Waarom Prince zowel een LGBTQ-held was als een nachtmerrie

“In de geschiedenis zie je te vaak voorbeelden van bekendheden die ooit progressief denkbeeld hadden, in verloop der tijd langzaam verschuiven richting de oppositie.”
22 april 2016, 4:06pm
(Photo via)

Hij was een van de muzikale grootmachten in de late jaren zeventig. Prince was een seksueel geladen onemanshow – iemand die plezier had in het doorbreken van taboes. Hij was nooit bang zijn expliciete geilheid uit te drukken, met genoeg zelfvertrouwen om halfnaakt op het podium te dartelen, uitgedost in hitsige shirts en extravagante make-up, terwijl hij zichzelf en zijn miljoenen hijgende fans vermaakte.

Michael Jackson, die vaak als een tegenpool werd gezien, leek in de publiciteit zijn seksuele driften te onderdrukken. Voor Prince was het zijn natuurlijke habitat, hij maakte van zijn hormonale erupties zijn visitekaartje met I Wanna Be Your Lover waarin hij zingt over de heerlijkheid van "head," de plagende belofte van Jack U Off, en hij flirtte met drag in If I Was Your Girlfriend.

Zijne paarse koninklijke hoogheid was een onvergetelijke vreemde vogel die de grenzen opzocht tot het punt dat zijn grensverleggendheid resulteerde in paniek onder ouders die uiteindelijk de 'parental warnings' opleverde. Dat maakte het uiteraard nog aantrekkelijker voor jongeren, die hun manieren wel vonden om de verboden vruchten te plukken.

Zijn muziek werd regelmatig gedraaid in nachtclubs, waar die lyrische ondeugendheid met open armen werd ontvangen. De ranzige toon paste prima in deze fantasiewereld, waar een wenk van lichaam tot lichaam genoeg was voor iets dat vast en zeker zou uitmonden in seks. Op het podium – ik heb het geluk gehad hem meerdere keren te zien optreden – was Prince een onuitputbare stoommachine, iemand die leefde om te presteren en urenlang onvermoeibaar zong en danste, met al zijn muzikale genialiteit in zijn vingers en het theatrale bad boy-imago op zijn tong.

Nog lang voor gender een dagelijkse maatschappelijke discussie werd, had Prince hem al aangezwengeld met het geluid van passie waarin hij zijn fabelachtige freakpersonage vierde. Hij was tegelijkertijd het uitdagende buitenbeentje en een donkere dandy.

Het was niet helemaal helder of hij nu hetero, gay of zelfs man of vrouw was – zo flexibel was zijn elektrisch geladen persoonlijkheid. Dit tot schade en schande van het puriteinse Amerika. Nog lang voor gender een dagelijkse maatschappelijke discussie werd, had Prince hem al aangezwengeld met het geluid van passie waarin hij zijn fabelachtige freakpersonage vierde. Hij was tegelijkertijd het uitdagende buitenbeentje en een donkere dandy.

(Foto via Pinterest)

Zijn eigenzinnige persoonlijkheid, altijd omringd door bloedmooie vrouwen en zijn plotselinge, absurde uitspraken ("Noem me maar The Artist," en dat gebeurde ook), maakte hem tot een ontzettend vreemd figuur. Maar wel een die subtiel kon grinniken over de macht die hij had over de media, die hij meestal gebruikte om de boel op te schudden door zijn banale gedachtes te spuien.

Voor mij – en veel andere gays die op zoek waren naar rolmodellen – was hij een LGBT-icoon en vertegenwoordigde hij impliciete seksuele vrijheid en acceptatie. Zeker sinds hij zich steeds nadrukkelijker in kitscherige mode hulde in de geest van Liberace.

Helaas bleek hij uiteindelijk te lang te zijn opgesloten in zijn paarse bubbel van privileges en begon Prince later in zijn carrière een pleidooi tegen homo's. In 2008 meldde The New Yorker dat Prince zich had aangesloten bij de Jehova Getuigen, en zei: "God kwam naar de aarde en zag mensen maar wat doen. Toen heeft 'ie alles opgeruimd. Hij had er genoeg van."

Want als de gays zouden worden weggespoeld, zou Prince de eerste zijn die het afvoerputje zou bereiken.

In 2013 kwam Prince met zijn plaat Da Bourgeoisie met een tekst waarin hij reageert op een vriendin die zoent met een andere meisje, en zingt: "I Wish I never kissed your.... Urg," met een toon van afkeur. Blijkbaar was dit voor de eerder nog zo vrijgevochten Prince een belediging geworden en verdient dit alleen maar minachting en medelijden.

Twee jaar geleden verscheen Prince in een tv-programma, waar hij meerdere keren een vorm van homofobie uitte. Zo sprak hij vol afschuw over 'mannen' die tegen hem aanreden tijdens een Oscarfeest dat hij bijwoonde.

Opeens was ik ­– een van zijn vurigste fans – een nobody geworden in de kortzichtige Bijbelse visie van mijn idool. Hoe triest. Hoe hypocriet, vooral. Want als de gays zouden worden weggespoeld, zou Prince de eerste zijn die het afvoerputje zou bereiken.

Hoe kan het dat een artiest die symbool staat voor vrijheid, uiteindelijk toch de kant van de onderdrukking kiest? Helaas gebeurt dit vaker. Neem bijvoorbeeld acteur Barry Humphries, die vroeger een rolletje als travestiet had, maar recentelijk transseksuelen bestempelde als gemuteerde mannen. In de geschiedenis zie je te vaak voorbeelden van bekendheden die ooit een progressief denkbeeld hadden, na verloop van tijd langzaam verschuiven richting de conservatieven, zonder enig gevoel voor ironie dat ze net zo zijn geworden als hun voorouders.

Hoe tragisch het ook is, neemt het niet weg dat zijn muziek en persoonlijkheid gedurende de jaren zeventig en tachtig voor een explosie hebben gezorgd – eentje vol proteïne en glitters. Hij greep de maatschappij bij de kraag, trok ons uit de beleefdheid en zette ons in een boudoir vol mogelijkheden.

Volg Michael Musto op Twitter