Creators

Hoe maak je van sciencefiction de nieuwe realiteit?

Van Minority Report-interfaces tot lichtgevende sushi, de race naar morgen is allang begonnen.
04 januari 2016, 1:56pm
Afbeelding: 20th Century Fox

In 1998 bracht Steven Spielberg een panel van experts bij elkaar in een hotel in Santa Monica om het script van zijn aankomende film Minority Report door te nemen en aan te passen. Het doel? Ervoor zorgen dat de film niet langer ‘science fiction’ zou zijn, maar ‘future reality’. Het resultaat van die ongewone ingreep was een van de meest gedenkwaardige visualisaties van een mogelijke technologische toekomst van de laatste jaren. Inmiddels is de film zoiets als een referentiekader gaan vormen waar de evolutie van onze technologie aan getoetst kan worden. De vraag is niet langer of Minority Report juist is, maar hoe dicht bestaande technologieën in de buurt komen van de special effects in de film.

Toch is het idee om technici en verhalenvertellers samen te brengen niet beperkt tot grote filmkaskrakers. Bedrijven, kunstenaars, designers en andere professionals nemen allemaal deel aan een proces dat over de jaren vele namen heeft gekend, maar nu door het leven gaat onder de noemer ‘designfiction’. Designfiction beschrijft het proces waarin fictieve toekomstwerelden samensmelten met het bestaande creatieve design van vandaag. Op die manier wordt een hybride werkelijkheid gevormd waarin realiteit en fictie samenkomen, bijgestaan door wezenlijke objecten – fysiek of visueel – die ons een blik op de toekomst gunnen. In zijn essay uit 2009, Design Fiction: A Short Essay on Design, Science, Fact and Fiction, beschrijft kunstenaar en onderzoeker Julian Bleecker de combinatie als “een assemblage van verschillende soorten, deels verhaal, deels materieel, deels fysieke filmprop, deels functionele software. De samengesmolten designficties zijn opgebouwd uit verschillende onderdelen van de nabije toekomst.”

Drone Aviary van Superflux op Vimeo.

Neem Superflux, een van de bedrijven die zich specialiseren in deze relatief nieuwe discipline. Hun recente project Drone Aviary neemt de hedendaagse opmars van drones en projecteert deze op de nabije toekomst. Met behulp van prototypes en kwalitatief hoogwaardige video’s zien we een realistische toekomstwereld waarin drones gebruikt worden voor alles van reclame tot surveillance, selfies en het regelen van het verkeer. Van sommige van deze toepassingen (zoals de selfiedrone) zijn de eerste prototypes al op de markt, van andere lijken ze slechts een kwestie van tijd. Wat Superflux doet is die toekomst nu al tastbaar maken: het bedrijf slaat een brug tussen de technologische mogelijkheden van vandaag en die van morgen, door de toekomst nu al na te spelen met zoveel mogelijk echt ‘speelgoed’.

Je zou designfiction dus kunnen zien als een soort voorspelling: een poging om huidige trends door te trekken naar een geloofwaardig eindpunt. Maar die voorspelling werkt twee kanten op. Net als in Minority Report proberen fiction designers hun visie zó overtuigend te maken dat de toekomst hun kunst zal volgen. Zoals Bleecker opmerkt is de term “Minority Report-interface” inmiddels een soort heilige graal geworden onder computer interaction designers (hoe lang duurt het nog voordat we via handgebaren op een natuurlijke wijze kunnen interacteren met de digitale wereld?). De uitdaging voor fiction designers ligt dan ook in de vraag of iemands visie zo goed is dat zijn of haar creativiteit werkelijkheid kan worden. Om een andere, minder futuristische metafoor te gebruiken: iedereen wil uiteindelijk op het winnende paard wedden.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat steeds meer technologiebedrijven zich wagen aan zulke designfictions. Het geeft ze namelijk de mogelijkheid een geloofwaardige toekomstvisie te schetsen waarin hun technologie centraal staat. Apple deed het al in 1987 met een conceptvideo voor de ‘Knowledge Navigator’, een fictieve tablet die, hoewel esthetisch ver verwijderd van de huidige norm, met de kennis van vandaag als voorloper gezien kan worden van de tablets die het bedrijf decennia later zou ontwikkelen. Voor een moderner voorbeeld kun je terecht bij Corning, het bedrijf dat het schermglas voor de telefoons en tablets van Apple maakt. Hun conceptvideo A Day Made of Glass laat een toekomst zien waarin de schermen van Croning een nog veel belangrijkere rol spelen in het dagelijks leven dan ze nu al doen. De beelden staan niet ver af van wat ons ooit in Minority Report werd beloofd.

