en de lokale Roma-zigeunerpopulatie een hoogtepunt. Veel nationalisten in uniform verplaatsten zich naar deze getto, die voor de zigeuners hun thuis is, en begonnen te patrouilleren.

Jobbik demonstreerde met fakkels buiten de zigeunerhuizen en er waren gewelddadige confrontaties tussen zigeuners en neonazi’s. Sinds de gevechten is het dorp een Jobbik-broednest geworden. De nacht voordat ik aankwam hadden de locals weer gevochten met de zigeuners—de Jobbik-burgemeester stelde dat ze weigerden stil te zijn tijdens het volkslied op het dorpsfeest, waardoor ze het hele evenement hadden afgeblazen. 

Een Romameisje in Gyongyospata.

De Roma hebben geen goed woord over voor de burgemeester, wat niet echt een verrassing is. Ondanks de mooie wegen aan de burgemeesters kant van het dorp, is er geen geld om de wegen aan de zigeunerkant te asfalteren. Ze hebben echter wel geld weten te vinden om beveiligingscamera’s te installeren bij een aantal zigeunerhuizen. Een familie die ons uitnodigde voor koffie vertelde ons dat ze al 600 jaar in het dorp woonden, maar—samen met veel anderen—nu naar Canada vluchten uit angst voor nieuwe nationalistische aanvallen.

Er zijn schattingen die suggereren dat er ongeveer een miljoen Roma in Hongarije wonen, maar de werkloosheid binnen die gemeenschap is met 60% behoorlijk opvallend. Het is zes keer het nationaal gemiddelde en een handig cijfer voor de nationalisten als stok om mee te slaan. Jobbik zegt dat ze de werkloze Roma aan het werk willen helpen, maar zijn er niet duidelijk over hoe ze precies van plan zijn om betekenisvolle banen voor ze te scheppen.

Gemarginaliseerd en geteisterd door armoede is de zigeunergemeenschap een makkelijke zondebok geworden voor rechts. Een Jobbik-activist vertelde me dat “60% van Roma criminelen zijn; als je denkt dat ik een racist ben, kom dan even naast ze wonen.” Vreemd genoeg kende iedereen die ik sprak wel iemand die het slachtoffer was van Romacriminaliteit, maar waren ze het alleen nooit zelf.

Leden van de Magyar Nemzeti Garda.

Terug in Boedapest, bij een Jobbik-demonstratie tegen het Joodse Wereldcongres, stonden milities in militaire formatie. Het Joodse Congres is van Jeruzalem hiernaartoe verhuisd om de toename van antisemitisme in Hongarije te benadrukken en om de Jobbik te laten weten dat ze niet zomaar toekijken terwijl hun religie wordt gebruikt als reden voor de nationale problemen. Fascisten houden niet van Joden die voor zichzelf opkomen, dus Jobbik stuurde de ogenschijnlijk vriendelijke Gardagroep die we eerder die week gefilmd hadden erheen, en ook een in het zwart geklede groep die helmen en gasmaskers droeg.

Jobbik wil dat de geheime dienst de Hongaren met een dubbel Israëlisch burgerschap onderzoekt, omdat ze geloven dat er een Joodse samenzwering is om Hongarije te kopen. Een lachwekkend voorbeeld van de paranoia die gebaseerd is op een halfslachtige opmerking van de Israëlische President Simon Peres een paar jaar terug.

Een eenzame oudere demonstrant nam zijn positie in tegen het arriveren van het Joodse Congres en hield een bord met een swastika omhoog. Hij werd rustig verwijderd en een Jobbik-beveiliger droeg hem over aan de politie, die zijn gegevens noteerde. Aan de overkant van de straat staan mannen in paramilitaire outfits ongestraft oefeningen uit te voeren.

Ik ging later mee met een boottocht over de Donau, die was georganiseerd voor de wereldwijde Joodse delegatie. Ik vroeg ze waarom ze hier waren gekomen. “Omdat we dit niet weer laten gebeuren,” was het universele antwoord. Uit angst voor incidenten staan er overal politieagenten aan de rand van de rivier. 

Schoenen bij het Donaumonument.

We varen langs de schoenen bij het Donaumonument, waar de fascistische Hongaarse Arrow Guard Joden neerschoot en hun lichamen in de rivier dumpte, nadat ze hen eerst hun schoenen uit lieten doen. Het monument is voor iedereen op de boot van betekenis; veel van hun families vluchtten Europa uit in de jaren veertig. Zeventig jaar later, na decennia van pogingen tot verwerking van de Jodenvervolging, vinden sommige Hongaren het leuk om door de stad te marcheren en trots het Arrow Guard-logo tentoon te stellen.