FYI.

This story is over 5 years old.

Muziek

Ik mocht mee naar de backstage van Flying Horseman in de AB

Flying Horseman heeft een donker kantje.
9.5.12

Vorige week kwam ik een bevriend koppel tegen, Alfredo en Pasale, op een uur dat de cafées de laatste net hebben gegeven. Ik nam ze mee naar een afterparty van een vriendin van mij. De zon begon al terug te schijnen en iedereen was blij met een muziekje en een slaapmutsje. Alfredo was zelfs zo blij dat hij me uitnodigde om de week nadien in de AB naar zijn band Flying Horseman te kijken. Ik wist wel dat hij bij die band speelde maar had nog nooit een optreden gezien. Ze creëren een heel speciale, donkere sfeer die iets bovennatuurlijks heeft. Na het optreden ging ik mee naar de backstage. Daar was geen zak te beleven, maar wel gratis bier, snoep en chips: feest! Ik stelde zanger Bert en Alfredo - de drummer - enkele vragen. Zomaar, uit de losse pols. 

Hoe zouden jullie zelf jullie muziek omschrijven? 

Advertentie

Bert: Ik vind het moeilijk om onze muziek te omschrijven. Euhm, goh, damn, da’s echt een vraag waar ik altijd moeite mee heb.

Het heeft wel iets duister, vind ik zelf. 

Bert: Ja, zeker.

Van waar komt dat donker kantje misschien? 

Bert: Dat komt in de eerste plaats van mij, denk ik. Voor mij is het een manier om met de dingen des levens om te gaan. We praten met de groep niet veel over genres en dergelijke; ik spreek dus voor mezelf. Als je het puur stilistisch en schematisch bekijkt, zijn er twee grote invloeden: het ene is meer Amerikaanse rootsmuziek: folk, country en blues. Het andere: Britse dingen zoals Joy Division. En dan zijn er nog wat andere invloeden zoals etnische muziek en klassiek en jazz.

En je kan met die muziek je ei kwijt?

Bert: Ja, steeds meer en meer.

Jullie hebben nu een tweede plaat uit. Is een derde in de maak?

Bert: Nog niet, maar daar gaan we niet te lang mee wachten.

Alfredo: We hebben al een paar ideeën.

Gaan jullie duister blijven?

Bert: Ik denk dat wel, ja. (lacht) Er zijn wel kleine verschillen tussen de eerste en de tweede plaat en er zullen zeker nog verschillen zijn met de derde die gaat komen. Misschien, ik zeg misschien, bestaat de kans dat er een beetje meer licht in de muziek zal kruipen, maar ik ben er niet zeker van. Ik dacht dat hetzelfde bij de vorige plaat maar dat is ook niet gebeurd.

Dat zal misschien als gevolg van de slechte zomer geweest zijn. 

Advertentie

Ik heb al een aantal namen gehoord, maar heb je nog muzikale helden?

Bert: Oh, ik heb er echt veel, en niet per se in genres die je direct zou verbinden aan Flying Horseman. Elke keer verandert dat. Joy Division heb ik al genoemd. Oude bluesmuzikanten, zoals Ryan Jefferson, Robert Wyatt; Britse singer-songwriter, Thelonious Monk, Chopin.

Ik heb je op een gegeven moment tijdens het concert zien slagen op een pan. Was er een gerecht mislukt? 

Alfredo: Haha, dat komt door Loesje, één van de zangeressen. Zij woonde in een kasteel in de Ardennen, met een heel grote keuken. Daar lag een grote pan, die zij heeft meegenomen. Voor dat nummer hebben we geprobeerd binnen de percussie een klank te vinden die niet van een drumstel komt. In het eerste nummer gebruik in een bel, en da’s echt een bel die ik ergens van de muur heb gehaald van een gebouw waar ik gewoond heb. We gaan nog wat meer in die richting gaan, met klanken zoeken die atypisch zijn. Nu, Dat is niets vernieuwend. Men doet al dertig jaar iets met potten en pannen. We zijn altijd wel op zoek naar nieuw geluid.

Jullie zangeressen, dat zijn twee geile zusjes, heeft er ooit iemand van jullie daar een affaire mee gehad?

Bert: Ik ben drie en een half jaar samen geweest met Loesje. Da’s nu anderhalf jaar geleden. En de tweede gitarist, Milan, heeft een relatie gehad met de zus, Marthe. De eerste bassist van Flying Horseman heeft ook een relatie gehad met Loesje.

Alfredo: Eigenlijk, de enige die nooit een relatie heeft gehad met iemand van de band, ben ik. En de nieuwe bassist ook niet. (lacht)

Wil je nog iets kwijt? 

Bert: Flying Horseman is muziek die nogal vaak bestempeld wordt als moeilijk en ontoegankelijk. Maar meestal beseffen programmatoren en journalisten  dat het wel meevalt eens ze ons live hebben gezien. Doordat we niet passen in bepaalde radioformats, duurt het voor ons wat langer om een publiek op te bouwen. De kanalen die er zijn om dat publiek te bereiken, blijven vaak gesloten. We geloven er allemaal heel hard in dat we dat publiek meer en meer zullen aanspreken en ons aantal fans zullen vergroten.

Bedankt voor het interview, en nog veel succes gewenst!