Toch is de belangrijkste vraag voor designfiction niet of de technologie uiteindelijk zal meewerken, maar of we er zelf überhaupt nog trek in hebben. De conceptvideo voor Google Glass uit 2012 beloofde allerlei snufjes waar de bril uiteindelijk ook echt toe in staat zou blijken, maar tegen de tijd dat het zover was bleek de hype rond het product allang gestorven. Op eenzelfde manier is het niet zozeer de vraag óf we zogenaamde ‘display walls’ in de openbare ruimte zullen krijgen, maar meer of ze fantastisch of irritant zullen zijn. Is de toekomst een iPhone, of een Segway?

Eadweard Muybridge’s beroemde afbeelding van een paard in beweging. Via Library of Congress Prints and Photographs pision

Het Center for Genomic Gastronomy, een denktank verbonden aan het V2_lab in Rotterdam, creëerde in 2011 ’s werelds eerste lichtgevende sushi, gemaakt van genetische gemodificeerde vissen die eigenlijk bedoeld waren om verkocht te worden als huisdier. Dit soort onvoorziene mogelijkheden van nieuwe technologieën spelen vaker een centrale rol in non-corporate designfiction, waar de nadruk niet ligt op het voorspellen van één toekomstbeeld, maar eerder in het voorspellen van meerdere, bizarre toekomstbeelden, vaak bedoeld om nu alvast over toekomstige ethische kwesties na te denken. Het Kweekvleeskookboek van Koert van Mensvoort kun je ook in dat rijtje scharen.

Door te proberen de toekomst na te bootsen, geef je die toekomst zelf vorm, zo getuigt Minority Report. Iedere toekomstvoorspelling is in zekere altijd een beetje een zelfvervullende voorspelling, ook als die juist niet wordt opgevolgd. Zonder de mogelijkheid om te wedden op het winnende paard zou er misschien wel helemaal geen renbaan zijn, of jockeys, of kaartjes. Het paard zou waarschijnlijk gewoon in de wei staan, als doodnormaal paard. Op eenzelfde manier creëert designfiction fantasieën over de toekomst die op hun beurt bijdragen aan het idee dat de toekomst een race is die gewonnen kan worden. Door een bedrijf, of een visionair, of zelfs een product. En als het paard waarop iedereen wedde – of het nu gaat om de underdog of de torenhoge favoriet – dan ook echt wint, dan roepen we met z’n allen trots dat we ‘in de toekomst leven’.

Toch is creativiteit meer dan op uitkomsten wedden, en mainstream sciencefictionfilms en conceptvideo’s van techgiganten vormen slechts een onderdeel van het ware potentieel van designfiction. Superflux en het Center for Genomic Gastronomy richten zich niet op de technologie zelf, maar op de vraag hoe toepassingen van die technologie eruit kunnen gaan zien. Aan de andere kant van de medaille heb je Apple’s Knowledge Navigator, die de technologie juist had, maar de esthetiek verkeerd. Welke aspecten van Cornings A Day Made of Glass zullen we over twintig jaar hopeloos passé vinden?

De mogelijkheid om ons idee van de toekomst vorm te geven is in zekere zin net zo waardevol als het daadwerkelijk vormgeven van die toekomst, omdat het de spelregels en parameters van de race naar morgen helpt definieren. Zoals sciencefictionauteur Samuel Delany in 1977 schreef in zijn review van de eerste Star Wars-film: “Als je naar drie verschillende werelden reist en alle mensen die je tegenkomt blijken atypische blanke mannen te zijn, dan begint Lucas’ toekomst er opeens een beetje saai uit te zien.”

_Volg Adam Rothstein op Twitter. _